Hoofdmenu openen

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

koninkrijk dat Nederland en België omvatte

Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was een historische staat die België en Nederland omvatte van 1815 tot 1830, en die ook in een personele unie met het groothertogdom Luxemburg stond. Het woord "verenigd" is achteraf toegevoegd door historici, om het onderscheid te maken met het hedendaagse Koninkrijk der Nederlanden.

Koningrijk[1] der Nederlanden
Royaume des Belgiques[2]
 Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden
 Voorlopige regering van België (1814-1815)
1815 – 1830[3] Nederland 
België 
Hertogdom Limburg (1839-1866) 
Vlag van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden Wapen
(Details) (Details)
Kaart
United Kingdom of the Netherlands 1815.svg
Algemene gegevens
Hoofdstad Brussel, Den Haag
Oppervlakte ± 65.000 km²
Bevolking 5.563.119 (1817)[4]
Talen Nederduits, Frans, Nedersaksisch, Limburgs, Luxemburgs, Fries, Duits
Religie(s) Rooms-katholiek, protestants
Nat. feestdag 18 juni: Waterloodag
Volkslied Wien Neêrlands bloed
Munteenheid Gulden
Regering
Regeringsvorm Unitair koninkrijk
Dynastie Oranje-Nassau
Staatshoofd Koning
Geschiedenis
- Traktaat van de 38 Artikelen 13 februari 1815
- Belgische Revolutie aug.–sept. 1830
- Verdrag van Londen 19 april 1839
Geschiedenis van Nederland

Tijdlijn · Bibliografie



Portaal  Portaalicoon  Nederland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
Geschiedenis van België

Tijdlijn · Bibliografie


..Naar voormalige koloniën

Portaal  Portaalicoon  België
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
Staatkundige geschiedenis
van de Nederlanden
Noordelijke Nederlanden Zuidelijke Nederlanden H.R.R. &
D. Bond
Gouwen van Oost-Francië Gouwen van West-Francië Gouwen van O.-Fr.

Gelre

Utrecht

Friesland

Groningen

Ommelanden

Vlaanderen

Brabant

Heneg.-Holland

(e.a.)

Luik

Loon

Stavelot-Malmedy

Ravenstein

Horn

Thorn

Bouillon

Gronsveld

(e.a.)

1384 Arms of the Duke of Burgundy since 1430.svg
Bourgondische Nederlanden
1482 Flag of the Low Countries.svg
Habsburgse Nederlanden
1543 Flag of the Low Countries.svg
Zeventien Provinciën
(vanaf 1566 in opstand)
1588 Statenvlag.svg
Republiek
der Zeven Verenigde Nederlanden
1585 Flag of the Low Countries.svg
Spaanse Nederlanden
1713 Flag of Austrian Low Countries.svg
Oostenrijkse Nederlanden
1795 Statenvlag.svg
Bataafse Republiek
1794 Flag of France.svg
Eerste Franse Republiek
1806 Flag of the Netherlands.svg
Koninkrijk Holland
1810 Flag of France.svg 1804 Flag of France.svg
Eerste Franse Keizerrijk
1813 Flag of the Netherlands.svg
Vorstendom der Nl.
1814
Generaal-
gouvernementen
1815 Flag of the Netherlands.svg
Verenigd Koninkrijk
der Nederlanden
1815 Flag of Luxembourg.svg
Gh. Lux.

1830 Flag of the Netherlands.svg
Koninkrijk der Nederlanden


1830 Flag of Belgium.svg
Koninkrijk België


1848 & 1867 Flag of Luxembourg.svg
Gh. Lux.

OntstaanBewerken

In de nasleep van de Volkerenslag (oktober 1813) vallen de troepen van de Zesde Coalitie het Eerste Franse Keizerrijk binnen. In de voormalige Republiek der Nederlanden wordt vervolgens het Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden opgericht, in de voormalige Oostenrijkse Nederlanden drie voorlopige generaal-gouvernementen. Bij de Eerste Vrede van Parijs besluiten de Europese grootmachten dat de Nederlanden herenigd moeten worden, opdat er een sterke bufferstaat ontstaat aan Frankrijks noordgrens. De contouren van het nieuwe koninkrijk worden vastgelegd op het Congres van Wenen (september 1814 – juni 1815). Hier bepalen de grootmachten dat Willem I, naast koning van het nieuwe land, ook groothertog van Luxemburg mag worden. Zo ontstaat er een personele unie met Luxemburg.

  Zie oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

GrondgebiedBewerken

De landsgrenzen werden vastgelegd in 1815, maar pas in 1817 waren alle grensbetwistingen (met de Pruisische Rijnprovincie) opgelost. Krachtens de grondwet was het koninkrijk opgebouwd uit 17 provincies:

Het voormalige hertogdom Luxemburg werd in 1815 een Groothertogdom binnen de Duitse Bond, maar werd bestuurd als een achttiende provincie. Het was namelijk staatkundig verbonden met, en onderdeel van het koninkrijk, enerzijds door een politieke unie – ook Luxemburg was vertegenwoordigd in de Staten-Generaal – anderzijds door een personele unie – de koning van de Nederlanden was tegelijkertijd de groothertog van Luxemburg. Na de vrede met België werd oostelijk Luxemburg een souvereine staat. De personele unie met Nederland werd tot 1890 gehandhaafd.

Het plaatsje Kelmis, met zijn belangrijke groeve voor zinkspaat, gold als een Nederlands-Pruisisch condominium genaamd "Neutraal Moresnet". Beide landen stelden commissarissen aan om hier soevereiniteit uit te oefenen.

Het hoogstgelegen punt van het Verenigd Koninkrijk was de Baraque Michel (674 m TAW).

KoloniënBewerken

Tijdens de napoleontische oorlogen had Groot-Brittannië alle Nederlandse koloniën preventief bezet. In de zomer van 1814 gaf het de meeste weer terug: Nederlands-Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen. Het hield enkel vast aan Ceylon, de Kaapkolonie en de overige delen van Nederlands-Guiana.

In 1825 richtte de koning, met kapitaal uit beide landsdelen en uit eigen portemonnee, de Nederlandsche Handel-Maatschappij op, ter bevordering van de handel op de koloniën. Vlak daarop brak de bloedige Java-oorlog uit. Daarna werd in Nederlands-Indië het cultuurstelsel ingevoerd, waarbij voortaan één vijfde van de oogsten aan de Nederlandse overheid viel.

BestuurBewerken

Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden had twee regeringscentra: Den Haag en Brussel. De regering zetelde om het jaar in een van deze steden. Het gevolg was dat de ministers en ambtenaren in beide steden huizen moesten bezitten of huren.

De koning drong erop aan dat het Nederlands de algemene bestuurstaal was, maar in de politiek was het Frans gangbaar. Alle Zuiderlingen in de Staten-Generaal spraken Frans, en dit werd ook verstaan door de Noorderlingen. Om beter verstaan te worden door de Vlaamse en vooral Waalse collega's, spraken de Noorderlingen ook zelf soms Frans, hetgeen ze schertsend défendre les intérêts nationaux en langue étrangère (De nationale belangen verdedigen in een vreemde taal) noemden.

Sociale ontwikkelingenBewerken

In het begin kreeg vooral het Noorden te maken met veel werkloosheid en armoede, ten gevolge van een toevloed aan Britse goederen. Eén op de negen mensen leefde er van een soort bijstand, nauwelijks genoeg om van te overleven. Arbeiders uit deze groep werden vervangen door frisse, geschoolde werknemers uit het buitenland, wat het werkloosheidscijfer verder omhoog dreef. Via een nieuwe instelling, de Maatschappij van Weldadigheid, werden weeshuizen opgericht. In nieuwe veenkoloniën in Drenthe konden duizenden verpauperde mensen onder barre omstandigheden aan het werk. Dankzij de hereniging van de Nederlanden werd de zware schuldenlast van het Noorden verlicht.

Het Zuiden was financieel stabiel, maar moest de schulden van het Noorden mee afbetalen. Anderzijds profiteerde het mee van de opbrengsten en afzetmogelijkheden in de Nederlandse koloniën. Toch had ook het Zuiden te maken met grote verschillen tussen rijk en arm. De grote winsten in de handel en nijverheid werden meteen weer geïnvesteerd of verdwenen in de zakken van de directeurs. Eén zevende van de bevolking leefde er in armoede. Het grootste obstakel voor de ontwikkeling van het Zuiden was het onderwijs, dat enkel toegankelijk was voor de elite. De overheid richtte staatsscholen op, en damde zo de ongeletterdheid in.

Economische ontwikkelingenBewerken

Met succes werden vele initiatieven ondernomen om de handel te bevorderen. Nieuwe in- en uitvoertarieven werden vastgelegd. Om de eenheid tussen de regio's te bevorderen, voerde de koning het metrisch stelsel opnieuw in. Een uitgebreid netwerk van verharde landwegen werd aangelegd, maar ook nieuwe waterwegen zoals het Noordhollandsch Kanaal, het Kanaal Charleroi-Brussel, het Kanaal Gent-Terneuzen en de Zuid-Willemsvaart.

Vooral in het Zuiden was de industrie in opmars (o.a. kolen, ijzer en vlas). De gemoderniseerde haven van Antwerpen exporteerde laken, wapens, ijzerwaren en importeerde wol en katoen. De handelsvloot van Antwerpen groeide aan tot 117 schepen. Het Noorden kende zijn primeur dankzij oud-officier Paul van Vlissingen, die een stoomboot introduceerde voor veerdiensten. Met Engelse hulp richtte hij bovendien de machinefabriek bij Fijenoord op.

De koning stichtte het Amortisatiesyndicaat, waarmee hij – naar eigen goeddunken, want hij hield het buiten de controle van de Staten-Generaal – economische projecten financierde. In 1822 richtte hij ook een Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt op. Deze maatschappij had als doel de groei van de welvaart in het Zuiden te stimuleren.

UiteenvallenBewerken

  Zie aanleidingen tot de Belgische Revolutie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de Zuidelijke Nederlanden ontstond er grote ontevredenheid. Vanuit het paritaire parlement en door het despotisme van Willem I, werd hieraan onvoldoende gehoor gegeven. In deze context sloegen de twee grote Zuidelijke partijen – de katholieken en de liberalen – de handen in elkaar om gezamenlijk oppositie te voeren (het zogenaamde monsterverbond). Op politiek vlak werd de druk opgevoerd, en in augustus 1830 kwam ook de bevolking in opstand. Noordelijke troepen vielen het Zuiden binnen, maar Frankrijk dreigde met een interventie om de nieuwe staat te beschermen. Willem I moest het offensief beëindigen. Hij erkende de onafhankelijkheid in het Verdrag van Londen (1839).

In 1860 kwam België terug bij Nederland vanwege de dreiging met annexatie door Napoleon III. Premier Charles Rogier van België vond dat het oude Koninkrijk der Nederlanden hersteld moest worden in de vorm van een confederatie. Hij liet zelfs de Brabançonne aanpassen, opdat die de vriendschapsbanden tussen Nederlanders en Belgen (lett.: Bataven en Belgen) zou benadrukken.

Het (na 1839, oostelijke deel van) groothertogdom Luxemburg bleef in het bezit van de koning van Nederland, tot aan de dood van koning Willem III. Toen stief immers de tak van Willem V van Oranje-Nassau uit in mannelijke linie. De Nederlandse kroon vererfde naar de dichtst bijzijnde verwant, zijn dochter Wilhelmina. De Luxemburgse kroon moest naar een mannelijke erfgenaam vererven (Salische Wet), dus de verre verwant Adolf van Nassau-Weilburg.

In de jaren twintig ontstond in Vlaanderen en Nederland een streven naar hereniging: het grootneerlandisme. In voornamelijk rechtse kringen werd er ook vaak nostalgisch teruggekeken naar de historische Zeventien Provinciën (het heelneerlandisme). Sinds de Tweede Wereldoorlog werken Nederland, België en Luxemburg nauw samen in het kader van de Benelux.

Zie ookBewerken

LiteratuurBewerken

  • Arthur Vermeersch, Vereniging en Revolutie. De Nederlanden 1814-1830, 1970, 102 p.
  • Rik Vosters en Janneke Weijermars (eds.), Taal, cultuurbeleid en natievorming onder Willem I, 2011, ISBN 9789065690944
  • Remieg Aerts en Gita Deneckere (eds.), Het (on)verenigd koninkrijk. Een politiek experiment in de Lage Landen, 2015, ISBN 9789079705214
  Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Aanvaarding van de soevereiniteit door Willem I op Wikisource