Hoofdmenu openen

Een generaal-gouvernement of gouvernement-generaal was in 1814-1815 een bestuurlijke eenheid, opgericht in de gebieden die de "Hoge Geallieerde Machten" hadden heroverd op het Eerste Franse Keizerrijk. De generaal-gouvernementen werden later toegewezen aan o.a. het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en het koninkrijk Pruisen.

VormingBewerken

 
De generaal-gouvernementen in de Nederlanden, januari 1814

De Volkerenslag (oktober 1813) maakt een einde aan het Franse overwicht in Europa. De restanten van het Franse leger plooien zich terug achter de Rijn. De Russische legers onder leiding van Benckendorff en Wintzingerode dwingen de Fransen om ook de Nederlanden te ontruimen. In de voormalige Republiek wordt, dankzij de terugkeer van Willem I, meteen een nieuwe staat opgericht: het Vorstendom der Nederlanden. Wat er met de andere heroverde gebieden moet gebeuren, is nog niet duidelijk.

Bij de Conventie van Leipzig (21 oktober 1813) richten de Geallieerden een "Centrale Commissie voor de administratie van de heroverde landen" op (Frans: Département Central d'Administration temporaire, Duits: Zentralverwaltungsdepartement) onder leiding van de baron van Stein. De Conventie van Basel (12 januari 1814) breidt de bevoegdheid van deze commissie uit met de gebieden die intussen binnen het keizerrijk, d.w.z. ten westen van de Rijn, bezet zijn.

De commissie benoemt in totaal zeven "generaal-gouverneurs". Elk bestuurt een "generaal-gouvernement", samengesteld uit de toenmalige departementen. Elke generaal-gouverneur wordt bijgestaan door één "gouvernementscommissaris" voor elk departement. De generaal-gouverneurs nemen het bestuur waar totdat de gebieden definitief toegewezen worden. Aangezien ze mogelijk moeten terugkeren naar hun vorige eigenaars, wordt de indeling min of meer afgestemd op de vooroorlogse entiteiten:

ToewijzingBewerken

 
De generaal-gouvernementen in de Nederlanden, 31 mei 1814
  Zie Oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij de Eerste Vrede van Parijs (mei 1814) worden maar weinig knopen doorgehakt, maar vaststaat dat het Vorstendom der Nederlanden, het Generaal-gouvernement België en de Linkermaasoever zullen samengaan in een nieuw koninkrijk. De restanten van Nederrijn en Middenrijn fusioneren tot "Generaal-gouvernement Neder- en Middenrijn" (12 juni). Na deze herstructurering wordt de commissie ontbonden (15 juni).

Over de toekomst van de resterende generaal-gouvernementen beslist het Congres van Wenen (september 1814 – juni 1815). De Nederlanden kennen dan nog enige uitbreiding op de Rechtermaasoever, nl. met de departementen Beneden-Maas, Ourthe en Samber-en-Maas. De overige vacante gebieden worden verdeeld binnen de Duitse Bond.