Nieuwolda

plaats en voormalige gemeente in de provincie Groningen, Nederland

Nieuwolda, vroeger Midwolderhamrik (Gronings: Nijwol, Nijwolle, 't Hammerk of 't Golden Hammerk) is een dorp in de landstreek Oldambt en de gelijknamige gemeente in de Nederlandse provincie Groningen.

Nieuwolda
Nijwolle
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Nieuwolda
(Details)
Nieuwolda (Groningen)
Nieuwolda
Situering
Provincie Vlag Groningen (provincie) Groningen
Gemeente Vlag Oldambt Oldambt
Coördinaten 53° 14′ 41″ NB, 6° 58′ 33″ OL
Algemeen
Inwoners (2021-01-01) 1.350[1]
Overig
Woonplaatscode 1896
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Onder Nieuwolda vallen de buurtschappen Nieuwolda-Oost, Oostwolderhamrik en Binnen Ae (gedeeltelijk), alsmede de voormalige buurtschappen De Dellen, Westeind, Kopaf, Scheve Klap (gedeelteljk), De Kamp, Oude Dijk, Polderdwarsweg en Munnekeveen. Het polderland rond Nieuwolda wordt aangeduid met namen als De Dellen of Westersche Leegte, Weerdijk, De Leegte, Blinken, Nonnegaatsterpolder, Zomerdijk, Oud Nieuwland, De Hoogte en Nieuwland. Historische boerderijnamen zijn onder andere De Blinke, De Bree, Meyvaert, De Olde Stoeve, Ol-diek, Hoog Heem en Riemen Renkesheerd, nieuwe namen zijn 't Börgje, Charleston en Hitjes Heerd.

De lage kleigronden ten noorden van Nieuwolda werden al vroegtijdig bemalen. Op het grondgebied van Nieuwolda ontstonden de waterschappen Nonnegaatsterpolder (1792), Zuidbultsterpolder (1792, gedeeltelijk), De Dellen (1793, gedeeltelijk), Westerhamrikkermolenkolonie en Westersche Leegte (ca. 1794), Geerewegstermolenkolonie (1830), Weerdijk (1850), Reiderwolderpolder (1862, gedeeltelijk), Oostwolderpolder (1863, gedeeltelijk), Finsterwolderpolder (1863, gedeeltelijk), De Hoogte (1888, gedeeltelijk) en Carel Coenraadpolder (1923, gedeetelijk). De taken van de watermolens en stoomgemalen in deze polders zijn overgenomen door de motorgemalen Nonnegaat, Zuidbulten, De Waarhoek, De Hoogte, Oude Geut, Oude Zijl en Fiemel.Tot de belangrijkste kanalen behoren Termunterzijldiep, Kattendiep, Verbindingskanaal, Nieuwe Kanaal, Oude Geut en Afwateringskanaal, vroeger ook Hondshalstermaar, Kostverlorendiep, Westerhamrikkermaar, Nonnegaatstermaar, Oosterhamrikkermaar of Oostermonnikermaar, Nieuwe Watering, Oostwolderpolderwatering en Noorderriet.

Nieuwolda was van 1808 tot 1990 een zelfstandige gemeente en werd toen samengevoegd met de gemeenten Scheemda en Midwolda. De nieuwe gemeente Scheemda ging in 2010 op in de gemeente Oldambt. Het dorp telt volgens gegevens van het CBS 1.350 inwoners (2021).

GeschiedenisBewerken

Nieuwolda is ontstaan in de 16e eeuw ontstaan op een inversierug, bestaande uit de voormalige oeverwallen van de rivier Munter Ae. Vermoedelijk is deze streek ook na de inbraak van de Dollard rond 1470 nooit geheel verlaten geweest. De verhoogde erven van de enkele boerderijen op de oeverwal boden voldoende beschutting tegen stormvloeden. Dat geldt ook voor het terrein van het voormalige klooster Menterwolde of Campus Sylvae, dat bekend stond als De Olde Stoeve ('de oude plek'). In Nieuwolda-Oost en Oostwolderhamrik lagen tenminste zes wierden, waaronder de Brorsz Bult (genoemd in 1599) bij het streekje Corenswold. Grote delen van dit gebied waren eigendom van het Grijzemonnikenklooster te Termunten en het Grijzevrouwenklooster in Midwolda, die dikwjils de verlaten landerijen overnamen. Een vermoedelijke inbraakgeul stond bekend als het Nonnegat.

Midwolder ende Oestwolder hammeryck worden voor het eerst genoemd in 1542. Omstreeks die tijd werd een nieuwe kadedijk aangelegd ter beteugeling van de Dollardvloeden. Deze dijk volgde het tracé van inversierug langs de Munter Ae tussen Woldendorp en 't Waar. Het dorp is aan die dijk ontstaan; enkele boerderijen staan zijdelings tegen de dijk. Omstreeks 1573, enkele jaren na de Allerheiligenvloed werd deze waterkering uitgebouwd tot een zeedijk. Johan Rengers van ten Post noemt het gebied rond 1582 een vledder (moeras) in de uterdycken achter Wagenborgen in den Dullert gelegen, dat na de Allerheiligenvloed van 1570 door de Oldambtsters succesvol herbedijkt is. Door oorlogshandelingen raakte deze dijk omstreeks 1589 in ongerede. Bij de Nijezijl te Oostwolderhamrik en de Zwaagsterzijl bij Woldendorp en bij de - en verder bij de Overtocht werden omstreeks 1581 schansen gebouwd, die met Spaansgezinde troepen werden voorzien. De Nijezijl voerde het water van het Hondshalstermaar via het Oosterhamrikkermaar naar zee.[2] Deze sluis stond vermoedelijk tevens bekend als Waghenborgerzijl, als zodanig genoemd in 1580.[3] In 1584 is tevens sprake van een zijl in Midwolderhamrick, in 1585 van een zijl te Schemderhamrick, mogelijk gaat het om een uitwatering ter hoogte van 't Waar.[4] Theodorus Beckering tekent hier ongeveer in 1777 een oude uitwatering droog, die uitloopt op een doorbraakkolk in de dijk van 1626.[5] Na de Reductie van 1594 werden de dijken weer hersteld. In 1626, 1666 en 1701 volgden nieuwe inpolderingen.

Op een kaartblad in de wereldatlas van Christiaan sGroten uit 1592 staat ter hoogte van Nieuwolda een nederzetting [S]waecht ingetekend, maar dat betreft een verwisseling met Zwaag bij Woldendorp dat op andere kaarten als Swaech(t) of Waecht wordt vermeld. De dorpskern komt in de tweede helft van de 17e eeuw ook voor onder de naam Troppelhuizen (Troppel(t)huisen); de Hoofdweg stond bekend als Aeweg of Olde Æ wegh, het voetpad op de oude dijk heette dijck pade. De buurtschap Nieuwolda-Oost ontstond vanaf de tweede helft van de 18e eeuw en stond bekend als De Kamp (mogelijk genoemd naar het klooster).

De oorspronkelijke naam van het dorp was Midwolderhamrik, dat betekent weidegronden (hamrikken) in het buitengebied van Midwolda. Vandaar de Groningse naam 't Hammerk, zoals het dorp bij de lokale bevolking nog steeds bekendstaat. In de loop der eeuwen werd steeds meer land op de Dollard teruggewonnen. Op dat nieuwe land was het goed boeren. Nieuwolda staat daarom al sinds het begin van de 19e eeuw bekend als 't Golden Hamrik.[6] De rijkdom van de toenmalige boerenstand is terug te vinden in de fraaie gebouwen. Het dorp wordt door het Termunterzijldiep doorsneden. HIer werd in de 18e eeuw een klapbrug aangelegd.

Nieuwolda was vermoedelijk al sinds de 16e eeuw een zelfstandig kerspel. Het dorp kreeg in 1648 een eigen predikant, waarvoor een pastorie in de omgeving van de Kerkelaan werd gebouwd, die in de tweede helft van de 18e eeuw werd vervangen door een nieuw gebouw bij de brug (nu dorpshuis 't Hamrik).[7] Beide dorpen bleven één kerkelijk kiescollege houden. Ook vormden ze samen één onderdeel van het Termunter Zijlvest.

Van 1910 tot 1934 had het dorp een treinstation aan de door de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij (NOLS) aangelegde spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl. In 1939 werd de de spoorlijn opgeheven.

In Nieuwolda bevindt zich het museumgemaal De Hoogte dat door een historische Bronsmotor wordt aangedreven. Het kinderwagenmuseum is gevestigd in een monumentale boerderij uit ± 1750 (schuur) resp. 1905 (voorhuis). Ten noordwesten van Nieuwolda ligt sinds 1980 het Hondshalstermeer. Door het dorp loopt de Internationale Dollardroute voor fietsers. Langs Nieuwolda loopt de N362.

Van 1894 tot 1954 had NIeuwolda een eigen marechausseekazerne.

Gemeente Nieuwolda (1808-1989)Bewerken

 
gemeentewapen van Nieuwolda

In de Franse tijd werd het kerspel Nieuwolda een zelfstandige gemeente. De landerijen ten noorden van de Heemweg werden echter bij Termunten gevoegd.

Per 31 december 1989 hield de gemeente Nieuwolda op te bestaan en ging op in de nieuwe gemeente Scheemda. In 1960 had de gemeente 1754 inwoners, bij de opheffing eind 1989 was dit aantal gedaald naar 1539 inwoners [8]. In bijna veertig jaar daalde het aantal inwoners dus met meer dan 200 personen.

De laatste burgemeester van Nieuwolda was Lubertus Pit (zie: Lijst van burgemeesters van Nieuwolda). Bij de discussie over de herindeling was er sprake van twee opties: een noordelijke variant (met de gemeente Termunten) naar Delfzijl of een zuidelijke variant (met Midwolda en Scheemda). De laatste variant werd gekozen, waarbij Scheemda de nieuwe hoofdplaats werd, die tevens zijn naam gaf aan de nieuwe gemeente.

MonumentenBewerken

De hervormde kerk van Nieuwolda is een eenbeukig kerkgebouw, daterend uit 1718. met een toren uit 1765. Op de torenspits staat een zeemeermin als verwijzing naar het land dat op de zee is teruggewonnen. De kerk heeft een bijzonder pijporgel van Johann Friedrich Wenthin uit 1787.

  Zie Kerk van Nieuwolda voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Geboren in NieuwoldaBewerken

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

LiteratuurBewerken

  • Jan Bakker, "Maar verder is hier niks gebeurd ..." :Oorlog en bevrijding gemeente Scheemda: Heiligerlee, Midwolda, Nieuwolda, Nieuw-Scheemda, 't Waar, Oostwold, Scheemda, Westerlee, Scheemda 1995
  • Aletta Buiskool (red.), Boerderijenboek Termunten, Woldendorp, Nieuwolda, Nieuw-Scheemda. De laatste decennia in woord en beeld, Bedum 2015
  • R. Georgius en L.A. H. de Smet, Honderd jaar Landbouwvereniging "Nieuwolda-Nieuw-Scheemda", 1860-1960, Meppel 1960
  • R. Georgius et al., Boerderijenboek Nieuwolda / Nieuw-Scheemda [deel 2], Nieuwolda 1998
  • R. Georgius, Nieuwolda in oude ansichten, 2 delen, Zaltbommel, 1977-1982
  • 100 jaar christelijk onderwijs Nieuwolda. 1898-1998, Nieuwolda 1998
  • Cees Stolk en Jaap Kwak, Dorp toen & nu, deel 4: Nieuwolda, 't Waar / Nieuw-Scheemda, Meedhuizen, Termunten / Termunterzijl, Borgsweer, Heveskes, Weiwerd, Oterdum,.Scheemda 1988
  • Karel Vlak (red.), Struunroute. Zwervend langs kleine dorpen in Groningen, dl. 24: Wandelen tussen Nieuwolda en Wagenborgen, Bedum 2000
  Zie de categorie Nieuwolda van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.