Hoofdmenu openen

De Utrechtse Oorlog (1456-58) (ook wel de Eerste Utrechtse Burgeroorlog genaamd ter onderscheiding van de Tweede Utrechtse Burgeroorlog) vond plaats tussen 14 augustus 1456 en 20 juni[1] 1458 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, die naar het Sticht en ook het Oversticht waren overgewaaid.

Utrechtse Oorlog (1456-1458)
Onderdeel van de Hoekse en Kabeljauwse twisten
Datum 1456-1458
Locatie Sticht Utrecht
Resultaat de vrede keert in 1458 terug
Strijdende partijen
* Blason fr Bourgogne.svg Bourgondië
* Kabeljauwen (Graauwerts)
* Blason Thierry de Brederode (selon Gelre).svg Van Brederode
* Hoeken (Lichtenbergers)
Leiders en commandanten
* David van Bourgondië
* Filips de Goede
* Anton van Bourgondië
* Adriaan van Borselen, Bourgondische veldmaarschalk
* Gijsbrecht van Brederode
* Reinoud II van Brederode
* Hendrik IV van Montfoort
De gebieden van het Sticht en Oversticht.

Inhoud

AchtergrondBewerken

Rudolf van Diepholt overleed op 24 maart 1455, tijdens zijn regeerperiode had deze bisschop te maken met tegen-bisschoppen als Zweder van Culemborg en Walraven van Meurs. Deze tegenstrijd heette ook wel het Utrechts Schisma. Na van Diepholt's dood leek Gijsbrecht van Brederode (die al bisschop-elect was) die nieuwe bisschop van het Sticht te worden[2], echter was Filips de Goede met een opmars bezig in de Nederlanden en zag zijn bastaard zoon David van Bourgondië liever de Utrechtse bisschopzetel betreden en wilde dit bereiken door de Paus Calixtus III om te kopen. In juli 1456 wist Filips de Goede met veel machtsvertoon zijn zoon te huldigen in de stad Utrecht en Gijsbrecht van Brederode moest zijn meerdere erkennen[3], daarbij werd zijn bisschopskandidatuur afgekocht met circa 40.000 a 50.000 Rijnse guldens.

Onderwerping Oversticht 1456Bewerken

  Zie Beleg van Deventer (1456) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nadat David van Bourgondië erkend was als bisschop binnen de stad Utrecht en het Sticht, werden de pijlen gericht op het opstandige Oversticht (het huidige Overijssel en Drenthe). Rond begin augustus 1456 trokken Filips de Goede en David met een krijgsmacht van circa 14.000 manschappen richting Deventer. In Deventer waren alle Overstichtse edelen bij elkaar gekomen die eerst Gijsbrecht van Brederode als hun heer verkozen hadden maar later Koenraad van Diepholt (de neef van Rudolf) als hun leider zagen. Het beleg begon op 14 augustus en op 15 september 1456 ging de stad tot overgave waarna David van Bourgondië als landsheer werd binnengehaald. Na Deventer ging het Bourgondische leger door naar Vollenhove waar een opstandige schout werd opgepakt. Hierna bleef David nog enkele maanden in het Oversticht voor bestuurlijke zaken, hij stelde onder andere 'de Schive' in (of de beginselen ervan). De Schive was een bestuurlijk orgaan waar 10 ambt-bekleders aan een ronde tafel straf en recht uitspraken en werd in januari 1474 in het Sticht en Oversticht definitief ingevoerd.

Utrechtse Oorlog (1456-1458)Bewerken

Bisschop David van Bourgondië liet het Sticht in handen van Gijsbrecht alsook Reinoud II van Brederode, die burggraaf van Utrecht was. Terwijl David met een leger naar het Oversticht trok voor onderwerping en erkenning in het gebied. Van Brederode trok daarna alle macht naar zich toe, het ontaarde in een burgeroorlog tussen de steden Utrecht en Amersfoort en het gebied er tussen het Eemland. In Amersfoort was de adellijke familie de Graauwerts neergestreken, die voorgaande uit de stad Utrecht waren gezet vanwege de partijstrijd tegen de Lichtenbergers en ook waren oudgediende uit ballingschap teruggekeerd in het Sticht. De nu twee partijen plunderde het Stichtse landschap af en namen stellingen in, zo bouwde de Lichtenbergers (ook vertaald als 'Hoeken') een blokhuis bij Ter Eem om de Amersfoorters in de gaten te houden. De Graauwerts en hun aanhang (ook wel 'Kabeljauwen') waren in de minderheid in deze oorlog[4]

Toen het Oversticht in handen van David was gevallen trok zijn vader Filips de Goede zich terug naar Bourgondië. Hij vond dat zijn zoon zijn eigen zaken wel kon regelen, het enige wat Filips wel deed, was zijn bastaard zoon Antonie van Bourgondië met 1000 ruiters naar het Sticht sturen. Anthonie had het echter moeilijk in Eemland met de Lichtenbergers en werd er zelfs verjaagd.

Beleg van Amersfoort (1457)Bewerken

In 1457 werd Amersfoort twee keer belegerd onder aanvoering van Reinoud II van Brederode en Hendrik IV van Montfoort. De eerste keer rond mei, raakte ze de stad niet in, maar de schade was groot. Van Brederode had slingerkatapulten meegenomen en wist in een aantal dagen veel van de stad te beschadigen, zoals de Onze Lieve Vrouwentoren, de Sint Joriskerk en een hoop verdedigingstorens. Ze braken echter het beleg af en op hun terugtocht naar Utrecht, plunderde en braken ze de Monnicendam af[5] De tweede keer in de nacht van 25 en 26 september 1457, net toen David van Bourgondië in de stad was aangekomen na zijn terugkeer uit het Oversticht, werd de stad 's nachts overrompeld door een nieuwe aanslag van Reinoud II van Brederode en zijn aanhangers[6]. Om onduidelijke redenen werd dit beleg na 1 nacht afgebroken.

 
De Wittevrouwenpoort te Utrecht waar de vrede tussen de strijdende partijen werd gesloten.

Beleg van Utrecht (1458)Bewerken

David van Bourgondië verbleef door deze vijandigheden in de periode 1457-58 in Amersfoort en het kasteel ter Horst bij Rhenen. De toegang tot de stad Utrecht werd hem geweigerd tot in juni 1458 werd besloten met steun van een duizendtal krijgsmannen uit Holland onder Johan van Lannoy en Antonie van Bourgondië met zijn overgebleven ruiters tot het beleg voor de stad Utrecht. Op 20 juni 1458 gaf de stad zich over na drie dagen van beleg en werd er een verdrag gesloten op 24 juni aan de Wittevrouwenpoort tussen de twee strijdende partijen en moesten de gebroeders van Brederode om vergiffenis komen vragen aan David[7]

Nasleep van 1470-74Bewerken

David had te weinig bewijs om de broers Reinoud II en Gijsbrecht definitief uit te schakelen en in hechtenis te nemen. Tegen 1470 had David redelijk wat bewijs verzameld om de van Brederode's in gevangenschap te nemen, zo waren er bewijzen gevonden dat de broers de nieuwe Hertog Adolf van Egmont hadden geholpen om de macht te grijpen in Gelre en waren ze betrokken bij de moord op drie ambtsbekleders in de Bilt. In juni 1470 kwam Reinoud II met zijn bastaardzoon Walraven op het Slot van Duurstede voor een gesprek met David. De bisschop zag zijn kans schoon om de twee gevangen te nemen. De volgende dag reisden David naar Utrecht waar hij Gijsbrecht van Brederode ook gevangen nam. Alle van Brederode's werden overgebracht naar het Kasteel Duurstede, waar ze stevig ondervraagd werden door middel van flinke martelingen.

De leden van de familie Van Brederode werden voor de volgende 4 voorvallen beschuldigd:

  • De moord op drie ambtenaren nabij het dorp de Bilt
  • Dat ze kennis hadden en medeplichtig waren aan een aanslag op IJsselstein
  • Dat ze samenzwoeren met Adolf van Gelre, tegen het Sticht
  • Dat ze een oproer in de stad Utrecht hadden veroorzaakt.

Reinoud II zou deze vier beschuldigingen nooit bekennen. Hij moest zijn ketting van de Orde van het Gulden Vlies inleveren. Karel de Stoute zorgde in 1473 voor zijn vrijlating, maar hij overleed hetzelfde jaar in oktober 1473 aan zijn verwondingen van de vele martelingen. Gijsbrecht bekende wel een paar maanden voor zijn vrijlating, echter valt te betwijfelen of ze op waarheid berusten, omdat hem vrijheid in het vooruitzicht werd gesteld. Gijsbrecht overleed augustus 1475.