Beleg van Rotterdam (1489)

Het Beleg van Rotterdam (ook wel "Blokkade van Rotterdam") vond plaats op 11 februari t/m 25 juni 1489 tijdens de Jonker Fransenoorlog, de laatste fase in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Het beleg kwam tot stand omdat "Hoekse ballingen" onder Frans van Brederode op 18 november 1488 tot de Inname van Rotterdam overgingen. Er vond in de weken en maanden daarna een reeks plunderingen plaats, waardoor de landvoogd Maximiliaan van Oostenrijk genoodzaakt was naar Holland te komen om tot "heervaart" over te gaan[1]. Besloten werd tot een beleg op afstand van Rotterdam en op de omliggende rivieren "Maas, Schie en de Lek" blokkades op te richten.

Beleg van Rotterdam
Onderdeel van de Hoekse en Kabeljauwse twisten
15e eeuwse kaart van het vissersstadje Rotterdam
Datum 11 februari - 25 juni 1489
Locatie Rotterdam
Resultaat Hoeken vertrekken uit Rotterdam
Strijdende partijen
Hoeken
stad Rotterdam
Kabeljauwen-
Habsburgse Nederlanden
Leiders en commandanten
Frans van Brederode Maximiliaan van Oostenrijk
Jan III van Egmont
Maarten van Polheim
Troepensterkte
± 2000 inwoners
± 1000 Hoekse krijgsmannen
onbekend
Oorlog tussen de Hoeken en Kabeljauwen tussen 1350 - 1490

Eerste stroming
Slag bij Naarden · Kabeljauwse verbondsakte (1350) · Hoekse verbondsakte · Slag bij Veere (1351) · Slag bij Zwartewaal (1351) · Kastelen Veroveringstocht (1351-53) · Beleg van Medemblik (1351) · Beleg van Geertruidenberg (1351-1352) · Slag bij Soest (1356) · Beleg van Heusden (1358) · Beleg van Heemskerk (1358) · Beleg van Delft (1359) · Beleg van Kasteel Altena (1393) · Arkelse Oorlogen (1401-1412)
Tweede stroming
Beleg van IJsselstein (1416-17) · Beleg van Gorinchem (1417) · Beleg van Dordrecht (1418) · Inname van Rotterdam (1418) · Zoen van Woudrichem (1419) · Beleg van Leiden (1420) · Beleg van Geertruidenberg (1420) · Inname van Henegouwen (1424) · Beleg van Schoonhoven (1425) · Slag bij Alphen aan den Rijn (1425) · Slag bij Brouwershaven (1426) · Kennemer opstand (1426) · Beleg van Haarlem (1426) · Slag bij Hoorn (1426) · Beleg van Amersfoort (1427) · Slag bij Wieringen (1427) · Beleg van Zevenbergen (1427) · Beleg van Gouda (1428) · Zoen van Delft (1428)
Derde stroming
Utrechts Schisma (1423-1449) · Utrechtse Burgeroorlog (1456-1458)· Beleg van Deventer (1456) · Plundering van IJsselstein (1466) · Inname van Den Haag (1479) · Stichtse Oorlog (1481-1483) · Beleg van Leiden (1481) · Slag bij Scherpenzeel (1481) · Inname van Dordrecht (1481) · Slag bij Vreeswijk (1481) · Plundering van Naarden (1481) · Inname van Eemnes (1481) · Slag bij Westbroek (1481) · Inname van Vianen (1482) · Inname van Hoorn (1482) · Beleg van IJsselstein (1482) · 2e Slag bij Vreeswijk · Beleg van Rhenen (1483) · Beleg van Montfoort (1483) · Beleg van Utrecht (1483)
Vierde stroming (Jonker Fransenoorlog)
Inname van Rotterdam (1488) · Mislukte invallen van Schiedam (1488-90) · Bestorming van Schoonhoven (1488) · Inname van Woerden (1488) · inname van Geertruidenberg (1489) · Aanslag op Delft (1489) · Slag op de Lek (1489) · Aanslag op Gouda (1489) · Slag bij Overschie (1489) · Beleg van Rotterdam (1489) · Slag bij Moordrecht (1490) · Beleg van Montfoort (1490) · Slag bij Brouwershaven (1490)

Verloop

bewerken

Op 18 januari 1489 verscheen Maximiliaan in Leiden, waar afgevaardigden van diversen steden bijeen kwamen om te overleggen over de situatie in Rotterdam. De uitkomst was dat er een belegering op de stad moest komen. In februari 1489 kwam een aanzienlijk krijgsmacht bij elkaar in Delft, waar Maximiliaan de ordes gaf aan de steden Dordrecht, Gouda, Brielle en Vlaardingen om de rivieren te bewaken en zo nodig te blokkeren voor mogelijk "Hoekse" schepen. De burger-milities of poorters van de steden Haarlem, Delft, Leiden en Amsterdam werden ingekwartierd of binnen de stadsmuren van Schiedam gebracht. Zo werd de Maas van West tot de Oostkant bezet met scheepsblokkades en op het land ook zo mogelijk alles nauw bezet en ingesloten om het Hoekse bolwerk Rotterdam moeilijk te maken. Maximiliaan liet het beleg in handen van zijn adjudanten Jan van Egmont en Maarten van Polheim[2].

Waarom Maximiliaan het stadje Rotterdam niet bij de stadsmuren wilde belegeren is gissen. Het is mogelijk dat hij vond dat de Hollandse steden dit probleem zelf moesten oplossen, dit deed hij in eerste instantie ook tijdens de Utrechtse oorlog (1481-83), waar hij dit ook overliet aan het voormalig gezag, maar uiteindelijk toch met een groot leger opkwam bij de muren van Utrecht. De opzet van dit beleg was een mislukking te noemen, Jonker Frans en zijn Hoekse aanhang hadden waarschijnlijk nog genoeg voedingsvoorraad om het nog weken uit te houden. Ook waren ze nog moedig genoeg om buiten de stad te gaan stropen en plunderen. Jonker Frans was zelfs van plan om op 14 februari 1489 de stad Schiedam te overrompelen, wat echter mislukte. Op 6 maart werd een succesvolle expeditie opgezet richting het Westland om de stad te bevoorraden met levensmiddelen, waarbij de Rotterdamse Hoeken de Slag bij Overschie met een overwinning weg kwamen[3]. Eind april volgde er een overleg in Capelle voor een bestand tussen Jonker Frans en Jan van Egmont, maar de partijen kwamen er niet uit. Kort daarna deden de Rotterdammers opnieuw een poging tot inname van Schiedam, wat opnieuw mislukte. Op 11 mei 1489 werd een bestand gesloten van drie maanden in Bodegraven, echter hield veldoverste Jan van Egmont zich niet aan dit verbond door op 2 juni 1489 Rotterdam aan te vallen, wat de Hoeken wisten af te slaan[4],

Na zes maanden begon er toch steeds meer weerstand te ontstaan, zo gingen diversen afgevaardigden van steden bij Maarten van Polheim in Gouda klagen dat er rekeningen niet konden worden betaald en veel werk bleef liggen in de steden en dat de akkers geploegd en bezaaid moesten worden en dit allemaal niet gedaan kon worden door afwezige mensen die in krijgsdienst waren. Ook in Rotterdam gingen burgers smeken bij Jonker Frans van Brederode om tot overgave te gaan, dit vanwege de hongersnood in de stad. Van Brederode besloot het "verdrag van Capelle" te tekenen met Van Polheim op 19 juni 1489. Kort daarna kwam Jan III van Egmont met circa 600 krijgsmannen Rotterdam binnen en vertrok Frans van Brederode rond dezelfde tijd met zijn schepen via de Maas naar de stad Sluis[5] [6].

Referenties

bewerken