Hoofdmenu openen

Utrechts Schisma (15e eeuw)

15e eeuw

Het Utrechts Schisma was tussen circa 1425 en 1449 een crisis waarin grote verdeeldheid heerste over wie de rechtmatige bisschop van Utrecht was. De opvolgingsstrijd spitste zich toe op Zweder van Culemborg en diens broer aan de ene kant, en aan de andere kant Rudolf van Diepholt.

VerloopBewerken

Na de dood van de Utrechtse prins-bisschop Frederik van Blankenheim in 1423, brak een strijd los rond zijn opvolging. Hoewel paus Martinus V in eerste instantie de bisschop van Spiers Rhabanus van Helmstatt als kandidaat beoogde, verkoos men in het Sticht Utrecht de Osnabr├╝ckse proost Rudolf van Diepholt, die ook door de Hoeken werd gesteund. Zweder van Culemborg werd in 1425 zijn tegenstander nadat hij door de paus was benoemd.

In 1425 liet men uiteindelijk toch Zweder van Culemborg de stad Utrecht binnen. Dit ontaardde al spoedig in conflicten binnen de muren van de stad die intern in het stadsbestuur diep verdeeld was. In de stad Utrecht was in die tijd de factie van de Lichtenbergers tezamen met de Proysen de leidende partij. Hun politieke tegenstanders, de Lokhorsten, waren verbannen uit de stad, en leden uit de machtige Utrechtse gilden kozen partij in de bestuurlijke verdeeldheid. Met de komst van Zweder van Culemborg kwamen bannelingen terug in de stad en werden oude vetes beslecht. Onder meer de Utrechtse burgemeester Beernt Proys liet op 21 augustus 1425 het leven toen hij door Utrechtse slagers werd vermoord. In 1426 namen een aantal edelen en inwoners succesvol de macht over na een strijd. Zweder van Culemborg werd vervolgens de stad uitgejaagd waarna Rudolf van Diepholt zijn intrek nam en de Lichtenbergers/Proysen weer de leidende factie werden.

De afwijzing van een door de paus benoemde bisschop leidde tot diverse kerkelijke strafmaatregelen die ingrepen op onder meer de stad Utrecht. Het werd onder andere verboden om in de stad nog bepaalde doop- of trouwrituelen uit te voeren, maar daar hield men zich in de stad niet aan. Een aantal geestelijken splitste zich af en benoemde na de dood in 1433 van Zweder van Culemborg diens broer Walraven van Meurs als nieuwe bisschop. Diverse Romegetrouwe kloosterlingen ontvluchtten vanaf 1427 tevens de stad. Rudolf van Diepholt werd in 1432 officieel door Rome als nieuwe bisschop erkend.

Het Utrechts Schisma eindigde rond 1449. Walraven van Meurs gaf zijn claim op de bisschopszetel op en Rudolf van Diepholt werd in eensgezindheid geaccepteerd als bisschop.