Acht Zaligheden (Noord-Brabant)

acht dorpen in de Kempen, Nederland

Acht Zaligheden (oorspronkelijk: Selligheden)[1] is de benaming voor een achttal van oudsher armoedige dorpen in de Nederlandse Kempen, die alle uitgaan op -sel. Het betreft de dorpen Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintelre. Hoewel de dorpen Duizel en Wintelre niet op -sel eindigen, worden ze taalkundig gezien alsnog bij de Acht Zaligheden gerekend. Zo werd Duizel van oudsher geschreven als Duysel, en wordt Wintelre in de volksmond Wèntersel genoemd, hierdoor is het dorp regelmatig terug te vinden onder de naam Wintersel.[2][3]

Nederlandse militairen ten tijde van de Belgische Opstand, die gezien worden als de grondleggers van de denigrerende naam Zaligheden (Selligheden), bivakkeren hier op de Eerselse Heide tijdens de opmars van de Tiendaagse Veldtocht.
Het monument de Stenen der Zaligheden bij de Grote Cirkel in Reusel, dat bestaat uit een geografische formatie van natuurstenen die de Acht Zaligheden op schaal weergeeft.

GeschiedenisBewerken

De naam Zaligheden is van oorsprong een spotnaam voor deze dorpen en is uitgegroeid tot een geuzennaam. Naarmate de welvaart groeide, door onder andere de sigarenindustrie, de aanleg van de tramlijn Eindhoven - Reusel en de opkomst van de kunstmest, werd het van oudsher armoedige gebied eind 20e eeuw een trekpleister, die ook door horeca en toerisme werd ontdekt.

Ontstaan en naamsverklaringBewerken

De Acht Zaligheden zouden zijn ontstaan tijdens de Belgische Opstand (1830-1839) door toedoen van het ingekwartierde Nederlandse leger, dat voornamelijk afkomstig was van boven de rivieren. Een van de eersten, zo niet de eerste, die schrijft over het ontstaan van de Acht Zaligheden is W.J.D. van Iterson in 1868.[4][5] De oudste vermelding van de benaming Acht Zaligheden dateert dan ook uit 1841, twee jaar na de Belgische opstand, van de hand van dr. C.R. Hermans.[6] Vanaf de Omwenteling in 1830 tot de Tiendaagse Veldtocht (1831) verbleven en trokken al grote hoeveelheden militairen, die onder andere bestonden uit schutterijen, studentencompagnieën en huzaren, in en door de Kempen. Ook de daarop volgende status quo, die tot 1839 bleef aanhouden, werden er militairen ingekwartierd bij de lokale boerenbevolking in de grensstreek.[7] Deze soldaten bestonden voornamelijk uit protestantse mannen, waarvan enkele ook vermogend of geschoold waren en uit gebieden kwamen waar beduidend meer welvaart was. De Kempen daarentegen werd in de 19e eeuw beschouwd als achtergebleven en geïsoleerd gebied en was een van de armoedigste regio's van het land. Zo bestond er weinig tot geen industrie en de overwegend rooms-katholieke bevolking, die voornamelijk bestond uit keuterboeren, leidde er door de onvruchtbare en schrale grond een zwaar en armoedig leven.[8]

Er is niet met zekerheid te zeggen wie van deze militairen verantwoordelijk is of zijn voor de naamgeving en wanneer deze exact tot stand is gekomen. Volgens W.J.D van Iterson is de naam Acht Zaligheden ontstaan ten gevolge van de arme Kempische zandgrond.[5] Ook C.R. Hermans verwees in zijn publicaties van 1841 en 1845 nadrukkelijk naar deze onvruchtbare en schrale grond, en benadrukt dit bewust door in zijn tweede publicatie deze zandgrond armzalige grond te noemen.[9] Deze term is toendertijd smalend omgezet naar de meertalige woordspeling Selligheden, wat zowel verwijst naar het achtervoegsel -sel als de verbastering Zaligheden.[1] Ook de in Duizel geboren archeoloog en kenner van de streek P.N. Panken spreekt van de term Selligheden in zijn publicatie van na 1883. Hier valt uit op te maken dat deze man zich op oudere leeftijd nog bijzonder sterk gekwetst voelt door het kwetsende karakter van de naamgeving.[10] Met de spottende term Zaligheden werd verwezen naar de sel-dorpen en hun omgeving, waarvan de inwoners, in hun onwetendheid van de welvaart elders, dachten dat zij een zalig leven leidden.[2][11]

 
De Contente mens (tevreden man), een beeldje op de markt van Eersel. Het staat symbool voor de Kempenaar, die ondanks de armoede een "zalig" leven wist te leidden.

Hoe deze woordspeling tot stand gekomen is en op welke taal deze gebaseerd is, is niet meer met zekerheid te zeggen. Armzalig daarentegen is afgeleid van het Duitse armselig en zou een logische verklaring kunnen zijn. Ook het woord zalig, dat overigens een geheel andere etymologie heeft, word in het Duits als selig geschreven.[12] Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de naamgever afkomstig zou kunnen zijn uit Friesland, aangezien er voor een groot gedeelte ook Friezen in het gebied ingekwartierd waren. In het Oudfries werd er gesproken en geschreven over selich, waarmee zalig bedoeld werd. Ook zou de naamgeving afgeleid kunnen zijn van het Oudnederlandse Salig, waar verwezen zou kunnen worden naar -sala of -sali, waarvan -sel een verbastering is.[13]

In ieder geval kan gesteld worden dat deze hoogstwaarschijnlijk protestantse militair een geleerd taalkundige geweest moet zijn. Opmerkelijk is te noemen dat de huidige naam Acht Zaligheden, wat tevens een toespeling is op de Acht Zaligheden van de Bergrede, een term is die voornamelijk voorkomt binnen het katholicisme. Protestanten daarentegen spraken niet van Acht Zaligheden, maar van Acht Zaligsprekingen. Echter bleek het in de 19e eeuw ook een katholiek fenomeen te zijn om bijbelse begrippen te gebruiken voor dorpen of woningen die als tamelijk armoedig beschouwd werden en aaneengesloten lagen van elkaar. Enkele voorkomende voorbeelden hiervan zijn: De Twaalf Apostelen, De Tien Geboden, De Tien Deugden, De Zeven Heerlijkheden, De Vier Uitersten, De Drie Koningen en De Drie Goddelijke Deugden.[7] Het lijkt er dan ook op dat de naam Acht Zaligheden is voortgekomen uit de trots voor de afkomst en de trouw aan de rooms-katholieke kerk van de lokale bevolking, die zich heeft laten inspireren door de denigrerende naam Zaligheden (Selligheden).[2]

Strijd om de achtste ZaligheidBewerken

Feitelijk gezien bestaan de Acht Zaligheden uit zeven dorpen die daadwerkelijk uitgaan op -sel. Over de dorpen Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel en Steensel bestaat dan ook geen enkele twijfel. Al vanaf eind 19e eeuw verschillen de meningen als het gaat over welk dorp nu daadwerkelijk gerekend kan worden als achtste Zaligheid. Van oorsprong werd Bladel gerekend tot dit selecte gezelschap, en werd in meerdere 19e eeuwse publicaties zelfs bestempeld als de hoofdplaats der Acht Zaligheden.[9][4][14] Daarnaast beschreven ook de 19e eeuwse auteurs C.R Hermans, F.J.E. van Zinnicq Bergmann,[15][16] A.J. van der Aa,[17] A. Snieders en P.N Panken zonder enige twijfel Bladel als volwaardig lid van de Acht Zaligheden. Het is niet geheel duidelijk waarom Bladel van oorsprong gerekend werd tot de Acht Zaligheden, aangezien deze niet op -sel eindigt, ook niet in mondelinge varianten. Zo kwam bijvoorbeeld Van Zinnicq Bergmann met de theorie dat de namen van de zeven omliggende sel-dorpen, mogelijk waren afgeleid van de ooit centraal gelegen Pladella Villa. Het lijkt daarentegen vooral te zijn ingegeven door een grote fixatie op de plaatsnaam en de ligging van het dorp wegens het gebrek aan sel-dorpen, om zo de toespeling te kunnen maken naar de Acht Zaligheden uit de bijbel.

Pas in 1890 is er een teken van twijfel terug te vinden in de publicatie van T.I. Welvaarts. De archivaris van de Abdij van Postel schrijft in zijn voorrede dat er door sommigen twijfel is ontstaan of Bladel wel bij de Zaligheden hoort, aangezien de naam van dit dorp niet uitgaat op -sel. In tegenstelling daarvan beschrijft de prior het dorp Bladel als een van de voornaamste der Acht Zaligheden.[18] In 1925 werd Bladel door J. Persyn beschreven als dat lastige lid van de Acht Zaligheden, dat niet wil uitgaan op -sel, wat ook doet vermoeden dat er ongenoegen bestond over Bladel als Zaligheid.[19] Dat er in deze periode nadrukkelijk gezocht werd naar een oplossing bleek wel in 1929, toen Woensel, wat net als de overige Zaligheden ooit onderdeel was van het kwartier van Kempenland, als eerste officiële plaatsvervanger genoemd werd door Hendrik Blink.[20] Het dorp Woensel bleef tot halverwege de 20e eeuw een geduchte concurrent voor Bladel.[21] Het in Eindhoven opgegaande dorp werd voor het eerst in 1910 in verband gebracht met de Acht Zaligheden als negende Zaligheid.[22]

Kort voor de Tweede Wereldoorlog begon ook het aan Knegsel grenzende Wintelre, nadat de naam steeds vaker viel als Zaligheid, zich te mengen in de strijd als achtste Zaligheid. De definitieve ommekeer ontstond na een publicatie uit 1949 van politicus en historicus dr. H.J.J. van Velthoven.[2] En verwijst onder andere naar de oorspronkelijke benaming Selligheden en de mondelinge variant Wintersel, een naam die ten tijde van de Belgische opstand ook al in gebruik was.[23] Op deze manier werd het ongemak van het niet op -sel uitgaande Bladel weggewerkt. Klaarblijkelijk hadden niet veel mensen hier moeite mee, aangezien de daar op volgende publicaties bijna allemaal in het voordeel van Wintelre spraken. Een enkeling deed nog een poging om het onrecht wat Bladel zou zijn aangedaan recht te zetten. Zo schreef in 1958 dialectkenner A.P. de Bont in het vocabularium van zijn boek dat er feitelijk maar zeven dorpen zijn die op -sel eindigen, maar beschrijft in plaats van Wintelre toch Bladel als achtste Zaligheid.[24] In een latere publicatie beweerd de dialectkenner dat Kempenaren het niet eens kunnen zijn met deze Wintersel interpretatie, en ook in 1971 bracht de heem- en taalkundige H.M.C.A Mandos nog een gezaghebbende publicatie uit waarin Bladel als een van de acht werd beschouwd.[7] Op dat moment was het pleit definitief in het voordeel van Wintelre beslecht, en ook in Bladel zelf ontstond verwarring. Dit was in 1975 goed terug te zien in een publicatie over de geschiedenis van Bladel en Netersel van onder andere F. Verachtert, die met hun titel indirect verantwoordelijk werden gehouden voor de bijnaam Negende Zaligheid, zoals het dorp werd genoemd door de eigen inwoners nadat Bladel officieel werd verstoten door Wintelre.[25]

Ook begin 21e eeuw laaide de ophef rond de achtste Zaligheid weer op. Dit keer was de aanleiding het door de heemkundekring van Reusel geplaatste monument de Stenen der Zaligheden. Het op de Peelse Heide gelegen monument uit 2001 is een formatie van natuurstenen, die geheel geografisch en op schaal de Acht Zaligheden weergeeft. Ook hier werd Wintelre, in tegenstelling tot het aan Reusel grenzende Bladel, beschouwd als de achtste Zaligheid. In mei 2003 verscheen als gevolg hiervan op mysterieuze wijze een negende steen, die vele male groter was dan de overige stenen, op de plaats waar Bladel gelegen zou moeten zijn. Het fenomeen trok veel publiciteit, die zowel binnen als buiten de grenzen van de Kempen niet onopgemerkt bleven. Het leidde tot een ware dorpsrel tussen Reusel en Bladel. Er werden meerdere ludieke teksten ingezonden naar lokale bladen en er volgde een aantal tegenacties.[8]

 
De Bladelse kei op zijn nieuwe locatie naast de N284 in Reusel, de verbindingsweg tussen Bladel en Reusel, met de ironische tekst: Rust, wat een Zaligheid.

Dat er al decennialang belangstelling bestaat omtrent de achtste Zaligheid, blijkt uit de vele publicaties die er verschenen zijn met betrekking tot dit onderwerp, waarin verschillende taalkundige, historici en hoogleraren zich gemengd hebben in de discussie, wat geleid heeft tot verdere verdeeldheid. Ook vele regionale bladen en kranten, zoals bijvoorbeeld het Eindhovens Dagblad, hebben de ophef rondom de achtste Zaligheid meerdere malen aangekaart.[8] Dat de belangstelling niet beperkt is gebleven tot de regio en de provincie zelf, is terug te zien aan kwaliteitskranten als de Volkskrant en het NRC Handelsblad, die los van de ludieke actie uit 2003, al eens aandacht hebben besteed aan de Acht Zaligheden en de totstandkoming van de huidige samenstelling.[26][11] Deze eeuwig durende discussie wordt gedurende de 21e eeuw in de Kempen nog altijd gevoerd, in het bijzonder tussen Bladel en Reusel.[8]

TopografieBewerken

 
Topografische weergave van de acht zaligheden.

De dorpen van de Acht Zaligheden bevinden zich in het zuiden van Noord-Brabant, in de streek de Kempen en zijn van zuid tot west omringd door de grens met België. De Acht Zaligheden bevinden zich ten zuidoosten van Tilburg, ten zuidwesten van Eindhoven, ten noorden van Lommel (B) en ten oosten van Turnhout (B), steden die relatief dicht bij de dorpen gelegen zijn. De acht dorpen zijn verspreid over de drie Kempengemeenten, Reusel-De Mierden (2), Bladel (1) en Eersel (5).

TriviaBewerken

 
Het Streekmuseum De Acht Zaligheden te Eersel, dat gehuisvest is in een typisch Kempische langgevelboerderij.
  • In 2010 bracht de zanger JW Roy, die zelf geboren is in Knegsel, een boek en een cd uit over de Acht Zaligheden (Acht Zaligheden/Ach, Zalig Man). Zes nummers werden geschreven door JW Roy zelf en de twee andere nummers door Gerard van Maasakkers en Guus Meeuwis. Naast het boek en de cd werden er ook voorstellingen gehouden. JW Roy, Karin Stroo en Frank Lammers trokken ermee langs de acht dorpshuizen van de Acht Zaligheden. De eerste acht shows waren meteen uitverkocht.[11]
  • De naam Acht Zaligheden is om verschillende redenen terug te vinden in het dorp Eersel. Zo bestond lange tijd het restaurant Acht Zaligheden, waarvan de naam sinds 1956 gebruikt werd en dat tussen 1983 en 1995 in het bezit was van een Michelinster. Ook kent het dorp sinds 1980 een nog altijd bestaand en gelijknamig streekmuseum en is ook de heemkundekring van Eersel voorzien van deze naam.
  • De in de Antwerpse Kempen gelegen dorpen Weelde, Poppel en Ravels, die samen bekend staan als de Drie Goddelijke Deugden, worden als de tegenhanger van de Acht zaligheden beschouwd.[27]
  • Het dorp Steensel werd vaak gezien als de armzaligste van heel de regio. Aangezien op deze plek de grond het minst vruchtbaar bleek te zijn, werd er aangenomen dat er nog geen pier in deze schrale zandgrond zou kunnen overleven. Ook bestaat er een legende over een pier die per toeval in Steensel terechtkwam en door de bevolking aan de ketting werd gelegd. Steenselnaren worden in de volksmond ook wel pieren genoemd.[3]
  • Tot aan de jaren vijftig van de 20e eeuw herinnerde de Eerselse voddeguld nog aan een traditie, welke bestond uit een optocht en het begraven van de Voddejanus, een pop van vodden en stro die symbool stond voor de ingekwartierde soldaat, die herinnerde aan de slechte verstandhouding tussen de overwegend rooms-katholieke bevolking van de Kempen en de protestantse ingekwartierde militairen.[28]

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken