bewerk 

Introductie

Overview windmills Kinderdijk.jpg

Windmolen

Windmolens zijn molens die de bewegingsenergie van de lucht (wind) omzetten in rotatie-energie van de wieken, die dan nuttig kan worden gebruikt, bijvoorbeeld voor het opwekken van elektriciteit, het malen van graan, het verplaatsen van water of andere doeleinden.

Bij windmolens kan men twee hoofdtypen onderscheiden:

  • De moderne industriële windmolens die dienen om elektriciteit op te wekken, zie hiervoor het artikel windturbine.
  • De traditionele windmolens.

Wiekstanden:

Opmerking: in sommige delen van Nederland hebben de wiekstanden een andere betekenis

Watermolen

Een watermolen is een molen die de stroming in een beek of rivier door middel van een waterrad omzet in rotatie-energie, die nuttig kan worden gebruikt voor het malen van graan of het persen van olie.

De energie kon ook gebruikt worden voor andere industriële toepassingen: het bewerken van metaal als (ijzer, koper), vervaardigen van papier (papiermolen), en in de textielnijverheid, zoals een volmolen.

overzicht bewerk 

Uitgelicht

Doorsnede van een standerdmolen met twee maalkoppels: A=kast, B=voet. 1 standerd, 2 teerlingen, 3 kruisplaten, 4 zonneblokken, 5 zetel, 6 steekbanden, 7 steenbalk, 8 lange burriebalk, 10 hoekstijl, 11 roegat, 12 waterlijst, 13 windpeluw, 14 ijzerbalken, 15 tempelbalk, 16 borstnaald, 17 staartbalk, 18 trapboom, 19 galerij, 20 kruibank, 21 loopschoor, 22 kruihaspel, 23 kruipaal, 24 bovenas, 25 insteekkop, 26 borst, 27 oplanger, 28 bovenwiel, 29 steenrondsels, 30 maalkoppel, 31 maalkoppel, 32 varkenswiel, 33 luias, 34 gaffelwiel, 35 luikap, 36 luireep, 37 makelaar, 38 hel, 39 vangbalk, 40 binnenvangstok, 41 vangtouw, 42 maalbak, 43 daklijst, 44 koppelbalk, 45 penbalk, 46 achterbalk, 47 voorzomer, 48 korte burriebalken, 49 achterzomer.

De standerdmolen of standaardmolen, in West- en Oost-Vlaanderen staakmolen genoemd en in Limburg kas(t)molen is het oudste houten type windmolen in de Lage Landen. De naam is afkomstig van het feit dat de kast van de molen op een standerd of staak, een rechtopstaande, ongeveer 60–80 cm dikke stam zit. De kast rust op de bovenkant van de standerd op een stormpen. Een tweede steunpunt voor de kast om de standerd is de zetel halverwege de standerd. Het midden van de kast zit niet op de standerd, maar meer naar achteren ter compensatie van het gewicht van het wiekenkruis. Hierdoor is de molen afhankelijk van de hoeveelheid in de kast opgeslagen maalgoed min of meer in evenwicht. Uit de standerdmolen is de wipmolen ontstaan. Aan de vorm van het dak, de hoogte van de voet, de vorm van de trap, de lengte/breedte verhouding van de kast en het afdak boven het luiwerk kan men zien in welke streek de molen staat.

De oudst bekende en onbetwistbare windmolenvermeldingen dateren van ca. 1180. Waarschijnlijk waren dit standerdmolens. In Opzullik in België zou echter al een openstanderdmolen in 1040 gestaan hebben. De oudste nog aanwezige standerdmolens in Nederland zijn Windlust in Nistelrode uit 1532, Den Evert in Someren uit 1543, de Kallenbroeker Molen of Den Olden Florus in Terschuur (voor 1584) en de Doesburgermolen in Ede (na 1620).

De standerdmolen komt nog voor in Noord-Frankrijk, België, Nederland, Engeland, Noord-Duitsland en Denemarken. In het Franse Dosches staat een dwarsgetuigde standerdmolen, de Moulin de Dosches.

bewerk 

Gewenste artikels

Meer informatie is te vinden op het Molenproject

bewerk 

Mediabestanden