Hoofdmenu openen

Oikofobie

term uit de conservatieve cultuurfilosofie dat afkeer van het eigene en de natie aanduid

Oikofobie (van Oudgrieks οἶκος/oikos, "huis", en φόβος/phobos, "angst") is de angst voor de huiselijke omgeving en is in een ruimere zin een onbehagen voor het blijven in een veilige bestaande omgeving. In die zin wordt deze term in geschriften uit de 19e eeuw vaak geassocieerd met het verlangen om van huis te reizen ook herkenbaar in de Duitse term "Wanderlust"

Roger Scruton (september 2016).

In 2004 gebruikte de conservatieve cultuurfilosoof Roger Scruton de term als tegenpool van xenofobie om te wijzen op de afkeer van het eigene en dan met name van de natie. Het concept dient ter kritiek van cultuurrelativisme en multiculturalisme, die voorgesteld worden als een extreme vorm van xenofilie (hang naar het vreemde). In navolging van Scruton hanteren ook andere denkers, zoals Alain Finkielkraut, het concept oikofobie.[1]

Debat in NederlandBewerken

Oikofobie werd in Nederland vooral bekend door het werk van Thierry Baudet, die er niet alleen het multiculturalisme maar ook pleidooien voor open grenzen, moderne kunst (waarbij niet langer het esthetische maar het conceptuele en bevreemdende voorop staat) en de Europese integratie mee aanduidt.[2] Baudet vat oikofobie samen als een "ziekelijke afkeer van geborgenheid" die de Nederlandse en Europese elite gevangen zou houden.[3] In een van zijn stukken vergelijkt hij Nederland met een huis waarvan de inwoners gasten ontvangen, die vervolgens het huis in bezit nemen.[4]

Diverse denkers hebben Baudets stelling kritisch tegemoetgetreden. De socioloog Jan Willem Duyvendak stelt dat eerder het omgekeerde het geval is: hij ziet juist een obsessie onder de bestuurlijke elite met het vormen van een thuisgevoel, hetgeen de gemeente Amsterdam tot beleidsdoelstelling heeft gemaakt. Ook de oprichting van het Nationaal Historisch Museum en het integratiebeleid ademen volgens Duyvendak eerder een "oikofilie" of "oikomanie".[5] Volgens de cultuurfilosoof Thijs Lijster maken Baudet e.a. een categoriefout: ze verwarren de publieke ruimte, de polis, met het huis, de oikos, en verklaren onterecht de regels van het huis ook op de publieke ruimte van toepassing, zodat het onderscheid tussen privépersoon en burger vervaagt. Hierdoor worden bepaalde bevolkingsgroepen als "gasten" voorgesteld in plaats van als medeburgers.[6]

Zie ookBewerken