Hoofdmenu openen

Het Werelderfgoedcomité is door UNESCO en de 191 landen die de Werelderfgoedconventie ondertekenden en ratificeerden gemachtigd om de werelderfgoedlijst te beheren. Op de werelderfgoedlijst staat het cultureel en natuurlijk erfgoed dat voldoet aan vooraf vastgelegde criteria, door een deelnemend land als voorstel was ingediend en door de commissie in een van haar jaarlijkse zittingen of sessies uitgeroepen om deel uit te maken van het werelderfgoed. Daarnaast bewaakt de commissie de correcte toepassing van de Werelderfgoedconventie bij de betrokken landen en in de betrokken erfgoedsites en beheert ze eveneens de financiële middelen van het werelderfgoedfonds, samengebracht uit bijdragen van de deelnemende landen.[1]

Samenstelling van het comitéBewerken

Het comité bestaat uit 21 vertegenwoordigers afgevaardigd door hun respectievelijke staten. Een rotatie zorgt ervoor dat afwisselend vertegenwoordigers van elk van de staten die zich verbonden hebben aan de conventie, afgevaardigd kunnen worden. Staten dienen comitéleden naar voor te schuiven die over specifieke en liefst complementaire competenties beschikken om oordeelkundig over cultureel en/of natuurpatrimonium te kunnen oordelen. Een comitélid zetelt vier jaar, waarna een andere, nieuwe kandidaat van een ander land een plaats in het comité kan opnemen.

Werking van het comitéBewerken

 
Yellowstone, een van de monumenten op de eerste Werelderfgoedlijst in 1978
 
Paaseiland staat sinds 1995 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het eiland voldoet aan de criteria I, III en V

Een kandidaat patrimonium voor het werelderfgoed dient door een deelnemend land ingediend te worden.

De eerste stap bij deze indiening is dan voor het betrokken land het monument toe te voegen op de Voorlopige lijst van het land. Dit is een inventarisatie van alle belangrijke monumenten die het land de komende jaren van plan is te nomineren. Deze lijst laat de commissie toe grensoverschrijdend te werken en potentiële erfgoedsites over de landsgrenzen heen met mekaar te verbinden op basis van gemeenschappelijke criteria, motivatie en themata.

Vervolgens stelt het land een nominatiedossier samen met zo veel mogelijk informatie over het monument dat het als eerste wil laten inschrijven. Dit dossier moet onder andere gedetailleerde beschrijvingen bevatten van de unieke waarde van dit monument (bijvoorbeeld in vergelijking met soortgelijke monumenten elders in de wereld) en plannen die aantonen hoe het behoud van het monument is ingericht.

Dit dossier wordt ingezonden naar het ondersteunend bureau van het Werelderfgoedcomité. Als deze het dossier compleet genoeg acht, wordt het ter beoordeling voorgelegd aan twee adviesorganen: voor de culturele erfgoederen de International Council on Monuments and Sites, gekend als ICOMOS, en voor de natuurlijke het International Union for Conservation of Nature and Natural Resources, beter bekend als het IUCN. In het comité zit ook een vertegenwoordiger van het International Centre for the Study of the Preservation and the Restoration of the Cultural Property (ICCROM) met een adviserende bevoegdheid.

Sinds 2005 is er één set van 10 criteria, waarvan – naast het element van bijzondere universele waarde – aan minimaal één moet worden voldaan. Deze criteria worden als volgt gecodeerd en geformuleerd:

  • I. het vertegenwoordigt een meesterwerk van een creatief menselijk genie
  • II. het stelt een belangrijke interactie van menselijke waarden tentoon, gedurende een tijdspanne of binnen een cultureel gedeelte van de wereld, voor ontwikkelingen in architectuur of technologie, monumentale kunsten, stadsontwerp of landschapsinrichting
  • III. het draagt een unieke of op zijn minste een exceptionele getuigenis van een culturele traditie of een samenleving, welke nog voortleeft of is verdwenen
  • IV. het is een bijzonder voorbeeld van een type gebouw of architectonische of technologische samenstelling van een landschap, welke significante stappen in de menselijke geschiedenis voorstelt
  • V. het is een bijzonder voorbeeld van een traditionele menselijke bewoning of landgebruik, welke een cultuur (of culturen) vertegenwoordigt. Bijzonder wanneer het kwetsbaar is geworden ten gevolge van onomkeerbare veranderingen
  • VI. het is direct of zijdelings geassocieerd met gebeurtenissen of levende tradities, met ideeën, of geloof, met artistieke en literaire werken of bijzonder universele betekenis (de commissie beschouwt dit criterium alleen toepasbaar in bijzondere omstandigheden en alleen in verbinding met een ander cultureel of natuurlijk criterium op de lijst)
  • VII. het is een voorbeeld van belangrijke stappen in de geschiedenis van de aarde
  • VIII. het vertegenwoordigt lopende ecologische en biologische processen
  • IX. het herbergt de belangrijkste natuurlijke onderkomens voor het behoud van globale significante biodiversiteit
  • X. het is een gebied met een exceptionele natuurlijke schoonheid.

De uiteindelijke beslissing over het al dan niet opnemen van een monument op de Werelderfgoedlijst ligt bij het comité zelf. Dit comité komt één keer per jaar bijeen om, op basis van de adviesrapporten, te oordelen over de nieuwe nominaties.

Het comité kan een werelderfgoed plaatsen op de Lijst van bedreigd werelderfgoed. Dit gebeurt wanneer een grootschalig ingrijpen van buitenaf nodig is omdat het behoud in gevaar is. Met deze status kan acuut geld vrij worden gemaakt uit het Werelderfgoedfonds en wordt er internationale attentie gevraagd voor de bedreiging. Per juni 2011 geldt dit voor 35 monumenten, bijvoorbeeld voor de Middeleeuwse monumenten in Kosovo.

Als de unieke status van een werelderfgoed verdwijnt, kan het door het comité helemaal van de Werelderfgoedlijst worden verwijderd. Dit gebeurde een eerste maal in 2007 met het Beschermd gebied van de Arabische Oryx in Oman, en werd eveneens in 2009 uitgevoerd voor het Elbedal bij Dresden in Duitsland.

Jaarlijkse bijeenkomsten WerelderfgoedcomitéBewerken

Een overzicht van de jaarlijkse bijeenkomsten van het Werelderfgoedcomité, waar wordt besloten over nieuwe nominaties en richtlijnen. Naast deze sessies is er eveneens een jaarlijkse voorbereidende vergadering van het bureau van het comité en tussentijdse vergaderingen van werkgroepen en comité.

De echte sessievergadering vindt plaats in steden over heel de wereld. Met de uitzondering van de sessies die doorgaan in het UNESCO-hoofdkwartier in Parijs, mogen enkel de staten die deel uitmaken van het comité op het moment van de voorstelling van een volgende locatie en nog deel uitmaken van de comité wanneer de sessie in deze locatie zou doorgaan, het comité uitnodigen een sessie in een stad van het betrokken land te houden. Het is steeds de commissie zelf die beslist op welke uitnodigingen ze ingaat.

Sessie Jaar Gaststad/lan
1e sessie 1977   Parijs
2e sessie 1978   Washington D.C.
3e sessie 1979   Caïro en Luxor
4e sessie 1980   Parijs
5e sessie 1981   Sydney
6e sessie 1982   Parijs
7e sessie 1983   Firenze
8e sessie 1984   Buenos Aires
9e sessie 1985   Parijs
10e sessie 1986   Parijs
11e sessie 1987   Parijs
12e sessie 1988   Brasilia
13e sessie 1989   Parijs
14e sessie 1990   Banff
15e sessie 1991   Carthago
16e sessie 1992   Santa Fe
17e sessie 1993   Cartagena
18e sessie 1994   Phuket
19e sessie 1995   Berlijn
20e sessie 1996   Mérida
21e sessie 1997   Napels
22e sessie 1998   Kioto
23e sessie 1999   Marrakesh
24e sessie 2000   Cairns
25e sessie 2001   Helsinki
26e sessie 2002   Boedapest
27e sessie 2003   Parijs
28e sessie 2004   Suzhou
29e sessie 2005   Durban
30e sessie 2006   Vilnius
31e sessie 2007   Christchurch
32e sessie 2008   Quebec
33e sessie 2009   Sevilla
34e sessie 2010   Brasilia
35e sessie 2011   Parijs
36e sessie 2012   Sint-Petersburg
37e sessie 2013   Phnom Penh
38e sessie 2014   Doha
39e sessie 2015   Bonn
40e sessie 2016   Istanboel
41e sessie 2017   Krakau
42e sessie 2018   Manamah
43e sessie 2019   Bakoe