Hoofdmenu openen

Emancipatiewet

wetpakket voor de afschaffing van de Nederlandse slavernij

De Emancipatiewet (Wetten ter opheffing der slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen) was een Nederlandse wet die de de slavernij afschafte in Suriname en de Nederlandse Antillen.

Emanicipatiewet
Eerste pagina van het Koninklijke Besluit van 8 augustus 1862 nr. 83 ter vaststelling van de Wet voor afschaffing slavernij in Suriname
Eerste pagina van het Koninklijke Besluit van 8 augustus 1862 nr. 83 ter vaststelling van de Wet voor afschaffing slavernij in Suriname
Citeertitel Emanicipatiewet
Titel Wet van 8 augustus 1862 houdende opheffing der slavernij in de kolonie Suriname
Wet van 8 Augustus 1862 houdende opheffing der slavernij op de eilanden Curaçao, Bonaire, Aruba, St. Eustatius, Saba en St. Martin
Goedkeuring en inwerkingtreding
Aangenomen door Tweede Kamer op 9 juli 1862
Gepubliceerd op 8 augustus 1862
Gepubliceerd in Staatsblad nº. 164
Staatsblad nº. 165
In werking getreden op 1 juli 1863
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

Slavenhouders werden per slaaf vergoed. In Suriname kregen ze per slaaf 300 gulden, op Curaçao, Bonaire, Aruba en St. Eustatius 250 gulden, op Saba 200 gulden en op Sint Maarten 150 gulden.[1] De door de emancipatiewet vrijgemaakte slaven in Suriname tussen de 15 en 60 jaar werden verplicht een arbeidsovereenkomst af te sluiten om hun werk nog tien jaar op basis van jaarcontracten te blijven doen. Dit staat bekend als de periode van staatstoezicht.[2]

Op 8 augustus 1862 stond de wet officieel in het Staatsblad. Op 3 oktober van dat jaar werd ze ook in Suriname bekendgemaakt.[3] De wet ging in op 1 juli 1863. Een reden hiervoor was dat er in juli niet op de plantages gewerkt werd omwille van de regentijd. Men had voorzien dat de voormalige slaven eerst van hun verkregen vrijheid zouden genieten en niet op het werk zouden verschijnen.[4]

Op de dag van de vankrachtwording, waren het paleis van de gouverneur, andere publieke gebouwen en de schepen in de haven van Paramaribo, de hoofdstad van Suriname, met vlaggen versierd. Om zes uur 's morgens kondigden 21 kanonschoten vanuit Fort Zeelandia in Suriname en Fort Amsterdam op Curaçao het einde van de slavernij aan. Grote menigten verzamelden zich op de pleinen voor de forten en de kerken hielden dankdiensten. De dag wordt in Suriname jaarlijks onder de naam Keti Koti ("Ketenen Gebroken") gevierd. Ook op Sint Eustatius en Sint Maarten viert men hem. Op Curaçao wordt in plaats daarvan de Dia di lucha pa libertat ("Dag van de vrijheidsstrijd") gevierd op 17 augustus, het begin van de Curaçaose slavenopstand van 1795.[4]