Hoofdmenu openen

De Barbarijse slavenhandel verwijst naar de bloeiende handel van blanke slaven tussen de 16e en 19e eeuw aan de Barbarijse kust van Noord-Afrika, het hedendaagse Marokko, Algerije, Tunesië en het westelijk deel van Libië. De markten beleefden een periode van voorspoed toen de gebieden officieel onder de heerschappij van het Ottomaanse Rijk vielen, maar officieus een grote autonomie genoten. De Noord-Afrikaanse slavenmarkten handelden in slaven uit Europa, aangevoerd door piraten vanuit de kustplaatsen van Italië, Spanje, Portugal, Frankrijk, Engeland tot zelfs IJsland toe. Mannen, vrouwen en kinderen werden gevangengenomen in een dergelijke verwoestende mate, dat hele kuststreken werden verlaten.

Turk en geestelijke met christenslaven, Jan Luyken, 1684

De historicus Robert Davis, docent aan de Ohio State University, verwijt historici in zijn boek Christian Slaves, Muslim Masters het thema van de slavenhandel van blanke christenen te verwaarlozen. Volgens zijn schattingen zijn er tussen de 16e eeuw tot het midden van de 18e eeuw 1.000.000 tot 1.250.000 Europese slaven verhandeld. In de periode 1785-1815 zouden er in deze regio tevens circa 700 Amerikanen als slaaf zijn verhandeld. Na de Barbarijse oorlogen verloren de Noord-Afrikaanse slavenmarkten aan belang, totdat de verovering van Barbarije door Frankrijk in de jaren 1830 definitief een einde maakte aan de handel in blanke slaven.

Het terugkopen van christenen in Barabarijse landen door katholieke monniken
Christelijke gevangenen worden op een plein te Algiers als slaaf verkocht, Jan Luyken, 1684

Inhoud

OorsprongBewerken

Sinds de oudheid bestond er al slavenhandel in Noord-Afrika. Dwars door de Sahara liepen routes waarlangs de Afrikaanse slaven werden aangevoerd. In de Romeinse tijd waren er steden die bekendstonden om hun slavenmarkten en dat bleef tot de middeleeuwen zo. De invloed van de Barbarijse kuststreek nam in de 15e eeuw echter toe toen het Ottomaanse Rijk de heerschappij overnam. Hiermee gepaard ging de immigratie van Moorse vluchtelingen, die na de herovering van het Iberische schiereiland door Spanje de wijk namen naar Barbarije. Mede dankzij de Ottomaanse bescherming en de aanwezigheid van berooide immigranten, kreeg de Noord-Afrikaanse kustlijn al snel een beruchte reputatie wegens piraterij. Van de overmeesterde schepen werd de bemanning ofwel als slaaf verkocht, ofwel als gijzelaar in hechtenis genomen met de bedoeling er losgeld voor te vragen.

De opkomst van de Barbarijse piratenBewerken

  Zie Barbarijse zeerovers voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na een opstand in het midden van de 17e eeuw verwaterde de invloed van de regerende Ottomaanse pasjas tot weinig meer dan het zijn van boegbeelden in de regio. In de praktijk betekende dit dat steden als Tripoli, Algiers en Tunis behalve in naam in principe onafhankelijk werden. Zonder een grote centrale autoriteit met wetgeving begonnen de piraten al snel veel invloed te krijgen. Aanvallen van piraten om slaven te roven vond plaats in steden en dorpen langs de Afrikaans Atlantische kust, maar ook in Europa. Verslagen van Barbarijse invallen en ontvoeringen van inwoners uit Italië, Spanje, Frankrijk, Portugal, Engeland, Ierland, Schotland tot in het noordelijke IJsland toe zijn er vanaf de 16de tot de 19de eeuw. Er wordt geschat dat Barbarijse piraten in deze periode tussen 1.000.000 en 1.250.000 Europeanen ontvoerden en als slaven verkochten op de markten in Afrika. Enkelen getuigden van hun wedervaren in druk, zoals de Bruggeling Aranda. Tot de beroemde verslagen van Barbarijse slavenhandel behoort het relaas in het dagboek van Samuel Pepys en een aanval op het Ierse kustplaatsje Baltimore, waar piraten op 20 juni 1631 de hele bevolking ontvoerden. Dergelijke aanvallen waren in het mediterrane gebied zo veelvuldig en verwoestend, dat de kustlijn tussen Venetië en Málaga leed onder ontvolking en nieuwe nederzettingen ernstig werden ontraden. De macht en invloed van deze piraten was zo groot, dat zelfs een land als de Verenigde Staten hulde bracht aan de daders om zo aanvallen af te wenden.

NeergangBewerken

In het begin van de 19e eeuw was de maat echter vol en wonnen de Verenigde Staten samen met enkele Europese landen de Eerste Barbarijse Oorlog (1801-1805) en de Tweede Barbarijse Oorlog (1815). De bombardementen op Algiers door de Engels-Nederlandse vloot in 1816 bracht grote schade aan de piratenvloot. De dey van Algiers zag zich nu genoodzaakt akkoord te gaan met de gestelde voorwaarden, waaronder het stoppen met de praktijk om christenen tot slaaf te maken. De handel in niet-Europese slaven ging evenwel onverminderd voort.

Na deze periode van formele vijandelijkheid met Europese en Amerikaanse machten begon de neergang van Barbarije. Nadat de Barbarijse piraten het akkoord opnieuw schonden volgde er nog een Britse aanval op Algiers in 1824. Ten slotte viel Frankrijk in 1830 Algerije binnen en plaatste het onder koloniaal bewind. Tunesië volgde in 1881. Tripolitanië (Libië) kwam in 1835 opnieuw onder Ottomaans bewind.

De slavenhandel aan de Barbarijse kust hield ten slotte op nadat Europese regeringen wetten aannamen die de slavernij verboden.

Externe linkBewerken

LiteratuurBewerken