Hoofdmenu openen

Chris van Oosterzee

Nederlands verzetsstrijder (1922-1989)

Christiaan Vincent Gradwell van Oosterzee (Weltevreden (Batavia), 20 maart 1922 - Amsterdam, 18 april 1989) was Engelandvaarder en van beroep aanvankelijk militair en vervolgens financieel manager.

Chris van Oosterzee
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Geboren 20 maart 1922
Weltevreden (Batavia)
Overleden 18 april 1989
Amsterdam
Land/zijde Flag of the Netherlands.svg Koninkrijk der Nederlanden
Onderdeel Infanterie van het Indische leger
Dienstjaren 1944 - 1948
Rang Royal Netherlands East Indies Army, Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger Tentara Kerajaan Hindia Belanda Rank Insignia KNIL 1942-1950 Luitenant first class.jpg Luitenant
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog, Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog
Onderscheidingen Oorlogsherinneringskruis, Ereteken voor Orde en Vrede

Inhoud

FamilieBewerken

Chris was zoon van Carl Friedrich van Oosterzee (1890-1982) en Frances Mabel Oakes (1890-1992), telg uit het geslacht Van Oosterzee dat is opgenomen in het genealogische naslagwerk Nederland's Patriciaat. Ds. Christiaan Mari van Oosterzee[1] (1854-1912) was zijn grootvader en theoloog prof. dr. Johannes Jacobus van Oosterzee (1817-1882) zijn overgrootvader. Zijn Engelse moeder - afkomstig uit het mijnwerkersdorp Scott Hay bij Stoke-on-Trent - en zijn Duitse grootmoeder - dochter van een aannemer te Barmen (Wuppertal) - hebben met hun totaal verschillende politieke overtuiging met betrekking tot de Europese verhoudingen van die tijd zijn patriottisme beslist beïnvloed. Van Oosterzee groeide op in Java en Sumatra, Nederlands-Indië en na 1935 te Den Haag,

Eerste oorlogsjarenBewerken

Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, is Van Oosterzee 18 jaar en studeert civiele techniek aan de Technische Hogeschool te Delft. Tijdens een vechtpartij met NSB-jeugd in Den Haag wordt hij opgepakt en tijdelijk vastgezet in het Oranjehotel. Na collectieve gratie komt hij vrij. Om aan gedwongen Arbeitseinsatz te ontsnappen, duikt hij half 1943 onder bij groenteconservenfabrikant Hak in Dussen, samen met de zoon van de familie, Jan Hak, en Hans Roelink uit Wassenaar. Van Oosterzee wil de oorlog in Nederland niet zinloos afwachten en vertrekt, naar later bleek, net op tijd. Hak en Roelink worden enkele maanden later betrokken bij verraad en overleven de oorlog niet.

EngelandvaartBewerken

Van Oosterzee vlucht op 11 januari 1944 uit bezet Nederland dankzij bemiddeling van ds. Antoon ten Kate van het Comité tot steun van Nederlandse Oorlogsslachtoffers in België, een aangetrouwd familielid. Hij wordt opgevangen op het adres van de familie Timmers Verhoeven aan de Rue Stévin te Brussel en sluit zich daar aan bij de Engelandvaarders Ferry Staverman, Gijs den Besten en Sam Timmers Verhoeven. Geholpen door het ondergrondse netwerk Dutch-Paris reizen de vluchtelingen twee-aan-twee eerst naar Parijs en vervolgens via Toulouse naar het zuiden, met als doel Engeland via de Spaanse Staat te bereiken. Staverman en Den Besten vertrekken op 7 januari 1944, Timmers Verhoeven en Van Oosterzee volgen een week later. In Parijs verblijft men kortstondig op het adres van Albert Starink op 56, Rue Monsieur le Prince en het gezelschap breidt zich uit met Ajaan Hijmans, Han Langeler, Vic Lemmens, Johannes Sinnige en Jan Pieter de Veer[2].

Eerste konvooiBewerken

Voorzien van valse identiteitsbewijzen vertrekt het negental op 3 februari 1944 vanaf station Paris Austerlitz naar Zuid-Frankrijk. Na aankomst op station Toulouse-Matabiau maakt Van Oosterzee in het etablissement 'Chez Emile'[3] op Place Saint-Georges kennis met andere vluchtelingen die door de Maquis over de Spaanse grens geholpen worden. De groep, bestaande uit personen van verschillende nationaliteiten, staat onder leiding van de lokale gidsen "Palo", schuilnaam van Pierre Treillet[4] en "Mireille", schuilnaam van Henri Marot. Na een verblijf op een zolder boven een gelegenheid dat dienstdoet als bordeel voor Duitse soldaten en daardoor geen argwaan wekt, vervolgt de reis per stoptrein naar Cazères en daarna in wagens naar de voet van de Pyreneeën. Om niet door nazi-patrouilles te worden opgemerkt, moet het laatste deel van de vluchtroute van ruim 50 km te voet door de bergen worden afgelegd. Voorbij Mane wordt de groep aangevuld met een aantal per taxi aangevoerde militairen van de United States Army Air Forces tot 24 man. De plaatselijke burgemeester signaleert de in taxi's gearriveerde vreemdelingen met hun bagage en krijgt argwaan. Zoals gebruikelijk rapporteert hij zijn observatie, ten onrechte veronderstellend dat de nazi-grenspatrouille dit niet zal oppikken.
Ondanks zware sneeuwval start op 5 februari 1944 om tien uur 's avonds bij Arbas de voettocht over de Pyreneeën met als doel via La Baderque, le Col du Portet d'Aspet, Couledoux, le Col d'Artigascou, le Vallon de Melles en le Col de Puymaurin, Canejan in de Spaanse Staat te bereiken. Als de vluchtelingen de volgende morgen op 6 februari 1944 rond 11:30 uur, na een rustpauze van twee uur in een berghut bij Col de Portet-d'Aspet[5] vertrekken, worden ze door een nazi-patrouille opgewacht. Een gids ziet de oren van een herdershond boven een rotsblok uitsteken en slaat alarm. Uit de groep vluchten er veertien terug naar de hut, maar worden overmeesterd en gefusilleerd of naar een concentratiekamp gedeporteerd[6].
De gidsen weten met slechts tien vluchtelingen, waaronder Den Besten, Bureau, Timmers Verhoeven, Van Oosterzee en de Amerikaanse militairen Brigman[7] en Mandell[8], aan de kogels te ontkomen door 'zigzag' de bergen in te vluchten. Terwijl de gids "Mireille" de nazi's succesvol afleidt, verzamelt de gids "Palo" de ontsnapte vluchtelingen en brengt een aantal van hen later terug naar Cazères.

Tweede konvooiBewerken

Na verblijf van een ruim aantal weken in een berghut - hevige sneeuwval verhinderde directe voortzetting - vervolgt Van Oosterzee op 16 april 1944 via een andere route de slopende voettocht over de toppen van de Pyreneeën. Dit tweede konvooi met 38 vluchtelingen staat onder leiding van de gids "Charbonnier", schuilnaam van Jean-Louis Bazerque. Men trekt vanuit Ardon in het dal van de Barousse met een wijde boog rond Bagnères-de-Luchon, waar zich het centrum van de nazi-grenspatrouille bevond. Na 40 km en drie dagen lopen, wordt op 19 maart 1944 bij Bossòst succesvol de Spaanse Staat bereikt. Daar aangekomen, worden de vluchtelingen direct door de Guardia Civil gearresteerd en overgebracht naar Viella. Na nog een uitputtende bergtocht te voet van ruim 40 km naar Esterri d'Àneu en een rit per truck naar Sort, volgt een busreis naar Lérida. Hier treft Van Oosterzee lotgenoten, zoals Sam Timmers Verhoeven, Gijs den Besten en August van Weezel Errens, die een andere route hebben genomen. Opnieuw wordt hij door de Guardia Civil verhoord, maar vanwege door hem gefingeerde minderjarigheid vrijgelaten.
Op 13 augustus 1944 arriveert Van Oosterzee in Gibraltar waar hij in militaire dienst treedt en wordt ingedeeld bij een konvooi onder leiding van kapitein De Feijter. Op 16 augustus reist hij per schip via Oran en Algiers naar Engeland, waar hij na aankomst in oktober eerst door officieren van de contra-spionagedienst MI5 in de Patriotic School te Londen wordt verhoord en getest op betrouwbaarheid.

Oorlogsvrijwilliger in Nederlands-IndiëBewerken

Vanwege zijn ambitie om Nederlands-Indië te helpen bevrijden van de Japanners, meldt hij zich aan bij de Nederlandse Krijgsmacht in Londen en wordt geplaatst bij de Prinses Irene Brigade in Wolverhampton. Hij laat zich als oorlogsvrijwilliger naar Camp Columbia in Wacol, Australië uitzenden, waar hij een jungle-training te Camp Casino en commando-opleiding op de Canungra jungle warfare school volgt. Hij wordt eerst naar Nieuw-Guinea uitgezonden en vervolgens aangesteld als luitenant bij het K.N.I.L. te Makassar. Na het beëindigen van de Japanse bezetting huwt hij In 1946 met de handschoen te Makassar/Wassenaar met Paulina Helena Worp (Padang, 14 september 1922), die hem begin 1948 een dochter schenkt.
Als hij tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd met z'n gezin naar Nederland wil terugkeren, wordt hij - ondanks het feit dat hij zich als vrijwilliger had aangemeld - door de Nederlands-Indische legerleiding tegen zijn wil en wederrechtelijk "onmisbaar" verklaard. Als controleur Binnenlands Bestuur en verbindings- en transportofficier bij de Netherlands Indies Civil Administration (NICA) is hij getuige van de gruwelijke oorlogshandelingen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in Celebes, totdat hij uiteindelijk medio 1948 wordt "ontslagen". De Nederlandse staat heeft zijn verzaakte verantwoordelijkheid hierin naar Van Oosterzee, zoals bij zovele andere schrijnende gevallen in gelijksoortige omstandigheden uit die periode, nooit erkend.

Na de oorlogBewerken

In 1948 repatrieert Van Oosterzee en is werkzaam als procuratiehouder bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij te Amsterdam. Hij wordt medio 1949 weer naar Azië uitgezonden en is werkzaam te Jakarta en sedert 1950 te Singapore. Hij krijgt nog drie kinderen.
Begin 1962 keert hij terug naar Nederland, waar hij in dezelfde functie werkzaam is bij vestigingen van de Rotterdamsche Bank te Rotterdam en Enschede. Hij besluit zijn carrière als directeur van de AMRO-bank te Hattem, waar hij tevens een aantal bestuursfuncties bekleedt.
Van Oosterzee lijdt aan het KZ syndroom en gaat in 1978 om gezondheidsredenen vervroegd uit dienst. Hij geniet z'n pensioen in Frankrijk tot hij in het voorjaar van 1989 door een longziekte wordt getroffen. Kort daarna overlijdt hij op 67-jarige leeftijd te Amsterdam.

TriviaBewerken

OnderscheidingenBewerken