Hoofdmenu openen

Biologische landbouw

Productiemethoden die milieuvriendelijke primaire productie nastreven
(Doorverwezen vanaf Biologische landbouw en voeding)
Biologische landbouw in Capay, Verenigde Staten
Biologische melkveestal in Woerden, Nederland

Biologische landbouw is een landbouwvorm die nadrukkelijk rekening houdt met milieueffecten[1] en dierenwelzijn. De biologische landbouw gebruikt geen chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest en genetisch gemodificeerd organismen. Dieren krijgen meer ruimte en kunnen hun natuurlijk gedrag vertonen. Er zijn verschillende biologische keurmerken die dit controleren. Biologische landbouw ontstond in de 20ste eeuw als reactie op de industrialisatie van de voedselvoorziening.

Inhoud

Kenmerken landbouwBewerken

Een van de uitgangspunten van biologische gewasbouw is het idee dat het natuurlijke bodemleven de vruchtbaarheid van de grond verhoogt en dat dit leven beïnvloed kan worden.[2] In positieve zin door het gebruik van bijvoorbeeld compost en mest, in negatieve zin door het gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en zware machines die de grond verdichten. Daarnaast proberen de meeste methoden zo min mogelijk milieuschade aan te richten en zo mogelijk ecologische inzichten in te zetten voor een optimale productie.

De gewassoort en de manier van verbouwenBewerken

Methodes die worden gebruikt in de biologische akkerbouw en tuinbouw om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te voorkomen zijn onder meer een keuze voor resistente rassen en vruchtwisseling waarbij gewassen minder frequent op hetzelfde perceel worden geteeld. Er wordt een vruchtwisselingschema van vijf tot zeven jaar aangehouden. Bij optreden van ziekten of plagen oogst men soms vroeger. Belangrijk is om te werken aan de weerstand van planten door overmatige bemesting te vermijden.

Kunstmest met uitzondering van kieseriet mag niet worden gebruikt, mest uit andere veehouderijsystemen, zo min mogelijk. Keurmerken zoals Bio Suisse verlangen een extra boekhouding van het bedrijf voor alle ingevoerde en uitgevoerde (mest)stoffen.

Veel biologische boeren zijn ook in andere opzichten anders dan gangbare boeren met de landbouw bezig. Zo hebben ze vaker een gemengd bedrijf (zowel akkerbouw als veeteelt) en besteden meer arbeid en tijd aan natuurbeheer op het bedrijf.

  Zie ook het artikel over een vorm van inzaaien: de biologische zaaitabel.

Schadelijke dieren en schimmelsBewerken

Als plagen desondanks ontstaan, worden bij voorkeur parasieten en andere plaag-specifieke methoden ingezet om bredere schade aan het ecosysteem te vermijden, zie ook biologische bestrijding. In de meeste varianten van biologische landbouw kunnen middelen worden ingezet tegen parasieten en schimmels, maar de keuze is beperkt en betreft grotendeels middelen die uit de begintijd van de biologische landbouw bekend zijn. Bekend zijn onder meer zeep tegen bijvoorbeeld bladluizen, ijzer(III)fosfaat tegen slakken, kopersulfaat of zwavel tegen schimmels. Meer algemeen tegen insecten werkend kan bijvoorbeeld het plantenextract pyrethrum worden ingezet.

Afhankelijk van de gehanteerde regels kunnen verdere stoffen gebruikt worden, zo zijn er volgens de EU-richtlijn vijftien bestrijdingsmiddelen (insecticiden, antischimmelmiddelen) toegestaan, meestal gifstoffen uit planten of bacteriën of met een antagonistische werking. Middels EU-verordening nr. 404/2008 is het insecticide (van bacteriële oorsprong, maar industrieel geproduceerd) spinosad toegestaan. Verder legitimeert dezelfde verordening ook het gebruik van kaliumbicarbonaat en koperoctanoaat bij de bestrijding van verschillende schimmelziekten. Ook zijn een aantal synthetisch geproduceerde lokstoffen toegestaan.

Ongewenste plantenBewerken

Onkruid wordt onderdrukt door verbouwmethodes zoals "no-till farming", het zaaien van tussengewassen en groenbemesting. Onkruidbestrijding gebeurt handmatig, mechanisch of door afvlammen.

Genetisch gemodificeerde gewassenBewerken

Het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in de Europese biologische wetgeving.

RijpingBewerken

Rijpingsbevorderaars voor vruchten zijn in de vorm van ethyleen toegestaan.

Kenmerken veehouderijBewerken

Ook zijn er tal van regels over de wijze waarop er met dierenwelzijn omgegaan wordt.

LeefomstandighedenBewerken

Het aantal vierkante meters dat een dier tot zijn beschikking heeft is groter, er zijn beperkingen voor het op stal zetten en varkens, koeien en kippen beschikken over daglicht en een vrije uitloop naar buiten. Het routinematig afbranden van snavels bij kippen en het staartknippen bij varkens is niet toegestaan. Het castreren van varkens is eveneens verboden.

VoortplantingBewerken

Kunstmatige inseminatie is in Nederland toegestaan, maar niet het seksen van sperma (met een machine sperma sorteren op X- of Y-chromosoom).[3]

VoedingBewerken

Dieren moeten met biologisch geproduceerd diervoer gevoerd worden. Dit ligt vast in de Europese biologische wetgeving.

MedicijnenBewerken

Net als in niet-biologische landbouw is het gebruik van groeihormonen tijdens het productieproces verboden. Ook antibiotica mogen niet preventief worden toegediend, enkel wanneer een dier ziek is. Een vleesvarken mag tijdens zijn leven maar één keer met medicijnen behandeld worden, drachtige zeugen voor twee verschillende aandoeningen per jaar. Voor koeien geldt eveneens dat voor twee verschillende aandoeningen per jaar behandeld mag worden.

Kenmerken van bereide voedingsmiddelenBewerken

Bedrijven die biologische voedingsmiddelen willen bereiden, dienen in het bezit te zijn van de juiste certificaten. Er moet een duidelijke administratie bijgehouden worden van biologische grondstoffen die binnenkomen, en biologische producten die geleverd worden aan bijvoorbeeld winkels of andere verkopers met reguliere levensmiddelen.

Biologische voeding mag geen chemisch-synthetische geur-, kleur- en smaakstoffen bevatten en ook geen conserveringsmiddelen. Ook zijn er strenge eisen aangaande de etikettering. Als uitzondering op de algemene regel mag biologische wijn overigens wél sulfieten bevatten. In feite bestaat er geen biologische wijn maar is het wijn van biologisch geteelde druiven. De vinificatie hiervan staat gebruik van sulfiet toe.[4]

Eisen en wetgevingBewerken

Biologische landbouw wordt in vele landen wettelijk als productiemethode erkend. Om zich te onderscheiden van conventionele landbouw, maar ook van andere productiemethodes worden de producten onder een keurmerk verkocht dat garandeert dat de regels opgevolgd werden op het gebied van:

  • certificatie en toezicht;
  • kunstmestgebruik;
  • medicijngebruik, in het bijzonder antibiotica;
  • genetische gemanipuleerde organismen;
  • herkomst van ingekochte productiemiddelen zoals veevoer;
  • restricties in het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.

Europese wetgeving en keurmerkBewerken

De eerste Europese Verordening inzake biologische landbouwproducten dateert uit 1991 (EU-Verordening 2092/91), en steunde op de normen van de IFOAM, de wereldwijde organisatie van de biolandbouw. Anno 2015 gelden de Europese Verordeningen 834/2007, 889/2008 en 1235/2008. In de Europese Lidstaten kunnen toch nog verschillen voorkomen als gevolg van interpretaties van deze basiswetgeving.

 
Europees logo voor biologische producten: de Euro-leaf

Binnen de Europese Unie is één keurmerk afgesproken. Het logo is groen en heeft 12 witte sterren die samen een plantenblad voorstellen. Dit logo vervangt het logo dat tot 1 juli 2010 gold. Op producten mogen ook andere keurmerken geplaatst worden.[5]

Andere keurmerkenBewerken

Keurmerken die de consument eveneens op producten kan aantreffen, kunnen minder streng of juist strenger zijn dan de Europese regelgeving. Aan deze laatste wordt soms verweten enkel oog te hebben voor landbouwtechnische criteria, met uitsluiting van andere principes van ecologische (bv. biodiversiteit, energie- en watergebruik, korte ketens) en sociale (arbeidsvoorwaarden),[6] of spirituele aard (bv. antroposofie). Enkele keurmerken:

  • Het Demeter-keurmerk geeft aan dat er gewerkt wordt volgens biologisch-dynamische principes, gebaseerd op de antroposofie van Rudolf Steiner.
  • In Nederland:
    • Het EKO-keurmerk wordt toegekend door Stichting EKO-keurmerk.[7] De basis van dit keurmerk is biologisch. Het stelt aanvullende eisen op het vlak van verduurzaming (bijvoorbeeld energie- en watergebruik, transport, faire prijzen). Elke EKO-ondernemer stelt zichzelf jaarlijks twee nieuwe verduurzamingsdoelen.
    • Milieukeur is een Nederlands keurmerk gebaseerd op regelgeving die minder streng is dan bijvoorbeeld de biologische landbouw.
    • Het Beter Leven kenmerk van de Nederlandse Dierenbescherming dat een scheidingslijn creëert tussen vleesproducten uit de intensieve veehouderij en de biologische veeteelt[8]
    • Bio+ is een zogenaamd paraplulogo (deze staan altijd in combinatie met één of meer keurmerken op de verpakking) op biologische huismerkproducten in onder meer de supermarkten Plus, Jumbo en Coop. Bio+ komt altijd voor naast het Europese keurmerk voor biologische landbouw. Het stelt geen extra eisen.[9]
  • Het Belgische keurmerk Biogarantie.

De meeste van deze keurmerken berusten op het principe van controle door een externe inspectie- en certificatie-instelling, een procedure die echter voor vele armere boeren in de wereld te duur en omslachtig is. Daarom werden al sedert de jaren 60 vereenvoudigde procedures uitgedacht voor onderlinge controle, gebaseerd op vertrouwen en het onderschrijven van gemeenschappelijke principes. Een van de oudste keurmerken is dat van Nature et Progrès in Frankrijk (opgericht in 1964). Dit type van keuring werd door IFOAM geformaliseerd in een participatief garantiesysteem (PGS), waarmee ook buiten de landbouw betrouwbare keurmerken kunnen afgeleverd worden.[10]

OmvangBewerken

Wereldwijd was in 2016 ongeveer 57,8 miljoen hectare van alle landbouwgrond in gebruik voor biologische landbouw. Daarmee kwam het uit op een percentage van 1,2% van alle wereldwijde landbouwgronden dat biologisch bewerkt wordt.[11]

NederlandBewerken

De groep consumenten, die biologisch geproduceerd voedsel koopt, neemt toe. Naast natuurvoedingswinkels bieden ook supermarkten een steeds uitgebreider assortiment biologische producten aan. Met name de omzet in supermarkten groeit hard door. In 2017 lag de groei van biologische keurmerken in Nederlandse supermarkten op 6%.[12] Qua landbouwareaal dat biologisch beplant wordt loopt Nederland met 3,2% (69.516 hectare) in 2017 achter op andere Europese landen als Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden en Estland.[13]

In 2017 was het marktaandeel van biologische voeding 3%. De afzet van biologische voeding steeg de 5 jaar daarvoor harder dan de rest van de voedselmarkt. Biologisch nam de 5 jaar daarvoor met 10% per jaar toe, terwijl voeding als geheel maar 1% per jaar steeg.[14]

Nederland telde in 2014 ongeveer 350 biologische melkveehouders. In 2017 was dit aantal gestegen naar 481. Na het afschaffen van het melkquotum in 2015 daalde de prijs voor gangbare melk. Voor biologische melk is de prijs vrij stabiel. Dit maakt het aantrekkelijk voor melkveehouders om over te schakelen naar biologisch.[15]

BelgiëBewerken

In 2017 waren er in Vlaanderen 468 bedrijven, samen goed voor 7367 hectare, die biologisch teelden. Dit vormde samen ongeveer 1,2% van het totale Vlaamse landbouwareaal. Dit percentage blijft stijgen.[16]

LiechtensteinBewerken

Een onderzoek van FiBL uit 2018 toonde aan dat Liechtenstein het land is met het hoogste percentage biologisch landbouwareaal, 37,7% van alle landbouwgrond is daar biologisch.[17]

OostenrijkBewerken

Het land in de Europese Unie met het hoogste percentage biologische landbouwgrond is Oostenrijk met 21,9%.[17]

Bio Austria is een van de grootste bio-verbanden in de EU met sinds 2009 relatief constant 12.500 aangesloten boeren en een omzet van € 300 miljoen.[18]

AustraliëBewerken

Het grootste biologische landbouwareaal (in oppervlakte) bevindt zich in Australië, met meer dan 22 miljoen hectare, al word het grootste deel daarvan gebruikt voor de veehouderij.[19]

Biologische producten en gezondheidBewerken

De biologische landbouw houdt rekening met haar belasting van de natuur en kiest voor milieu- en diervriendelijkere productiemethoden, maar is niet gericht op het produceren van 'gezondere' producten. Toch bleek in 2009 uit een nederlands consumentenonderzoek dat het merendeel van de kopers van biologische producten dit doen vanuit gezondheidsoverwegingen.[20]

Geen verschilBewerken

Hoewel het niet ondenkbaar is dat biologische producten gezonder zijn, heeft wetenschappelijk onderzoek dit niet aangetoond.[21] Het Voedingscentrum beschouwt biologische voeding als even gezond als niet-biologische voeding.[22]

De Nederlandse consumentenbond kwam na vergelijking van 15 groentes tot de conclusie dat biologisch gekweekte gewassen nauwelijks betere voedingswaarde bevatten.[23] De Engelse Food Standards Agency deed in 2009 een uitgebreide literatuurstudie van alle wetenschappelijk onderzoek op dit gebied en kwam tot de conclusie dat er op dit moment geen wetenschappelijke basis is om biologische voeding als gezonder dan niet-biologische aan te merken.[24] Ook een onderzoek dat in 2012 gepubliceerd was in Annals of Internal Medicine concludeerde dat er geen bewijs is dat biologische voeding beduidend voedzamer is. Het risico om aan een maximaal toegelaten waarde van een bestrijdingsmiddel te geraken verschilt niet veel tussen biologisch en conventioneel voedsel.[25]

Toch verschilBewerken

Verschillende onderzoeksinstituten komen met afwijkende conclusies. Het Louis Bolk Instituut, een onderzoeksinstituut ten behoeve van biologische landbouw, komt met positieve resultaten. In 2005 concludeerde dat biologische zuivel meer gezondheidsbevorderende stoffen bevat. Samen met de Nederlandse ketenorganisatie voor de biologische landbouw Bionext duidt ze aan dat vitamine C vaker voorkomt in biologisch gekweekte producten. In 2007 concludeerde ze dat biologisch gevoede kippen verschillen qua immuunreactiviteit, stofwisseling en genexpressie met gangbaar gevoerde dieren.[26]

Een langdurig onderzoek aan de Universiteit van Californië concludeerde dat biologisch geteelde tomaten bijna tweemaal zoveel flavonoïden bevatten als conventioneel geteelde tomaten (gemiddeld 97% meer kaempferol en 79% meer quercetine).[27] Een ander onderzoek beschreef dat fruitvliegjes langer leven en actiever, vruchtbaarder en stressbestendiger zijn als ze biologisch geteeld voedsel krijgen.[28]

Biologische veeteelt en epidemieënBewerken

Hoewel het aannemelijk is dat biologische veeteelt minder gevoelig is voor epidemieën is hiervoor geen direct bewijs. Bij de biologische veeteelt zijn de regels t.a.v. veevoer scherper en beter omschreven en ook de dierdichtheid is beduidend lager wat wordt gerekend tot de cruciale preventiemaatregelen van zoönose-epidemieën.[29]

Hiertegenover staat dat dieren in de biologische veehouderij vaker buiten komen en meer mogelijkheden tot scharrelen hebben, bepaalde dierziekten eerder kunnen oplopen, zoals worminfecties bij varkens.

Specifieke problemenBewerken

De afstemming tussen aanbod en vraag is moeilijk: door een groeiende vraag en een achterblijvende productie dreigen tekorten te ontstaan.[bron?]

Uit diverse onderzoeken blijkt dat burgers vaak een natuur- en diervriendelijke landbouw wensen, waarbij men aangeeft dat men bereid is hier een meerprijs voor te betalen. Het consumentengedrag blijft daar vaak bij achter: vaak wil men een product toch tegen een zo laag mogelijke prijs en kiest men dus liever voor goedkopere producten uit de gangbare landbouw. Niettemin groeit de markt voor biologische producten fors, zeker als men deze groei afzet tegen het klimaat in supermarkten waar de focus sterk op prijs is komen te liggen. Actuele cijfers over de markt van biologische producten zijn te vinden op de website van Bionext.

KritiekBewerken

Tegenstanders van biologische landbouw stellen:

  • Kunstmest mag niet worden gebruikt, en de boer staat slechts dierlijke mest en compost ter beschikking. Om mest te verkrijgen is veel extra land nodig. Landbouwgrond, ook biologische landbouwgrond, is veel minder rijk aan plantensoorten dan bijvoorbeeld tropisch regenwoud of Hollands moerasbos.
  • Door gebruik van natuurlijke meststoffen is het moeilijk de dosering af te stemmen op wat het gewas nodig heeft. Op momenten dat het gewas veel voedingsstoffen nodig heeft ontstaat een tekort waardoor de opbrengst lager wordt. Aan de andere kant is er een overschot aan meststoffen op het moment dat het gewas minder hard groeit. Deze meststoffen spoelen uit de bodem en komen terecht in het grond- en oppervlaktewater, waar ze een vervuilende invloed hebben (zie Eutrofiering).
  • Biologische landbouw heeft doorgaans meer ruimte nodig, terwijl landbouwgrond schaars wordt.[30] Dit gaat ten koste van natuur.
  • De biologische landbouw is niet efficiënt genoeg om de hele wereldbevolking van voedsel te voorzien.
  • Hoewel de biologische landbouw streeft naar een gesloten kringloop, is dat in de praktijk niet steeds het geval. Zo is de biologische sector in Vlaanderen voor ruim 30% afhankelijk van externe, niet-biologische dierlijke mest[31]. In Frankrijk is de afhankelijkheid van externe bronnen voor stikstof, fosfor en kalium respectievelijk 23%, 73% en 53%[32]. Ook voor Denemarken zijn gelijkaardige cijfers bekend[33]. Ook voor voeder, zaden en zelfs pesticiden[34] bestaan er ontheffingen waarbij producten uit de gangbare landbouw in de biolandbouw gebruikt kunnen worden.

Bovenvermelde punten worden door voorstanders vaak als volgt weerlegd:

  • De gangbare landbouw doet de biodiversiteit sterker afbreken dan de biologische landbouw, doordat bodemleven, wilde planten en insecten worden gedood. De sterk teruggelopen biodiversiteit in Nederland sinds het begin van de 20ste eeuw (nog 15% van wat het was, volgens de Monitor Duurzaam Nederland)[35] wordt door aanhangers van biologische landbouw toegeschreven aan de werkwijzen in de reguliere landbouw.
  • Bij biologische landbouw is de insteek niet om de plant te voeden, maar de grond. Door levende processen in de bodem worden de voedingsstoffen geleidelijk vrijgemaakt voor de plant. Kunstmest spoelt sneller uit dan organische mest en verarmt het bodemleven.
  • Voor de productie van compost is slechts een fractie nodig van de energie die voor kunstmestproductie- en transport vereist is.
  • Een rapport van het VN-Milieuprogramma (UNEP) uit 2008 meldt dat bij 114 projecten in 24 Afrikaanse landen de oogst meer dan verdubbelde door het gebruik van biologische productiemethoden.[36] Kunstmest en bestrijdingsmiddelen zijn vaak onbetaalbaar voor kleine boeren in ontwikkelingslanden, terwijl arbeidskracht - letterlijk - genoeg voorhanden is. Een kritische kanttekening hierbij is echter dat het rapport stelt dat biologische gewasbescherming effectiever is dan helemaal géén gewasbescherming, men stelt niet dat biologische gewasbescherming effectiever is dan gangbare gewasbescherming.
  • Het hongerprobleem in de wereld is geen kwestie van tekorten, maar een probleem van verdeling en distributie. Volgens cijfers van de VN, bij monde van rapporteur Jean Ziegler, werd in 2006 in principe voldoende voedsel geproduceerd om 12 miljard mensen te voeden. Bovendien worden biologische landbouwmethoden steeds effectiever en kan er volgens deskundigen zeker op termijn meer dan genoeg geproduceerd worden.
  • De biologische landbouw heeft een "kraamkamerfunctie" voor de gangbare landbouw, methodes uit de biologische landbouw kunnen bij gebleken geschiktheid overgenomen worden in de reguliere landbouw.[37]

VariantenBewerken

Er bestaan verschillende speciale varianten van biologische landbouw. Min of meer in volgorde van anciënniteit:

Al deze varianten hebben als gemeenschappelijk kenmerk, dat zij zich baseren op ecologische principes en de chemisch-industriële aanpak afwijzen. Ofschoon zij zich soms tegen elkaar afzetten, streven zij er alle naar zo veel mogelijk "samen te werken" met de natuur. Alleen biologische landbouw is vastgelegd in internationale wet- en regelgeving. Voor de andere vormen bestaan alleen labels van diverse samenwerkingsverbanden en certificeringsinstituten.

Verwante vormen van landbouwBewerken

Elementen van biologische landbouw kunnen onderdeel vormen van alternatieve landbouw of kringlooplandbouw en van typen gangbare landbouw die meer oog hebben voor milieu, duurzaamheid en/of menselijke gezondheid zoals duurzame landbouw, verbrede landbouw of geïntegreerde landbouw.

OpleidingBewerken

In Nederland organiseert Warmonderhof in Dronten twee opleidingen voor biologische en bio-dynamische landbouw: een 4-jarige dagopleiding voor adolescenten en jong-volwassenen, en een 2-jarige deeltijdopleiding voor volwassenen. Daarnaast is er aan de Wageningen Universiteit een MSc Organic Agriculture (MSc Biologische Productiewetenschappen) die zich op biologische producten richt. In Vlaanderen organiseert Landwijzer een modulair leertraject biologische en bio-dynamische landbouw (2,5 jaar) in Gent en Antwerpen.

Externe linksBewerken

  • Bionext, de Nederlandse organisatie voor biologische landbouw en voeding
  • Bioforum, de Vlaamse sectororganisatie voor biologische landbouw en voeding
  • BioMijnNatuur, informatie en nieuws over biologische landbouw en voeding - Vlaanderen
  • de Nederlandse stichting EKO-keurmerk
  • Skal, de Nederlandse toezichthouder op biologische landbouw en voeding
  • biogarantie.be, Over het Biogarantie-label - België
  • IFOAM, The International Federation of Organic Agriculture Movements