Hoofdmenu openen

Duurzame landbouw is een vorm van landbouw die past binnen een duurzame ontwikkeling. Dat wil zeggen dat een dergelijke vorm van landbouw toekomstbestendig is, zowel in ecologisch, economisch als sociaal opzicht. Er is overlap met de begrippen 'verbrede landbouw', ecologische landbouw en 'geintegreerde landbouw'.

OmschrijvingBewerken

Er is geen algemeen geaccepteerde en eenduidige omschrijving van duurzame landbouw. Genoemd worden wel de volgende eisen [1]:

  • er wordt voldoende voedsel geproduceerd op een zodanige wijze dat boeren er een gunstige prijs mee verdienen en het voortbestaan van betrokken bedrijven gegarandeerd is;
  • er wordt zodanig geproduceerd dat welzijn, gezondheid en sociale condities voor de betrokkenen wereldwijd gunstig zijn, en daarbij gaat het bijvoorbeeld om werkgelegenheid, lonen, prijzen en voedselveiligheid;
  • Er wordt zodanig geproduceerd dat omwonenden, en andere betrokkenen hiervan op de hoogte (kunnen) zijn en mee in stemmen.
  • er wordt zodanig geproduceerd dat:
    • er geen negatieve gevolgen zijn voor het milieu (bodem, lucht en water) en dat de uitstoot van residuen, nutriënten en pesticiden tot het uiterste beperkt wordt.
    • de zorg voor biodiversiteit, dieren en planten binnen en buiten het bedrijf optimaal is, door natuurbeheer op en om het bedrijf te integreren met de bedrijfsvoering;
    • de zorg voor het landschap vanzelfsprekend is.
    • het gebruik van water, energie en grondstoffen zodanig is georganiseerd dat er geen tekorten optreden, bijvoorbeeld door water te zuiveren, zelf energie op te wekken en op streekniveau naar een kringloop van voedingstoffen te streven.

Omstreden is of duurzame landbouw genetisch gemanipuleerde organismen toe moet staan.

KeurmerkBewerken

Er is geen algemeen erkend keurmerk voor duurzame landbouwproducten. Het zogenaamde Utz certified is een wereldwijd gebruikt keurmerk dat wel als zodanig wordt gepropageerd en gebruikt wordt voor onder meer koffie, cacao en thee. Utz gecertificeerde koffieboeren verbouwen hun koffie met zorg en aandacht voor mens en milieu. Concreet wordt verantwoord omgegaan met landbouwchemicaliën, hebben de arbeiders en hun families toegang tot fatsoenlijke huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs en is er veel aandacht voor hun arbeidsrechten en afzetmarkt. Een verschil met het Max Havelaar-keurmerk is dat er geen prijsgaranties worden gegeven aan boeren. Het gaat anders dan bij het EKO-keurmerk ook niet om ecologische landbouw.

NederlandBewerken

Vraag naar duurzame landbouwproductenBewerken

Volgens het Monitor Duurzaam Voedsel van het Ministerie van Economische Zaken werd in Nederland in 2013 voor € 2,5 miljard aan eten gekocht dat dier- en/of milieuvriendelijk is geproduceerd. Het gaat daarbij om een marktaandeel van 6,1 procent. In vergelijking met 2012 nam de besteding aan duurzaam eten met 10,8% toe.[2]

Problemen van de landbouwBewerken

Hoewel het onderstaande slaat op de situatie in Nederland, is de Nederlandse situatie niet uniek. De meeste van de beschreven problemen komen in de meeste (West-)Europese landen voor. Ook het beleid om de problemen op te lossen is in grote mate geschoeid op Europese leest.

Al langere tijd, maar zeker sinds de jaren 1970, wordt gezien dat de (gangbare) landbouw niet duurzaam is. Deze doet een te groot beroep op grondstoffen, water en energie, is ongezond voor mensen en landbouwhuisdieren, belast het milieu en tast biodiversiteit en het landschap aan. Ook zijn inkomsten en lasten binnen het huidige landbouwsysteem ongelijk over de wereld verdeeld.

Als gevolg hiervan is al in de jaren 1970 de alternatieve landbouw ontstaan, wat nu aangeduid wordt als biologische of biologisch-dynamische landbouw. Deze ontwikkelde zich op een andere manier dan wat vanaf toen gangbare landbouw werd genoemd. Belangrijkste kenmerken van deze alternatieve vormen van landbouw is dat ze geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen toepassen.

De problemen van de landbouw verschillen sterk van sector tot sector. Bestrijdingsmiddelen zijn vooral een probleem in de akkerbouw en meer nog in de bollenteelt. De problemen van de veehouderij hebben betrekking op oppervlaktewatervervuiling als gevolg van overbemesting en het dierenwelzijn.

Vanaf eind jaren 1990 werden bepaalde praktijken in de veehouderij ook gezien als bedreigend voor de volksgezondheid. In bijvoorbeeld de pluimveehouderij en de geitenhouderij worden enorme hoeveelheden dieren op één bedrijf gehouden. Hierdoor kunnen ziekten snel evolueren en bestaat er een kans dat de ziekte ook besmettelijk wordt voor de mens. Deze vrees bestaat voor het vogelgriepvirus (kippen) en het is al werkelijkheid geworden voor Q-koorts (geiten).

De andere risicovolle praktijk is het gebruik van antibiotica in de veehouderij. Doordat er veelvuldig antibiotica worden gebruikt, worden bacteriën resistent tegen de betreffende middelen en verliest het antibioticum zijn werking. Omdat dezelfde antibiotica worden gebruikt om mensen te genezen, houdt dit een zeker risico in voor de volksgezondheid.

VerduurzamingBewerken

Al sinds het bewustzijn is ontstaan dat de landbouw zekere onduurzame kenmerken heeft, wordt er door de overheid beperkingen opgelegd in de productiewijzen van de landbouw. Deze beperkingen hebben veelal de aard van een verbod nadat het probleem al grote proporties heeft aangenomen.

In het vierde Nationaal Milieubeleidsplan heeft de Nederlandse overheid gekozen voor een transitie in onder andere de landbouw naar een duurzame landbouw. Kenmerkend voor de inzet op een transitie is dat de overheid de stelling inneemt dat zij beperkt invloed kan uitoefenen op de ontwikkeling van, bijvoorbeeld, de landbouw. De overheid moet daarom aanhaken bij veranderingsprocessen die al in de sector gaande zijn, en samen met maatschappelijke en sectororganisaties de verandering een wenselijke richting te laten nemen. Op deze manier zijn er allerlei organisaties, projecten en convenanten ontstaan om de verduurzaming handen en voeten te geven. Een aantal daarvan worden verderop genoemd.

Zowel de landbouwsector als de overheid benadrukken het belang van de rol van supermarkten en consumenten in de verduurzaming van de landbouw (zie 'Toekomstvisie op de veehouderij, Ministerie LNV, 2008).

Organisaties, projecten en initiatievenBewerken

Er zijn of waren verschillende organisaties in het leven geroepen en initiatieven ontstaan om de Nederlandse landbouw te verduurzamen. Een aantal daarvan zijn:

Zie ookBewerken