Hoofdmenu openen

Psalmen van Salomo (Hebreeuwse Bijbel)

Hebreeuwse Bijbel

In de Bijbel staan 150 psalmen. Bij twee psalmen wordt expliciet de naam van Salomo genoemd. Dit zijn Psalm 72 en Psalm 127. Salomo was de zoon van Koning David. Psalm 72 heeft in later tijd invloed gehad op het ontstaan van een collectie apocriefe Psalmen van Salomo.

TekstenBewerken

Psalm 72

  1. Van Salomo[1]. O God, verleen de koning uw recht, en uw gerechtigheid de zoon des konings.
  2. Hij richte uw volk met gerechtigheid, uw ellendigen met recht.
  3. Mogen voor het volk de bergen vrede dragen, ook de heuvelen, in gerechtigheid.
  4. Hij verschaffe recht aan de ellendigen des volks, Hij redde de armen, maar verbrijzele de verdrukker.
  5. Men vreze u, zolang de zon er is, en zolang de maan er is, van geslacht tot geslacht.
  6. Hij zij als de regen die neerdaalt op het grasland, als regenbuien die de aarde besproeien.
  7. In zijn dagen bloeie de rechtvaardige en grote vrede, totdat er geen maan meer is.
  8. Hij heerse van zee tot zee, van de Rivier tot de einden der aarde.
  9. Mogen voor hem de woestijnbewoners zich bukken, zijn vijanden het stof lekken;
  10. de koningen van Tarsis en de kustlanden hem geschenken brengen, de koningen van Saba en Seba hem schatting offeren,
  11. mogen alle koningen zich voor hem nederbuigen, alle volkeren hem dienen.
  12. Voorwaar, hij zal de arme redden, die om hulp roept, de ellendige, en wie geen helper heeft;
  13. hij zal zich ontfermen over de geringe en de arme, hij zal de zielen der armen verlossen.
  14. Van druk en geweld zal hij hun leven bevrijden, hun bloed zal kostbaar zijn in zijn oog.
  15. En hij zal leven; men zal hem van het goud van Seba geven, men zal bestendig voor hem bidden, de ganse dag hem zegenen.
  16. Een overvloed van koren zij in het land; op de toppen der bergen golve zijn vrucht als op de Libanon, en de stedelingen mogen opbloeien als het kruid der aarde.
  17. Zijn naam zij voor altoos, zolang de zon er is, bloeie zijn naam. Mogen alle volken elkander daarmee zegenen, hem gelukkig prijzen.
  18. Geloofd zij de HERE God, de God van Israël, die alleen wonderen doet.
  19. En geloofd zij zijn heerlijke naam voor eeuwig, en zijn heerlijkheid vervulle de ganse aarde. Amen, ja, amen.
  20. De gebeden van David, de zoon van Isai, zijn ten einde.


Psalm 127

  1. Een bedevaartslied. Van Salomo. Als de HERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan; als de HERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.
  2. Het is voor u tevergeefs, dat gij vroeg opstaat, laat opblijft, brood der smarten eet; Hij geeft het immers zijn beminden in de slaap.
  3. Zie, zonen zijn een erfdeel des HEREN, een beloning is de vrucht van de schoot.
  4. Als pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen der jeugd.
  5. Welzalig de man die zijn pijlkoker met deze heeft gevuld. Zij worden niet beschaamd, als zij spreken met de vijanden in de poort.