Psalm 31

psalm

Psalm 31 is een psalm uit de Tenach en daarmee uit het Oude Testament. Traditioneel wordt David als auteur gezien. In de Vulgaat en in de Septuagint is de versnummering afwijkend en heeft deze psalm het nummer 30 meegekregen. In het Latijn worden vaak de eerste woorden van de psalm als naam ervan gebruikt, In te, Domine, speravi.

Psalm 31
Glas in lood raam van de Munster van Freiburg in de Duitse stad Freiburg im Breisgau. In de rol wordt Psalm 31 vers 6 geciteerd: "O Lord, into Thine hand I commit my spirit".
Oorspronkelijke taal Hebreeuws
Genre Psalm
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De woorden "In uw hand beveel ik mijn geest" uit psalm 31 waren de laatste woorden van veel christelijke figuren, waaronder Jezus[1], Sint Bernard, Hiëronymus van Praag en Maarten Luther[2][3] en Philip Melanchthon. "Mijn tijden zijn in Uw hand" uit deze psalm is ook een vaak geciteerde uitdrukking.

AchtergrondBewerken

De eerste regel van psalm 31 schrijft met de woorden "Voor de koorleider, een psalm van David" het auteurschap toe aan David. In de psalm noemt David God zijn "rots" (die hem tegen aanvallen beschermt) en zijn "vesting" (die hem aan alle kanten beschermt). David noemt ook zijn lichamelijke kwalen - zijn ogen zijn gezwollen, zijn ziel en lichaam verkwijnen. De psalm eindigt met een toon van hoop: "De HEER behoedt de standvastigen, voorgoed rekent Hij af met de hoogmoedigen''.

In het Nieuwe Testament citeert de evangelist Lucas de laatste woorden van Jezus "In uw hand beveel ik mijn geest" uit Psalm 31 vers 6 Lukas 23 vers 46.

MuziekBewerken

De Psalm is diverse malen berijmd in psalmberijmingen op Geneefse melodieën. De psalm kan hierdoor worden gezongen in de Staatsberijming van 1773, de nieuwe berijming van 1967, de berijming uit het Gereformeerd Kerkboek en in De Nieuwe Psalmberijming uit 2020.

Zie de categorie Psalm 31 van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.