Paleis Soestdijk

gebouw in Soest

Paleis Soestdijk is een paleis aan de Amsterdamsestraatweg 1 in Baarn. Het oorspronkelijk 17e-eeuwse gebouw is genoemd naar de Soestdijk waarlangs ook de buurtschap Soestdijk is ontstaan. Vanaf 1937 was het de residentie van kroonprinses en later koningin Juliana der Nederlanden en haar echtgenoot prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld. Vanaf eind 1970 tot 2017 was het eigendom van de Nederlandse Staat.

Paleis Soestdijk
Palace Soestdijk.jpg
Locatie
Locatie Baarn
Status en tijdlijn
Oorspr. functie Buitenhuis
Huidig gebruik Museum
Start bouw 1650
Architectuur
Bouwstijl Classicisme (oorspronkelijk)
Empirestijl
Bouwinfo
Architect Maurits Post (oorspronkelijk)
Eigenaar MeyerBergman Erfgoed Groep
Erkenning
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 531286
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

GeschiedenisBewerken

Rond 1650 liet Cornelis de Graeff, een van de burgemeesters van Amsterdam, aan de weg tussen Baarn en Soest (de Zoesdijc) een buitenverblijf bouwen: de Hofstede aen Zoestdijck. De Graeff was in die jaren 1655-1660 druk bezig met de opvoeding van Willem III van Oranje, zo blijkt uit zijn te Soestdijk geschreven brieven aan de Staten-Generaal en Johan de Witt.

In 1674 verkocht zijn zoon Jacob de hofstede Soestdijk met de omringende landerijen aan Willem III van Oranje, toen inmiddels stadhouder Willem III. De hofstede werd vermoedelijk tussen 1674 en 1678 in opdracht van Willem III uitgebouwd tot een jachtslot naar ontwerpen van Maurits Post, zoon van Pieter Post.

Toen Willem III en koningin Maria II van Engeland in 1684 het jachtslot Het (oude) Loo verwierven, liet het paar daarnaast een nieuw kasteel bouwen, Paleis Het Loo. Soestdijk werd daardoor niet meer zo vaak gebruikt.

Nadat Willem III in 1702 kinderloos overleed, erfde de stadhouder van Friesland, Johan Willem Friso, Soestdijk. Na diens overlijden in 1711 woonden zijn vrouw en zijn zoon, de latere stadhouder Willem IV, in de zomer op Soestdijk. Willem IV overleed in 1751 en zijn vrouw en zoon bleven 's zomers op Soestdijk wonen.

In 1787 kwam het bij Soestdijk tot een handgemeen tussen patriotten en Oranjegezinden, waarbij een dode (Christoffel Pullmann) en enkele gewonden vielen. De Staten van Utrecht beloonden de officieren van de wacht met een bijzondere gouden of zilveren beloningspenning.

Tijdens de Bataafse Revolutie en de daaropvolgende Franse inval werd Paleis Soestdijk in 1795 door de Franse Republiek als oorlogsbuit in beslag genomen en vervolgens aan het Nederlandse volk geschonken. De Bataafse Republiek bevestigde deze schenking in 1796. In 1799 werd het verhuurd en bestemd tot logement.

Koninklijk paleisBewerken

Koning Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon Bonaparte, nam het paleis in 1806 in gebruik en liet een kleine uitbreiding aan het paleis bouwen. Verder werd het uitgewoonde gebouw op bescheiden schaal heringericht. Ook liet hij de gevels pleisteren en de vensters vergroten. In diezelfde tijd liet hij ook het omringende park herinrichten. Hij gebruikte het tot 1810, daarna werd het een van de paleizen van Napoleon, die Nederland dat jaar deel van het Franse Keizerrijk maakte.

Na het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid in 1813 bleef het paleis enige tijd marginaal beheerd. Het werd na de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815 door het Nederlandse volk cadeau gedaan aan kroonprins Willem, de latere koning Willem II, als huldeblijk voor zijn inspanningen in de veldslagen bij Quatre Bras en Waterloo, waarbij hij aan zijn schouder gewond raakte.

 
Tsarenpaleis in Pavlovsk bij Sint-Petersburg waarop de vleugels geïnspireerd zijn.

Het paleis werd uitgebreid met twee vleugels aan weerszijden van het hoofdgebouw met kenmerkende halfronde colonnades geïnspireerd op het tsarenpaleis in Pavlovsk in Rusland, het geboorteland van zijn echtgenote Anna Paulowna.[2] De vleugels werden bekend onder naam Soester vleugel aan de linkerkant gezien vanaf de voorkant, en de Baarnse vleugel aan de rechterzijde. Het paleis werd 's zomers vaak bewoond door Willem II en zijn echtgenote, die het opnieuw inrichtte.

Na haar dood in 1865 ging het paleis over naar prins Hendrik, broer van koning Willem III. Deze was stadhouder van Luxemburg, maar gebruikte zijn stadspaleis Lange Voorhout in Den Haag als Nederlands pied-à-terre en Soestdijk als zomerresidentie. Na zijn overlijden in 1879 kwamen het domein en paleis in handen van Willem III.

Koningin-moeder Emma erfde het domein en paleis van haar man en gebruikte Paleis Soestdijk als zomerverblijf tot haar dood in 1934. Er werden enkele kleine vernieuwingen aangebracht, zoals de aanleg van elektrische bedrading. Verder werden er twee kleedkamers op de eerste verdieping van het hoofdgebouw aangebouwd. De colonnades werden met glas bedekt, zodat het paleis ook buiten de zomer gebruikt kon worden.

Juliana en BernhardBewerken

Bioscoopjournaal uit 1938 met nieuwsgierigen voor Paleis Soestdijk in verband met de verwachte geboorte van het eerste kind uit het huwelijk van kroonprinses Juliana en haar man prins Bernhard. Diverse mensen en voertuigen die het hek van het paleis passeren of ervoor blijven staan. Een politieagent regelt het verkeer.
 
Jaarlijkse defilé voor het paleis op Koninginnedag tijdens de regeerperiode van Juliana
 
Het beeld van Kees Verkade

Emma liet het domein en paleis na haar overlijden na aan haar enig kind Wilhelmina. Ze werden bij Emma's overlijden getaxeerd op een gezamenlijke waarde van 790.000 gulden.[3] Na de dood van Emma werd het paleis verbouwd om - zo bleek - als permanente woning te dienen voor prinses Juliana en prins Bernhard. De grootschalige verbouwing, het nationale huwelijksgeschenk voor hen beiden, gebeurde met name aan de Baarnse vleugel. Er werd een grotendeels ondergrondse bioscoopzaal aangebouwd. Verder kwam er in het souterrain een grote keuken. Op de begane grond werden werkkamers voor Juliana en Bernhard, een eetkamer, een bibliotheek en een turnzaal ingericht. De bestaande appartementen in de colonnades werden verbouwd tot vier gastenappartementen. De eerste verdieping werd uitgebreid met slaap-, bad- en kleedkamers voor Juliana en Bernhard en hun kinderen. Ook werden er vertrekken ingericht voor het personeel. Ook werd in die tijd het gehele paleis voorzien van centrale verwarming. In het park verrees een sportcomplex met paviljoen.

In 1937 betrokken Juliana en Bernhard het paleis. Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het de permanente woning van een gezin. Al hun kinderen, met uitzondering van prinses Margriet, werden op Soestdijk geboren.

Bij de Duitse inval in 1940 week het gezin uit naar het buitenland. Opnieuw herbergde Paleis Soestdijk buitenlandse militairen, ditmaal Duitse officieren.

Tijdens de regeerperiode van Juliana maakte de koninklijke familie voornamelijk gebruik van Soestdijk en Paleis Het Loo. Paleis Soestdijk werd in 1948 officieel de hoofdresidentie van het staatshoofd en Het Loo ging dienen als buitenverblijf, waar prinses Wilhelmina ging wonen. Om als werkpaleis te kunnen dienen werden in de Soestervleugel de secretariaten van Juliana en Bernhard ondergebracht. Van de zolder tot de kelder werd nu elke vierkante meter gebruikt.

Juliana had geen voorkeur voor Paleis Het Loo als zomerverblijf, maar gebruikte Paleis Soestdijk permanent als woon- en werkpaleis. Vakantie hield zij meest in het buitenland. Zij voerde de reguliere gesprekken met de minister-president meestal op Soestdijk, totdat tijdens het premierschap van Piet de Jong voor Paleis Huis ten Bosch werd gekozen. Bij hoge uitzondering hield zij kantoor op Paleis Lange Voorhout of ontving zij hoge gasten en diplomaten op Paleis Huis ten Bosch. Vanuit Paleis Soestdijk werden in rechtstreekse televisie-uitzendingen de verlovingen van de prinsessen bekendgemaakt. Jaarlijks werd op 30 april door vele vertegenwoordigers van de samenleving een bloemenhulde gebracht aan de jarige vorstin, het zogenaamde bloemendefilé.

Staatsbezoeken werden in de periode van Juliana zo veel mogelijk op het Paleis op de Dam ontvangen. Af en toe werd gebruikgemaakt van Paleis Soestdijk, zoals in 1979 bij het officiële bezoek van de Japanse keizerlijke familie, mede omdat eind jaren zeventig de paleizen Het Loo, Noordeinde en Huis ten Bosch alle in restauratie waren.

In de jaren zestig en zeventig vonden er enkele verbouwingen plaats, waarbij het paleis werd uitgebreid met een zonnekamer en een inpandig zwembad.

Tijdens de periode van het kabinet-Marijnen (1963-1965) waren er al plannen dat de Staat der Nederlanden Paleis Soestdijk zou aankopen, dit vanwege de hoge onderhoudskosten.[4] In 1967 bedroegen die bijvoorbeeld 450.000 gulden.[5] Uiteindelijk wilde de overheid gedurende de kabinetsperiode van minister-president De Jong (1967-1971) definitief overgaan tot de aankoop van het paleis met omliggende gronden. Er deden bedragen de ronde dat het paleis met 70-75 hectare grond een waarde zou hebben van tien tot twintig miljoen gulden. Het kabinet zag er vanwege te verwachten publieke kritiek tegenop om dergelijke bedragen op tafel te leggen. Volgens het ministerie van Financiën had het paleis vanwege de hoge onderhoudskosten zelfs een negatieve waarde en adviseerde niet hoger te bieden dan één tot drie miljoen gulden. De Jong wilde niet verder gaan dan één miljoen gulden. Juliana vroeg eind oktober 1967 3,3 miljoen gulden. Daarop werd besloten tot een bindende taxatie. Die kwam in september 1970 uit op 4,29 miljoen gulden.[4] Uiteindelijk werd Paleis Soestdijk eind 1970 voor een bedrag van exact 4,2 miljoen gulden verkocht aan de Staat der Nederlanden. Tegelijkertijd werd vastgelegd dat Juliana en Bernhard ook na het aftreden van Juliana als koningin in het paleis konden blijven wonen.[6]

Per 1 januari 1971 werd Paleis Het Loo niet langer aan de Kroon ter beschikking gesteld. Paleis Soestdijk werd vanaf die datum een van de drie aan de Kroon ter beschikking gestelde paleizen.

Kasteel Het Oude Loo werd na restauratie aan de koninklijke familie verhuurd. Alle officiële koninklijke paleizen vallen sindsdien onder de Rijksgebouwendienst. Paleis Huis ten Bosch, Paleis Noordeinde en het Paleis in Amsterdam zaten al in de portefeuille van de Rijksgebouwendienst en zijn voorlopers sinds de 19e eeuw. Verder werd door het Rijk met Juliana een betere financiële regeling getroffen. Door haar werden de particuliere collecties kunst, juwelen en kunstnijverheid uit de familie Oranje-Nassau ondergebracht in 'dode hand', om zo dienstbaar te blijven aan de kroondrager. Al deze kunstwerken, sieraden en dergelijke werden in stichtingen ondergebracht die onder leiding staan van de familie. Daarnaast is een groot deel van de kunst, kunstnijverheid, stoffering en meubilering in de officiële paleizen eigendom van de staat (Rijksgebouwendienst), die via de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties elk jaar aan het Koninklijk Huis geld ter beschikking stelt voor het beheer van de roerende en onroerende paleisgoederen. De roerende zaken op Soestdijk bleven echter merendeels particulier eigendom.

In de jaren zeventig en begin jaren tachtig woonden naast Juliana en Bernhard ook de prinsessen Irene en Christina met hun gezinnen op het paleis. Voor hen werden appartementen ingericht in de Soestervleugel.

Na haar troonsafstand op 30 april 1980 bleven Juliana en Bernhard wonen in Paleis Soestdijk, waar ze in 1987 hun gouden bruiloft vierden en er voor het laatst massa's mensen langs het bordes trokken om hulde te brengen. Naarmate Juliana ouder werd leefde zij meer teruggetrokken in Paleis Soestdijk. Zij overleed er op 20 maart 2004 en Bernhard op 1 december van hetzelfde jaar. Beiden werden op Paleis Soestdijk opgebaard. Het Koninklijk Huis heeft daarna geen behoefte meer getoond aan gebruik van het moeilijk te beveiligen paleis.

Op 19 mei 2009 onthulde koningin Beatrix in de voortuin een bronzen beeld van haar ouders, gemaakt door Kees Verkade.[7]

Open voor publiekBewerken

Sinds het overlijden van prins Bernhard stond het paleis leeg. In oktober 2005 werd het paleis weer ter beschikking gesteld aan de eigenaar, de Staat. De Rijksgebouwendienst had toen het dagelijks beheer tot deze dienst een nieuwe gebruiker vond.

Op 24 april 2006 werd bekendgemaakt dat Paleis Soestdijk voor een periode van drie jaar zou worden opengesteld.[8] In de daaropvolgende maanden werden het paleis en het park gereed gemaakt voor de openstelling. In een bosperceel van het park werden bomen gekapt voor de aanleg van 230 parkeerplaatsen. In de oranjerie kwam een horecavoorziening en de watertoren werd omgebouwd tot museumwinkel. Deze museumwinkel werd later verplaatst naar de garderoberuimte in het paleis.

In het paleis kwam een expositie over de geschiedenis van het paleis en zijn bewoners. Deze was alleen met een rondleiding te bezoeken, en voerde door de staatsievertrekken van het paleis, die grotendeels oorspronkelijk ingericht waren. Verder waren er enkele privévertrekken van de laatste bewoners te zien, hoewel die reeds ontdaan waren van vrijwel alle privébezittingen. Tussen december 2006 en februari 2007 werden bewoners van Baarn en Soest als eerste uitgenodigd voor een rondleiding. Daarna was het paleis open voor iedereen. Kaarten voor de rondleiding waren via de website van het paleis te koop. Het park was te bezoeken na betaling aan de kassa. Op 10 oktober 2007 verwelkomde de stichting de 100.000e bezoeker.[9] In 2009 besloot de regering dat de openstelling van het paleis met een jaar werd verlengd. Tot en met 2010 kwamen er in ruim vier jaar tijd meer dan 600.000 bezoekers.[10]

Op 1 januari 2011 werd het paleis gesloten voor publiek, maar deze sluiting werd een maand later teruggedraaid toen bleek dat de vraag naar rondleidingen groot bleef. Besloten werd om het paleis per 1 maart weer open te stellen, eerst alleen op vrijdagen, zaterdagen en zondagen, vanaf 2012 vaker. Het paleis zou weer sluiten wanneer er een definitieve bestemming voor was gevonden.

Koningin Emmapark en bijgebouwenBewerken

  Zie Koningin Emmapark voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De eerste aanleg van de tuin van Paleis Soestdijk was in 1689 door Maurits Post, van de structuren is niets over gebleven. Daniël Marot gaf de tuin daarna vorm, een houten tuinbank bij de vijver en enkele vazen zijn hiervan bewaard gebleven.

Het Engelse Bos ten zuidoosten van het paleis is een overblijfsel van de aanleg in vroege landschappelijke stijl van rond 1780 door J.D. Zocher sr. en jr. vanaf 1806. De aanleg in landschapstuin gebeurde in opdracht van koning Lodewijk Napoleon. Ten westen van het paleis is een grote slingervijver met eiland, een slingerende beek, een aanleg met gazons, boomgroepen en gebogen paden. Vlak achter het paleis ligt de grote vijver, terwijl de beek van de zuidzijde via een vijver naar het westen slingert, dieper het park in. Vanuit het paleis is een tuinhuisje te zien, met aan de zuidkant een witte gietijzeren brug.

Aan het gebogen lanenstelsel van het park groeien onder andere beuken en rododendrons. Noordwestelijk van de vijver ligt een weide met het Wilhelminachalet. Dit chalet uit 1892 werd gebruikt als speelhuis voor de jeugdige Wilhelmina. Noordelijk van het paleis staan de oranjerie en de oudste nog bestaande watertoren van Nederland. Deze werd rond 1680 gebouwd naar een ontwerp van 'fountainier' Willem Meesters[11] en diende om de fonteinen te laten spuiten.

Aan de westkant van de slingervijver is een sportpaviljoen met zwembad en tennisbanen plus een speelhuisje. Er staan twee wachthuisjes, een sportgebouw, een ijskelder, drie jachthuisjes en een parkwachterswoning.

Door de ontstaansgeschiedenis van Paleis Soestdijk, het Baarnse Bos en de Eult is het park van cultuurhistorische waarde. Het park en de bijgebouwen zijn aangewezen als rijksmonumenten. Zie ook de lijst van rijksmonumenten bij Paleis Soestdijk.

Aan de overzijde van de Amsterdamsestraatweg is de Koningslaan die als een zichtlijn de gedenknaald toont. Tevens zijn aan deze kant van de weg de diensthuizen, boerderij en de stallen van het paleis te vinden.

Verkoop aan MeyerBergman Erfgoed GroepBewerken

Op 8 juni 2017 maakte het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bekend dat het paleis en het bijbehorend landgoed voor 1,7 miljoen euro werd verkocht aan MeyerBergman Erfgoed Groep. Het paleis en landgoed zouden een "proeftuin" moeten worden voor innovatie, waar instituten, bedrijven en starters zich aan elkaar zouden kunnen presenteren. Ook zouden er horecavoorzieningen komen. Het bosgebied dat nu nog is afgesloten, zou open gaan voor recreanten. Op het terrein van de voormalige marechausseekazerne werden woningen gepland.[12][13] Het paleis wordt vanaf 2020 grondig gerenoveerd en gerestaureerd, ook de bijgebouwen en het landgoed moeten onderhouden worden. De totale kosten werden geschat op meer dan 100 miljoen euro.[14][15] De plannen liepen spaak toen de provincie woningbouw in het Paardenbos verbood. De MeyerBergman Erfgoed Groep wilde hier en op een aanpalend stuk terrein op 6,1 hectare woningen bouwen. In het voorjaar van 2020 werd er een compromis gesloten tussen de nieuwe paleiseigenaar, gemeente Baarn, provincie Utrecht en het Rijksvastgoedbedrijf om het project tot ontwikkeling weer vlot te kunnen trekken. Afgesproken werd dat er op het terrein van Paleis Soestdijk minder woningen gebouwd zouden worden. Het plan was om tien appartementengebouwen van vier lagen hoog te bouwen, met in totaal zeventig tot tachtig appartementen. Ze zouden gebouwd gaan worden op het terrein van de marechausseekazerne en iets ten noorden ervan. Het zou gaan om 3,8 hectare grondgebied, waarvan maximaal 1,2 hectare bebouwd zou worden. Minstens 1,6 hectare zou worden ingericht als natuurgebied. In ruil hiervoor zou de provincie Utrecht minder hoge eisen stellen aan natuurbehoud.[16] Op 15 juli 2020 stemde de gemeenteraad van Baarn in meerderheid in, met het voorontwerp-bestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk.[17]

Eerder werd er gepleit om er het Nationaal Historisch Museum te huisvesten.[18][19] Ook zouden Paleis Soestdijk en het landgoed eromheen geschikt zijn voor culturele activiteiten en bijeenkomsten. In de zomer van 2011 en 2012 werd in en onder het water van de hofvijver van het paleis de opera Orfeo ed Euridice van Christoph Willibald Gluck uitgevoerd door het gezelschap De Utrechtse Spelen.[20]

Panorama van Paleis Soestdijk

LiteratuurBewerken

  • Paleis Soestdijk. Drie eeuwen huis van Oranje. Kunsthistorisch Bureau D´Arts Amsterdam i.s.m. Waanders Uitgevers, 2009, ISBN 978 90 400 8608 3.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

  Zie de categorie Soestdijk Palace van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.