Hoofdmenu openen

Kunstrijden op de Olympische Winterspelen 2010

sportevenement op de Olympische Spelen

Het kunstrijden is een van de sporten die beoefend werden tijdens de Olympische Winterspelen 2010 in Vancouver. De wedstrijden werden georganiseerd door de Internationale Schaatsunie (ISU) onder auspiciën van het IOC. Het was de 23e keer dat het kunstrijden op het olympische programma stond. In 1908 en 1920 stond het op het programma van de Olympische Zomerspelen. De wedstrijden vonden plaats van 14 tot en met 25 februari in het Pacific Coliseum in Vancouver.

pictogram kunstrijdenKunstrijden op de Olympische Winterspelen 2010
Podium van de vrouwenwedstrijd.
Podium van de vrouwenwedstrijd.
Gehouden in Vancouver
Jaar 2010
Data 14 t/m 27 februari
Sport Kunstrijden
Accommodatie(s) Pacific Coliseum
Deelnemers 146 atleten uit 31 landen
Evenementen 4
Vorige: 2006     Volgende: 2014
Portaal  Portaalicoon   Olympische Spelen

ProgrammaBewerken

14 februari 15 februari 16 februari 18 februari 19 februari 21 februari 22 februari 23 februari 25 februari 27 februari
Paren korte kür vrije kür Gala
Mannen korte kür vrije kür
IJsdansen verplichte dans originele dans vrije dans
Vrouwen korte kür vrije kür

DeelnameBewerken

Het maximum aantal deelnemers aan het kunstschaatsen was door het IOC vastgesteld op 148. Bij de mannen en vrouwen individueel mochten 30, bij het paarrijden 20 en bij het ijsdansen 24 startplaatsen worden ingevuld. De startplaatsen zijn verdiend op het laatst gehouden wereldkampioenschap (maart 2009) en de recentste editie van de Nebelhorn Trophy (september 2009) voor aanvang van de Spelen.

Dertig landen hadden op deze beide toernooien het recht verworven op één of meerdere startplaatsen (zie tabel). Namens België bemachtigde Kevin Van der Perren op het WK bij de mannen een start plaats en bij de Nebelhorn Trophy voegde Isabelle Pieman hier een startplaats bij de vrouwen aan toe.

(Tussen haakjes het aantal startplaatsen voor respectievelijk: mannen - vrouwen - paren - ijsdansen)
  Rusland (2-2-3-3)
  Verenigde Staten (3-2-2-3)
  Canada (2-2-2-2)
  Japan (3-3-0-1)
  Italië (2-1-1-2)
  China (0-1-3-1)
  Duitsland (1-1-2-1)
  Frankrijk (2-0-1-2)
  Oekraïne (1-0-2-1)
  Groot-Brittannië (0-1-1-2)
  Zwitserland (1-2*-1-0)
  Estland (0-1-1-1)
  Finland (1-2-0-0)
  Polen (1-1-1-0)
  Tsjechië (2-0-0-1)
  België (1-1-0-0)
  Georgië (0-1-0-1)
  Hongarije (0-1-0-1)
  Israël (0-1*-0-1)
  Kazachstan (2-0-0-0)
  Oostenrijk (1-1-0-0)
  Slovenië (1-1-0-0)
  Spanje (1-1-0-0)
  Zuid-Korea (0-2-0-0)
  Litouwen (0-0-0-1*)
  Noord-Korea (1-0-0-0)
  Roemenië (1-0-0-0)
  Slowakije (0-1-0-0)
  Turkije (0-1-0-0)
  Zweden (1-0-0-0)
Georgië had op het WK 2009 twee startplaatsen bij de vrouwen verdiend, vooraf aan de Nebelhorn Trophy hadden ze al aangegeven dat ze maar één plaats zouden invullen. De extra te verdienen plaats op de Nebelhorn Trophy werd door Israël bemachtigd.
* Een van de twee startplaatsen van de Zwitserse vrouwen en de startplaats van Israël werden niet door hun ingevuld, deze plaatsen werden ingenomen door een vrouw uit Australië en Oezbekistan.
* De startplaats voor Litouwen bij het ijsdansen, door het paar Katherine Copely / Deividas Stagniūnas op het WK verdiend werd niet ingevuld omdat er onduidelijkheid bestond omtrent de juiste nationaliteit van de geboren Amerikaanse Copely (er nam geen vervangend paar deel).

Een deelnemer moest op 1 juli 2009 ten minste 15 jaar zijn en staatsburger van hun land zijn waarvoor ze uitkomen om te mogen deelnemen op de Spelen. Dit laatste geldt met name voor de paarrijders en ijsdansers, zij mogen op de ISU-kampioenschappen met een buitenlandse partner deelnemen. Daarnaast mag een deelnemer de laatste drie jaar niet voor een ander land actief hebben deelgenomen aan een (ISU-)sportevenement.

MedaillesBewerken

Bij de mannen veroverde Evan Lysacek als zesde Amerikaan de olympische titel. De Rus Jevgeni Pljoesjtsjenko op plaats twee nam voor de derde opeenvolgende keer plaats op het olympisch erepodium, in 2002 werd hij ook tweede en hij was de olympisch kampioen van 2006. Hij is de tweede man in het mannentoernooi die drie olympische medailles behaalde. De Zweed Gillis Grafström veroverde er vier tussen 1920-1932 (3× goud, 1× zilver). Daisuke Takahashi veroverde met de bronzen medaille de eerste Japanse medaille in het mannentoernooi.

In het vrouwentoernooi veroverde de regerend wereldkampioene Kim Yu-na de gouden medaille. Het was de eerste kunstschaatsmedaille voor Zuid-Korea ooit op de Olympische Winterspelen. Mao Asada veroverde met haar zilveren medaille de derde Japanse medaille in het vrouwentoernooi en de vierde over de vier disciplines. De bronzen medaille van Joannie Rochette was de vijfde Canadese medaille ooit in het vrouwentoernooi.

Bij de paren veroverde het echtpaar Shen Xue / Zhao Hongbo na hun bronzen medailles in 2002 en 2006 als eerste Chinese paar de gouden medaille. Ze waren het twee paar die drie olympische medailles veroverden, het Franse echtpaar Andrée Brunet-Joly / Pierre Brunet deden dit van 1924-1932.De twee paren op de plaatsen twee en drie veroverden hun eerste medaille.

Bij het ijsdansen behaalden de drie paren hun eerste olympische medaille. Het paar Tessa Virtue / Scott Moir haalden de eerste titel en de tweede medaille in deze discipline voor Canada binnen, het paar Tracey Wilson / Robert McCall veroverden in 1988 de bronzen medaille.

Onderdeel      
Mannen   USA Evan Lysacek   RUS Jevgeni Pljoesjtsjenko   JPN Daisuke Takahashi
Vrouwen   KOR Kim Yu-na   JPN Mao Asada   CAN Joannie Rochette
Paren   CHN Shen Xue
Zhao Hongbo
  CHN Pang Qing
Tong Jian
  GER Aliona Savchenko
Robin Szolkowy
IJsdansen   CAN Tessa Virtue
Scott Moir
  USA Meryl Davis
Charlie White
  RUS Oksana Domnina
Maksim Sjabalin

UitslagenBewerken

pr = persoonlijk record

MannenBewerken

# Olympiër Land Punten korte
kür
vrije
kür
  Evan Lysacek   USA 257.67 pr 90.30 pr 167.37 pr
  Jevgeni Pljoesjtsjenko   RUS 256.36 90.85 165.51
  Daisuke Takahashi   JPN 247.23 90.25 pr 156.98
4 Stéphane Lambiel   SUI 246.72 pr 84.63 pr 162.09 pr
5 Patrick Chan   CAN 241.42 81.12 160.30 pr
6 Johnny Weir   USA 238.87 pr 82.10 156.77 pr
7 Nobunari Oda   JPN 238.69 84.85 153.69
8 Takahiko Kozuka   JPN 231.19 pr 79.59 151.60
9 Jeremy Abbott   USA 218.19 69.40 149.56
10 Michal Březina   CZE 216.73 78.80 137.93
11 Denis Ten   KAZ 211.25 76.24 pr 135.01
12 Florent Amodio   FRA 210.30 pr 75.35 pr 134.95 pr
13 Artem Borodulin   RUS 210.16 pr 72.24 pr 137.92 pr
14 Javier Fernandez   ESP 206.68 pr 68.69 pr 137.99
15 Adrian Schultheiss   SWE 200.44 pr 63.13 137.31 pr
16 Brian Joubert   FRA 200.22 68.00 132.22
17 Kevin Van der Perren   BEL 189.84 72.90 116.94
18 Samuel Contesti   ITA 187.50 70.60 116.90
19 Tomáš Verner   CZE 184.74 65.32 119.42
20 Paolo Bacchini   ITA 177.21 64.42 pr 112.79
21 Viktor Pfeifer   AUT 175.93 60.88 115.05 pr
22 Stefan Lindemann   GER 171.98 68.50 103.48
23 Vaughn Chipeur   CAN 170.92 57.22 113.70
24 Anton Kovalevski   UKR 165.90 63.81 102.90
Vrije kür niet bereikt
25 Ri Song-chol   PRK 56.60 56.60 pr  
26 Abzal Rakimgaliev   KAZ 55.88 55.88  
27 Gregor Urbas   SLO 53.02 53.02  
28 Przemysław Domański   POL 52.14 52.14  
29 Zoltán Kelemen   ROU 51.95 51.95  
30 Ari-Pekka Nurmenkari   FIN 44.62 44.62  

VrouwenBewerken

# Olympiër Land Punten korte
kür
lange
kür
  Kim Yu-na   KOR 226.56 pr 78.50 pr 150.06 pr
  Mao Asada   JPN 205.50 pr 73.78 131.72
  Joannie Rochette   CAN 202.64 pr 71.36 pr 131.28 pr
4 Mirai Nagasu   USA 190.15 pr 63.76 126.39 pr
5 Miki Ando   JPN 188.86 64.76 124.10
6 Laura Lepistö   FIN 187.97 pr 61.36 126.61 pr
7 Rachel Flatt   USA 182.49 pr 64.64 pr 117.85 pr
8 Akiko Suzuki   JPN 181.44 pr 61.02 pr 120.42 pr
9 Alena Leonova   RUS 172.46 pr 62.14 pr 110.32
10 Ksenia Makarova   RUS 171.91 pr 59.22 pr 112.69 pr
11 Kiira Korpi   FIN 161.57 52.96 108.61 pr
12 Cynthia Phaneuf   CAN 156.62 57.16 99.46
13 Kwak Min-jung   KOR 155.53 pr 53.16 102.37 pr
14 Elene Gedevanisjvili   GEO 155.24 61.92 pr 93.32
15 Sarah Meier   SUI 152.81 56.70 96.11
16 Carolina Kostner   ITA 151.90 63.02 88.88
17 Júlia Sebestyén   HUN 151.26 57.46 93.80
18 Sarah Hecken   GER 143.94 pr 49.04 pr 94.90 pr
19 Liu Yan   CHN 143.47 51.74 91.73
20 Cheltzie Lee   AUS 138.16 pr 52.16 pr 86.00 pr
21 Elena Glebova   EST 134.19 50.80 83.39
22 Sonia Lafuente   ESP 133.51 pr 49.74 pr 83.77 pr
23 Anastasia Gimazetdinova   UZB 131.65 49.02 82.63
24 Tugba Karademir   TUR 129.54 50.74 78.80
Vrije kür niet bereikt
25 Isabelle Pieman   BEL 46.10 46.10 pr  
26 Miriam Ziegler   AUT 43.84 43.84  
27 Teodora Poštič   SLO 43.80 43.80  
28 Ivana Reitmayernova   SVK 41.94 41.94  
29 Jenna McCorkell   GBR 40.64 40.64  
30 Anna Jurkiewicz   POL 36.10 36.10  

ParenBewerken

# Olympiër Land Punten korte
kür
vrije
kür
  Shen Xue
Zhao Hongbo
  CHN 216.57 pr 76.66 pr 139.91 pr
  Pang Qing
Tong Jian
  CHN 213.31 pr 71.50 pr 141.81 pr
  Aliona Savchenko
Robin Szolkowy
  GER 210.60 75.96 pr 134.64
4 Joeko Kavagoeti
Alexandr Smirnov
  RUS 194.77 74.16 pr 120.61
5 Zhang Dan
Zhang Hao
  CHN 194.34 71.28 123.06
6 Jessica Dubé
Bryce Davison
  CAN 187.11 65.36 121.75
7 Maria Moechortova
Maksim Trankov
  RUS 185.79 63.44 122.35
8 Tatjana Volosozjar
Stanislav Morozov
  UKR 181.78 62.14 119.64
9 Anabelle Langlois
Cody Hay
  CAN 179.97 pr 64.20 pr 115.77 pr
10 Amanda Evora
Mark Ladwig
  USA 171.92 pr 57.86 pr 114.06 pr
11 Vera Bazarova
Joeri Larionov
  RUS 163.50 pr 56.54 106.96 pr
12 Nicole Della Monica
Yannick Kocon
  ITA 161.60 pr 56.82 pr 104.78 pr
13 Caydee Denney
Jeremy Barett
  USA 158.33 53.26 105.07
14 Vanessa James
Yannick Bonheur
  FRA 145.10 51.16 93.94
15 Anais Morand
Antoine Dorsaz
  SUI 144.42 55.34 pr 89.08
16 Stacey Kemp
David King
  GBR 139.94 pr 48.28 91.66
17 Maylin Hausch
Daniel Wende
  GER 138.74 45.46 93.28 pr
18 Joanna Sulej
Mateusz Chruscinski
  POL 125.82 pr 39.30 86.52 pr
19 Maria Sergejeva
Ilja Glebov
  EST 124.90 42.18 82.72
20 Ekaterina Kostenko
Roman Talan
  UKR 120.98 pr 39.54 pr 81.44 pr

IJsdansenBewerken

# Olympiër Land Punten verplichte
dans
originele
dans
vrije
dans
  Tessa Virtue
Scott Moir
  CAN 221.57 pr 42.74 pr 68.41 pr 110.42 pr
  Meryl Davis
Charlie White
  USA 215.74 pr 41.47 pr 67.08 pr 107.19 pr
  Oksana Domnina
Maksim Sjabalin
  RUS 207.64 pr 43.76 pr 62.84 101.04
4 Tanith Belbin
Benjamin Agosto
  USA 203.07 40.83 62.50 99.74
5 Federica Faiella
Massimo Scali
  ITA 199.17 39.88 pr 60.18 99.11
6 Isabelle Delobel
Olivier Schoenfelder
  FRA 193.73 37.99 58.68 97.06
7 Nathalie Pechalat
Fabian Bourzat
  FRA 190.49 36.13 59.99 94.37
8 Sinead Kerr
John Kerr
  GBR 186.01 37.02 pr 56.76 92.23
9 Jana Chochlova
Sergej Novitski
  RUS 185.86 37.18 55.57 93.11
10 Alexandra Zaretski
Roman Zaretski
  ISR 180.26 pr 34.38 55.24 90.64 pr
11 Emily Samuelson
Evan Bates
  USA 174.30 31.37 53.99 88.94
12 Anna Cappellini
Luca Lanotte
  ITA 167.32 33.13 51.45 82.74
13 Nóra Hoffmann
Maxim Zavozin
  HUN 167.23 pr 31.90 pr 51.22 pr 84.11 pr
14 Vanessa Crone
Paul Poirier
  CAN 164.60 31.14 48.17 85.29
15 Jekaterina Bobrova
Dmitri Solovjov
  RUS 163.35 29.86 50.61 82.88
16 Anna Zadorozjnjoek
Sergej Verbillo
  UKR 163.15 33.87 pr 50.02 79.26
17 Cathy Reed
Chris Reed
  JPN 159.60 pr 29.49 pr 50.81 pr 79.30
18 Christina Beier
William Beier
  GER 149.64 30.31 46.42 72.91
19 Huang Xintong
Zheng Xun
  CHN 145.52 29.22 45.03 71.27
20 Penny Coomes
Nicholas Buckland
  GBR 143.61 25.68 46.33 71,60 pr
21 Kamila Hájková
David Vincour
  CZE 133.81 23.19 40.54 70.08
22 Allison Reed
Otar Japaridze
  GEO 132.32 pr 26.65 pr 42.22 63.45 pr
23 Irina Shtork
Taavi Rand
  EST 115.18 21.73 35.21 58.24

MedailleklassementBewerken