Hoofdmenu openen

Kunstrijden op de Olympische Winterspelen 1956

sportevenement op de Olympische Spelen

GeschiedenisBewerken

Het was de negende keer dat het kunstrijden op het olympische programma stond. In 1908 en 1920 stond het op het programma van de Olympische Zomerspelen. De wedstrijden vonden plaats van 29 januari tot en met 3 februari.

In totaal namen 59 deelnemers (27 mannen en 32 vrouwen) uit vijftien landen deel aan deze editie. Het paar Marianna Nagy / László Nagy waren de enige deelnemers die voor de derde keer deelnamen. De goudenmedaillewinnaar bij de mannen Hayes Alan Jenkins alsmede Alain Giletti, François Pache, Per Cock-Clausen, de goudenmedaillewinnaar bij de vrouwen Tenley Albright en de beide paren die de gouden en zilveren medaille wonnen Sissy Schwarz / Kurt Oppelt en Frances Dafoe / Norris Bowden namen allen voor de tweede keer deel.

De Amerikaanse Tenley Albright veroverde na haar zilveren medaille in 1952 nu de gouden medaille. Bij de paren veroverde het paar Nagy / Nagy net als in 1952 de bronzenmedaille.

Eindrangschikking

Elk van de negen juryleden (elf bij de vrouwen) rangschikte de deelnemer van plaats 1 tot en met de laatste plaats. Deze plaatsing geschiedde op basis van het toegekende puntentotaal door het jurylid gegeven. (Deze puntenverdeling was weer gebaseerd op 60% van de verplichte kür, 40% van de vrije kür bij de solo disciplines). De uiteindelijke rangschikking geschiedde bij een absolute meerderheidsplaatsing. Dus, wanneer een deelnemer als enige bij meerderheid als eerste was gerangschikt, kreeg hij de eerste plaats toebedeeld. Vervolgens werd voor elke volgende positie deze procedure herhaald, waarbij het aantal plaatsingen voor die positie werd bepaald door het aantal keren dat diezelfde positie of hogere positie werd behaald (dus, voor plaats 2 telden alle top 2 plaatsen, voor plaats 3 alle top 3 plaatsen, enz.). Wanneer geen meerderheidsplaatsing kon worden bepaald, dan volgde de procedure voor de volgende plaats tot een meerderheidsplaatsing was bereikt. Bij een gelijk aantal meerderheidsplaatsingen waren beslissende factoren: 1) laagste som van plaatsingcijfers van alle juryleden, 2) totaal behaalde punten, 3) punten behaald in de verplichte kür.

MannenBewerken

Op 29 januari (verplichte kür) en 1 februari (vrije kür) streden zestien mannen uit elf landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/9 punten
  Hayes Alan Jenkins   USA 6x1 (3-1-1-1-2-2-1-1-1) 13,0 1497,95
  Ronnie Robertson   USA 8x2 (1-2-2-2-1-1-3-2-2) 16,0 1492,15
  David Jenkins   USA 7x3 (2-3-4-3-3-4-2-3-3) 27,0 1465,41
4 Alain Giletti   FRA 6x4 (4-5-3-5-4-3-5-4-4) 37,0 1436,75
5 Karol Divín   TCH 5x5 (7-4-5-4-5,5-5-6-8-5) 49,5 1388,26
6 Michael Booker   GBR 7x6 (5-6-8-6-5,5-7-4-6-6) 53,5 1388,38
7 Norbert Felsinger   AUT 5x7 (9-7-7-7-9-10-8-7-7) 71,0 1355,01
8 Charles Snelling   CAN 6x8 (8-9-6-9-8-6-7-5-9) 67,0 1353,80
9 Alain Calmat   FRA 7x9 (6-10-9-10-7-9-9-9-8) 77,0 1335,19
10 Tilo Gutzeit   GER 5x10 (12-8-10-8-11-8-12-10-11) 90,0 1269,80
11 François Pache   SUI 9x11 (10-11-11-11-10-11-10-11-10) 95,0 1254,20
12 Hans Müller   SUI 6x12 (13-12-12-13-12-12-14-12-12) 112,0 1217,52
13 Allan Ganter   AUS 8x13 (11-15-13-12-13-13-11-13-13) 114,0 1191,72
14 Darío Villalba   ESP 7x14 (14-13-14-14-16-14-13-16-14) 128,0 1145,70
15 Kalle Tuulos   FIN 6x15 (16-14-15-15-15-16-15-15-16) 137,0 1120,58
16 Charles Keeble   AUS - (15-16-16-16-14-15-16-14-15) 137,0 1115,39

VrouwenBewerken

Op 30 januari (verplichte kür) en 2 februari (vrije kür) streden 21 vrouwen uit elf landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/11 = som plaatsingcijfers van alle elf juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/11 punten
  Tenley Albright   USA 10x1 (1-1-1-1-1-1-1-1-1-2-1) 12,0 1866,39
  Carol Heiss   USA 11x2 (2-2-2-2-2-2-2-2-2-1-2) 21,0 1848,24
  Ingrid Wendl   AUT 9x3 (8-3-4-3-3-3-3-3-3-3-3-3) 39,0 1753,91
4 Yvonne Sugden   GBR 6x4 (3-5-8-4-4-7-4-4-4-5-5) 53,0 1722,83
5 Hanna Eigel   AUT 9x5 (4-4-6-5-6-4-5-5-5-4-4) 52,0 1728,67
6 Carol Pachl   CAN 6x6 (5-7-3-6-5-10-8-9-8-6-6) 73,0 1702,23
7 Hanna Walter   AUT 6x7 (6-6-7-7-10-8,5-6-8-7-9-9) 83,5 1692,81
8 Catherine Machado   USA 7x8 (10-8-5-9-8-8,5-7-10-6-7-8) 86,5 1688,29
9 Ann Johnston   CAN 8x9 (9-11-9-8-9-6-10-7-10-8-7) 94,0 1678,20
10 Rose Pettinger   EUA 7x10 (7-9-10-10-11-5-11-6-11-10-11) 101,0 1672,49
11 Erica Batchelor   GBR 8x11 (13-10-11-11-7-12-9-11-9-11-12) 116,0 1646,40
12 Sjoukje Dijkstra   NED 10x13 (12-12-13-12-13-11-13-16-13-12-13) 140,0 1603,80
13 Joan Haanappel   NED 10x14 (14-13,5-12-14-16-14-14-13-12-12-10) 145,5 1604,36
14 Diana Carol Peach   GBR 7x14 (11-15-14-13-12-15-12-12-14-15-18) 151,0 1592,32
15 Fiorella Negro   ITA 7x15 (18-13,5-16-15-14-16-15-14-18-14-15) 168,5 1565,49
16 Karin Borner   SUI 8x16 (15-17-15-17-17-13-16-15-16-16-14) 171,0 1558,69
17 Maryvonne Huet   FRA 6x17 (19-16-17-16-15-17-20-18-21-18-17) 194,0 1521,34
18 Alice Fischer   SUI 6x18 (17-18-18-18-19-20-17-21-19-20-16) 203,0 1514,61
19 Alice Lundström   SWE 7x19 (16-20-19-21-21-19-19-19-15-17-20) 206,0 1499,84
20 Jindra Kramperová   TCH 7x19 (20-19-20-19-18-18-18-20-17-21-19) 203,0 1503,37
21 Manuela Angeli   ITA - (21-21-21-20-20-21-21-17-20-19-21) 222,0 1468,68

ParenBewerken

Op 3 februari (vrije kür) streden elf paren uit zes landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/9 punten
  Sissy Schwarz / Kurt Oppelt   AUT 9x2 (1-1-2-1-1-2-2-2-2) 14,0 101,8
  Frances Dafoe / Norris Bowden   CAN 7x2 (2-2-1-2-3-1-1-3-1) 16,0 101,9
  Marianna Nagy / László Nagy   HUN 5x3 (5-3-6-3-4-4-3-1-3) 32,0 99,3
4 Marika Kilius / Franz Ningel   EUA 5x4 (3,5-4,5-4,5-5-2-3-4-5-4) 35,5 98,9
5 Carole Ormaca / Robin Greiner   USA 5x5 (3,5-7-4,5-8-8-5-5-10-5) 56,0 96,4
6 Barbara Wagner / Robert Paul   CAN 5x6 (8-8,5-3-7-5,5-6-6,5-4-6) 54,5 96,6
7 Lucille Ash / Sully Kothman   USA 8x7 (7-6-9-5-5,5-7-6,5-6,5-7) 59,5 95,7
8 Věra Suchánková / Zdeněk Doležal   TCH 6x8 (10-4,5-7-5-7-9-10-8-8) 68,5 94,8
9 Elisabeth Ellend / Konrad Lienert   AUT 8x9 (9-8,5-8-9-9-10-8-6,5-9) 77,0 93,5
10 Joyce Coates / Anthony Holles   GBR 7x10 (11-10-11-10-10-8-9-9-10) 88,0 90,0
11 Carolyn Krau / Rodney Ward   GBR - (6-11-10-11-11-11-11-11-11) 93,0 88,8

MedaillespiegelBewerken