Hoofdmenu openen

Kunstrijden op de Olympische Winterspelen 1980

sportevenement op de Olympische Spelen

Het kunstrijden is een van de sporten die beoefend werden tijdens de Olympische Winterspelen 1980 in Lake Placid. Het was de vijftiende keer dat het kunstrijden op het olympische programma stond. In 1908 en 1920 stond het op het programma van de Olympische Zomerspelen. De wedstrijden vonden plaats van 16 tot en met 23 februari in het Olympic Fieldhouse.

In totaal namen 84 deelnemers (40 mannen en 44 vrouwen) uit twintig landen deel aan de vier disciplines.

De Oost-Duitser Jan Hoffmann was de enige deelnemer die voor de vierde keer deelnam. Hij was de tweede man en derde persoon die vier keer aan de Olympischewedstrijden bij het kunstrijden deelnam, de Zweed Gillis Grafström en de Noorse Sonja Henie waren hem voorgegaan. De Russische deelnemers Vladimir Kovaljov (bij de mannen) en paarrijdster Irina Rodnina (in 1972 met Aleksej Oelanov en in 1976 en dit jaar met Aleksandr Zajtsev) namen beide voor de derde keer deel. Vier mannen, zeven vrouwen, en vier ijsdansparen namen voor de tweede keer deel.

Irina Rodnina werd de derde persoon bij het Olympisch kunstrijden die drie keer oprij de olympische titel veroverde. Ze trad hiermee in de voetsporen van Grafström en Henie. Naast haar schaatspartner Aleksandr Zajtsev veroverden hun landgenoten, het ijsdanspaar, Irina Moisejeva / Andrej Minenkov ook hun tweede medaille, waar het in 1976 de zilveren medaille betrof was het dit keer de bronzen medaille.

De West-Duitse Christina Riegel was deelneemster in het vrouwentoernooi en bij de paren.

UitslagenBewerken

MannenBewerken

Op 18 (verplichte kür), 19 (korte kür) en 21 februari (vrije kür) streden zeventien mannen uit tien landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/rm = som van de meerderheidsplaatsingen, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/rm pc/9 punten
  Robin Cousins   GBR 6x1 (1-2-1-3-1-1-1-2-1) 6 13 189,48
  Jan Hoffmann   GDR 9x2 (2-1-2-1-2-2-2-1-2) 15 15 189,72
  Charles Tickner   USA 7x3 (4-3-3-2-3-3-4-3-3) 20 28 187,06
4 David Santee   USA 9x4 (3-4-4-4-4-4-3-4-4) 34 34 185,52
5 Scott Hamilton   USA 9x5 (5-5-5-5-5-5-5-5-5) 45 45 181,78
6 Igor Bobrin   URS 8x6 (6-6-6-6-7-6-6-6-6) 48 55 177,40
7 Jean-Christophe Simond   FRA 7x7 (7-8-7-9-6-7-7-7-6) 47 64 175,00
8 Mitsuru Matsumura   JPN 5x8 (8-7-9-8-9-9-9-8-8) 39 75 172,28
9 Fumio Igarashi   JPN 8x9 (9-9-10-7-8-8-8-9-9) 67 77 172,04
10 Konstantin Kokora   URS 6x10 (10-10-8-11-10-10-10-11-11) 58 91 168,18
11 Hermann Schulz   GDR 7x11 (12-11-11-10-11-12-11-10-10) 74 98 166,70
12 Brian Pockar   CAN 8x12 (11-12-12-12-12-11-12-13-12) 94 107 163,26
13 Rudi Cerne   FRG 9x13 (13-13-13-13-13-13-13-12-13) 116 116 159,30
14 Thomas Öberg   SWE 8x14 (15-14-14-14-14-14-14-14-14) 112 127 149,80
15 Christopher Howarth   GBR 9x15 (14-15-15-15-15-15-15-15-15) 134 134 145,66
16 Xu Zhaoxiao   CHN - (16-16-16-16-16-16-16-16-16) 144 144 117,16
- Vladimir Kovaljov   URS opgave

VrouwenBewerken

Op 20 (verplichte kür), 21 (korte kür) en 23 februari (vrije kür) streden 22 vrouwen uit vijftien landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/rm = som van de meerderheidsplaatsingen, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/rm pc/9 punten
  Anett Pötzsch   GDR 7x1 (1-1-2-2-1-1-1-1-1) 7 11 189,00
  Linda Fratianne   USA 9x2 (2-2-1-1-2-2-2-2-2) 16 16 188,30
  Dagmar Lurz   FRG 8x3 (3-3-4-3-3-3-3-3-3) 24 28 183,04
4 Denise Biellmann   SUI 5x4 (4-5-6-6-4-6-4-4-4) 20 43 180,06
5 Lisa-Marie Allen   USA 7x5 (5-4-5-4-6-5-5-5-6) 33 45 179,42
6 Emi Watanabe   JPN 7x6 (6-7-3-5-5-4-6-7-5) 34 48 179,04
7 Claudia Kristofics-Binder   AUT 9x7 (7-6-7-7-7-7-7-5-7) 60 60 176,88
8 Susanna Driano   ITA 5x8 (8-9-10-9-9-8-8-8-8) 40 77 172,82
9 Sandy Lenz   USA 5x9 (9-8-8-8-10-9-10-10-10) 42 82 172,74
10 Kristiina Wegelius   FIN 8x10 (10-10-9-10-11-10-9-9-9) 76 87 172,04
11 Sandra Dubravčić   YUG 5x11 (13-12-11-11-8-12-11-10-12) 51 100 170,30
12 Karena Richardson   GBR 6x12 (11-11-12-14-12-11-12-13-13) 69 109 168,94
13 Karin Riediger   FRG 5x13 (12-15-14-12-13-13-15-12-14) 62 120 166,32
14 Danielle Rieder   SUI 6x14 (14-13-15-16-15-14-13-14-11) 79 125 165,46
15 Heather Kemkaran   CAN 9x15 (15-14-13-13-14-15-14-15-15) 128 128 164,64
16 Kira Ivanova   URS 8x16 (16-16-16-15-16-17-16-16-16) 127 144 161,54
17 Susan Broman   FIN 9x17 (17-17-17-17-17-16-17-17-17) 152 152 157,54
18 Christina Riegel   FRG 9x18 (18-18-18-18-18-18-18-18-18) 162 162 149,50
19 Franca Bianconi   ITA 9x19 (19-19-19-19-19-19-19-19-19) 171 171 144,82
20 Shin Hae-sook   KOR 8x21 (21-20-20-20-22-21-20-21-21) 164 186 128,18
21 Gloria Mas   ESP 5x21 (22-22-21-22-20-20-21-20-22) 102 190 126,56
22 Bao Zhenghua   CHN - (20-21-22-21-21-22-22-22-20) 191 191 126,96

ParenBewerken

Op 16 (korte kür) en 17 februari (vrije kür) streden elf paren uit zeven landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/rm = som van de meerderheidsplaatsingen, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/rm pc/9 punten
  Irina Rodnina / Aleksandr Zajtsev   URS 9x1 (1-1-1-1-1-1-1-1-1) 9 9 147,26
  Marina Tsjerkasova / Sergej Sjachraj   URS 8x2 (2-3-2-2-2-2-2-2-2) 16 19 143,80
  Manuela Mager / Uwe Bewersdorff   GDR 5x3 (3-5-3-4-3-4-3-3-5) 15 33 140,52
4 Marina Pestova / Stanislav Leonovitsj   URS 9x4 (4-2-4-3-4-3-4-4-3) 31 31 141,14
5 Caitlin Carruthers / Peter Carruthers   USA 7x5 (5-4-5-5-5-6-5-5-6) 34 46 137,38
6 Sabine Baeß / Tassilo Thierbach   GDR 7x6 (6-6-7-6-7-5-6-6-4) 39 53 136,00
7 Sheryl Franks / Michael Botticelli   USA 6x7 (7-7-6-7-6-8-8-7-8) 40 64 133,84
8 Christina Riegel / Andreas Nischwitz   FRG 7x8 (8-8-8-9-9-7-7-8-7) 53 71 131,70
9 Barbara Underhill / Paul Martini   CAN 9x9 (9-9-9-8-8-9-9-9-8) 78 78 129,36
10 Susy Garland / Robert Daw   GBR 8x10 (10-10-10-10-11-10-10-10-10) 80 91 124,36
11 Elizabeth Cain / Peter Cain   AUS - (11-11-11-11-10-11-11-11-11) 98 98 121,30

IJsdansenBewerken

Op 17 en 18 (verlichte kür) en 20 februari (vrije kür) streden twaalf paren uit acht landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/rm = som van de meerderheidsplaatsingen, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/rm pc/9 punten
  Natalja Linitsjoek / Gennadi Karponossov   URS 5x1 (2-2-1-1-2-1-1-1-2) 5 13 205,48
  Krisztina Regöczy / András Sallay   HUN 8x2 (1-1-1-3-2-1-2-2-1-1) 11 14 204,32
  Irina Moisejeva / Andrej Minenkov   URS 8x3 (3-3-2-3-3-3-3-4-3) 23 27 201,86
4 Liliana Řeháková / Stanislav Drastich   TCH 6x4 (4-5-4-4-4-4-4-5-5) 24 39 198,02
5 Jayne Torvill / Christopher Dean   GBR 8x5 (5-4-5-5-5-5-6-3-4) 36 42 197,12
6 Lorna Wighton / John Dowding   CAN 8x6 (7-6-6-6-6-6-5-6-6) 47 54 193,80
7 Judy Blumberg / Michael Seibert   USA 5x7 (6-8-8-7-8-7-8-7-7) 34 66 190,30
8 Natalja Bestemjanova / Andrej Boekin   URS 5x8 (9-9-7-8-9-10-7-8-8) 38 75 188,18
9 Stacey Smith / John Summers   USA 9x9 (9-9-7-8-9-10-7-8-8) 75 75 188,38
10 Henriette Fröschl / Christian Steiner   FRG 5x10 (10-11-10-10-10-11-11-11-10) 50 94 178,38
11 Susi Handschmann / Peter Handschmann   AUT 7x11 (11-10-11-10-10-9-12-12-11) 72 96 177,78
12 Karen Barber / Nicky Slater   GBR - (12-12-12-12-12-12-10-10-12) 104 104 176,92

MedaillespiegelBewerken