Hoofdmenu openen

Kunstrijden op de Olympische Winterspelen 1976

sportevenement op de Olympische Spelen

Het kunstrijden is een van de sporten die beoefend werden tijdens de Olympische Winterspelen 1976 in Innsbruck. Het was de veertiende keer dat het kunstrijden op het olympische programma stond. In 1908 en 1920 stond het op het programma van de Olympische Zomerspelen. De wedstrijden vonden plaats van 4 tot en met 13 februari in het Olympia-eisstadion.

Naast de disciplines voor de mannen, de vrouwen en de paren die alle edities op het programma stonden, stond het ijsdansen voor het eerst als olympische discipline op het programma. In 1948 en 1968 was het een demonstratiesport bij de Olympische Winterspelen.

In totaal namen 105 deelnemers (52 mannen en 53 vrouwen) uit achttien landen deel aan deze editie.

De Oost-Duitser Jan Hoffmann was de enige deelnemer die voor de derde keer deelnam. Drie mannen, drie vrouwen, twee paren en de paarrijders Irina Rodnina (in 1972 met Aleksej Oelanov, dit jaar met Aleksandr Zajtsev) en Colin Taylforth (in 1972 met Linda Connolly, dit jaar met echtgenote Erika Taylforth) namen voor de tweede keer deel.

Net als bij de Spelen van 1972 veroverde Irina Rodnina met haar schaatspartner de olympische titel. Het Oost-Duitse paar Manuela Groß / Uwe Kagelmann won net als in 1972 de bronzen medaille.

UitslagenBewerken

MannenBewerken

Op 8 (verplichte kür), 9 (korte kür) en 11 februari (vrije kür) streden twintig mannen uit twaalf landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/rm = som van de meerderheidsplaatsingen, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/rm pc/9 punten
  John Curry   GBR 7×2 (2-1-1-1-1-1-1-2-1) 7 11 192,74
  Vladimir Kovalev   URS 5×3 (4-2-4-2-4-5-3-13) 11 28 187,64
  Toller Cranston   CAN 5×3 (1-3-2-4-6-2-5-3-4) 11 30 187,38
4 Jan Hoffmann   GDR 6×4 (3-5-5-3-3-3-4-6-2) 18 34 187,34
5 Sergej Volkov   URS 6×6 (6-4-6-5-7-12-2-4-7) 27 53 184,08
6 David Santee   USA 6×6 (5-7-3-7-2-6-6-7-6) 28 49 184,28
7 Terry Kubicka   USA 7×7 (7-6-8-6-5-4-7-8-5) 40 56 183,30
8 Joeri Ovtsjinnikov   URS 5×8 (9-8-10-8-10-9-8-5-8) 37 75 180,04
9 Minoru Sano   JPN 8×9 (8-9-9-9-8-8-9-9-10) 69 79 178,72
10 Robin Cousins   GBR 8×10 (10-10-7-10-9-7-11-10-9) 72 83 178,14
11 Mitsuru Matsumura   JPN 7×11 (11-11-11-12-12-10-10-11-11) 75 99 172,48
12 Zdeněk Pazdírek   TCH 8×12 (12-12-12-11-11-11-12-12-13) 93 106 171,60
13 Pekka Leskinen   FIN 6×13 (13-13-13-14-14-13-14-13-12) 77 119 166,98
14 Stan Bohonek   CAN 8×14 (14-15-14-13-13-14-13-14-14) 109 124 165,88
15 Jean-Christophe Simond   FRA 6×15 (15-14-15-15-16-15-16-16-15) 89 137 159,44
16 Glyn Jones   GBR - (16-16-16-16-15-16-15-15-16) 141 141 159,44
- Ron Shaver   CAN opgave
- Ronald Koppelent   AUT opgave
- Billy Schober   AUS opgave
- László Vajda   HUN opgave

VrouwenBewerken

Op 10 (verplichte kür), 11 (korte kür) en 13 februari (vrije kür) streden 21 vrouwen uit vijftien landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/rm = som van de meerderheidsplaatsingen, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/rm pc/9 punten
  Dorothy Hamill   USA 9×1 (1-1-1-1-1-1-1-1-1) 9 9 193,80
  Dianne de Leeuw   NED 7×2 (2-2-3-2-2-3-2-2-2) 14 20 190,24
  Christine Errath   GDR 7×3 (3-3-2-3-3-4-4-3-3) 20 28 188,16
4 Anett Pötzsch   GDR 9×4 (4-4-4-4-4-2-3-4-4) 33 33 187,42
5 Isabel de Navarre   FRG 5×6 (7-8-5-10-5-6-8-5-5) 26 59 182,42
6 Wendy Burge   USA 6×7 (5-5-7-7-10-7-6-8-8) 37 63 182,14
7 Susanna Driano   ITA 6×7 (8-7-6-6-8-9-5-7-7) 38 63 181,62
8 Linda Fratianne   USA 6×8 (9-6-9-8-6-8-9-6-6) 40 67 181,86
9 Lynn Nightingale   CAN 5×8 (6-9-8-5-9-5-7-9-9) 31 67 181,72
10 Dagmar Lurz   FRG 6×10 (11-10-10-9-11-11-10-10-10) 59 92 178,04
11 Marion Weber   GDR 5×11 (12-12-11-11-7-12-12-11-11) 51 99 175,82
12 Jelena Vodorezova   URS 8×12 (10-11-12-12-12-10-13-12-12) 91 104 175,58
13 Emi Watanabe   JPN 5×13 (13,5-13-14-13-13-14-11-13-14) 63 118,5 171,72
14 Kim Alletson   CAN 9×14 (13,5-14-13-14-14-13-14-14-13) 122,5 122,5 171,64
15 Karena Richardson   GBR 7×15 (15-15-15-15-15-15-15-16-16) 105 137 166,52
16 Claudia Kristofics-Binder   AUT 8×17 (17-17-16-18-17-17-17-15-15) 131 149 162,88
17 Yun Hyo-jin   KOR 7×18 (18-16-19-16-18-19-16-18-18) 120 158 159,64
18 Grażyna Dudek   POL 7×18 (19-19-18-17-16-18-18-17-17) 121 159 159,48
19 Eva Ďurišinová   TCH 9×19 (16-18-17-19-19-16-19-19-19) 162 162 158,22
20 Sharon Burley   AUS - (20-20-20-20-20-20-20-20-20) 180 180 149,26
- Danielle Rieder   SUI opgave

ParenBewerken

Op 5 (korte kür) en 7 februari (vrije kür) streden veertien paren uit negen landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/rm = som van de meerderheidsplaatsingen, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/rm pc/9 punten
  Irina Rodnina / Aleksandr Zajtsev   URS 9×1 (1-1-1-1-1-1-1-1-1) 9 9 140,54
  Romy Kermer / Rolf Österreich   GDR 6×2 (2-2-2-3-2-3-2-3-2) 12 21 136,35
  Manuela Groß / Uwe Kagelmann   GDR 7×4 (5-4-3-5-3-4-3-4-3) 24 34 134,57
4 Irina Vorobieva / Aleksandr Vlasov   URS 6×4 (3-3-4-2-4-5-4-5-5) 20 35 134,52
5 Tai Babilonia / Randy Gardner   USA 9×5 (4-5-5-4-5-2-5-2-4) 36 36 134,24
6 Kerstin Stolfig / Veit Kempe   GDR 5×6 (8-6-6-7-7-7-6-6-6) 30 59 129,57
7 Karin Künzle / Christian Künzle   SUI 7×7 (6-7-7-9-6-6-9-7-7) 46 64 128,97
8 Corinna Halke / Eberhard Rausch   FRG 6×8 (9-9-8-6-8-9-7-8-8) 45 72 127,37
9 Marina Leonidova / Vladimir Bogoljoebov   URS 8×9 (7-8-9-8-9-8-8-10-9) 66 76 127,06
10 Ursula Nemec / Michael Nemec   AUT 7×10 (10-10-10-10-10-14-10-12-10) 70 96 121,30
11 Erika Taylforth / Colin Taylforth   GBR 7×12 (14-12-12-14-11-10-12-11-12) 80 108 120,40
12 Alice Cook / William Fauver   USA 6×12 (13-13-13-12-12-12-11-9-11) 67 106 119,36
13 Ingrid Spiegelová / Alan Spiegel   TCH 8×13 (11-11-11-13-13-13-14-13-13) 98 114 118,39
14 Candy Jones / Donald Fraser   CAN - (12-14-14-11-14-11-13-14-14) 117 117 116,54

IJsdansenBewerken

Op 4 en 5 (verlichte kür) en 9 februari (vrije kür) streden achttien paren uit negen landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/rm = som van de meerderheidsplaatsingen, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/rm pc/9 punten
  Ljoedmila Pachomova / Aleksandr Gorsjkov   URS 9×1 (1-1-1-1-1-1-1-1-1) 9 9 209,92
  Irina Moisejeva / Andrej Minenkov   URS 7×2 (3-2-2-3-2-2-2-2-2) 14 20 204,88
  Colleen O'Connor / James Millns   USA 7×3 (2-3-4-2-4-3-3-3-3) 19 27 202,64
4 Natalja Linitsjoek / Gennadi Karponossov   URS 8×4 (5-4-3-4-3-4-4-4-4) 30 35 199,10
5 Krisztina Regöczy / András Sallay   HUN 6×5 (4-6-5-6,5-5-5-5-5-7) 29 48,5 195,92
6 Matilde Ciccia / Lamberto Ceserani   ITA 5×6 (8-5-6-6,5-6-7-6-6-8) 29 58,5 191,46
7 Hilary Green / Glyn Watts   GBR 9×7 (6-7-7-5-7-6-7-7-5) 57 57 191,40
8 Janet Thompson / Warren Maxwell   GBR 8×9 (9-9-9-8-9-8-8-8-10) 68 78 186,80
9 Teresa Weyna / Piotr Bojańczyk   POL 5×9 (14-8-8-12-8-9-9-10-12) 42 90 182,20
10 Barbara Berezowski / David Porter   CAN 5×10 (7-10-11-9-11-10-11-11-6) 42 86 182,90
11 Eva Peštová / Jiří Pokorný   TCH 8×11 (11-11-10-13-10-11-10-9-11) 83 96 180,60
12 Kay Barsdell / Kenneth Foster   GBR 6×12 (12-12-13-11-13-12-12-12-14) 71 111 175,16
13 Susan Carscallen / Eric Gillies   CAN 8×13 (10-15-12-10-12-13-13-13-9) 92 107 175,96
14 Isabella Rizzi / Luigi Freroni   ITA 7×15 (15-13-14-15-14-14-16-17-15) 100 133 168,64
15 Judi Genovesi / Kent Weigle   USA 5×15 (13-16-15-17-16-16-14-14-13) 69 134 168,26
16 Stefania Bertele / Walter Cecconi   ITA 8×16 (16-14-16-16-15-15-15-16-17) 123 140 166,22
17 Susan Kelley / Andrew Stroukoff   USA - (17-17-17-14-17-17-17-15-16) 147 147 165,12
- Susi Handschmann / Peter Handschmann   AUT opgave

MedaillespiegelBewerken