Gebruiker:Djsgmnd/Kladblok

Fusillade Gorp en Roovert, Goirle De Fusillade Gorp en Roovert, Goirle, was de eerste fusillade op prominente Nederlanders als Todeskandidaten en vond op 15 augustus 1942 plaats als vergeldingsmaatregel door de Duitse bezetter.

Aanleiding en gevolgBewerken

Door de Nederlandsche Volksmilitie, een Nederlandse sabotagegroep die uit communisten en Joden bestond, werd het plan beraamd een aanslag te plegen op een Duitse trein, die met verlofgangers naar Duitsland zou rijden. De aanlag moest plaatsvinden op het luchtspoor boven de Binnenrotte in Rotterdam. Op diverse plekken werden springladingen langs de spoorbaan aangebracht. Een spoorwegbeambte, die op 7 augustus 1942 vlak voor het geplande tijdstip van de aanslag van 6.36 uur op het pad naast de spoorbaan fietste, bemerkte een zwart kastje en er naartoe leidende koperdraden op. Echter toen zijn voorwiel over de draden reed, maakten die contact en volgde een zware ontploffing, waarbij de spoorwegbeambte zwaar gewond raakte. De rest van de springladingen ging niet af. Een collega van de man wist de vanaf het Centraal Station vertrokken trein tijdig te laten stoppen. De Sicherheitsdienst (SD) concludeerde na onderzoek, dat het leed niet te overzien zou zijn geweest als de aanslag zou zijn gelukt.
Hierop volgde een 'uitnodiging' van de Wehrmachtsbefehlhaber, General der Flieger Christiansen, de daders zich te melden. Toen niemand zich binnen de gestelde termijn vóór 14 augustus zich meldde, besloot Rijkscommissaris Seyss-Inquart tot een vergeldingsmaatregel en gaf het hoofd van de SD, Hanns Albin Rauter, opdracht tot een selectie te komen uit de Todeskandidaten. Gevolg was, dat er vijf van hen werden geselecteerd, vier afkomstig uit het Kamp Sint-Michielsgestel en één werd geselecteerd uit de lijst met reserve-Todeskandidaten en van huis opgehaald. Drie van hen hadden een binding met Rotterdam en twee zouden een (veronderstelde) sterke band met het Koninklijk Huis hebben.

De executieBewerken

In de landelijke ochtendbladen van 15 augustus plaatste de Höhere SS und Polizeiführer Nord West (Rauter) de mededeling:

"Aangezien ondanks de uiterst dringende uitnoodiging van den Wehrmachtsbefehlhaber General der Flieger Christiansen de daders van den springstofaanslag in Rotterdam te laf zijn geweest om zich aan te melden, zijn de volgende gijzelaars aangepakt en hedenmorgen doodgeschoten:

  • 1) Willem Ruis, directeur-generaal, Rotterdam.
  • 2) Graaf E.O.G. van Limburg Stirum, Arnhem.
  • 3) Mr. Robert Baelde, Rotterdam.
  • 4) Cristoffel Bennekers, vroeger hoofdinspecteur van politie, Rotterdam.
  • 5) Baron Alexander Schimmelpennink van der Oye, Noordgouwe, Zeeland."

Hierbij werd in de mededeling niet de moeite genomen de namen correct weer te geven. Het ging om de slachtoffers van de executie:

Zij werden op 15 augustus vroeg in de ochtend in colonne van twee luxe auto’s en vijf vrachtauto’s in een van de vrachtauto’s om onduidelijke redenen ver vanaf Sint-Michelsgestel naar de bossen in de gemeente Goirle weggevoerd. Daar vond de standrechtelijke executie plaats op het landgoed Gorp en Roovert en werden de stoffelijke overschotten, samen met vijf palen die bij de executie waren gebruikt om de slachtoffers tegenaan op te stellen, in een door de soldaten gegraven kuil geworpen. De kuil werd met de uitgegraven grond gedicht en gecamoufleerd met dennennaalden en mos. De familieleden werden op de hoogte van de executie zonder de vermelding waar dit was gebeurd, en de persoonlijke bezittingen werden aan hen afgegeven.

GetuigenBewerken

Getuigen van deze executie waren twee mannen: Frans van Rooyen, destijds kelner in hotel "Victoria" in Tilburg, die uit gesprekken van bij hem ingekwartierde Duitse militairen over de executie de namen Ruys en Schimmelpenninck van der Oye opving, en de ooggetuige Marinus van Heerebeek, jachtopziener en onbezoldigd rijksveldwachter die de executie van nabij zag gebeuren en hiervan melding maakte bij zijn chef, die een geheime benzineopslagplaats vlak bij de executieplaats beheerde. Doordat bewaking plaatsvond, was vrijwel onmogelijk tijdens de bezetting waarnemingen te doen. Dit kon pas na de oorlog gebeuren, nadat Goirle op 27 oktober 1944 bevrijd was, en aangifte bij de autoriteiten kon worden gedaan. In juni 1945 werd onderzoek gedaan en geconcludeerd dat het hier een massagraf betrof. De stoffelijke overschotten werden opgegraven en na identificatie herbegraven. De stoffelijke overschotten van Otto Ernst Gelder graaf van Limburg Stirum en Alexander baron Schimmelpenninck van der Oye werden op de executieplaats herbegraven. Twee grafzerken bedekken de graven.

MonumentBewerken

Op de plaats van de executie werd op 15 augustus 1945 een monument opgericht, dat bestond uit de vijf door kogels doorzeefde houten executiepalen en een provisorisch monument opgericht. In 1950 zijn de palen overgebracht naar het museum van de Heemkundige Kring in Goirle, maar later gebruikt voor het huidig monument, dat bestaat uit een rotsblok met plaquette met de namen van de geëxecuteerden, de vijf executiepalen en twee grafzerken met gezamenlijk opschrift: Hun Koningin Getrouwe. Ieder jaar vindt op 15 augustus een herdenking plaats op de plaats van de executie.

Categorie:Tweede Wereldoorlog Categorie:Verzet [Tweede Wereldoorlog] Categorie:


Modem-router De modem-router is een voor het huiselijk gebruik ontwikkelde combinatie van een modem en router binnen één behuizing. Als benaming wordt meestal modem gebruikt, hoewel strikt genomen deze benaming onjuist is. Veelal wordt dit apparaat door de provider in bruikleen geleverd bij het aangaan van een abonnement voor internet of combinatie abonnement van internet met telefonie en/of televisie. Het is daardoor mogelijk op de verschillende uitgangen toepasselijke apparatuur, zoals een of meer telefoons en een of meer computers of tv’s bekabeld aan te sluiten. Ook kan het uitgaande signaal naar keuze van de gebruiker naar de computer(s) via Wi-Fi worden verzonden. Voorwaarde voor juist functioneren van het apparaat is dat het op slechts korte afstand (kabellengte maximaal 1,5 meter) vanaf het in de muur aanwezige aansluitpunt moet worden geplaatst, omdat verliezen van het inkomend signaal bij het gebruik van een te lange kabel dan worden voorkomen. Nadeel hierbij kan zijn dat als het apparaat in een meterkast in huis staat, omdat zich daar het aansluitpunt bevindt, dat het uitgaande Wifi-signaal vanwege de te overbruggen afstanden en veel betonnen muren niet of te zwak de aangesloten apparatuur bereikt. Dan biedt aansluiting via bekabeling of het gebruik van een losse router of access point uitkomst.

Zie ookBewerken

Categorie: • Computernetwerk • Telecommunicatie • Telefonie • Computerrandapparatuur



Chinezen in Nederlands-Indië De Chinezen in Nederlands-Indië vormden een aparte bevolkingsgroep naast de andere leefgemeenschappen. Zij vermengden zich deels met de inheemse bevolking, maar ook met de Nederlands-Indische bevolking. Zij brachten naast hun handelsgeest ook hun cultuur mee, waarbij uitwisseling daarvan plaatsvond onder de inheemse volken, zoals dat voornamelijk op Java plaatsvond.

GeschiedenisBewerken

Han-Chinezen uit de Chinese provincies Fuijan en Guangdong kwamen reeds in de 15e eeuw naar Nusantara, waarvan het huidige Indonesië deel uitmaakte, om er handel te drijven. Onder het bewind van Jan Pieterszoon Coen werden vanaf 1617 veel contractarbeiders ingehuurd. Veel handelaren vestigden zich in Batavia waar Chinese wijken ontstonden. Rond 1644 kwamen aan het eind van de Ming-dynastie door armoede en hongersnood, veel, naar zij later werden genoemd Peranakan[1]-Chinezen, naar het toenmalige Nederlands Voor-Indië.

Toen na 1680 de suikerrietteelt op de plantages op gang kwam, ontstond een grote trek van Peranakan-Chinezen naar Java. Toen echter de suikerrietteelt in verval raakte ontstond er grote armoede onder de Chinezen en braken er onlusten uit, met tot gevolg dat georganiseerde Chinese bendes militaire posten aanvielen. Als reactie hierop werden vijf- tot tienduizend Chinezen vermoord, waardoor nog maar 3000 Chinezen in Batavia over waren gebleven.

Chinezen werden pachters van markten en tolpoorten, maar ook beheerden zij gokpaleizen en opiumkitten. Zij vervulden op het land de functie van herenboer door het pachten van grote stukken grond, waarop zij inheemse boeren lieten werken en zo macht over hen konden uitoefenen.

Rond 1930 vormden 60% van de Chinezen de schakel tussen de Europese en Nederlands-Indische handel, waarbij zij in de scheepvaart op Nederlandse havens van Amsterdam en Rotterdam werkzaam waren. Een aantal onder de gegoede Chinezen kon gaan studeren in Nederland. In de Indische gemeenschap werden de Peranakan-Chinezen Indo-Chinezen genoemd. Soms vonden er huwelijken plaats tussen Chinese vrouwen en Nederlands-Indische mannen, maar ook vond vermenging plaats met de inheemse bevolking. Ondanks dat zij Nederlands onderdaan waren werden zij door de Nederlandse wetgeving geclassificeerd als ‘Vreemde Oosterlingen’. Veel hadden baantjes als koelie in de mijnen of op de plantages, klontong (Chinese marskramer in manufacturen, kleine huishoudelijke benodigdheden en snuisterijen) of kapitein[2]. Zij vormden geen homogene groep.

Tijdens de uiterst gewelddadige periode van de Bersiap (1945-1949) werden veel Chinezen vanwege hun nauwe banden met de Nederlands-Indische gemeenschap door geweld van pemoeda’s vermoord of beroofd van hun bezittingen.

Zij hebben hun invloed doen gelden door hun cultuur en voedingsgewoonten over te brengen op de inheemse bevolking. Hierbij werden o.a. Chinese motieven bij het batikken en in het zilversmeedwerk gebruikt en vond het gebruik van varkensvlees in de inheemse keuken plaats. Vermenging vond ook plaats in het dragen kleding, zoals Chinese vrouwen die een sarong en kebaya versierd met Chinese motieven droegen.

De Chinezen konden worden verdeeld in twee groepen: de Peranakan-Chinezen die geen Chinees meer spraken, en de totok (volbloed)-Chinezen die Chinees spraken en hun cultuur behouden hadden. Bij een volkstelling in 1930 bleek dat de Chinese bevolking was gegroeid tot anderhalf miljoen en waarvan meer dan de helft behoorde tot de Peranakan-Chinezen. De taal die zij voerden was Maleis en Baba-Maleis. De godsdienst die zij aanhingen was voor het merendeel het boeddhisme, of zij waren islamitisch, christen of aanhanger van Confucius.

Zie voortsBewerken

Categorie:Nederlands-Indië Categorie:Migratiegroep Categorie:Migranten


_----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------



Stella Stella is een Nederlands rijwielmerk van het bedrijf Stella Fietsen B.V., dat sinds 2011 bestaat en uitsluitend elektrische fietsen (e-bikes) produceert. De fabriek en hoofdvestiging bevindt zich in Nunspeet. Landelijk heeft het bedrijf diverse test- en servicecentra.

GeschiedenisBewerken

In 2011 werd het merk opgericht in een schuur in de achtertuin van de ouders van Daan van Renselaar, de CEO van het bedrijf, en zijn compagnon Wilco van de Kamp. Stella startte toen met 8 medewerkers en er werden 2100 e-bikes verkocht; in 2021 waren er meer dan 600 medewerkers in het bedrijf actief en werden in 2019 65.000 e-bikes alleen al in Nederland verkocht. Het merk wordt niet via rijwielwinkels verkocht; het heeft eigen testcentra (62, waarvan 5 in Duitsland en 9 in België) waar potentiële kopers diverse modellen kunnen bekijken, testen en vragen kunnen stellen. De fietsen worden aan huis afgeleverd, afgemonteerd en afgesteld naar wens van de koper. Het bedrijf heeft een eigen mobiele onderhouds- en pechservice. Via diverse grootschalige reclamecampagnes in regionale en later ook landelijke kranten heeft het merk zich een plaats kunnen verwerven in de markt tussen de gevestigde (klassieke) merken.

NaamBewerken

De naam Stella is gekozen omdat die in het Italiaans ‘mooi, blinkend’ betekent. De meeste modellen van Stella dragen een Italiaanse naam. De nieuwere modellen hebben een meer algemene naam.

StategieBewerken

Het merk is begonnen aan de onderkant van de markt voor e-bikes en door deze voor lage prijzen aan vooral de doelgroep van 50-plussers aan te bieden, werd het een populair merk. Wisselend werd door kopers over de kwaliteit van de geleverde fietsen geoordeeld. Door in hoog tempo nieuwe modellen te ontwikkelen, de kwaliteit te verbeteren en op goedkope wijze in het eerste productiejaar frames te laten produceren in China, is het merk uiteindelijk in het topsegment de concurrentie kunnen aangaan met e-bikes van de oude, gevestigde Nederlandse merken, zoals Sparta, Batavus en Gazelle en veroverde het de toppositie in Nederland als marktleider. Naar eigen zeggen, om deze merken niet uit de markt te willen drukken, is het merk zich gaan toeleggen op uitbreidingen van de leveringen naar het buitenland, zoals naar Duitsland (2017), België (2020) en Denemarken, in plaats van zich nog verder op de verkoopstrategie in Nederland te richten. De productie is echter verplaatst naar Portugal, Litouwen, Bulgarije en Roemenië, waar de voorassemblage plaats vindt en waar ook de andere grote merken hun fietsen laten produceren. De eindassemblage vindt plaats in het bedrijf in Nunspeet.

De verkoopprijzen zijn adviesprijzen, waarop de koper kan onderhandelen.
Om het fietsen leasen via de werknemer te promoten en het woonwerk verkeer met de auto te verminderen, heeft het bedrijf met het Bike Project een eigen leasemaatschappij opgericht. Voor particulieren is via de ANWB is een beperkt aantal modellen te leasen via private-lease. Voor de aankoop van een fiets biedt het bedrijf een eigen financieringsregeling, waarbij het aankoopbedrag gespreid over 72 maanden kan worden afbetaald.

Sinds 2020 verkoopt Stella ook de e-bikes online via hun webshop.

TriviaBewerken

  • Het model Morena Premium MDB FI werd verkozen tot de Beste e-bike van het Jaar 2021
  • In 2018 en 2019 werd het bedrijf door brand getroffen[3][4]

Externe linkBewerken

Officiële website

Categorie:Nederlands fietsmerk Categorie:Economie in Nunspeet Categorie:Economie in Gelderland



Kort Verband Vrijwilliger Een Kort Verband Vrijwilliger (KVV’er) was een functie bij het Ministerie van Defensie en vervuld door iemand die op vrijwillige basis voor een periode van 4 of 6 jaar een dienstbetrekking aanging bij een van de krijgsmachtonderdelen. Deze functie is niet dezelfde als die van een reservist, die oproepbaar is in geval van nood en in de burgermaatschappij een beroep heeft. De functie van KVV'er is opgeheven in 1995.

De KVV’er trad in dienst direct na zijn militaire dienstplicht. Hij kon kiezen uit een 4- of 6-jarig verband. In aanmerking kwamen vaandrigs, kornetten, sergeanten, wachtmeesters en zij die hiervoor in opleiding waren. Emolumenten waarvoor zij in aanmerking kwamen: - een maandsalaris, hoger dan soldij - opgebouwde premie die aan het eind van de looptijd wordt uitgekeerd - studie-faciliteiten tijdens de looptijd - studietoelagen na de verbintenis - hulp bij het terugkeren in de burgermaatschappij.

Een KVV’er is niet hetzelfde als een vrijwillig nadienende; deze kan 1, 2, 3 of 4 jaar nadienen na het vervullen van de militaire dienstplicht. Hierbij gaat de periode in bij het ingaan van het klein- of grootverlof. Het geldt voor vaandrigs, kornetten, sergeanten, wachtmeesters en zij die hiervoor in opleiding zijn, en in bijzondere gevallen ook voor korporaals en soldaten. Ook voor hen gelden dezelfde emolumenten als voor een KVV’er.

De functie van KVV'er is opgeheven, tegelijkertijd met het opscorten van de militaire dienstplicht in 1995. De functie was bedoeld als vrijwillige aanvulling op deze dienstplicht.

Bronnen.

  • [9] NIMH-beeldbank, Ministerie van Defensie, brochure april 1961
  • Info Mindef d.d. 20 augustus 2021.


___________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Arnold Douwes 'Petrus Arnoldus Conradus (Arnold) Douwes (Laag Keppel, 26 januari 1906 - Utrecht, 7 februari 1999) was een Nederlandse landbouwkundige, tuin- en landschap architect; was tijdens de Tweede Wereldoorlog een verzetsman en redder van joden.

Hij werd geboren in een gezin met vijf zusters en twee broers, waarvan de vader een dominee van de Gereformeerde Gemeenten was. Omdat hij in Nederland niet aan de slag kon, vertrok hij naar Noord-Amerika, waar hij tien jaar rondzwierf door Canada en de V.S., maar ook daar lukte het hem niet een carrière op te bouwen en een gezin te stichten. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam hij terug naar Nederland en vestigde zich in Boskoop, waar hij ging werken op een boomkwekerij. In de loop van de oorlog begonnen de wreedheden van de bezetter tot hem door te dringen en ging hij illegale blaadjes rondbrengen en knipte kabels van zoeklichtinstallaties door. Omdat hij in de gaten liep, ondernam hij een zwerftocht door Nederland en belandde daarbij in Nieuwlande (Drenthe). Daar kwam hij in contact met de gereformeerde verzetsstrijder Johannes Post, die daar het gewapend verzet leidde. Hij kreeg van hem een onderduikadres en sloot hij zich op diens verzoek aan bij deze verzetsorganisatie. Toen hij tijdens de oorlog bemerkte dat de Jodenvervolgingen op gang kwamen, onderhield hij contact met Amsterdam, waar veel Joden woonden. Omdat hij het beschouwde als zijn christenplicht, bood hij hen het alternatief om in plaats van gevolg te geven aan het bevel van de bezetter en te worden getransporteerd naar Kamp Westerbork (waarvan men toen nog niet wist dat het een doorgangskamp was), of naar Nieuwlande te vluchten en daar onder te duiken. Hij zorgde voor onderduikplaatsen, bonkaarten, geld en vervalste [Indentiteitsbewijs|identiteitsbewijzen]]. Omdat Post in 1943 door de Duitsers werd gezocht vanwege diens illegale activiteiten, nam Douwes de leiding van de onderduikorganisatie op zich, samen met de joodse onderduiker Max Léons Zij zetten samen het grootste netwerk in Europa op van onderduikadressen. Behalve voor joden zorgt hij ook onderduikadressen voor gevluchte Franse en Russische krijgsgevangenen, en aan Amerikaanse en Engelse in de buurt van Nieuwlande neergeschoten vliegeniers.

Van zijn activiteiten maakte hij gedurende de periode 1943-1944 nauwkeurig notities, waarvan hij de losse velletjes telkens in jampotten begroef in de tuin van het huis waar hij zich op dat moment was ondergedoken. Na de oorlog maakte hij een dagboek van de notities. Omdat hij als enige Europese redder van Joden een dagboek had geschreven, werd de historische betekenis ervan door het NIOD op een lijn gesteld met dat van Anne Frank en Etty Hillesum. Samen met de joodse onderduiker en medeverzetsman, Max Léons, redde hij honderden Joden. In 1944 werd hij door de Gestapo opgepakt. Door het gewapend verzet werd hij uit de gevangenis bevrijd en moest daarna ook zelf onderduiken.

Douwes huwde in 1946 met een van de joodse onderduiksters. In 1947 vestigde hij zich met zijn vrouw in Zuid-Afrika maar waarbij het Apartheidsregime hem tegen de borst stuitte. Ze kregen 3 dochters maar na 9 jaar daar gewoond te hebben verhuisden ze in 1956 naar Israël. Daar maakte hij mee dat door Yad Vashem een herinneringsmonument voor de steun aan de ondergedoken joden in Nieuwlande werd onthuld. Zijn huwelijk strandde en Arnold kwam terug in Nederland, zijn ex-vrouw en kinderen bleven in Israël. Hij vestigde zich in Utrecht waar hij uiteindelijk overleed. De laatste jaren van zijn leven was hij gebonden aan een rolstoel.

Na de oorlog kreeg hij een medaille van Yad Vashem voor zijn inzet. Hij eiste echter dat alle inwoners van Nieuwlande en omgeving eveneens zouden worden onderscheiden voor het redden van de rond 350 joden doordat zij hen een onderduikadres hadden gegeven. Dit had tot gevolg dat 212 bieders van een onderduikadres in 1985 werden onderscheiden.

LiteratuurBewerken

  • Max Leons & Arnold Douwes, Mitswa en christenplicht 2011. ISBN 9789491363016
  • Johannes Houwink te Cate en Bob Moore, Het geheime dagboek van Arnold Douwes, Boom uitgevers, Amsterdam, 2018; ISBN 9789024415670
  • Rutger Bregman, 'Wat maakt een verzetsheld?', uitgever: De Correspondent, Amsterdam, 2021 ; EAN 9789083117645

Categorie:Drenthe Categorie:Verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog _____________________________________________________________________________________________________________________________________




________________________________________________________________________________________________________________________________________



Kota Tua Jakarta

Kota Tua Jakarta ("historische stad Jakarta"), officieel bekend als Kota Tua[1]], is een wijk die de oorspronkelijke binnenstad van Jakarta omvat. Het is ook bekend als Oud-Batavia, Benedenstad, in tegenstelling tot Weltevreden, de "Bovenstad", of Kota Lama (Indonesisch voor "Oude Stad").

Het 17e-eeuwse Batavia was de hoofdstad van Nederlands-Indië en het centrum van de Aziatische specerijenhandel. Het gebied bevat bouwwerken in Hollandse stijl die meestal dateren uit de 17e eeuw, toen de havenstad tijdens de hoogtijdagen van de specerijenhandel diende als het Aziatische hoofdkwartier van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC).[2] Het beslaat 1,3 vierkante kilometer binnen Noord-Jakarta en West-Jakarta (de stadsdelen Kelurahan Pinangsia, Taman Sari en Kelurahan Roa Malaka, Tambora). Het grotendeels Chinese centrum van Glodok maakt deel uit van Kota Tua.

Kota Tua is een overblijfsel van het oude Batavia, de eerste ommuurde nederzetting van de Nederlanders in Jakarta. Het was een ommuurde stad met een eigen kasteel. Het gebied won aan belang in de 17e-19e eeuw toen het werd opgericht als de de facto hoofdstad van Nederlands-Indië. Deze ommuurde stad contrasteerde met de omliggende kampungs (dorpen), boomgaarden en rijstvelden. Het gebied werd in de 16e eeuw door Europese zeelieden "Het juweel van Azië" genoemd en was een handelscentrum vanwege de strategische ligging binnen de specerijenhandel in de archipel.

Hoofdkantoor van de Nederlands Oost-Indische CompagnieBewerken

In 1526 viel Fatahillah, gestuurd door het Sultanaat van Demak, de haven van Sunda Kelapa) van de hindoe Pajajaran binnen, waarna hij de naam veranderde in Jayakarta. Deze stad was slechts 15 hectare groot en had een typisch Javaanse haveninrichting. In 1619 verwoestte de VOC Jayakarta onder leiding van Jan Pieterszoon Coen. Een jaar later bouwde de VOC een nieuwe stad genaamd Batavia, naar de Batavieren, de vermeende Nederlandse voorouders uit de oudheid. Deze stad was gecentreerd rond de oostelijke oever van de rivier de Ciliwung, rond het huidige Fatahillah-plein. Inwoners van Batavia werden Batavianen genoemd, later bekend als Betawi-mensen. Deze bewoners waren afstammelingen van gemengde etnische groepen die in Batavia hadden gewoond.

Rond 1630 breidde de stad zich uit naar de westelijke oevers van Ciliwung, op de ruïnes van het voormalige Jayakarta. De stad is ontworpen volgens de Nederlandse stedenbouwkundige planning, compleet met een fort (Kasteel Batavia), stadsmuur, openbaar plein, kerken, grachten en met bomen omzoomde straten. De stad was gerangschikt in verschillende blokken, gescheiden door grachten. Er mochten geen Javanen binnen de stadsmuren wonen, omdat de autoriteiten bang waren dat ze een opstand zouden beginnen.[3] De geplande stad Batavia werd in 1650 voltooid. Het werd het hoofdkwartier van de VOC in Oost-Indië en bloeide van de specerijenhandel.

LeegloopBewerken

<img alt="" src=//upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/2/2c/Jan_Weissenbruch_-_Een_straatje_in_het_oude_gedeelte_van_Batavia.jpg/220px-Jan_Weissenbruch_-_Een_straatje_in_het_oude_gedeelte_van_Batavia.jpg decoding=async width=220 height=161 class=thumbimage data-file-width=1280 data-file-height=938> Aan het einde van de 18e eeuw boette het oude Batavia in aan bekendheid, waarschijnlijk vanwege de grachten met hun bijna stilstaand water, samen met het warme en vochtige klimaat dat vaak het uitbreken van tropische ziekten zoals malaria veroorzaakte. Een groot deel van de oude stad raakte verwaarloosd en verlaten vanwege de achteruitgang van het belang, en langzaamaan werden de grachten gedempt. Landelijke villa's hadden de voorkeur van rijkere inwoners, waardoor de stad naar het zuiden groeide. Dit proces leidde tot de oprichting van een landgoed genaamd ''Weltevreden''.
Aan het einde van de 19e eeuw was het ommuurde oude Batavia vervallen tot kampung-nederzettingen en verwoeste oude gebouwen.

Hoofdstad van Nederlands-IndiëBewerken

<img alt="" src=//upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/8/84/COLLECTIE_TROPENMUSEUM_Een_straat_in_Batavia_TMnr_60022029.jpg/220px-COLLECTIE_TROPENMUSEUM_Een_straat_in_Batavia_TMnr_60022029.jpg decoding=async width=220 height=155 class=thumbimage data-file-width=700 data-file-height=494> Een straat in het oude Batavia in 1890, met 17e-eeuwse woningen vóór de ontwikkeling van een zakenwijk. De stad behield haar status van bestuurscentrum van Nederlands-Indië toen de VOC haar bezit in 1800 overdroeg aan de Bataafse Republiek. Tijdens het bewind van gouverneur-generaal Daendels in 1808 werden het stadsbestuur en het leger naar het zuiden verplaatst naar Weltevreden, met een nieuw gepland stadscentrum rond het Koningsplein en het Waterlooplein. Vanwege financiële problemen werden echter een groot deel van de oude stad, de muur en Kasteel Batavia gesloopt voor bouwmaterialen om nieuwe overheids- en openbare gebouwen te bouwen, zoals het Paleis van Daendels (nu ministerie van Financiën) en het Harmonie Genootschapsgebouw ( gesloopt). Het enige overblijfsel van het gebied van Kasteel Batavia is de Amsterdamse Poort, die in 1950 volledig werd gesloopt.

De stad bleef verder naar het zuiden uitbreiden toen epidemieën in 1835 en 1870 steeds meer mensen dwongen om uit de oude stad te verhuizen naar de nieuwere, ruime, groene en gezondere wijk Weltevreden. De oude stad raakte verlaten en was in deze periode slechts een lege huls van zijn vroegere glorie. Het oude Batavia behield zijn commerciële belang als de belangrijkste haven- en pakhuizenwijk van de stad, maar het werd grotendeels overschaduwd door Soerabaja als de belangrijkste haven en het commerciële centrum van de kolonie.
Na de opening van de haven van Tanjung Priok en gevoed door de toenemende rubberproductie aan het einde van de 19e eeuw, kon Batavia zijn commerciële momentum herwinnen. Er waren pogingen ondernomen om de oude bekendheid van de stad te herstellen door het verlaten gebied om te vormen tot de belangrijkste zakenwijk van Batavia. Als gevolg hiervan zijn in de periode 1900–1942 de voormalige herenhuizen en winkels die destijds door etnische Chinezen waren bewoond, verbouwd en verbouwd tot kantoren. Veel van deze kantoren zijn nog steeds te zien in de buurt van Kali Besar. De ontwikkeling van het zakendistrict werd belemmerd door de Grote Depressie van 1930 en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in 1942.

Voor de onafhankelijkheid van IndonesiëBewerken

<img alt="" src=//upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/5/5b/Roofless.jpg/220px-Roofless.jpg decoding=async width=220 height=172 class=thumbimage data-file-width=2968 data-file-height=2316> De oostgevel van het Cipta Niaga-gebouw, voorheen een bankkantoor, is zonder dak gebleven en vervalt langzaam; het houten interieur blootgesteld aan de elementen. Na de erkenning van de onafhankelijkheid van Indonesië in december 1949, werd het zaken- en bankdistrict van Kota verplaatst naar Thamrin en Kebayoran Baru in het zuiden, waardoor Kota verder verslechterde nadat het een deel van zijn verloren glorie had herwonnen. Het bankdistrict van Kota is in de jaren tachtig volledig verdwenen.[4]

In 1972 vaardigde de gouverneur van Jakarta, Ali Sadikin, een decreet uit dat het Jakarta Kota Tua-gebied officieel als erfgoedsite bestempelde. De beslissing van de gouverneur was noodzakelijk om de architectonische wortels van de stad te behouden - of in ieder geval wat er van over was. Ondanks het besluit van de gouverneur bleef Kota Tua verwaarloosd. Hoewel de bevolking tevreden was met het uitvaardigen van het decreet, werd er niet genoeg gedaan om de erfenis uit het Nederlandse koloniale tijdperk te beschermen en te behouden. Veel gebouwen in Kota Tua bleven verlaten en de toenemende vervuiling versnelde het verval van de oude gebouwen. Sommige oude gebouwen in Kali Besar werden ondanks de erfgoedstatus gesloopt voor ontwikkeling, zoals Hotel Omni Batavia, dat werd gebouwd op de grond van een oud pakhuis.[5]

Restauratie en revitaliseringBewerken

Het eerste concrete plan voor de revitalisering van Kota Tua werd in december 2004 ondertekend door Jakarta Old Town-Kotaku en de regering van Jakarta. De start van het revitaliseringsplan is gestart in 2005. Taman Fatahillah Square is in 2006 nieuw leven ingeblazen.[6]
In 2014 zette de toenmalige gouverneur van de stad Joko Widodo het herstelplan van Kota Tua voort. Het project, genaamd "Jakarta Old Town Reborn" (JOTR), is een samenwerking tussen staatsbedrijven, de gemeentelijke overheid en de private sector.[7] In maart 2014 werd een evenement Fiesta Fatahillah gehouden op het Taman Fatahillah-plein. In juli 2014 heeft de Nederlandse regering meegewerkt aan het restauratieplan. In augustus 2014 zijn 16 gebouwen in Kota Tua gerestaureerd, zoals het Kota postkantoor-gebouw (gebouwd in 1929), dat is omgebouwd tot een museum voor hedendaagse kunst. Ondanks deze veelbelovende ontwikkelingen, blijft de meeste afbrokkelende koloniale architectuur tot op de dag van vandaag in puin.[8]
Straatverkopers blijven het grootste probleem in Kota Tua. Illegale straatverkopers en straatventers nemen dramatisch toe rond Kota Tua, vooral tijdens vakanties, waardoor er meer afval ontstaat. Sinds mei 2015 mogen 415 straatverkopers hun artikelen verkopen in het gebied van Kota Tua.[9]

Opmerkelijke plaatsenBewerken

Tegenwoordig gaan veel overgebleven historische gebouwen en architectuur gestaag achteruit, maar sommige oude gebouwen zijn in hun oude glorie hersteld. Er is echter nog steeds veel hoop om het gebied te herstellen, vooral met de hulp van verschillende non-profitorganisaties, particuliere instellingen en de overheid[10] die allemaal op de plank komen om de erfenis van Oud Jakarta nieuw leven in te blazen. In 2007 werden verschillende straten rond het Fatahillah-plein , zoals de Pintu Besar-straat en de Pos Kota-straat, afgesloten voor voertuigen als een eerste stap naar de verjonging. Sinds 2014 heeft de oude stad een betere toekomst met het ambitieuze JOTR-project om de architectuur van Oud-Batavia te herstellen en de site op de UNESCO-erfgoedlijst te plaatsen.[11] Oud-Batavia is sinds de 16e eeuw een belangrijk stads- en handelscentrum in Azië en herbergt verschillende belangrijke historische locaties en gebouwen:[12]

Overblijfselen uit het oude Batavia

  • Café Batavia
  • Museum voor Schone Kunsten en Keramiek (voormalig Hof van Justitie)
  • Gereja Sion (17e-eeuwse kerk, de oudste nog bestaande kerk in Jakarta, en waarschijnlijk in heel Indonesië)
  • Jakarta Historisch Museum (18e eeuws stadhuis van Oud-Batavia)
  • Glodok en Pinangsia-gebied (Jakarta Chinatown)
  • Kali Besar (originele rivier van Oud-Batavia)
  • Kota Intan-ophaalbrug (de enige overgebleven Nederlandse enkelvoudig ophaalbrug in Indonesië; een dubbele ophaalbrug is de Hoenderpasarbrug in Surabaya)
  • Luar Batang-moskee
  • Maritiem Museum en Menara Syahbandar (voormalige pakhuizen van Oud-Batavia)
  • Pasar Ikan (Vismarkt)
  • Haven van Sunda Kelapa (de oorspronkelijke haven van Oud-Batavia)
  • Kim Tek Ie (of Vihara Dharma Bhakti, de oudste boeddhistische tempel in Jakarta)
  • Petak Sembilan Chinese straatmarkt
  • Toko Merah (18e-eeuws herenhuis van gouverneur-generaal Van Imhoff)
  • Wayang Museum (20e-eeuws voormalig museum van Oud-Batavia dat de plaats van de grafsteen van Coen markeert )
  • Hui Tek Bio-tempel

Revitalisering van het begin van de 20e eeuw

  • Bank Indonesia Museum (voormalige Javasche Bank, de belangrijkste bank van Nederlands-Indië)
  • Chartered Bank of India, Australia and China (nu eigendom van Bank Mandiri)
  • Jakarta Kota-postkantoor (een van de weinige voorbeelden van Nieuwe Zakelijkheid-architectuur in Indonesië)
  • Jakarta Kota-station (voorheen bekend als BEOS-station of Station Batavia-Zuid)
  • Bank Mandiri Museum (voormalige Nederlandse Handelsmaatschappij (een van de weinige voorbeelden van Nieuwe Zakelijkheid-architectuur in Indonesië)

Lijst met straatnamenBewerken

Het meeste in het stratenplan van Kota Tua is niet veranderd sinds de oprichting van Batavia in de 17e eeuw. Hieronder staat een lijst met straatnamen in Kota Tua. De lijst met straten is beperkt tot de straat die zich ooit binnen de ommuurde stad Batavia bevond, zowel voor als na de aanval van 1628 en 1629 op Batavia door sultan Agung.
Om verwarring te voorkomen, wordt het officiële schrift van Romeinse cijfers omgezet in een Arabisch cijfer. Sommige straten dragen de naam "gracht", wat betekent dat het een gracht was, bijv. Amsterdamschegracht, Chineeschegracht, etc. Toen de gracht werd gedempt (meestal rond het begin van de 20e eeuw), werd het woord gedempte toegevoegd, zodat de naam van de straat de Gedempte Amsterdamschegracht, Gedempte Chineeschegracht, enzovoort werd. Om de naamgeving te vereenvoudigen, zal de lijst het woord 'gedempte' niet bevatten.

Officiële naam Etymologie Vroegere namen Vroegere etymologie & korte geschiedenis Nieuwste foto Oudste foto
Jalan Bank Museum Bank Indonesia
  • Brugstraat (1650)[13]
  • Hospitaalstraat (1667)[13]
  • Java Bankstraat (20e eeuw)[14]
De straat bestond al sinds 1632. De naam Brugstraat kreeg omstreeks 1650. Tegelijkertijd werd ten zuiden van de straat het Binnenziekenhuis gebouwd en in ca.1667 werd de straatnaam de Hospitaalstraat. [11] Toen het ziekenhuis begin 20e eeuw werd omgebouwd tot de Javasche Bank, werd de straat omgedoopt tot Java Bankstraat. Na nationalisatie werd de straat bekend als Jalan Bank.
Jalan Cengkeh [[]]
  • Prinsestraat of Prinsenstraat (ca. 1627)
De straat vormde de centrale as die het kasteel uitlijnde met het stadhuis. De indeling van de straat bestond voor de bouw van het stadhuis in 1622. In c.1627 kreeg de straat de naam Prinsestraat, tegelijk met de voltooiing van het stadhuis. In deze periode liep de straat door drie grachten, van zuid naar noord: Derde dwarsgracht (nu Jalan Kunir), Oudekerkgracht (nu Jalan Kali Besar Timur 1) en Oudemarkgracht (nu Jalan Nelayan Timur); en ga dan verder richting het Kasteelplein. De naam Prinsestraat blijft meer dan 300 jaar bestaan tot de nationalisatie van de straatnaam in Jalan Cengkeh. [11] De straat werd uitgerust met een tramlijn in de vroege 20ste eeuw.
Jalan Cengkeh Dalam
  • Jonkersstraat (zuidelijk deel, ca.1635)[11] en Lepelstraat (noordelijk deel, ca.1650)[11]
ca. 1619, een straat bestond in Kraton Jayakarta ten westen van Ciliwung. Deze straat verbond een cavalier van Jayakarta in de buurt van het stadscentrum met Syahbandar redoubt in het noorden, langs een oud kanaal dat deel uitmaakte van de noordelijke vesting van Kraton Jayakarta. [11] Naarmate de stad groeide, werd de straat gereorganiseerd in zijn huidige lay-out: De noordelijke Lepelstraat en de restauratie van de oude gracht in de Chineezengracht werden gedaan c.1635, terwijl de zuidelijke Lepelstraat werd gevormd c.1650. [11] Het gebied werd omringd met boothuizen en scheepswerven. [11] In 1740, vond het slachting van het Chinese volk van Batavia op de straat plaats. De lay-out en de naam van de straat blijft tot nationalisatie van Indonesië.
Jalan Bende Asem Het oostelijke deel van Gang Asem (tussen het huidige Jalan Pinangsia Raya en Jalan Pinangsia Timur) markeert de zuidelijke oever van een hier in ca. 1627 aangelegde waterweg voor het vervoer van goederen. [11] Deze waterweg werd gesneden van de binnenstad toen de buitenste stadsmuur van Batavia c. 1632 na de aanval van Batavia door Sultan Agungwerd herbouwd. [11] De waterweg bleef slechts tot c. 1667, toen later het werd bijgevuld; de straat ten zuiden van deze waterweg wordt een blinde steeg. De steeg kreeg waarschijnlijk ergens voor de 20e eeuw de naam Gang Asem. Deze steeg is alleen toegankelijk via de Buiten Kaaimanstraat (huidige Jalan Pinangsia Timur). In 1960 werd Gang Asem naar het westen uitgebreid om Jalan Pinangsia Raya te bereiken. [14] Later, werd de straat verder uitgebreid om Jalan Pintu Besar Selatan te bereiken, werd zijn naam veranderd in Jalan Gang Asem.
Jalan Gedong Panjang Lang gebouw
  • Gedong Pandjang (voor 1931)[13]
Het stuk straat dat bekend staat als Gedong Pandjang verbond de Groningscheweg (nu Jalan Pluit Raya) in het noorden en de Amanusgracht (nu Jalan Bandengan) in het zuiden langs de westkant van de West Stads Buitengracht ca. 1931. [13] De naam werd behouden na de onafhankelijkheid van Indonesië.
Jalan Jembatan Batu Stenen brug
  • Voorrij Zuid (voor 1931)[13]
ca. 1632, met de reconstructie van batavia's stadsmuur, werd een naamloze nieuwe straat gevormd buiten de zuidelijke stadsmuur en de buitengracht, waar Gelderland bastion, Oranje bastion, Hollandia bastion en de Nieuwepoort waren gevestigd. [11] Deze straat verbond Gereja Sion met de zuidelijke ingang van Batavia (Nieuwepoort). Eind 19e eeuw, met de bouw van Station Batavia Zuid over de voormalige stadsmuur, markeerde de straat in ca. 1931 de zuidzijde van het nieuwe station, toen bekend als Voorrij Zuid. [13][12] De straat ontving zijn huidige naam na de nationalisatie van de jaren '50.
Jalan Kakap Snapper
  • Ankerstraat (ca. 1918)[15]
  • Werfstraat (ca. 1931)[13
Voor de herschikking van batavia's kanaal en stadsmuur in 1632, markeerde de straat de westelijke rand van de monding van de rivier de Ciliwung. In 1632, toen de Ciliwung werd rechtgetrokken, werd door de VOC een houtwerf gebouwd op het nieuwe land ten westen van de toenmalige Grote Rivièra. Rond 1918 kreeg de straat de naam Ankerstraat en later werfstraat in ca. 1931 om te verwijzen naar de houtwerf van VOC. Na nationalisatie werd de straatnaam veranderd in Jalan Kakap.
Jalan Kali Besar Barat Ten westen van de Grote Rivier
  • Kali Besar-West[12]
Plattegrond van Jalan Kali Besar Barat en Kali Besar Timur verscheen rond 1632, nadat de monding van Ciliwung (Groote Rivier) werd genormaliseerd na de periode van sultan Agung's Beleg van Batavia. Vervolgens werd de straat gewoon ten westen of oosten van de Kali Besar genoemd.
Jalan Kali Besar Timur Ten oosten van de Grote Rivier
  • Kali Besar-Oost[12]
Zie: Jalan Kali Besar Barat
Jalan Kali Besar Timur Ten oosten van de Grote Rivier
  • Oudekerkgracht (ca. 1627)[11]
  • Kerkgracht (ca. 1632)[11]
  • Groenemarktsgracht, Groenegracht (ca. 1635)[11]
  • Groenestraat (voor 1931)[13]
  • Djalan Idjo (ca. 1952)
De gracht die de Groenegracht wordt, behoort tot de oudste gracht van de Nederlanders in Batavia. Het werd gebouwd ca. 1619 samen met wat de Amsterdamschegracht en de Leeuwinnegracht zal worden. Deze kanalen werden aangelegd door het water van Ciliwung naar het oosten te kanaliseren door de vroeg versterkte Nederzetting Batavia. Rond 1622 werd het kanaal uitgebreid tot de Prinsenstraat (huidige Jalan Cengkeh). In 1627 bereikte de gracht zijn langste lengte toen deze werd uitgebreid tot aan de Tijgersgracht; het kreeg de naam Oudekerkgracht, verwijzend naar de kerk en het stadhuis die in 1622 ten zuiden van de gracht bestonden vóór het huidige Oude Stadhuis, het exacte punt van het kerk-stadhuisgebouw is op 6°07′56"S 106°48′42"OL. In 1632 werd de gracht omgedoopt tot Kerkgracht en rond dit jaar werd het oude Kerk-Stadhuis afgebroken. Rond 1635 kreeg de gracht de naam Groenemarktsgracht of Groenegracht, verwijzend naar de oude groentemarkt. [17] Deze avondmarkt die groenten en fruit verkocht werd nog herinnerd vandaag in de naam van een buurt Pasar Pisang ("bananenmarkt") en werd vermeld door Kapitein Cook. [17] Ook ten zuiden van Groenegracht was een grote Moorse markt (die misschien naar het Moslimvolk van Kalinga in plaats van van Arabier verwijst) waar het zilverwerk en andere exotische punten door Moslimkooplieden werden verkocht; de toestroom van deze moslimmensen vond ten minste plaats in de tweede helft van de 18e eeuw, omdat sinds het bloedbad van het Chinese volk de toestroom van moslimhandelaren uit Arabieren had plaatsgevonden. [17] Het pasar ("markt") karakter van dit gebied werd ook herinnerd in de naam van de trekbrug Hoenderpasarbrug (nu Jembatan Kota Intan), een brug parallel aan het kanaal. De gracht werd in het begin van de 20e eeuw bijgevuld en kreeg de naam Groenestraat tot de nationalisatie toen de naam werd omgezet in Djalan Idjo. Later, in 1960, werd de naam veranderd in Jalan Kali Besar Timur 1, waardoor het "groene" historische kenmerk van de straat werd geëlimineerd. [14]
Jalan Kali Besar Timur 2 Ten oosten van de Grote Rivier
  • Factorijstraat (voor 1931)[13]
De straat was een naamloze smalle straat die Kali Besar-Oost (huidige Kali Besar Timur) verbond met heerestraat (huidige Jalan Teh) in c.1650. Het kreeg de naam Factorijstraat aan het einde van de 19e eeuw, naar het oude gebouw Factorij der Handel Maatschappij dat in de buurt van deze straat werd opgericht c.1860. [18]
Jalan Kali Besar Timur 4 Ten oosten van de Grote Rivier
  • Noordelijke Kerkstraat (1667)[11]
  • Lloydstraat (voor 1931)[13]
  • Djalan Firus (ca. 1952)
Zo genoemd omdat het ten noorden van de Nieuwe Kerk van Batavia ligt (verwoest in een aardbeving van 1808).
Jalan Kali Besar Timur 5 Ten oosten van de Grote Rivier
  • Zuidelijke Kerkstraat (1667)[11]
  • Kerkstraat (voor 1931)[13]
  • Djalan Mutiara (ca. 1952)
Zo genoemd omdat het ten zuiden van de Nieuwe Kerk van Batavia ligt (verwoest door een aardbeving in 1808).
Jalan Kembung Kembung vis
  • Chineezengracht, Chineeschegracht (ca. 1667)[11]
  • Gedempte Chineeschegracht (ca.1930)[13]
De enigszins schuine Jalan Kembung, niet bepaald in lijn met de rest van de straat in Kota Tua Jakarta, markeert de lijn van de oude noordelijke rampart van Kraton Jayakarta. Voordat hier een straat werd gevestigd, fungeerde een oude wallen met zijn buitenste kanaal als een noordelijke verdedigingsmuur voor de stad Jayakarta. Na de volledige vernietiging van Jayakarta werden scheepsopslagplaatsen gevestigd aan de noordelijke en zuidelijke oevers van het kanaal ca. 1622. Het gebied zou groeien als de scheepsopslagplaatsen van het bedrijf tot de aanval van Sultan Agung,wat de stad ertoe aanzette om een sterker rasterachtig verdedigingssysteem te bouwen. In 1635 werd de oude gracht rechtgetrokken, met straten aan de noord- en zuidkant van de gracht, en in 1667 kreeg het de naam de Chineezengracht, naar een van de belangrijkste etnische groepen die in Batavia woonden. [11] De houtwerf van het Bedrijf (nu Galangan VOC Restaurant) en het Chinese schip (nu Raja Kuring Restaurant) werden gevestigd op het punt waar Chineezengracht de Kali Besar ontmoet. In de 19e eeuw werd Oud Batavia geleidelijk verlaten, ten gunste van de gezondere Weltevreden in het zuiden. Als gevolg hiervan droogden veel van de kanalen uit en vulden ze bij. De kanaalloze Chineeschegracht werd de Gedempte Chineeschegracht. Tegen het einde van de 19e eeuw kwam een vissersnederzetting Kampung Penjaringan de Chineeschegracht binnen. Aan het begin van de 20e eeuw is het westelijke uiteinde van de straat verdwenen, bezet door de groeiende kampung Penjaringan. Eind jaren 1910 werd ten zuiden van Kampung Penjaringan een spoorwegviaduct geïntroduceerd. [19] De jaren '20 zagen een renaissance in Oud Batavia, nochtans bleef de ontwikkeling aan het noorden van spoorwegviaduct beperkt gedeeltelijk omdat het gebied door het spoorwegviaduct werd geblokkeerd. Na de onafhankelijkheid werd de straat in de jaren vijftig genationaliseerd als Jalan Kembung. Op dit moment bleef de straat verstoken van ontwikkeling.
Jalan Kemukus De peper van Java
  • Mallebaarschegracht, Malabaarschegracht (ca. 1635)[11]
  • Kaimansgracht, Kaaimansgracht (voor 1770)[20]
  • Binnen Kaaimanstraat[11]
De eerste naam voor Jalan Kemukus was Malabaarschegracht, naar de Nederlandse Malabar nederzetting. De straat werd gebouwd ca. 1632 zonder kanaal. Rond 1635 werd langs de straat een gracht aangelegd en in die tijd kreeg de straat de naam Malabaarschegracht. In deze periode strekte de gracht in de straat zich uit naar het noorden richting Kaaimansgracht of Keyzersgracht (nu een naamloze privéweg). Ten oosten van de Malabaarschegracht lag de handelswijk Batavia. In de 18e eeuw werd de grachtenstraat bekend als Kaaimansgracht. [20] Na de malariauitbraak van Batavia, werd de stad geleidelijk verlaten en zo in het midden van de 19de eeuw kaaimansgract is gegaan, droogde het kanaal uit en vulde bij. Eind 19e eeuw, na de bouw van hetHof van Justitie, werd het noordelijke deel van de voormalige Kaaimansgracht - nu een grachtloze straat - hersteld als Gedempte Kaaimansgracht. Het was eigenlijk de straat aan de achterkant van het Hof van Justitie. Het zuidelijke deel van de voormalige Kaaimansgracht werd niet hersteld omdat het werd doorkruist door een spoorlijn die leidt naar station Batavia Noord, destijds gelegen aan de zuidkant van het Hof van Justitie. In de jaren '30 kreeg deze straat de naam Binnen Kaaimanstraat. [13] Na de nationalisatie van straatnamen in de jaren '50, werd de straat gekend als Jalan Kemukus.

Het zuidelijke deel van de voormalige Kaaimansgracht is nooit meer teruggeplaatst. Na de sloop van Station Batavia Noord in het midden van de jaren dertig werd een plan getekend om de zuidelijke uitbreiding van de Binnen Kaaimanstraat weer in te voeren. Het plan werd echter nooit gerealiseerd en verlaten. Met de bouw van het BNI-gebouw werd echter een straat hersteld waar vroeger de zuidelijke uitbreiding van de Kaaimansgracht was. Deze straat heet Jalan Lada Dalam en wordt gebruikt als parkeerplaats voor het BNI-gebouw.

Jalan Ketumbar Koriander
Jalan Kopi Koffie
  • Utrechtsestraat (1650)[12]
Naar het bastion Utrecht aan de westkant van de straat, die op zijn beurt naar de Nederlandse stad Utrecht was genoemd. De plattegrond van de straat werd in 1632 aangelegd en kreeg rond 1650 de naam Utrechtsestraat. [11] De Utrechtsestraat werd gelegd over het punt waar de verwoeste moskee van Jayakarta, alun-alun (Javaans vierkant) en vernietigd kraton (Javaans paleis) eerder lagen. [11] De begraafplaats van de originele Javaanse inwoner van Jayakarta ligt op het punt waar de Jalan Kopi op de Jalan Tiang Bendera 3 aansluit. [11]
Jalan Kunir Kurkuma
  • Derde dwarsgracht (ca. 1627)[11]
  • Leeuwinnegracht (ca. 1632)[11]
De Leeuwinnegracht was de oudste gracht die door de Nederlanders in Batavia werd aangelegd, gegraven rond 1619 samen met wat de Amsterdamschegracht en de Groenegracht; alle kanalen werden aangelegd toen het water van Ciliwung naar het oosten werd gekanaliseerd door de vroeg versterkte Nederzetting Batavia.[11] Toen Batavia rond 1627 uitbreidde, stond de gracht bekend als Derde Dwarsgracht.[11] Een vismarkt bestond aan het zuiden van het kanaal, bij de monding van het kanaal en Ciliwung (de nauwkeurige positie is 6°08′02″S 106°48′44″E). Na de aanval van sultan Agung tussen 1628 en 1629 werd de stadsmuur van Batavia verbeterd en werd de gracht omgedoopt tot Leeuwinnegracht; toen verbond de gracht de Ciliwung (Grote Rivier) en de Tijgersgracht. Het kanaal werd verder naar het oosten uitgebreid in 1635 toen het het oostelijke ommuurde stadskanaal bereikte.[11] De gracht werd in het begin van de 20e eeuw gedempt, maar de naam Leeuwinnegracht bleef bestaan tot aan de Indonesische nationalisatie.
Jalan Lada Naar peper
  • Tygersgracht, Tijgersgracht (ca.1627)[11]
De Tygersgracht ( "tijgergracht", waarschijnlijk verwijzend naar de uitgestorven Javaanse tijger) bereikte zijn langste omvang in 1627 toen de buitengracht van de oude versterkte nederzetting (1622) een binnengracht werd toen in het oosten en zuiden een nieuwe stadsmuur werd gebouwd. [11] In dat jaar verbindt de gracht Oudemarkgracht (huidige Jalan Nelayan Timur) op het noordelijkste punt, en dan maakt het een draai naar het westen in Kalverstraat (huidige Jalan Pinangsia 3). In 1632 werd de Tygersgracht gedeeld door de zuidelijke stadsmuur, dicht bij het punt waar Oranje Bastion was, waarbij de gracht werd opgedeeld in de binnenstad Tygersgracht (binnen stadsmuur) en de buitenstad Tygersgracht (buiten stadsmuur). [11] Een eigentijdse waarnemer schrijft: "Onder Grachts - straten met waterkanalen, is Tygersgracht het meest statig en het aangenaamst, zowel voor de goedheid van zijn gebouwen, als de versiering van zijn straten, die een zeer aangename schaduw aan degenen veroorloven die langs de straat passeren". Bijna alle delen van de Tygersgracht werden eind 19e eeuw verwoest toen in Oud Batavia twee stations werden geïntroduceerd: Station Batavia Noord (net ten zuiden van het Stadhuis)en Station Batavia Zuid (later uitgebreid tot het huidige Stasiun Kota). [22]
Jalan Lada Dalam De kleinere weg die naar Jalan Lada leidt.
  • Mallebaarschegracht, Malabaarschegracht (ca. 1635)[11]
  • Kaimansgracht, Kaaimansgracht (voor 1770)[20]
Zie: Jalan Kemukus
Jalan Malaka Naar het Nederlandse Malakka; waarschijnlijk naar Kampung Malaka, de naam van kampung die zich aan het einde van de 19e eeuw vormde ten westen van Kali Besar in het oude Batavia.
  • Bende Melacca, Gang Melakka (eind 19e eeuw)[23]
  • Malakastraat, Melakastraat (ca. 1921)[19]
Jalan Malaka ligt op wat destijds de west-zuidelijke stadsmuur van Batavia was, aangelegd ca. 1635, waar de bastions Nassau en Diest stonden.[11] Deze naamloze straat was gelegen tussen het binnenstad-kanaal en de stadsmuur.[11] Verscheidene het leven kwarten werden gevestigd langs de binnenkant van de stadsmuur van Batavia, voor militaire doeleinden.[11] Na de neergang van Oud-Batavia en de afbraak van de stadsmuur, bleef de straat naamloos. Met de geleidelijke heropleving van het Oude Batavia, werd de straat langzaamaan belangrijker. Aan het einde van de 19e eeuw werd het opgenomen als Gang Melacca; in 1921 kreeg het de naam Melakastraat.[19] Verscheidene moderne koloniale gebouwen werden gebouwd aan de straat, waaronder Galeri Melaka. Na de onafhankelijkheid van Indonesië werd de straatnaam genationaliseerd tot Jalan Malaka.
Jalan Malaka Zie: Jalan Malaka
  • Kampung Miskin (voor 1897)[23]
  • Bende Orpa (voor 1931)[12][13]
Jalan Nelayan Timur De Visser van het oosten
  • Oudemarkgracht (ca. 1627)[11]
  • Steenhouwersgracht (ca.1632)[17]
  • Amsterdamschegracht (ca. 1632)[11]
De gracht die de Amsterdamschegracht wordt, was de oudste kunstmatige gracht die door de Nederlanders in Batavia werd aangelegd, gebouwd rond 1619 samen met wat de Leeuwinnegracht en de Groenegracht zal worden; alle kanalen werden aangelegd toen het water van Ciliwung naar het oosten wordt gekanaliseerd door de vroeg versterkte Nederzetting Batavia. [11] Rond 1619, werd het kanaal gevestigd ten zuiden van de vroege regeling van versterkt Batavia, op het ogenblik toen Het Kasteel van Batavia begon te groeien zuidenwaarts. In 1622 werd het kanaal naar het oosten verlengd tot het de straat bereikte die de Prinsenstraat (Jalan Cengkeh) zal worden; rond deze tijd was de vroege versterkte nederzetting Batavia omgebouwd tot een openbaar plein waar een vismarkt en de grote markt was gevestigd. In 1627 werd de gracht verder naar het oosten verlengd en maakte een draai naar het zuiden om samen te smelten met tijgersgracht; op dit moment scheidde de gracht het Kasteelplein naar het noorden (voorheen de markt) en Batavia nederzetting in het zuiden en kreeg de naam Oudemarkgracht om te verwijzen naar het marktgebouw uit 1622. In 1632 werd de naam van de gracht veranderd in eerst Steenhouwersgracht[17] en later Amsterdamschegracht en deze werd verder naar het oosten uitgebreid, het oostelijke deel kreeg de naam Olifantsgracht, verwijzend naar het olifantenhuis in de oostelijke muur van Batavia dat werd afgebroken toen de stadsmuur van Batavia uitbreidde en de gracht zich uitbreidde. Uiteindelijk werd de naam Olifantsgracht in 1635 vervangen door Amsterdamschegracht.
Jalan Pakin
Jalan Pancoran
Jalan Pasar Pagi
Jalan Paus Kel
Jalan Petak Asem
  • Spinhuis Gracht of Neushoorn Gracht (1650)[12]
Zie: Jalan Tiang Bendera 1, 2, 3 en 4
Jalan Pinangsia 1 Lokaal Chinees dialect van de Financienstraat, "Financiële Straat"
  • Koestraat (ca. 1627)[11]
  • Financiënstraat, Pinangsia (ca. 1890)[24][23]
In ca. 1627 werd de Koestraat aangelegd; het bedrijfsziekenhuisligt op de hoek van de Koestraat en de Tygersgracht. In ca. 1632 wordt de Koestraat met de binnenstad gescheiden door een nieuwe stadsmuur. De naam Koestraat blijft tot in ieder geval eind 19e eeuw wanneer de straat in het lokale Chinese dialect door elkaar bekend staat als Financiënstraat of Pinangsia. De naam blijft tot het wordt genationaliseerd als Jalan Pinangsia in het midden van de 20e eeuw.
Jalan Pinangsia 2 Lokaal Chinees dialect van de Nederlandse Financienstraat, "Financial Street", nu Jalan Pinangsia 1
  • Kalverstraat (ca.1627) [11]
De straat die de Kalverstraat ("kalverstraat") wordt, werd gevormd in 1622 toen het water van Ciliwung naar het oosten werd geleid. De Kalverstraat was volledig gevormd rond 1627 en verbond de Tayolmgracht (het huidige Jalan Pinangsia Timur) met het oosten en het zuidelijke deel van de Heerestraat (Jalan Pintu Besar Selatan) met het westen. De straat bevond zich in 1627 binnen de stadsmuur, maar kwam buiten de stadsmuur toen de stadsmuur van Batavia omstreeks 1632 werd gewijzigd. De naam van de straat blijft Kalverstraat totdat deze werd genationaliseerd tot Jalan Pinangsia 3.
Jalan Pinangsia Raya "Big Pinangsia". Pinansia is het lokale Chinese dialect van de Nederlandse Financienstraat, "Financial Street", nu Jalan Pinangsia 1
  • Buiten Tijgersgracht (ca.1770)
  • Buiten Tijgerstraat (vóór 1918) [15]
Pinangsia Raya markeert het kanaalloze zuidelijke deel van de Tijgersgracht, opgericht in 1627. In deze periode bevond zich ten oosten van het zuidelijke deel van deze straat, vlakbij de rivier de Ciliwung , een VOC-ziekenhuis . In 1632, met de reconstructie van de nieuwe stadsmuur, kwam de straat buiten de stadsmuur te liggen, en dus werd het ziekenhuis afgebroken en vervangen door een groter ziekenhuis binnen de stadsmuur. In 1650 heeft de straat geen namen op kaarten. In die periode bevond zich een begraafplaats aan de zuidoostkant van de straat, terwijl het speelhuis van de gouverneur zich aan de zuidwestkant van de straat bevond. c. In 1770 werd een gracht in de straat gegraven en kreeg de straat de naam Buiten Tijgersgracht. [20]De naam Tijgerstraat komt voor op 20e-eeuwse kaarten van Batavia toen het kanaal opnieuw werd gevuld. [15] Na nationalisatie werd de straat omgedoopt tot Jalan Pinangsia Raya.
Jalan Pinangsia Timur "East Pinangsia". Pinansia is het lokale Chinese dialect van de Nederlandse Financienstraat, "Financial Street", nu Jalan Pinangsia 1
  • Tayolingracht (circa 1627) [11]
  • Buiten Kaimanstraat, Buiten Kaaimanstraat (ca. 1770) [20]
Pinangsia Timur is de enige straat in Kota Tua Jakarta die de grens markeert van Batavia's eerste oude c. 1627 stadsmuur. Pinangsia Timur werd gevormd c. 1627 als Tayolingracht, die het zuidelijke uiteinde van deze oostelijke stadsmuur markeert. De Tayolingracht loopt iets schuin naar het zuidoosten en volgt de hoek van deze oostelijke stadsmuur. In c. Bij de wederopbouw van de nieuwe stad in 1632 werd het noordelijke deel van de Tayolingracht gesloopt om de nieuwe indeling van de binnenstad te volgen, maar het zuidelijke deel van de Tayolingracht blijft schuin naar het zuidoosten. In c. In 1770 werd de gracht opnieuw gevuld en kreeg de straat de naam Buiten Kaaimanstraat. [20]Eind 19e eeuw was de Buiten Kaaimanstraat verbonden met het zuiden via een kleine straat genaamd Gang Commandant (nu Jalan Mangga Besar 1 - oost). De naam blijft bestaan ​​totdat de straat werd genationaliseerd tot Jalan Pinangsia Timur.
Jalan Pintu Besar Utara "Northern Main Gate", na de Nieuwepoort, hoofdpoort van de ommuurde stad Batavia vanuit het zuiden.
  • Heerenstraat (circa 1627) [11]
  • Binnen Nieuwepoortstraat (vóór 1931) [13]
Een van de oudste straten van Batavia, de planning van een straat die later bekend zou worden als de Heerenstraat of Heerestraat, bestond al sinds 1619, lang voordat de stadsmuur van Batavia ontstond. Rond 1622 ligt aan de zuidkant van de geplande Heerestraat een klein entreeportaal, een punt waar de geplande straat samenkomt met een kanaal dat bekend staat als Vierde Dwarsgracht (1619-1632) [11] - het punt van het portaal ligt precies op de kruising van Jalan Pintu Besar Utara en Jalan Bank. [11] De eerste kerk en het stadhuis buiten het kasteel was in deze naamloze straat. Op het meest uitgebreide plan in 1627 strekte de Heerenstraat zich uit van noord naar zuid vanaf het punt bij Jalan Nelayan Timur, en strekte zich uit tot Jalan Teh, Jalan Pintu Besar Utara en Jalan Pintu Besar Selatan. Het was de Broadway van Batavia tot het eerste offensief van Batavia door Sultan Agung, koning van het Mataram Sultanaat, waarna rond 1632 een muur en een nieuw toegangspoort (de Nieuwe Poort) werd gebouwd [11] (langs wat nu Jalan Jembatan is Batu), die de Heerenstraat verdeelt in de Heerenstraat (ten noorden van de muur, nu Jalan Pintu Besar Utara) en Nieuwpoortstraat (nu Jalan Pintu Besar Selatan).
Jalan Pintu Besar Selatan "Zuidelijke Hoofdpoort", na de Nieuwepoort, hoofdpoort van de ommuurde stad Batavia vanuit het zuiden.
  • Heerenstraat (circa 1627) [11]
  • Nieuwepoortstraat (circa 1632) [11]
  • Buiten Nieuwepoortstraat (vóór 1931) [13]
Zie: Jalan Pintu Besar Utara
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Indonesiër De benaming Indonesiër komt voort uit de in het voormalig Nederlands-Indië door Soekarno en consorten gevormde idee van een vrije staat met één land, één volk, één taal.Citefout: Onjuist label <ref>; refs zonder naam moeten inhoud hebben Deze idee kwam rond 1920 tot stand onder opstandelingen en gematigde denkers onder de inheemse bevolking, zoals Soekarno, Hatta, die onder het juk van de kolonisator wilden uitkomen. Zij noemden de inheemse, oorspronkelijke bevolking vanuit het eenheidsperspectief Indonesiërs, reeds vooruitlopend op een onafhankelijkheid en de vorming van de Republiek Indonesië. Nederland beschouwde echter de oorspronkelijke bevolking van Nederlands-Indië altijd als aparte volken, zoals bijvoorbeeld Javanen, Molukkers, Menadonezen, en noemde hen inheemse bevolking of inlanders. Deze termen bleven voor de Nederlandse regering gehandhaafd tot aan de soevereiniteitsoverdracht in 1949. Bij de inheemse bevolking was de term 'inlander' echter een beladen begrip, omdat zij dit als minderwaardig beschouwden.Citefout: Onjuist label <ref>; refs zonder naam moeten inhoud hebben Pas daarna werd vanuit Nederlands oogpunt de benaming van een inwoner en staatsburger van Indonesië een Indonesiër genoemd. M.a.w. een lid van de oorspronkelijke bevolking uit de koloniale tijd heette een 'inheemse man/vrouw' of werd naar het volk genoemd waartoe hij/zij behoorde, zoals Javaan/Javaanse, Molukker/Molukse, en na 1949 een Indonesiër/Indonesische. Vanuit Indonesisch oogpunt gezien geldt: tot rond 1920 worden de inwoners genoemd naar volk, daarna worden zij Indonesiër/Indonesische genoemd.








_______________________________________________________________________________________________________________________________


Fats Waller

OpnamesBewerken

Piano solo'sBewerken


Fats Waller & His Buddies (1929)Bewerken

  • The Minor Drag
  • Harlem Fuss
  • That's How I Feel Today
  • Six or Seven Times
  • Looking Good But Feeling Bad
  • I Need Someone Like You
  • Looking for Another Sweetie
  • Ridin' But Walkin'
  • Won't You Got Off Please
  • When I'm Alone

Fats Waller & His RhythmBewerken

Meer dan 400 opnames waaronder:


_______________________ __________________________________________________________________________________________________________________







______________________________________________________________________________________________________________________________________





Wijzigingen in Lisa Westerveld

BiografieBewerken

Jeugd en opleidingBewerken

Westerveld werd geboren in Aalten en groeide op in Lintelo. Ze kwam samen met drie broers en een zus uit een gezin dat traditiegetrouw op de ChristenUnie stemde. In haar tienerjaren volgde Westerveld het VWO op het Christelijk College Schaersvoorde.
Na het voortgezet onderwijs ging ze filosofie studeren aan de Radboud Universiteit Nijmegen en werd actief in de studentenvakbeweging. In collegejaar 2002-2003 zat Westerveld in het bestuur van Studentenvakbond AKKU en in 2003–2004 werd zij gekozen in de Universitaire Studentenraad, waarvan zij de voorzitter werd. Van 2007 tot 2009 was zij voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb).[1] Westerveld studeerde in 2010 af op de politieke filosofie van Karl Popper. Daarna ging zij werken voor de Algemene Onderwijsbond als persvoorlichter en politiek lobbyist.[1]

Vroege politieke loopbaanBewerken

Aanvankelijk was Westerveld lid van de SP.<ref name="besteed"/> Na 2009 sloot ze zich aan bij GroenLinks, omdat 'alles waar GroenLinks voor stond, ik mij achter kon scharen, bijvoorbeeld het groene beleid, het sociale beleid.'[1] Ze stond op plaats 17 van GroenLinks tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 en behaalde 1458 stemmen. De partij als geheel haalde 4 zetels, dus Westerveld kwam niet in de Kamer.[2]

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014 werd zij met 4.550 voorkeurstemmen (de meeste stemmen van alle vrouwelijke kandidaten in Nijmegen) tot raadslid verkozen.[3] Aldaar hield zij zich bezig met de dossiers werk & inkomen, sport en binnenstad. Ze zette zich onder meer in voor een proef met een sociale bijstand, nam verschillende initiatieven om de Waalkade te vergroenen en kreeg de voltallige raad achter een motie om watersport in de Spiegelwaal mogelijk te maken.[4] Ook onderzocht ze brandveiligheidsmaatregelen op Nijmeegse boerderijen nadat er op 6 januari 2017 3.000 varkens omkwamen in een stalbrand in Bijsterhuizen.<ref name="N1"/>

Sinds juni 2015, naar aanleiding van de bezetting van het Bungehuis en het Maagdenhuis, zette Westerveld zich in voor de democratisering van de Universiteit van Amsterdam als voorzitter van de Commissie Democratisering en Decentralisering.[5] In oktober 2016 presenteerde de commissie haar eindrapport, waarin de UvA onder meer werd geadviseerd kernwaarden in een charter vast te leggen, een deliberatief forum op te richten en studenten en medewerkers meer zeggenschap geven over de gang van zaken.[6]

Campagne Tweede Kamer 2017Bewerken

Westerveld houdt op Plein 1944 een speech tegen intolerantie (2017).

Westerveld stond voor de Tweede Kamerverkiezingen 2017 op nr. 14 van de kandidatenlijst van GroenLinks.

Op 15 maart 2017 werd Westerveld met voorkeurstemmen verkozen tot Tweede Kamerlid: ze behaalde met ongeveer 18.000 stemmen nipt de kiesdeler van ongeveer 17.600. Omdat nr. 19, Isabelle Diks, dankzij een voorkeursactie voor vrouwelijke kandidaten ook de kiesdeler voorbij ging en GroenLinks in totaal 14 zetels haalde, kwam nr. 13, Paul Smeulders, niet in de Kamer.[7]

PersoonlijkBewerken

Westerveld voetbalt en luistert graag hardrock en heavy metal.[8] Door de achtergrond van haar familie met veehouderij en pluimveesector heeft ze er later bewust voor gekozen om vegetariër te worden en eet vaak veganistisch omwille van dierenwelzijn en het milieu. Na een christelijke jeugd heeft Westerveld kerk en geloof vaarwel gezegd. Ze heeft geen partner en geen kinderen.

Externe linksBewerken






  1. a b c "Nijmeegse Lisa Westerveld klopt op deur Tweede Kamer", Omroep Gelderland, 2 januari 2017. Geraadpleegd op 8 maart 2017.
  2. Robin Lopulalan, Lisa Westerveld. Alle Kandidaten. De Internet Managers (2012). Geraadpleegd op 9 maart 2017.
  3. "Lisa Westerveld wil voor GroenLinks naar Kamer", De Gelderlander, 20 november 2016. Geraadpleegd op 8 maart 2017.
  4. "Nijmeegs GroenLinks-raadslid Lisa Westerveld in de race voor een zetel in de Tweede Kamer", Omroep Gelderland, 20 november 2016. Geraadpleegd op 8 maart 2017.
  5. Niels Markus, "UvA-student heeft na anderhalf jaar wat te kiezen", Trouw, 24 oktober 2016. Geraadpleegd op 8 maart 2017.
  6. UvA-commissie Democratisering & Decentralisering presenteert voorstellen. Universiteit van Amsterdam (24 oktober 2016). Geraadpleegd op 9 maart 2017.
  7. "Voorkeurstemmen brengen drie vrouwen en een boer in de Tweede Kamer", NOS, 17 maart 2017. Geraadpleegd op 19 maart 2017.
  8. "Tien Gelderlanders zitten vanaf vandaag op het Haagse pluche", Omroep Gelderland, 24 maart 2017. Geraadpleegd op 30 maart 2017.