Hoofdmenu openen

Schonenvaardersbolwerk

vroeg-16e-eeuwse waltoren of bolwerk, onderdeel van de tweede middeleeuwse stadsmuur van Maastricht
(Doorverwezen vanaf Biesenbastion)

Het Schonenvaardersbolwerk, ook wel aangeduid als Scoenverderenbolwerck,[1] was een 16e-eeuwse waltoren of bolwerk aan de rivier de Maas in de Nederlandse vestingstad Maastricht. Het bolwerk was het meest noordelijke van de tweede middeleeuwse stadsmuur. Eind 16e eeuw werd het opgenomen in het Biesenbastion, vanaf de 19e eeuw aangeduid als Sint-Antoniebastion of Bastion Destombe. Het vestingwerk is vanaf 1867 grotendeels gesloopt.

Schonenvaardersbolwerk
(later Biesenbastion)
Stadspanorama van Simon de Bellomonte, ca. 1570 met Antonietenklooster (12), Commanderij Nieuwen Biesen (13) en Schonenvaardersbolwerk (uiterst rechts)
Stadspanorama van Simon de Bellomonte, ca. 1570 met Antonietenklooster (12), Commanderij Nieuwen Biesen (13) en Schonenvaardersbolwerk (uiterst rechts)
Locatie Maastricht, Boschstraatkwartier, langs de Maas
Oorspr. functie waltoren, bolwerk
Start bouw 1525
Bouw gereed na 1528
Sluiting ca. 1870, 1926, 1955 (gedeeltelijke sloop)
Verbouwing 1578
Afbeeldingen
Tweede stadsmuur met Schonenvaardersbolwerk (1), Boschpoort (2) en Boschkat (3)
Tweede stadsmuur met Schonenvaardersbolwerk (1), Boschpoort (2) en Boschkat (3)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Inhoud

NaamgevingBewerken

De noordelijke waltoren aan de Maas was aanvankelijk, zoals de meeste vestingwerken, naamloos. De toren werd aangeduid als Biesen-, Nieuwe of Mariatoren. In 1525 werd het Maastrichtse ambacht der "Scoense Verderen" (schippers die op Schonen voeren, ofwel Ommelandvaarders) opgeheven. Het ambacht liet zijn bezittingen na aan de stad onder beding dat het geld werd aangewend voor de bouw van een toren op de westelijke Maasoever in het noordelijk puntje van de vesting.[2] De nieuwe waltoren werd Schonenvaardersbolwerk genoemd. Nadat een halve eeuw later de toren was opgenomen in een bastion, werd daarna gesproken van Biesenbastion (naar de nabije commanderij Nieuwen Biesen), Sint-Antoniebastion (naar het tegenoverliggende Sint-Antoniuseiland) of Bastion Destombe (naar gouverneur Des Tombe, die er in 1845 begraven werd).

GeschiedenisBewerken

 
Waltoren en poterne, 16e eeuw

Bouw tweede middeleeuwse stadsmuurBewerken

Nadat de eerste middeleeuwse stadsmuur uit circa 1230 al na enkele decennia te krap bleek, besloot men vanaf omstreeks 1300 de langs de uitvalswegen ontstane voorsteden geleidelijk binnen een nieuw te bouwen enceinte (ommuring) te brengen. Waarschijnlijk was de muur omstreeks 1380 voltooid, hoewel er daarna nog aan diverse torens gebouwd werd. De tweede stadsmuur had op de linker Maasoever een lengte van 3575 m en een hoogte variërend van 6 tot 9 m.[3] Er kwamen zeven nieuwe stadspoorten, waarvan vijf op de westoever. De noordelijke Boschpoort verving de 13e-eeuwse Gevangenpoort en Leugenpoort, beide op de Markt, die daarna een andere functie kregen. De noordoostelijke hoektoren heette Mariatoren.[4] Wanneer deze gebouwd, is niet bekend. In de raadsverdragen van 1399-1400 wordt de omgeving aangeduid als "te Biesen an den thoren".[5] Tussen 1470 en 1480 is deze toren verhoogd en voorzien van een dak, volgens de aantekeningen van Matthaeus Herbenus.[6] Ter plekke bevond zich tevens een kleine poterne aan de Maas, de Biesenpoort, die op last van de magistraat in 1386, 1482 en 1539 moest worden dichtgemetseld.[7]

Bouw SchonenvaardersbolwerkBewerken

In 1525 werd met de verkoop van de goederen van het opgeheven ambacht der "Scoense Verderen" (Ommelandvaarders) een nieuwe verdedigingstoren opgericht, iets ten noorden van de Mariatoren. Doordat het kapittel van Sint-Servaas de aanvoer van mergel uit haar groeven te Zichen dwarsboomde, vlotte de bouw niet erg. De toren kwam waarschijnlijk pas na 1528 gereed. Het was daarmee het laatste van een groep bolwerken, waarmee Maastricht sinds 1480 was versterkt en waartoe de nog bestaande rondelen De Vijf Koppen en Haet ende Nijt behoren.[1] Het bolwerk had een hoogte van 8 m en een doorsnede van 15,5 m. De muren van Zichener mergelsteen waren 3 m dik met een 20 tot 30 cm dikke bekleding van Naamse steen. De noordelijke binnenwand van de toren was eveneens versterkt met Naamse steen.[8]

 
Gezicht op de Maas (Pieter Stevens, ca. 1600)
 
Het Biesenbastion (links) op de Maquette van Maastricht, ca. 1750

Bouw Biesenbastion en buitenwerkenBewerken

Maastricht werd hard getroffen door de Spaanse Furie van 1576. Hoewel de Spaanse troepen na de Pacificatie van Gent gedeeltelijk werden teruggetrokken, probeerde de stad tussen 1577 en 1579 koortsachtig de vesting op orde te krijgen. In 1578 werd begonnen met de bouw van het Biesenbastion op de noordoosthoek van de tweede ommuring aan de Maas. Om het werk te bespoedigen bepaalde de raad op 2 september 1578 dat ook de geestelijkheid 30 tot 40 mannen moest leveren om te helpen bij het grondwerk. Metselaars mochten in deze periode geen ander werk aannemen.[9] Het Schonenvaardersbolwerk werd verlaagd en als saillant opgenomen in het nieuwe bastion. Dat de toren toch nog zeer herkenbaar bleef blijkt uit een krijttekening van Pieter Stevens uit circa 1600.[noot 1]

In de 17e en 18e eeuw dijden de buitenwerken van de vesting steeds verder uit, waardoor het Biesenbastion vanaf de veldzijde steeds meer aan het oog onttrokken werd. Direct ten noorden van de hoofdwal bij het Biesenbastion lag de zogenaamde Lunet aan de Maas en het Biesenhoornwerk uit 1640, in 1755 hersteld en uitgebreid en begin 19e eeuw vervangen door Bastion D, onderdeel van de Nieuwe Bossche Fronten. Verder naar het noorden lag de lunet Le Roy uit 1674-75, met bijbehorende couvre-face.[10] Na het beleg van 1748 moesten zowel het Biesenbastion als de zwaar beschadigde buitenwerken in dit gebied deels worden herbouwd. Bij het beleg van 1794 kreeg het noordelijk stadsdeel het opnieuw zwaar te verduren.[11]

 
Het bastion vóór de sloop in 1925
 
Grafmonument Des Tombe op het Biesenbastion, 1925

Ontmanteling vesting en sloop BiesenbastionBewerken

Na de opheffing van de vestingstatus van Maastricht in 1867 werden in opdracht van het Ministerie van Oorlog grote delen van de middeleeuwse stadsmuren en de buitenwerken geslecht. De eeuwenoude stadspoorten van Maastricht werden tussen 1867 en 1874 op één na allemaal gesloopt. Door toedoen van Victor de Stuers en anderen bleven hier en daar delen van de eerste en tweede wal gespaard, met name aan de zuidzijde van de stad. De afbraak van de vestingwerken elders ging echter nog tot begin 20e eeuw door.

Het lunet Le Roy werd al in 1868 gesloopt, het Bastion D tussen 1868 en 1873. Van het Bastion Destombe werd omstreeks 1870 de linkerface voor een deel afgebroken. Van de rechterface werden in 1926 en 1955 delen gesloopt. De dieperliggende delen werden onaangeroerd gelaten.[12]

Cultuurhistorisch erfgoedBewerken

Van het Schonenvaardersbolwerk, het Biesenbastion, de Boschpoort, de noordelijke stadsmuur en de buitenwerken in deze omgeving zijn slechts fragmenten bewaard gebleven. Restanten van het 16e-eeuwse bolwerk werden in 1955 aangetroffen bij graafwerkzaamheden voor een loskade, maar deze zijn, na opmeting, weer bedekt met aarde. Van het bastion is de naamsteen 'Destombe' uit 1855 bewaard gebleven.[8] Op deze locatie staat thans de Sappi-papierfabriek, waarvan enkele gebouwen inmiddels tot de 'jonge monumenten' gerekend worden. Van de militaire gebouwen in de omgeving is alleen de vroeg-19e-eeuwse affuitenloods op het terrein van de papierfabriek overgebleven. De loods werd eind 19e eeuw verbouwd tot een complex van arbeidershuisjes en doet thans dienst als bedrijfsgebouw. Vlakbij zijn in een muur nog sporen te zien van de hellingbaan waarover de kanonnen naar de wal werden getrokken.

Op het Biesenbastion bevond zich van 1845 tot 1925 het grafmonument van de laatste gouverneur van Maastricht, Andries Jan Jacob des Tombe. Vanwege de uitbreiding van de papierfabriek werd het monument in 1925 verplaatst naar het Waldeckpark.

Zie ookBewerken

Bronnen, noten en referentiesBewerken