Australopithecus garhi

soort uit het geslacht Australopithecus

Australopithecus garhi is een uitgestorven mensachtige die aangetroffen is in de omgeving van Herto Bouri, dat in de Middle Awash van de Ethiopische Afar-slenkvallei ligt. Australopithecus garhi dateert uit het oudste Vroeg Pleistoceen.

Australopithecus garhi
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Fossiel voorkomen: Vroeg Pleistoceen
Musée national d'Ethiopie-Australopithecus garhi (2).jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Primates (primaten)
Familie:Hominidae (mensachtigen)
Geslacht:Australopithecus
Soort
Australopithecus garhi
Asfaw et al., 1999
Herto Bouri
Herto Bouri
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Australopithecus garhi op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

NaamBewerken

De soortaanduiding "garhi" betekent "verrassing" in de plaatselijke Afartaal. Zij verwijst naar de overeenkomsten met de moderne mens die als verrassend werden gezien voor een mensachtige met de hoge ouderdom van A. garhi alsmede naar de onverwacht grote kiezen.

OntdekkingBewerken

Reeds in 1990 werden in het vondstgebied fossielen van mensachtigen aangetroffen. Het betrof de specimina GAM-VP-1/2, een stuk linkerwandbeen, GAM-VP-1/1, een linkeronderkaak zonder tanden, en MAT-VP-1/1, het onderste uiteinde van een linkeropperarmbeen. Daarvan was het toen onduidelijk of die aan Australopithecus of Homo waren toe te wijzen.

 
De Middle Awash

Op 17 november 1996 vond Tadewos Assebework specimen BOU-VP-11/1, een bovenstuk van een rechterellepijp. Op 30 november ontdekte de Amerikaanse paleoantropoloog Tim White een gedeeltelijk postcraniaal skelet, specimen BOU-VP-12/1. Het omvatte een kaak, een rechterarm zonder hand en een linkerbeen

Het holotype van deze soort heeft de vondstcode BOU-VP-12/130 en is op 20 november 1997 gevonden door Yohannes Haile-Selassie die deel uitmaakte van een onderzoeksgroep onder leiding van de Ethiopische paleontoloog Berhane Asfaw. Het betreft een gedeeltelijke schedel. Vijftig meter verderop lagen nog wat schedelfragmenten die het inventarisnummer BOU-VP-12/87 kregen. Op 17 november 1997 vond de Franse paleoanthropoloog Alban Defleur specimen BOU-VP-17/1, een stel gepaarde onderkaken bij Esa Dibo. Amerikaan David DeGusta ontdekte een kilometer daar vandaan op 4 december 1998 een schacht van een opperarmbeen, specimen BOU-VP-35/1. Het is niet helemaal zeker of deze laatste twee vondsten aan de soort kunnen worden toegewezen.

De soort Australopithecus garhi werd in 1999 door Asfaw samen met White, Owen Lovejoy, Bruce Latimer, Scott Simpson en Gen Suwa benoemd en beschreven. Bij die gelegenheid werd het postcraniaal materiaal opzettelijk niet toegewezen.[1]

Vondstomstandigheden en ouderdomBewerken

Het holotype is gevonden in de Hatayaelagen van de Bouriformatie. Hierbij gaat het om meerafzettingen. Het bevond zich ongeveer één meter boven een vulkanische aslaag (de Maoleem vitric tuff) die met behulp van Argon-Argon op 2,496 miljoen jaar (Ma) gedateerd werd. Andere vondsten werden met dezelfde methode gedateerd op ongeveer 2,5 Ma. Dit betekent dat de soort iets jonger is als de grens tussen het Plioceen en het Pleistoceen (2,588 Ma). Een ouderdom van 2,496-2,5 Ma komt overeen met de Marine Isotope Stage 99, een relatief warme periode tussen de ijstijden.[2]

KenmerkenBewerken

De inhoud van de hersenpan van de schedel werd in 1999 bepaald op 450 cc, vergelijkbaar met die van de andere soorten van dit geslacht.

De schedel is relatief robuust, met een schedelkam en erg grote kiezen met dik glazuur. De voortanden en hoektanden zijn echter ook groot. De bovenste tandrij heeft een diasteem. Het profiel van de bovenkaken is rechthoekig in onderaanzicht. De bovenkaken zijn prognaat en de voortanden steken schuin naar voren. De premolaren zijn matig vergroot.

De ledematen, waarvan het dus onzeker is of ze aan A. garhi toebehoren, zijn opvallend lang. Vooral de benen hebben de proporties van A. afarensis en staan daarin dichter bij Homo dan A. africanus.

Het is slechts vanuit de ledematen dat ook een lengteschatting kan worden gemaakt. Een dijbeen suggereerde een lengte van 140 centimeter. Dat was nog een vrij klein specimen waarvan aangenomen werd dat het een vrouw betrof; het is verondersteld dat er een vrij grote seksuele dimorfie was en mannen dus nog een stuk langer konden worden.

FylogenieBewerken

White was leider van een onderzoekschool die meende dat de mens van Australopithecus afarensis afstamde via een ontwikkelingslijn in Ethiopië en de Zuid-Afrikaanse Australopithecus africanus een doodlopend spoor was. A. garhi, uit hetzelfde gebied als A. afarensis, werd daarom in 1999 gepresenteerd als een vooroudersoort van de mens en de nog ontbrekende schakel tussen de geslachten Australopithecus en Homo. Zijn geologische ouderdom leek daar goed bij te passen. Het werd zelfs gesuggereerd dat men in dat geval net zo goed van een Homo garhi zou kunnen spreken.

 
De schedel is nogal robuust

Vrij snel kwam er kritiek op deze interpretatie, vooral van de Zuid-Afrikaanse onderzoekschool. Die wezen erop dat de conclusies niet waren gebaseerd op een exacte kladistische analyse. Toen ze die in 2001 zelf uitvoerden, bleek A. garhi een zijtak van een klade die A. africanus, Paranthropus en Homo omvatte.[3] Volgens andere onderzoekers valt A. garhi binnen de variatiebreedte van A. afarensis.

De schedel van A. garhi lijkt ook niet erg op een voorloper van Homo, meer op een tak richting robuuste australopitheken. Dit vormt zo een aanwijzing dat die zich minstens driemaal hebben ontwikkeld. Fylogenetisch is dat geen waarschijnlijke verklaring want ingewikkelder dan een model met slechts één oorsprong. Ecologisch echter is een meervoudige ontwikkeling van een robuuste morfologie zeer aannemelijk. Steeds wanneer het klimaat droger werd en bossen zeldzamer, moet er een toegenomen selectiedruk geweest zijn om taaiere planten van de savanne te eten. Dit kan zelfs een verklaring zijn van de langere benen want die maken een efficiëntere voortbeweging over grasvlakten mogelijk.

Dat A. garhi geen directe voorloper van Homo is, werd later direct aangetoond door de vondst van homofossielen in Ethiopië met een ouderdom van 2,8 miljoen jaar, dus ouder dan het holotype van A. garhi. Dat sluit overigens niet uit dat de echte voorloper in bouw erg op A. garhi kan hebben geleken.

Vroegste kleine stenen werktuigen?Bewerken

Enkele primitief bewerkte vuursteensplinters werden bij Gona gevonden, niet ver van Bouri, die veel overeenkomst vertonen met de Oldowan-cultuur.[4] Daarbij werden beenderen gevonden met sporen van snijwerktuigen;[5] sommige leken door stenen te zijn gebroken.[6] Geschikte rotsen kwamen op de locatie echter niet voor wat leidde tot het vermoeden dan werktuigen door de mensachtigen werden meegenomen.[7] Deze vondsten wijzen op een levenswijze als vleeseter, alleseter of aaseter. Asfaw vermeldt dat de stenen werktuigen ouder zijn dan die gebruikt door Homo habilis.[1] Lang werd door paleoantropologen verondersteld dat alleen soorten van het geslacht Homo in staat waren verfijnde werktuigen te maken. De vuursteensplinters vertoonden echter geen sporen van de gebruikte technieken uit het Oldowan en het Acheuléen.[8] Op een andere plaats in Bouri werden ongeveer drieduizend primitief bewerkte vuursteensplinters gevonden, eveneens van ongeveer 2,5 miljoen jaar oud.

Ook deze conclusies worden weer geproblematiseerd door het feit dat Homo kennelijk minstens 2,8 miljoen jaar oud is en in het gebied voorkwam. Ondertussen zijn er nog weer oudere werktuigen gevonden en is men zich meer bewust geworden van het werktuiggebruik bij andere primaten zodat het op zich niet onaannemelijk is dat ook A. garhi voor verschillende doeleinden stenen toepaste of aanpaste.

Voorlopers en oude verwanten van de mens
Fossiel voorkomen Geslacht Soorten
7 - 4,4 Ma Sahelanthropus Sahelanthropus tchadensis
Orrorin Orrorin tugenensis
Ardipithecus Ardipithecus ramidus · Ardipithecus kadabba
4,3 - 2 Ma Australopithecus A. anamensis · A. afarensis · A. bahrelghazali · A. africanus · A. garhi · A. sediba
3,5 Ma Kenyanthropus Kenyanthropus platyops
2,5 - 1 Ma Paranthropus P. aethiopicus · P. boisei · P. robustus
tot heden Homo H. antecessor · H. cepranensis · H. denisova · Homo erectus (Javamens · Pekingmens) · H. ergaster · H. floresiensis · H. gautengensis · H. georgicus · H. habilis · H. heidelbergensis · H. helmei · H. neanderthalensis · H. rhodesiensis · H. rudolfensis · Homo sapiens (H. s. idaltu · Cro-magnonmens · Red Deer Cave-mensen)