Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Vuurwerkramp in Enschede

De vuurwerkramp in Enschede vond plaats op zaterdag 13 mei 2000 in de Nederlandse stad Enschede. Een opslagruimte met vuurwerk van het bedrijf S.E. Fireworks vatte vlam en ontplofte uiteindelijk. Er vielen 23 doden (onder wie vier brandweermannen) en ongeveer 950 mensen raakten gewond, 200 woningen werden verwoest.

Vuurwerkramp in Enschede
Foto van de vuurwerkramp
Foto van de vuurwerkramp
Plaats Enschede, Nederland
Coördinaten 52° 14′ NB, 6° 54′ OL
Datum 13 mei 2000
Locatie Roombeek
Ramptype Vuurwerkramp
Oorzaak Brand in een vuurwerkopslag die uiteindelijk ontplofte
Doden 23
Gewonden ongeveer 950
Schade 1 miljard gulden. (454 miljoen euro)
Vuurwerkramp in Enschede
Vuurwerkramp in Enschede

De ontploffing was de grootste explosie in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog.

Inhoud

De rampBewerken

S.E. Fireworks (afkorting van Smallenbroek Enschede Fireworks) importeerde Chinees vuurwerk dat werd gebruikt bij popconcerten. De brand begon rond drie uur 's middags, op het werkterrein van een pakhuis van S.E. Fireworks. In dit pakhuis lag ongeveer 900 kilogram vuurwerk opgeslagen. Het vuur verspreidde zich naar twee containers, die illegaal buiten het gebouw waren opgeslagen. De ter plekke gekomen brandweerploeg kon niet verhinderen dat een nog derde container vlam vatte. Deze ontplofte korte tijd later. Een kettingreactie van meer ontploffingen resulteerde tenslotte in de grootste ontploffing; die van de centrale bunker. Hierbij kwam 177 ton vuurwerk tot explosie.

De ontploffingen en branden vernielden het grootste deel van de woonwijk Roombeek. Ook omliggende bedrijven liepen grote schade op. Een gebied van circa 42 hectare werd geheel verwoest. De grootste ontploffing was op 60 kilometer afstand in Deventer te horen. De rookkolom die ontstond was in een omtrek van circa 70 kilometer van Enschede te zien. Tweehonderd woningen werden volledig verwoest; circa 1500 woningen buiten de wijk en circa 500 omliggende bedrijven raakten zwaar beschadigd; 1250 mensen raakten dakloos. De alarmcentrale had na de explosie niet meteen een goed beeld van de omvang van de situatie, maar sommige brandweerkorpsen reageerden al op eigen initiatief. Vele brandweer-, politie- en ambulance-eenheden uit Hengelo, Oldenzaal, Almelo en de verre omtrek trokken richting Enschede, inclusief Duitse brandweerkorpsen en hulpdiensten van Nordhorn, Gronau, Rheine en andere plaatsen vlak over de grens. Zelfs vanuit de Randstad werden ambulances en andere hulpdiensten naar Twente gedirigeerd.

Toen in de loop van de avond de ernst van de situatie doordrong werd de Nederlandse televisie-uitzending van het Eurovisiesongfestival afgebroken. Aan de stille tocht in Enschede, zes dagen later op 19 mei, namen ruim 100.000 mensen deel onder wie premier Kok en kroonprins Willem-Alexander. Eerder had koningin Beatrix het rampgebied bezocht. De oorzaak van de ramp is nooit helemaal duidelijk geworden. Acht minuten voor de grote explosie had de brandweer het sein "brand meester" gegeven. De materiële schade werd later geschat op ongeveer 1 miljard gulden (454 miljoen euro).

VeroordelingenBewerken

De twee directeuren van het bedrijf, Rudi Bakker (bijgestaan door mr. Peter Plasman) en Willie Pater (bijgestaan door mr. Gabriel Meijers) werden op 2 april 2002 door de rechtbank in Almelo vrijgesproken van de schuld voor de dood van de slachtoffers.[1][2] Zij kregen 6 maanden gevangenisstraf opgelegd, waarvan drie voorwaardelijk en een boete (2250 euro) voor het opzettelijk overtreden van een aantal milieuvoorschriften en handel in illegaal vuurwerk. Na drie maanden voorarrest kwamen zij vrij. Het gerechtshof in Arnhem veroordeelde de twee directeuren op 12 mei 2003 in hoger beroep echter tot een jaar celstraf.[3] Volgens het hof hebben zij zich schuldig gemaakt aan het overtreden van milieuvoorschriften, illegale handel in vuurwerk en brand, en ontploffing door schuld met de dood tot gevolg. Bakker is in cassatie gegaan, maar zonder succes.[4] Ook tekende hij beroep aan bij het Europees Hof in Straatsburg, omdat hij geen eerlijk proces zou hebben gehad. Dit hof achtte zijn verzoek niet-ontvankelijk.

Op 22 augustus 2002 veroordeelde de Almelose rechtbank André de Vries tot vijftien jaar gevangenisstraf, wegens brandstichting op het terrein van het vuurwerkbedrijf, die leidde tot de ontploffing van het opgeslagen vuurwerk. De veroordeelde, die bij de uitspraak van het vonnis de rechter te lijf wilde gaan, riep dat hij onschuldig was en ging in hoger beroep. Op 12 mei 2003 werd hij door het gerechtshof in Arnhem vrijgesproken van brandstichting. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank in Almelo. Het hof vond dat er geen overtuigend bewijs was voor zijn schuld, en dat hij daarom moest worden vrijgesproken. In het bijzonder vond het hof dat weinig bewijskracht uitging van de onsamenhangende verklaringen die De Vries had gedaan in het huis van bewaring.

NasleepBewerken

 
Herdenkingsplaat aan de Deurningerstraat
 
De door de ontploffing ontstane krater
 
Monument ter nagedachtenis van de vuurwerkramp

De ramp heeft in Nederland geleid tot onderzoek naar regelgeving en regelhandhaving op het gebied van vuurwerk en andere ontplofbare stoffen door rijk en gemeente. Sommigen meenden dat de voorwaarden voor de ramp waren geschapen door laks overheidsoptreden en dat degene die de brand aanstak niet alleen verantwoordelijk mag worden gehouden. Ook meenden sommigen dat de in 2002 door de rechtbank opgelegde straffen niet met elkaar in verhouding waren.

In 2005 schreef onderzoeksjournalist Alexander Nijeboer in de Nieuwe Revu dat twee militaire experts, die kort na de explosie op het rampterrein arriveerden, ontstekingsmechanismen (vermoedelijk van landmijnen) zouden hebben gezien. SP-Kamerlid Krista van Velzen stelde naar aanleiding van de publicatie schriftelijke vragen aan Staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap. Deze antwoordde dat er uit het rapport blijkt dat er geen enkele aanwijzing gevonden is voor de aanwezigheid van militair materiaal of bedreiging van hulpverleners. Er is voor zover bekend ook geen aangifte gedaan wegens bedreiging.

Nog in mei 2010 kwam een nieuwe getuige naar voren. Een familielid van een van de directeuren verklaarde dat op de rampdag wel degelijk zou zijn gewerkt. Dat is door de directie en andere medewerkers altijd ontkend. Naar mening van de getuige zou de ramp veroorzaakt kunnen zijn door een bedrijfsongeval.[5]

HerzieningsverzoekBewerken

Nieuwe stukken, waar AVRO's EenVandaag de hand op wist te leggen, wierpen tien jaar na dato een ander licht op de mogelijke oorzaak van de ramp in 2000. De stukken zouden er onder meer op wijzen dat de ware toedracht van de ramp mogelijk toch op brandstichting berust; het rapport spreekt over een "menselijke oorzaak". In de uitzending van EenVandaag op 30 november 2010 kwam naar voren dat er op basis van die stukken door strafadvocaat John Peters namens zijn cliënt Rudi Bakker (een van de voormalige eigenaren van SE Fireworks) aangifte was gedaan tegen de toenmalige officier van justitie en een hoge functionaris van de politie Twente. Zij zouden de stukken hebben verduisterd om ze daarmee uit het (politie)strafdossier te houden.[6][7] Bakker diende begin 2012 een herzieningsverzoek in bij de Hoge Raad vanwege de nieuw opgedoken feiten, maar in juni dat jaar wees de Hoge Raad dit verzoek af.[8]

TijdlijnBewerken

Gebeurtenis Tijdstip
Melding brand Tollensstraat door motoragent 15:01:46
Eerste melding door burger 15:02:14
Eerste brandweerauto aanwezig met vier man 15:08
Eerste ambulance aanwezig 15:16
Brand meester 15:27
Eerste steekvlam 15:33:34
Eerste grote explosie 15:34:40
Laatste vernietigende explosie 15:35:46
Rampenplan 16:15[9]

TriviaBewerken

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken