Hoofdmenu openen

Nieuwenhofklooster (Maastricht)

voormalig klooster in Maastricht
(Doorverwezen vanaf Klooster Nieuwenhof (Maastricht))
Zwingelput met Nieuwenhofpoortje en Nieuwenhofklooster
Nieuwenhofklooster, hofzijde

Het Klooster van de Nieuwenhof is een voormalig klooster in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht, gelegen aan de zuidrand van de wijk Jekerkwartier op het adres Zwingelput 4. Het gebouwencomplex is in de loop der eeuwen in gebruik geweest als begijnhof, klooster, armenhuis, weeshuis en universiteitsgebouw. Het Nieuwenhofklooster is een rijksmonument.

Inhoud

GeschiedenisBewerken

In 1251 werd in Maastricht een begijnhof gesticht, buiten de toenmalige stadsmuren, vlak bij de Jeker. In 1265 verhuisden de begijnen, vanwege de overstromingen door de Jeker, en de drukte. Dit begijnhof werd sindsdien Aldenhof genoemd. De begijnen vestigden zich daarna opnieuw buiten de stad op het grondgebied van Sint Pieter, min of meer op het terrein van de tegenwoordige Tapijnkazerne. Dit werd de Nieuwenhof genoemd. In 1423 leefden er elf begijnen.[1]

Tijdens de Luiks-Brabantse oorlogen (13e-14e eeuw) en daarna tijdens het Beleg van Maastricht (1407-1408), leed het begijnhof veel schade. In 1482 moesten de begijnen ook deze locatie verlaten, omdat de stad ze gebood zich binnen de muren te vestigen. Van 1484-1489 werd voor hen de Tweede Nieuwenhof gebouwd, de huidige locatie aan Zwingelput 4. Ook werd een kapel gebouwd: Het driezijdig gesloten mergelstenen koor kwam in 1492 gereed en het schip in 1493. Dit schip was uitgevoerd in vakwerkbouw, maar werd van 1661-66 vervangen door een mergelstenen exemplaar. De kapel was gewijd aan de heilige Catharina en Gertrudis.[1]

In 1502 moesten de begijnen, op last van de Luikse bisschop Johan van Horne, de regel van de Derde Orde van Sint-Franciscus aannemen en het klooster onder toezicht gesteld van de Keulse provincie van de franciscanen. Het proces tot omvorming naar een klooster, inclusief de clausuur en het breviergebed, duurde echter tot 1625. Daarna waren de begijnen pas echt kloosterzusters geworden; in 1626 waren dat er 25. De kleding van de zusters bestond uit een bruin habijt en een zwarte kap. Ze leefden van het geven van onderwijs en het huisvesten van proveniers. In 1652 werd het klooster uitgebreid en verbeterd, maar in 1788 ging het -vanwege wanbeheer- failliet. Het kon dankzij de Bank van Lening nog even blijven voortbestaan, maar in 1796 werden alle kerkelijke instellingen op last van de Fransen beëindigd en hun goederen in beslag genomen. Er waren toen nog 23 zusters en daarnaast zes werkzusters en twee knechten, die allen andere bezigheden moesten zoeken. De door de Fransen aangeboden bons voor de aankoop van nationaal goed weigerden de zusters.[1]

Vanaf 1797 diende het klooster als armenhuis. Van 1801-1813 werd het klooster ook gebruikt als gevangeniswerkplaats. Midden 19e eeuw werd het complex door Pierre Cuypers verbouwd tot R.K. Armenhuis, later R.K. Gesticht de Nieuwenhof genaamd. Naast de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, welke tot 1896 de bewoners en patiënten verzorgden, waren het ook de Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus die deze taak vervulden. Eind 19e eeuw werd het complex verbouwd door Pierre Cuypers. Uiteindelijk werd het een weeshuis, dat in 1980 gesloten werd. In 1981 kwam het in gebruik bij de Universiteit van Maastricht, die het geheel in 1988 heeft gekocht. Het huisvestte aanvankelijk onderdelen van de juridische faculteit. Na een grote verbouwing rond 1990 werd hier het University College Maastricht ondergebracht. De heringerichte kapel doet dienst als collegezaal.[1][2]

ErfgoedBewerken

Van de oorspronkelijke begijnhoven buiten de stadsomwalling is niets over. Waarschijnlijk geeft de benaming Aldenhofpark voor een deel van het Stadspark Maastricht de locatie van een voormalige vestiging aan. Vlak bij de huidige locatie liggen de Nieuwenhofstraat en de Nieuwenhofwal.

KloostervleugelsBewerken

De kloostergebouwen en de kapel vormen thans een rijksmonument. Een deel van de kloostergebouwen dateert uit 1652, waaronder de lagere delen van de voorgevel aan de Zwingelput. In de 19e eeuw werden de gebouwen verhoogd. De noordelijke kloostervleugel in Maaslandse renaissancestijl heeft speklagen en hardstenen vensteromlijstingen.[3]

KloosterkapelBewerken

Het mergelstenen koor van de kapel uit 1492 is gotisch en heeft vijf spitsboogvensters. Het bakstenen kerkschip werd in 1666 voltooid en heeft een tongewelf. Oorspronkelijk was dit een dubbelkapel, waarbij de zusters de mis volgden vanaf de bovenverdieping in het kerkschip. In het interieur valt het gestucte tongewelf in het schip op en de gebrandschilderde ramen in het koor. In de kapel bevinden zich diverse grafzerken (waaronder twee uit 1286 en 1294, meegenomen uit de Aldenhof), een epitaaf uit de 16e eeuw en een preekstoel uit de 17e eeuw.[3]

Zie ookBewerken

Bronnen en referentiesBewerken