Internationaal Gerechtshof

(Doorverwezen vanaf Internationale Gerechtshof)
Zie artikel Niet te verwarren met het Internationaal Strafhof.

Het Internationaal Gerechtshof (ook wel Internationaal Hof van Justitie genoemd; Frans: Cour internationale de justice; Engels: International Court of Justice, ICJ) is het belangrijkste gerechtelijke orgaan binnen de Verenigde Naties. Het hof houdt zich bezig met rechtsgeschillen tussen staten. Het bestaat uit 15 rechters die worden gekozen door de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad. Het Internationaal Gerechtshof is gevestigd in Den Haag in het Vredespaleis.

Internationaal Gerechtshof
Cour Internationale de Justice
International Court of Justice (ICJ)
Internationaal Gerechtshof
Het Vredespaleis in Den Haag waar het Hof zetelt
Het Vredespaleis in Den Haag waar het Hof zetelt
Werktalen Engels, Frans
Jurisdictie Vlag van Verenigde Naties Verenigde Naties
Zittingsplaats(en) Den Haag
Geschiedenis
Opgericht 15 oktober 1946
Voorganger(s) Permanent Hof van Internationale Justitie
Samenstelling
Samenstelling 1 president
1 vicepresident
13 rechters
max. 2 ad hoc rechters
President Ronny Abraham
Vicepresident Abdulqawi Yusuf
Benoeming Algemene Vergadering en Veiligheidsraad van de Verenigde Naties
Website
icj-cij.org

Lady justice standing.png

Internationaal recht

Naast het Internationaal Gerechtshof zijn in Den Haag nog enkele internationale hoven gevestigd: het Internationaal Strafhof, het Joegoslavië-tribunaal, het Iran-VS Claims Tribunaal en het Permanent Hof van Arbitrage.

GeschiedenisBewerken

Film van de eerste zitting van het Internationaal Gerechtshof.

Het Permanent Hof van Internationale Justitie werd in 1922 geïnstalleerd, maar stopte in 1940 met zijn activiteiten. In 1945 werd deze instelling ontbonden. Het Internationaal Gerechtshof, dat in 1945 werd opgericht door de Verenigde Naties, kwam ervoor in de plaats.

Het hof werd opgericht door middel van Resolutie 9 van de Veiligheidsraad. In Resolutie 11 en Resolutie 58 werden verder de voorwaarden gesteld aan Zwitserland en werd besloten dat ook Zwitserland als niet VN-lid partij werd van het Hof.

RechtsbereikBewerken

Het Internationaal Gerechtshof spreekt uitsluitend recht in juridische geschillen tussen staten. Ook geeft het op verzoek adviezen aan de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad. Daarnaast kunnen internationale organisaties die aan de VN gelieerd zijn ook juridische advies aanvragen op het gebied waarop zij opereren.

In de praktijk is het niet altijd eenvoudig te definiëren wanneer een geschil een rechtsgeschil is, en wanneer het een politiek geschil of een belangengeschil is. Over het algemeen gaat men ervan uit dat bij een rechtsgeschil de toepassing van een rechtsregel in het geding is. Dat heeft als gevolg dat het Internationaal Gerechtshof alleen bevoegd is bij conflicten tussen staten als de toepassing van een rechtsregel bij het conflict een rol speelt.

Erkenning door statenBewerken

De aanvaarding van de rechtsmacht van het Internationaal Gerechtshof kan op verschillende wijze plaatsvinden:

  1. Op grond van artikel 36 lid 2 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof kan een staat verklaren zich aan het Internationaal Gerechtshof te onderwerpen, in het geval zich een geschil voordoet met een andere staat, die eenzelfde verklaring heeft afgelegd. Zo'n verklaring wordt genoemd een Declaration Recognizing the Jurisdiction of the Court as Compulsory. Nederland legde deze verklaring af in 1956.[1]
  2. Staten nemen in een verdrag een zogeheten compromissoire clausule op waarin zij zich verplichten geschillen die opkomen in verband met het verdrag voor te zullen leggen aan het Internationaal Gerechtshof.
  3. Staten sluiten een compromis waarbij zij besluiten een reeds gerezen geschil voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof.
  4. Wanneer een gedaagde staat voor het Hof verschijnt en geen verweer voert met betrekking tot de bevoegdheid, maar wel op de hoofdzaak, mag worden afgeleid dat de rechtsmacht van het Hof wordt erkend. Dit heet forum prorogatum.

WerkwijzeBewerken

De samenstelling en de werkwijze van het Internationaal Gerechtshof zijn geregeld in het Statuut van het Internationaal Gerechtshof, dat onderdeel is van het Handvest van de Verenigde Naties. Het hof kent twee officiële talen: Engels en Frans. Voor de vertalingen wordt gezorgd door een permanente staf van beëdigd vertalers, en wanneer er veel werk is wordt de hulp van tijdelijke krachten ingeroepen. De staf van het gerechtshof is internationaal. Veel van de werknemers zijn van geboorte Engels- of Franstalig.

RechtersBewerken

  Zie ook de lijst van permanente rechters van het Internationale Gerechtshof

De 15 rechters van het gerechtshof zijn altijd van 15 verschillende nationaliteiten. De vijftien rechters worden benoemd voor een periode van 9 jaar; elke 3 jaar worden 5 nieuwe rechters benoemd. De president en vicepresident worden voor een periode van drie jaar benoemd.

Tot nu toe hebben de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad altijd een rechter gehad, behalve de Volksrepubliek China tot 1971; wel leverde Taiwan (Republiek China) een groot deel van deze jaren tweemaal een rechter. België en Nederland leverden tot nu toe elk een rechter. Uit België was dat Charles De Visscher van 1946 tot 1952 en uit Nederland was dat Pieter Kooijmans van 1997 tot 2006.

GriffierBewerken

Een belangrijke functie bij het Internationaal Gerechtshof is die van de Griffier (Registrar). Sinds mei 2019 wordt deze functie vervuld door Philippe Gautier uit België, voorheen onder meer griffier van het Internationaal Zeerechttribunaal (ITLOS). In februari 2020 werd Jean-Pelé Fomété uit Kameroen herkozen als zijn plaatsvervanger.

Eigen postzegelsBewerken

Sinds 1934 geeft het Gerechtshof eigen postzegels uit, die worden gebruikt voor de correspondentie van het Hof. Oorspronkelijk waren dat Nederlandse postzegels met een opdruk ‘Cour permanente de justice internationale’, later ‘Cour internationale de justice’. Vanaf 1950 geeft het Hof zegels uit met een eigen ontwerp, vaak met een afbeelding van het Vredespaleis. De zegels staan in de NVPH-catalogus vermeld onder de rubriek ‘Dienstzegels’.

Langdurige zakenBewerken

Sommige geschillen die aan het Internationaal Gerechtshof voorgelegd worden kunnen lang tot extreem lang duren en zelfs betrekking hebben op "erfenissen" uit koloniale tijden. Zo is er anno 2020 nog steeds een geschil aanhangig over een kwestie die in 1899 rees tussen Venezuela en het toenmalige Brits Guyana, thans de Coöperatieve Republiek Guyana, omtrent de afbakening van hun grenzen. In 1835 was door een van origine Duitse onderzoeker ten behoeve van het Britse Rijk een geografisch onderzoek verricht in het Zuid-Amerikaanse grondgebied dat het had gekoloniseerd. In de loop van zijn verkenningen werd een kaart getekend die de oorspronkelijke westelijke grens die eerst door de Nederlanders werd ingenomen en die later aan de Britse controle werd overgedragen, ruimschoots overschreed. Vanuit interesse voor het gebied ten westen van de Essequibo-rivier dat bekend stond als rijk aan goud, gaf de Britse regering de ontdekker de opdracht hun territoriale grenzen te onderzoeken. Dit werd bekend als de "Schomburgk-lijn", genoemd naar de betreffende ontdekkingsreiziger, Robert Hermann Schomburgk. Dit veroorzaakte het begin van een territoriale confrontatie met Venezuela die tot op heden onopgelost is gebleven. In 1850 kwamen beide partijen overeen het betwiste gebied niet te bezetten. Toen de vraag naar goud en andere natuurlijke hulpbronnen groeide in de regio, probeerden de Britten opnieuw het gebied op te eisen. Het gebied Gu(a)yana Esequiba wordt gecontroleerd door Guyana. Venezuela bleef na de onafhankelijkheid van Guyana in 1966 het gebied ten westen van de Essequibo-rivier claimen, ongeveer tweederde van het grondgebied van Guyana.[2]

Israëlische afscheidingsmuurBewerken

De Algemene Vergadering van de VN verzocht het Hof in 2003 om op basis van het internationaal recht te beoordelen of Israël het recht had de de door haar begonnen Afscheidingsmuur grotendeels in bezet Palestijns gebied te bouwen. Het Gerechtshof adviseerde in 2004 dat Israël de bouw van deze muur, beter "barrière", in Palestijns gebied moet staken, het daar al gebouwde deel moet afbreken en gedupeerden moet schadeloos stellen. Het Hof herinnerde nadrukkelijk aan de verplichting van de andere staten om Israël tot het respecteren van het recht te bewegen. De Algemene Vergadering nam het advies integraal over in een resolutie die werd aangenomen met 150 stemmen voor (onder andere van Nederland), zes tegen en tien onthoudingen. Maar Israël trok zich er niets van aan en bouwt tot op de dag van vandaag verder aan de muur, zonder dat het daarbij iets in de weg wordt gelegd[3].

BosniëBewerken

Op 26 februari 2007 stelde het Internationaal Gerechtshof genocide vast in Bosnië in de jaren 92 - 95.

RohingyaBewerken

Namens de islamitische wereld spande Gambia (land) in 2018 een zaak aan tegen het boeddhistische Myanmar, dat sinds 2017 genocide zou plegen op de Rohingyaminderheid van moslims. In 2018 kwam de Birmese leider Aung San Suu Kyi naar Den haag om in een zitting van het Hof de aanklacht te bestrijden. Door dit te doen, erkende ze impliciet de rechtsmacht ter zake van het IG. Ook gaf ze toe, dat in sommige gevallen extreem geweld was gebruikt door de Birmese strijdkrachten, waarbij mogelijk de mensenrechten waren geschonden. Maar ze bestreed een vooropgezet plan om de bevolkingsgroep uit te roeien.

In een tussenvonnis droeg het Hof op 23 januari 2020 Myanmar op, alles te doen om de Rohingyaminderheid te beschermen tegen een mogelijke genocide. Ook moet het land alles doen om te voorkomen, dat de sporen van een eventuele volkenmoord worden uitgewist.[4]

Externe linkBewerken

  Originele werken van of over dit onderwerp zijn te vinden op de pagina Statuut van het Internationaal Gerechtshof op Wikisource.
  Zie de categorie International Court of Justice van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.