De stukgedanste schoentjes

literair werk

De stukgedanste schoentjes is een bekend sprookje, opgetekend door de gebroeders Grimm in Kinder- und Hausmärchen onder nummer KHM133. De oorspronkelijke naam is Die zertanzten Schuhe.

Het verhaal

bewerken
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Een koning doet altijd de deur op slot van de slaapkamer van zijn twaalf dochters, maar 's ochtends zijn de schoentjes altijd stukgedanst. Degene die het geheim kan ontsluieren, mag trouwen met een van hen en wordt na de dood van de koning zelf koning. Een koningszoon doet een poging, maar valt in slaap en ook de tweede nacht kan hij niet wakker blijven. Ook op de derde nacht kan hij niet wakker blijven en hij wordt ter dood gebracht. Velen volgen, maar niemand kan het raadsel oplossen. Een arme soldaat, die gewond is geraakt, zoekt de weg naar de stad en komt een oude vrouw tegen. Hij zegt dat hij wel wil weten waar de koningsdochters hun schoentjes stukdansen en ze vertelt hem dan dat hij geen wijn moet drinken en moet doen alsof hij slaapt. Ze geeft hem een mantel waarmee hij onzichtbaar kan worden.

Hij wordt vriendelijk ontvangen door de koning. 's Avonds krijgt hij koninklijke kleding aan en gaat naar bed, de oudste dochter geeft hem een beker wijn. Hij heeft een spons onder zijn kin gebonden en de wijn loopt daarin, hij hoort de koningsdochters lachen en zij doen prachtige kleding aan. De jongste dochter heeft een vreemd voorgevoel en de sneeuwgans wordt niet serieus genomen door haar vrolijke zusters. Ze zien dat de soldaat zijn ogen dicht heeft en de oudste klopt op haar bed, waarna het door de grond zakt. De meisjes gaan door de opening en de soldaat doet zijn mantel om en gaat hen achterna. Hij trapt op de jurk van de jongste dochter, maar ze wordt niet serieus genomen door haar zusters. Beneden is een prachtige laan met zilveren bomen en de soldaat neemt een tak mee als bewijs. De jongste hoort de knal, maar de zusters zeggen dat dit vreugdeschoten zijn omdat ze hun prinsen bijna verlost hebben.

Ze komen in een laan met gouden bomen en daarna in één met bomen van diamant. De soldaat breekt weer takken af, maar de oudste zussen nemen hun jongste zus nog altijd niet serieus. Ze komen bij een groot water met twaalf schepen, in elk schip zit een prins. De koningsdochters worden meegenomen en de prins die de jongste dochter vervoert, vertelt dat zijn bootje veel zwaarder vaart. Ze komen bij een kasteel en de prinsen dansen met de prinsessen. De soldaat danst onzichtbaar mee en drinkt de wijn van de meisjes. De jongste vindt het griezelig, maar de oudste laten haar zwijgen.

Als het drie uur is, zijn de schoentjes stukgedanst en de prinsen brengen de meisjes over het water. De soldaat gaat snel in zijn bed liggen en begint te snurken. De meisjes gaan in bed liggen en de soldaat besluit nog niks te zeggen, omdat hij weer naar de wonderbaarlijke wereld wil. Ook de derde nacht herhaalt alles zich en hij neemt een beker als bewijsstuk mee. Hij gaat naar de koning en neemt de drie takken en de beker mee. Hij vertelt dat de prinsessen met twaalf prinsen dansen in een onderaards kasteel. Hij laat de bewijsstukken zien en de koning laat zijn dochters halen. Ze ontkennen niet en de soldaat kiest de oudste dochter als bruid. De bruiloft wordt gevierd en de prinsen worden weer betoverd voor het aantal dagen als de nachten die ze met de prinsessen hebben gedanst.

Achtergronden bij het verhaal

bewerken