De drie heelmeesters

literair werk

De drie heelmeesters is een sprookje dat werd genoteerd door de gebroeders Grimm voor Kinder- und Hausmärchen met volgnummer KHM118. De oorspronkelijke naam is Die drei Feldscherer.

Het verhaalBewerken

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Drie heelmeesters reizen door de wereld en ze komen in een herberg. De waard wil hun kunsten zien en de eerste wil zijn eigen hand afhakken en vertelt dat de hand de volgende ochtend weer aangegroeid zal zijn. De tweede zal zijn hart uitrukken en de derde zal zijn ogen uitsteken. Ze hebben een zalfje dat alles geneest. Ze doen wat ze gezegd hebben en leggen de lichaamsdelen bij elkaar op een bord. De waard geeft het bord aan een meisje en zij moet het in een kast opbergen. Het meisje heeft een soldaat als geheime liefde en deze komt om iets te eten. Ze vergeet de kastdeur dicht te doen en praat met haar geliefde. De kat komt naar de kast en gaat met de hand, het hart en de ogen naar buiten. Het meisje merkt later dat het bord leeg is en ze vertelt haar vrijer wat er is gebeurd.

De soldaat vertelt over een dief aan de galg, hij zal de hand van de zondaar halen. Hij steekt de ogen van de kat uit en haalt een varkenshart uit de kelder. Het meisje legt deze spullen op het bord en doet de kast op slot. Ze neemt afscheid van haar vrijer en gaat naar bed. De heelmeesters staan op en laten het meisje het bord halen. De eerste heelmeester zet de dievenhand tegen zijn pols en bestrijkt het met de zalf. De tweede pakt de kattenogen en doet ze in zijn gezicht en de derde stopt het varkenshart in zijn borst. De waard wil iedereen vertellen over de kunsten van de drie en zij betalen hun rekening en reizen verder. Degene met het varkenshart snuffelt in alle hoeken en de tweede wrijft steeds in zijn ogen, hij kan niet meer goed zien.

Moeizaam lopen ze tot ze bij een andere herberg komen. Een rijke heer telt zijn geld en de dievenhand grijpt hier wat van. 's Nachts wordt degene met de kattenogen wakker en ziet nu witte muisjes rondrennen. De andere twee zien niks en ze besluiten terug te gaan naar de waard van de eerste herberg. Ze willen hun eigen lichaamsdelen terug en het meisje wordt geroepen, maar ze is al door de achterpoort gerend. De drie heelmeesters willen veel geld van de waard, anders zullen ze 'de rode haan op zijn dak zetten' (de herberg in brand steken). Hij geeft alles wat hij bezit en kan lenen en het drietal trekt verder. Ze hebben genoeg voor de rest van hun leven, maar hadden liever hun eigen lichaamsdelen gehouden.

AchtergrondenBewerken

  A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z  

A

Assepoester · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · Het aardmanneke ·

B

Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis ·

D

De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje ·

E

Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje ·

F

Frieder en Katherliesje ·

G

De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · Gelukkige Hans · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis ·

H

De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis ·

I

De ijzeren kachel · IJzeren Hans ·

J

De jonge reus · De jood in de doornstruik · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel ·

K

De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · Het kind van Maria · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard ·

L

De laarzen van buffelleer · De luie spinster · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje ·

M

De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond ·

O

De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · Op reis gaan ·

P

De peetoom ·

R

De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · Het raadsel · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje ·

S

De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje ·

T

De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand ·

U

De uil ·

V

De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui ·

W

De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer ·

Z

De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Het zingende botje ·