Hoofdmenu openen

octrooi voor steenkoolwinning Rolduc (1723?)Bewerken

Het lemma steenkool bevat de volgende volzin:

 

Bij octrooi van Maria Theresia ontving de Abdij Rolduc op 2 januari 1723 het recht tot het exploiteren van de steenkoolmijnen in het gebied van Kerkrade.

 

Dat snap ik niet goed, want Maria Theresia van Oostenrijk (1717-1780) was toen 5 jaar oud en haar vader, Karel VI van het Heilige Roomse Rijk (1685-1740), leefde toen nog. Daarna Oostenrijkse Successieoorlog, enz. Ik veronderstel dat Kerkrade toen onderdeel was van Oostenrijks Gelre. Wellicht is de info afkomstig van deze link en nog een link. Een foutje? - Maiella (overleg) 15 nov 2011 17:26 (CET)

Die KGV-link is wel interessant, want die zegt "(volgens andere bronnen 1773)", wat voor Maria Theresia een veel logischer jaartal is, want ze was aartshertogin van 1740 tot 1780. Op het internet zie ik echter geen andere bronnen voor dat jaartal, terwijl 2 januari 1723 wel herhaaldelijk genoemd wordt. Zou wellicht een historicus uit vervlogen tijden een leesfout of verschrijving hebben gemaakt, waarna de originele bron verloren raakte en iedereen vervolgens die persoon nageschreven heeft? - André Engels (overleg) Hulp gewenst? Neem een coach! 17 nov 2011 15:12 (CET)
De archieven van Rolduc vermelden iets geheel anders. Pas in 1742 besloot de Abdij om zelf steenkool te gaan winnen. In 1766 werd het recht verkregen van de ontginning onder de openbare wegen en de gemeentegronden. De verkoop van dit recht werd in twee besluiten van Maria Theresia geregeld (bron 14.D004 Abdij Kloosterrade (Rolduc) ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL)). Gouwenaar (overleg) 17 nov 2011 15:58 (CET)

Oude Bakelsedijk, Bakel e.o.Bewerken

Weet er iemand hoelang de Oude Bakelsedijk is? Voor meer achtergrond informatie over deze straat zie [1]. Mvg Bakel123 (overleg) 20 nov 2011 11:30 (CET)

AtrechtBewerken

Op voorde (doorwaadbare plaats) staat Atrecht als een van de plaatsen waar de naam van is afgeleid van het Latijnse traiectum (dat drecht waarschijnlijk níet van traiectum is afgeleid zullen we maar even buiten beschouwing laten). Afgaand op de digitale editie van het Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226) van Maurits Gysseling (lemma Arras), is er vóór 1226 geen sprake van een Atrecht-achtige vorm. Weet iemand wanneer die voor het eerst voorkomt en of er inderdaad een lokaal "trajectum" (oversteek) van de Scarpe was of dat de naam misschien alleen naar analogie met andere plaatsen is gevormd?
Een ander punt is dan nog dat voorde en trajectum m.i. geen uitwisselbare begrippen zijn. Traiectum geeft wel aan dat er kan worden overgestoken, maar niet de manier waarop; dat kan namelijk ook met een (veer)boot zijn.
Notum-sit (overleg) 22 nov 2011 13:41 (CET)
PS: dit is wat het Vroegmiddelnederlands Woordenboek erover zegt: Atracht.

In het boek Van hier tot Tokio. Hoe aardrijkskundige namen zijn ontstaan van Riemer Reinsma wordt de link gelegd met A of Aa, wat in het Nederland, Duitsland en Noord-Frankrijk staat voor 'water'. Voor de samentrekking Atrecht geeft de schrijver vervolgens (om voor mij onduidelijke redenen) de betekenis 'bewoners'. In het zelfde rijtje staat bijvoorbeeld ook Tonga met als betekenis 'eiland'. Joplin (overleg) 22 nov 2011 20:53 (CET)
Het komt op mij wel erg kras over dat er een oudste Romaanse vorm is die is afgeleid van de stam der Atrebati en dat er daarnaast een Germaanse naam voor die stad bestaat die niets met die stamnaam van doen zou hebben maar berust de lokale topografie, wat heel toevallig door de samenstelling van A + -trecht ook een begin met Atr- oplevert...
1-0 voor het MNW wat mij betreft. Notum-sit (overleg) 22 nov 2011 22:58 (CET)

Titel en predicaatBewerken

Zo af ten toe speelt er op artikels over adellijke families zoals Ripperda en Van Lynden de kwestie hoe je het gebruik van de term baron en barones vóór 1814 moet zien (ok, zo expliciet wordt dat nooit gezegd maar daar komt het toch wel op neer). Sinds 1814 is er onderscheid tussen het predicaat jonkheer/jonkvrouw en de titel baron/barones. "Oude adel" kreeg toen over het algemeen de titel baron, zoals bv. de Van Wassenaers en Van Heeckerens. De titels graaf en hoger kunnen denk ik buiten beschouwing worden gelaten.
Is het nu zo dat het gebruik van de woorden baron en barones vóór 1814 in Nederland een bepaalde titel aanduidt en dus een aparte stand binnen de adel of is het een predicaat dat onder Franse invloed in zwang is gekomen? Notum-sit (overleg) 23 nov 2011 16:23 (CET)