Hoofdmenu openen
Zie artikel Voor de speelkaart die ook 'vrouw' genoemd wordt, zie Koningin (kaartspel).
Symbool voor Vrouw

Een vrouw is een volwassen mens van het vrouwelijk geslacht.

Inhoud

Leeftijd en terminologieBewerken

De term 'vrouw' wordt meestal gebruikt voor een volwassene na de puberteit en de eerste menstruatie, en die dus de vruchtbare leeftijd heeft bereikt, terwijl 'meisje' gewoonlijk gebruikt wordt voor kinderen, tieners of (vroege) twintigers.

In westerse culturen is het onderscheid tussen 'meisje' en 'vrouw' erg vaag. Daar wordt de term 'meisje' vaak nog gebruikt voor iemand van het vrouwelijk geslacht van meer dan 20 jaar. Soms wordt het woord 'meisje' gebruikt voor een maagdelijke of een ongetrouwde vrouw.[1] Afhankelijk van de situatie kan dit als denigrerend ervaren worden. In sommige culturen kan het juist kwetsend zijn als een ongehuwde of maagdelijke vrouw 'vrouw' genoemd wordt, omdat dat impliceert dat ze geen maagd meer is. Vele niet-westerse culturen hebben rituelen die symboliseren dat het meisje volwassen is geworden. Een voorbeeld is de Bat mitswa in het jodendom.

In het gewone spraakgebruik is er geen apart woord voor een vrouw die door de overgang is gegaan, en die de vruchtbare leeftijd achter zich gelaten heeft. Medici spreken dan van van een 'postmenopauzale vrouw'.

De term 'vrouw' wordt ook gebruikt voor vrouwelijke mensen, ongeacht de leeftijd, in juridische en ethische context als 'vrouwenrechten'. Sommige personen met een geslachtsidentiteitsstoornis hebben wel de geslachtsidentiteit van een vrouw maar zijn chromosomaal gezien van het mannelijk geslacht.

Het biologisch geslacht is vastgelegd in geslachtschromosomen. Een mens heeft 23 paar chromosomen waarvan een paar geslachtschromosomen (heterosomen) het geslacht bepaalt. Bij een vrouw is het geslachtschromosomenpaar doorgaans XX; bij de man XY.

 
Een volwassen vrouw.
 
Vrouw, met 26 weken in de zwangerschap en 40 weken (vlak voor de bevalling)

KenmerkenBewerken

Biologisch gezien heeft de vrouw vanaf haar prilste bestaan 'primaire geslachtskenmerken'. Dit zijn de kenmerken waaraan te zien is dat iemand een vrouw is. Pas later, tijdens de puberteit, rond het 11e levensjaar, ontstaan de zogenaamde secundaire geslachtskenmerken.

primaire geslachtskenmerkenBewerken

De primaire geslachtskenmerken zijn de geslachtsorganen. Deze zijn bij volwassenheid betrokken bij de seksualiteit en de voortplanting.

De eierstokken produceren, naast hormonen, de vrouwelijke geslachtscellen, de eicellen, die de nieuwe individuen vormen wanneer ze bevrucht worden door de mannelijke geslachtscellen, de zaadcellen. De baarmoeder is een orgaan dat de groeiende foetus voedt, beschermt, verzorgt en uiteindelijk naar buiten drijft bij de bevalling. De vagina vormt de verbinding tussen baarmoeder en buitenwereld, en heeft een rol bij coïtus en de geboorte van een kind. Het woord 'vagina' wordt vaak onterecht gebruikt voor de vulva of externe vrouwelijke geslachtsorganen, waarbij ook de schaamlippen, de clitoris en de urinebuis horen.

secundaire geslachtskenmerkenBewerken

De secundaire geslachtskenmerken, die in de puberteit ontstaan, hebben met name een rol bij het verzorgen van kinderen en het aantrekken van een partner. Als eerste beginnen de borsten te groeien. Eerst is er een klein bultje onder de tepel en vervolgens verlopen de borsten verschillende stadia totdat ze hun uiteindelijke vorm aannemen. De grootte van de borsten wordt bepaald door de hoeveelheid vetweefsel. Kort na de eerste zichtbare borstontwikkeling begint het schaamhaar te groeien. Vrijwel tegelijkertijd begint ook haargroei in de oksels en in mindere mate op de benen. Ongeveer zes maanden na het eerste groeien van het schaamhaar vindt de eerste menstruatie plaats. Vanaf dat moment kan een meisje zwanger worden. Soms heeft dit ook effect op hun gemoedstoestand en zijn meisjes chagrijniger een aantal dagen vooraf aan hun maandelijkse periode.[2] Naarmate het meisje ouder wordt worden ook haar schaamlippen groter. Hetzelfde geldt voor de heupen, die naar buiten toe kantelen. Ook de onderhuidse vetlaag wordt dikker.

tertiaire geslachtskenmerkenBewerken

Naast de bovengenoemde primaire en secundaire geslachtskenmerken, ontwikkelen zich ook tertiaire geslachtskenmerken.[3] Dit zijn kenmerken die sterk psychologisch en cultureel bepaald worden, en die dus per persoon, per (sub)cultuur en over de tijd heen drastisch kunnen variëren.

Tot deze kenmerken behoren bepaalde gedragskenmerken, een schoonheidsideaal en genderidentiteit.

Zie ookBewerken