Slag bij Magersfontein

De Slag bij Magersfontein in Zuid-Afrika is een overwinning voor de Boeren tijdens de Tweede Boerenoorlog. Het is een van de drie Britse nederlagen tijdens deze oorlog (samen met Colenso en Stormberg) binnen een week. In Groot-Brittannië stond deze week bekend als de Zwarte Week.

Slag bij Magersfontein
Onderdeel van de Tweede Boerenoorlog
Slag bij Magersfontein
Datum 11 december 1899
Locatie Magersfonteinkop, ten zuiden van Kimberley, Noord-Kaap,
Zuid-Afrika
Resultaat Overwinning van de Boeren
Strijdende partijen
Vlag van de Oranje Vrijstaat Oranje Vrijstaat,
Vlag van de Zuid-Afrikaansche Republiek Zuid-Afrikaansche Republiek
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Leiders en commandanten
Generaal Piet Cronje Luitenant-generaal Lord Methuen, Majoor-generaal Wauchope
Troepensterkte
8000-8500 Boeren met ten minste 5 x 75 mm Krupp-kanonnen en vijf 1 pond “pom-pom” (Maxim-Nordenfeldt) grofgeschut. 12 000 troepen met 35 kanonnen
Verliezen
250 waarvan ongeveer 105 gesneuveld. 976 waarvan ongeveer 244 gesneuveld.
Europese geschiedenis in Zuid-Afrika

Charles Bell - Jan van Riebeeck se aankoms aan die Kaap.jpg

Van
VOC Tussenstation (1652)
tot en met de
Republiek Zuid-Afrika (heden)


Vlag van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie Vlag van Nederland Vlag van de Bataafse Republiek Vlag van Republiek Natalia Vlag van Oranje Vrijstaat Vlag van Transvaal
Vlag van Kaapkolonie Vlag van kolonie Oranjerivier Vlag van kolonie Transvaal Vlag van Zuid-Afrika 1912-1928
Vlag van Zuid-Afrika 1928=1994 Vlag van Zuid-Afrika
..Naar chronologie

Portaal  Portaalicoon  Zuid-Afrika
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Aanleiding van het gevechtBewerken

Deze confrontatie volgde op de acties in Belmont en Graspan, waar de Boeren hun traditionele tactiek gebruikten om posities in te nemen op de hoogtes (kopjes). Generaal De la Rey (die betrokken was bij de planning van Magersfontein) leerde hier echter van dat de hoge grond de aanval bevoordeelde omdat de kopjes een duidelijk doelwit waren voor kogels en - belangrijker - het moeilijker was om vanaf de top om de vijand te raken als hij eenmaal de voet van de heuvel bereikt had.

De la Rey trok zijn conclusies en paste deze lessen toe door zijn volgende verdedigingslinie te kiezen bij de samenvloeiing van de Modder en Riet Rivers (Slag bij de Twee Rivieren). Hier groeven de Boeren zich in, met loopgraven en schuilplaatsen ongeveer 50 tot 100 meter aan de voor- en achterzijde van de rivier. Tijdens de strijd op 28 november leden Britse troepen zware verliezen, maar het lukte om de rechterflank van de verdedigingslinie te doorbreken. De Boeren voelden zich gedwongen hun posities 's nachts te evacueren.

Er ontstond grote ruzie over waar te graven en vervolgens te vechten tussen generaal De la Rey en generaal Piet Cronjé. Generaal Cronjé was er voorstander van om de heuvels van Spytfontein te verdedigen (verder naar achter gelegen), maar De la Rey was van mening dat verdedigingsposities op grondniveau bij Magersfontein effectiever zouden zijn. De la Rey betoogde dat Spytfontein te kwetsbaar was voor een Britse artillerie-aanval vanuit Magersfontein. De patstelling tussen de twee generaals werd verbroken door president Steyn, die de tactiek van De la Rey steunde tijdens een krijgsraad op 4 december 1899. President Steyn onthief ook generaal Prinsloo uit functie, wiens reputatie verbonden was geraakt met nederlagen bij de vorige drie acties (het waren zijn troepen die het gat hadden laten valllen in de linie bij de Modderrivier).

Voorbereidingen van het gevechtBewerken

 
plattegrond
 
Een reliëfmodel in het Magersfonteinmuseum dat de troepenbewegingen tijdens het gevecht verduidelijkt. Uitvergroting door doorklikken. Groen: Boeren, rood: Britten

De verdedigingslinie van Boeren strekte zich uit van de westkant van de spoorlijn bij Langberg via Magersfontein naar Mossdrif aan de zuidoostkant van de Modder-rivier. Sommige defensieve posities, met name op Langberg, bevonden zich op hoog terrein, maar het grootste deel op grondniveau. De verdedigende posities bestonden voornamelijk uit muren, hagen (lage stenen muren) en een enkele rij loopgraven nabij de zuidwestelijke voet van Magersfonteinkop. Er ontstond een gat in de verdedigingslinie net ten oosten van Magersfonteinkop omdat de Boeren hun troepen moesten concentreren op de meest waarschijnlijke aanvalspunten (flankaanvallen). Het Britse bombardement op Magersfonteinkop op 9 en 10 december maakte echter duidelijk dat Magersfonteinkop het middelpunt van de aanval zou zijn. Het bombardement had niet de gewenste demoraliserende impact op de Boeren omdat het voornamelijk op het kopje zelf was geconcentreerd. Er raakten slechts 3 Boeren gewond door een beschieting met liefst 31 kanonnen.

Het aanvalsplan van Methuen werd door Wauchope in twijfel getrokken, maar hij kreeg geen steun van de andere Britse topofficieren (Carew en Colville, Polen). De Boerentroepen waren echter voorbereid en in de nacht van de tiende plaatsten ze vuurwachten voor de linie om hen te waarschuwen als een Engelse opmars zou worden gedetecteerd. Een van deze groepen in de voorhoede waren de Scandinavische vrijwilligers onder het commando van kapitein Flygare. Ze bemanden een observatiepost op "Horse Artillery Hill" vanwaar ze een opmars naar "Scrub Ridge" konden horen.

De aanvalBewerken

Majoor George Benson kreeg de opdracht om de Highland Brigade naar een punt ongeveer 700 meter ten zuiden van Magersfontein's zuidpunt (uitloper) te leiden. Vanuit dit punt rond 3 uur 's ochtends zouden de regimenten zich verspreiden om een aanvalspositie in te nemen, net voor het eerste licht. Het beroemde Black Watch-regiment stond vooraan in de opmars en zou de uiterst rechtse flank van de aanval hebben gevormd, met de Seaforths aan hun linkerflank en de Argyll en Sutherland Highlanders aan de linkerkant. Drie infanterie-artilleriebatterijen en een gemonteerde artilleriebatterij zouden artillerie-ondersteuning hebben geboden. De Britse kolommen marcheerden dicht aaneengesloten in het donker om niet te verdwalen, wat resulteerde in ongeveer 3500 mannen bijeengepakt in een gebied van 40 meter diep en 160 meter breed.

Een onweersbui, gedurende die nacht, vertraagde de Britse opmars en zorgde er ook voor dat ze zich ongeveer 500 meter links van het beoogde inzetpunt bevonden. Ondanks de aanbeveling van majoor Benson aan Wauchope om de mannen zich te laten verspreiden, besloot Wauchope in gesloten formatie verder op te rukken. Zo werden zij verrast door een zee aan geweervuur, van een afstand van zo'n vierhonderd meter: gelukkig was het initiële salvo te hoog, anders had bijna niemand overleefd. De mannen zochten zo goed en kwaad als dat ging dekking, maar lagen de hele dag in de felle zon onder een kogelregen.

Lord Methuen wist in de loop van de dag een observatieballon te lanceren en ontdekte zo het gat in de linie. Latere geschiedschrijvers beargumenteren dat hij dus de slag alsnog had kunnen winnen met een gerichte aanval, maar in de praktijk wist hij niet hoe groot het gat was. Bovendien deden de Boeren hun best het gat te dichten. In de praktijk kwam die aanval er niet. Toen de nacht aanbrak werd geprobeerd om de diverse regimenten Hooglanders zich te doen terugtrekken, maar algemene paniek brak uit, en er vielen opnieuw slachtoffers.

  Zie de categorie Battle of Magersfontein van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.