Hoofdmenu openen

Phlomis

geslacht uit de lipbloemenfamilie

Naamgeving en etymologieBewerken

De botanische naam Phlomis is afgeleid van het Oudgriekse 'phlogmas' (vlam),[bron?] en zou verwijzen naar het vroegere gebruik van de bladeren als lampenpit.

KenmerkenBewerken

Soorten uit het geslacht Phlomis zijn overblijvende, kruidachtige planten, struiken en dwergstruiken, die tussen 30 cm en 2 m hoog worden. Het wortelgestel kan zeer uitgebreid zijn. Ze bezitten een behaarde, afgerond vierhoekige stengel met eveneens behaarde, kruisgewijs tegenoverstaand geplaatste, ongedeelde en duidelijk netnervige stengelbladeren.

 
Phlomis viscosa met bestuiver, bemerk de vier meeldraden

De bloemen staan in kransen op de tussen- en eindknopen van de stengel, ondersteund door kruisgewijs geplaatste, ovale, lancet- of lijnvormige schutbladen. Ze zijn meestal wit, geel, roze of paars gekleurd en lipbloemig. De kelk is buis- of klokvormig, met vijf gelijkvormige of twee lange en drie korte tandjes. De kroon heeft een zijdelings samengedrukte, kapvormige bovenlip en een drielobbige onderlip met een duidelijk grotere middelste lob. De bloem draagt 4 meeldraden die buiten de bovenste lip uitsteken en voorzien zijn van een gevorkte helmknop met twee ongelijke delen.

Na de bloei worden vier driekantige, behaarde of kale nootjes gevormd.

TaxonomieBewerken

Het geslacht telt meer dan honderd soorten, waaronder: