Overleg gebruiker:Stijn Calle/Voorbereidend werk 1

Active discussions

Crystal package settings.png   Dit artikel is nog niet gereed voor Wikipedia

Dit artikel voldoet nog niet aan de conventies van Wikipedia. Om die reden is het geplaatst op de lijst van pagina's die na twee weken misschien verwijderd worden, waar het na afloop van deze termijn opnieuw geëvalueerd wordt.

Pas als het artikel zo is verbeterd en aangepast dat het wel binnen Wikipedia past, kan dit sjabloon verwijderd worden. Geef dit aan op de lijst door het toevoegen van de reden. (/)

Deze lijst bevat een overzicht van de diverse bezoldingen, onkostenvergoedingen en extra-fiscale voordelen die worden genoten door de personen die deel uitmaken van de Belgische wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht of Belgen die deel uitmaken van de Europese wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Tevens bevat deze lijst een overzicht van de diverse subsidies en andere financiële inkomsten die Belgische politieke partijen ontvangen vanwege de overheid.

Europees, federaal, en deelstatelijk niveauBewerken

Bevoegdheid tot regelgevingBewerken

Staatshoofd  Bewerken

Het Belgische staatshoofd maakt deel uit van zowel de wetgevende, uitvoerende als rechterlijke macht behoort. Zijn vergoeding wordt als volgt geregeld:

  • Artikel 89 van de Gec.G.W.   :
De civiele lijst wordt door de wet vastgesteld voor de duur van de regering van elke koning.
  • de wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de civiele lijst   voor de duur van de regering van koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid prins Filip.
  • de wet van 7 mei 2000 houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie   aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid prinses Astrid en een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid prins Laurent.

Wetgevende macht              Bewerken

Europees    Bewerken

Met ingang van de legislatuurperiode 2009-2013.

De vergoeding voor de leden van het Europees parlement wordt geregeld in artikel 223, 2. van het geconsolideerd verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie   dat stelt:

Het Europees Parlement bepaalt, op eigen initiatief volgens een bijzondere wetgevingsprocedure bij verordeningen, na raadpleging van de Commissie en met goedkeuring van de Raad die hier toe een besluit neemt, de voorschriften en algemene voorwaarden voor de vervulling van de taken van zijn leden. Voor regels en voorwaarden betreffende de belastingregeling voor leden of voormalige leden is eenparigheid van stemmen in de Raad vereist.

Dit wordt verder uitgewerkt in de artikelen 9 t.e.m. 22 van het besluit van het Europees parlement van 28 september 2005 houdende aanneming van het statuut van de leden van het Europees parlement   dat stelt:

Artikel 9
1. De leden hebben recht op een adequate bezoldiging die hun onafhankelijkheid waarborgt.
2. Zij hebben na beëindiging van hun mandaat recht op een overbruggingstoelage en een pensioen.
3. Overeenkomsten over de besteding van de bezoldiging, de overbruggingstoelage en het pensioen voor andere dan particuliere doeleinden zijn nietig.
4. De nabestaanden van een lid of voormalig lid hebben recht op een overlevingspensioen.
Artikel 10
De bezoldiging bedraagt 38,5 % van het basissalaris van een rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Artikel 11
De bezoldiging die een lid voor de uitoefening van een mandaat in een ander parlement ontvangt, wordt op de bezoldiging in mindering gebracht.
Artikel 12
1. Op de in artikel 9 bedoelde bezoldiging wordt Gemeenschapsbelasting geheven onder dezelfde voorwaarden als die welke zijn vastgesteld op grond van artikel 13 van het Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschappen voor de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.
2. De belastingaftrek voor beroepskosten en persoonlijke uitgaven om gezinsredenen of redenen van sociale aard zoals bedoeld in artikel 3, leden 2 tot en met 4, van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen [4], is niet van toepassing.
3. Lid 1 laat de bevoegdheid van de lidstaten om deze bezoldiging te onderwerpen aan het nationale belastingrecht, onverlet, mits dubbele belastingheffing wordt vermeden.
4. De lidstaten hebben het recht om de bezoldiging in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het belastingtarief dat op andere inkomsten wordt toegepast.
5. Dit artikel is eveneens van toepassing op de overbruggingstoelage, alsook op het ouderdomspensioen, het invaliditeitspensioen en het overlevingspensioen zoals bedoeld in de artikelen 13, 14, 15 en 17.
6. De uitbetalingen overeenkomstig de artikelen 18, 19 en 20 en de bijdragen aan het pensioenfonds overeenkomstig artikel 27 worden aan geen enkele belasting onderworpen.
Artikel 13
1. De leden hebben na afloop van het mandaat recht op een overbruggingstoelage ten belope van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel 10.
2. Dit recht komt overeen met één maand per jaar waarin het mandaat is uitgeoefend, evenwel ten minste zes en ten hoogste 24 maanden.
3. Dit recht bestaat niet bij aanvaarding van een mandaat in een ander parlement of een openbaar ambt.
4. Bij overlijden wordt de overbruggingstoelage voor het laatst toegekend in de maand waarin het lid is overleden.
Artikel 14
1. Voormalige leden hebben bij het bereiken van de 63-jarige leeftijd recht op ouderdomspensioen.
2. Het ouderdomspensioen bedraagt voor elk vol jaar waarin het mandaat werd uitgeoefend, 3,5 % van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel :10, en voor elke verdere volle maand een twaalfde, in totaal evenwel ten hoogste 70 %.
3. De aanspraak op ouderdomspensioen is niet afhankelijk van enig ander ouderdomspensioen.
4. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 15
1. Bij invaliditeit die tijdens het mandaat is ontstaan, hebben de leden recht op een pensioen.
2. Artikel 14, lid 2, is van overeenkomstige toepassing. Het pensioen bedraagt evenwel tenminste 35 % van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel 10.
3. De aanspraak op dit pensioen ontstaat bij neerlegging van het mandaat.
4. Het Parlement stelt de voorwaarden voor de uitoefening van dit recht vast.
5. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16
Indien een voormalig lid tegelijkertijd recht heeft op een overbruggingstoelage zoals bedoeld in artikel 13 en op de uitkering van een pensioen zoals bedoeld in de artikelen 14 of 15, dan wordt de door het voormalig lid gekozen regeling toegepast.
Artikel 17
1. Bij overlijden van een lid of van een voormalig lid dat op het tijdstip van overlijden recht of aanspraak had op een pensioen zoals bedoeld in de artikelen 14 of 15, hebben de echtgeno(o)t(e) en de ten laste komende kinderen recht op een pensioen.
2. Dit pensioen mag in totaal niet hoger zijn dan het pensioen waarop het lid aan het einde van de zittingsperiode aanspraak had kunnen maken of waarop het voormalige lid recht had of zou hebben gehad.
3. De achtergebleven echtgeno(o)t(e) ontvangt 60 % van het in lid 2 genoemde bedrag, evenwel tenminste 30 % van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel 10. Dit recht komt bij hertrouwen niet te vervallen. Dit recht bestaat niet, indien de omstandigheden in afzonderlijke gevallen geen redelijke twijfel laten bestaan over het feit dat het huwelijk slechts met het oog op verzorging is gesloten.
4. Een ten laste komend kind ontvangt 20 % van het in lid 2 genoemde bedrag.
5. Zo nodig wordt het maximumbedrag van het uit te keren pensioen tussen de echtgeno(o)t(e) en de kinderen verdeeld naar rata van de in de leden 3 en 4 genoemde percentages.
6. Het pensioen wordt uitgekeerd met ingang van de eerste dag van de maand na overlijden.
7. Bij overlijden van de echtgeno(o)t(e) vervalt zijn/haar recht aan het eind van de maand van overlijden.
8. Het recht van een kind vervalt aan het eind van de maand waarin het de 21-jarige leeftijd bereikt. Het recht blijft echter voor de duur van de opleiding bestaan, maar komt uiterlijk aan het eind van de maand waarin het kind de 25-jarige leeftijd bereikt, te vervallen. Het recht blijft bestaan zolang het kind wegens ziekte of een gebrek niet in staat is in zijn levensonderhoud te voorzien.
9. Partners in een leefgemeenschap die in de lidstaten wordt erkend, worden gelijkgesteld met echtgenoten.
10. Het Parlement stelt de voorwaarden voor de uitoefening van dit recht vast.
Artikel 18
1. Leden en voormalige leden die een pensioen ontvangen, alsmede pensioengerechtigde nabestaanden, hebben recht op vergoeding van twee derde van de kosten in verband met ziekte, zwangerschap of de geboorte van een kind.
2. Het Parlement stelt de voorwaarden voor de uitoefening van dit recht vast.
Artikel 19
1. De leden hebben recht op dekking, uit hoofde van een verzekering, van de risico's die verbonden zijn aan de uitoefening van het mandaat.
2. Het Parlement stelt de voorwaarden voor de uitoefening van dit recht vast. De leden nemen een derde van de ontstane verzekeringspremies voor hun rekening.
Artikel 20
1. De leden hebben recht op vergoeding van de kosten die zij in het kader van de vervulling van hun mandaat maken.
2. Voor reizen van en naar de plaatsen van werkzaamheid en voor overige dienstreizen vergoedt het Parlement de werkelijk gemaakte kosten.
3. De vergoeding van de overige met het mandaat samenhangende kosten kan met een forfaitair bedrag plaatsvinden.
4. Het Parlement stelt de voorwaarden voor de uitoefening van dit recht vast.
5. Artikel 9, lid 3, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
1. De leden hebben recht op assistentie door persoonlijke medewerkers die door hen vrijelijk worden aangewezen.
2. Het Parlement draagt de werkelijk gemaakte kosten die door hun tewerkstelling ontstaan.
3. Het Parlement stelt de voorwaarden voor de uitoefening van dit recht vast.
Artikel 22
1. De leden hebben het recht gebruik te maken van de bureau- en communicatiefaciliteiten, alsmede van de dienstauto's van het Parlement.
2. Het Parlement stelt de voorwaarden voor de uitoefening van dit recht vast.

Tot en met de legislatuurperiode 2004-2009

De vergoeding voor de Belgische leden van het Europees parlement werd als volgt geregeld:

  • Artikel ... van de wet van 17 juli 1979 betreffende de vergoeding van de leden van het Europees parlement   regelt de vergoeding als volgt:
...

Het Europees parlement beschikt ook over een reglement van interne orde waarin het fiscaal statuut verder wordt geëxpliciteerd. Dit is:

Federaal  Bewerken

De vergoedingen voor de respectievelijke leden van de wetgevende macht in België worden als volgt geregeld:

  • Artikel 66 van de Gec.G.W.   regelt de vergoeding voor kamerleden als volgt:
Ieder lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers geniet een jaarlijkse vergoeding van twaalfduizend frank. Binnen de grenzen van de Staat hebben de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers vrij verkeer op alle verkeerswegen door de openbare overheden geëxploiteerd of in concessie gegeven. Aan de Voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers kan een jaarlijkse vergoeding worden toegekend, aan te rekenen op de dotatie bestemd voor de dekking der uitgaven van deze vergadering. De Kamer bepaalt het bedrag dat van de vergoeding mag worden ingehouden als bijdrage in de lijfrente- of pensioenkassen waarvan zij de oprichting wenselijk acht.
  • Artikel 71 van de Gec.G.W.   regelt de vergoeding voor senatoren als volgt:
De senatoren genieten geen wedde. Zij hebben evenwel recht op vergoeding van hun onkosten; die vergoeding is vastgesteld op vierduizend frank per jaar. Binnen de grenzen van de Staat hebben de senatoren vrij verkeer op alle verkeerswegen door de openbare overheden geëxploiteerd of in concessie gegeven.

De federale wetgevende kamers beschikken ook over een algemeen reglement van interne orde waarin het fiscaal statuut verder wordt geëxpliciteerd. Dit zijn:

De federale wetgevende kamers beschikken ook over bijzondere reglementen waarin verdere fiscale voordelen worden geregeld:

  • Vademecum voor de senatoren
Deelstatelijk          Bewerken

De vergoeding voor de respectievelijke leden van de organen die de deelstatelijke wetgevende machten worden als volgt geregeld:

  • Artikel 31 ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen regelt de vergoeding voor leden van het Vlaams en Waals parlement     evenals het Franse gemeenschapsparlement   als volgt:
§ 1. Elk Parlement bepaalt het bedrag van de vergoeding die aan zijn leden wordt toegekend. Deze vergoeding heeft hetzelfde statuut als de vergoeding aan de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, welke zij niet mag overschrijden. Zij mag niet worden gecumuleerd met de vergoeding van senator. Zij mag worden gecumuleerd met de vergoeding toegekend door een ander Parlement, voor zover de gecumuleerde vergoeding de vergoeding aan de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers niet overschrijdt. Indien de gecumuleerde vergoeding de vergoeding aan de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers overschrijdt, wordt de vergoeding toegekend door het Parlementwaarvoor het lid niet rechtstreeks gekozen is, dienovereenkomstig verminderd. Elk Parlement bepaalt de vergoeding van de leden van zijn bureau. Elk Parlement stelt ook de pensioenregeling van zijn leden vast en bepaalt de wijze waarop hun reiskosten worden terugbetaald.
§ 1 bis. Het bedrag van de vergoedingen, wedden of presentiegelden, ontvangen als bezoldiging voor de door het lid van het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap en van het Waals Parlement naast zijn parlementair mandaat uitgeoefende activiteiten, mag de helft van het bedrag van de met toepassing van § 1 toegekende vergoeding niet overschrijden. Voor de berekening van dat bedrag komen in aanmerking de vergoedingen, wedden of presentiegelden voortvloeiend uit de uitoefening van een openbaar mandaat, openbare functie of openbaar ambt van politieke aard. Zo het in eerste lid vastgestelde plafond wordt overschreden, wordt de in § 1 vastgestelde vergoeding verminderd, behalve wanneer het mandaat van lid van de het Vlaams Parlement, van het Parlement van de Franse Gemeenschap of van de het Waals Parlement wordt gecumuleerd met een mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn. In dat geval wordt de wedde van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn verminderd. Nemen de in het eerste en tweede lid vermelde activiteiten een aanvang of een einde tijdens de duur van het parlementair mandaat, dan brengt het lid van de betrokken Raad de voorzitter van zijn assemblée daarvan op de hoogte. Het reglement van elke assemblée stelt nadere regels voor de uitvoering van deze bepalingen.
  • Artikel 25 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen regelt de vergoeding voor leden van het Brussels parlement   als volgt:
§ 1. Het Parlement bepaalt het bedrag van de vergoeding die aan zijn leden wordt toegekend. Deze vergoeding heeft hetzelfde statuut als de vergoeding van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, welke zij niet mag overschrijden. Zij mag niet worden gecumuleerd met de vergoeding van senator. Zij mag worden gecumuleerd met de vergoeding toegekend door een ander Parlement, voor zover de gecumuleerde vergoeding de vergoeding van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers niet overschrijdt. Indien de gecumuleerde vergoeding de vergoeding van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers overschrijdt, wordt de vergoeding toegekend door het Parlement waarvoor het lid niet rechtstreeks gekozen is, dienovereenkomstig verminderd. Het Parlement) bepaalt de vergoeding van de leden van zijn bureau. Het Parlement) stelt ook de pensioenregeling van zijn leden vast en bepaalt de wijze waarop hun reiskosten worden terugbetaald.
§ 1 bis. Artikel 31 ter, § 1bis, van de bijzondere wet is van toepassing op de vergoeding die aan de leden van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement wordt toegekend.
§ 2. De lasten voortvloeiend uit de toepassing van § 1 worden gedragen door de begroting van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.
  • Artikel 14 bis van de wet van 31 december 1983 tot hervorming van de Duitstalige gemeenschap bepaalt m.b.t. het Duitse gemeenschapsparlement  :
Het bedrag van de vergoedingen, wedden of presentiegelden, ontvangen als bezoldiging voor de door het lid van het Parlement voor de Duitstalige Gemeenschap naast zijn mandaat van parlementslid uitgeoefende activiteiten, mag de helft van het bedrag van de aan de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers toegekende vergoeding niet overschrijden. Voor de berekening van dat bedrag komen in aanmerking de vergoedingen, wedden of presentiegelden voortvloeiend uit de uitoefening van een openbaar mandaat, openbare functie of openbaar ambt van politieke aard. Zo het in het eerste lid vastgestelde plafond wordt overschreden, wordt de in artikel 14 vastgestelde vergoeding verminderd, behalve wanneer het mandaat van lid van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt gecumuleerd met een mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn. In dat geval wordt de wedde van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn verminderd. Nemen de in het eerste en tweede lid vermelde activiteiten een aanvang of een einde tijdens de duur van het parlementair mandaat, dan brengt het betrokken parlementslid de voorzitter van zijn assemblée daarvan op de hoogte. Het reglement van het Parlement stelt nadere regels voor de uitvoering van deze bepalingen.

De deelstatelijke wetgevende vergaderingen beschikken ook over een reglement van interne orde waarin het fiscaal statuut verder wordt geëxpliciteerd. Dit zijn:

Gemeenschappelijke bepalingenBewerken

De voorgaande regelingen worden praktisch verder uitgewerkt in tal van wetten, decreten, (koninklijke) besluiten. Dit is in de eerste plaats de wet van 7 april 1995 betreffende het fiscaal statuut van de leden van de kamer van volksvertegenwoordigers, de senaat, de gemeenschaps- en gewestraden en het Europees parlement   is van toepassing op de leden van de federale, deelstatelijke en Europees parlement(en). Deze wet voerde in 1995 het nieuw parlementair statuut in en zorgde voor een gelijkschakeling van het fiscaal statuut van (Belgische) Europese, federale en deelstatelijke parlementsleden.

De wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de ministers, gewezen ministers en ministers van staat, alsmede de leden en gewezen leden van de wetgevende kamers en de bijzondere wet van 31 januari 2001 tot beperking van de cumulatie van het mandaat van de leden van de parlementen van Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de Franse gemeenschap   regelt de cumulatie van een wetgevend en uitvoerend mandaat. Sedertdien mag een wetgevend mandaat slechts gecumuleerd worden met één welbepaald en bezoldigd uitvoerend mandaat. Voorts mogen de vergoedingen, wedden of prestatiegelden voor openbare mandaten niet meer bedragen dan de helft van de parlementaire vergoedingen. Dat betekent dat de maximale vergoeding voor een bijkomend uitvoerend mandaat wordt gelimiteerd op 150 % van het wetgevende mandaat.

Elk parlementslid moet jaarlijks een aangifte doen van de mandaten, ambten en beroepen die hij of zij uitoefent. Tevens moet een vermogensaangifte gebeuren bij het begin en het einde van het mandaat. Dit wordt geregeld door de bijzondere en de gewone wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen   en de bijzondere en gewone wet van 26 juni 2004 tot uitvoering en aanvulling van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen  .

Uitvoerende machtBewerken

Europees  Bewerken

...

Federaal  Bewerken

...

Deelstatelijk          Bewerken

...

Rechterlijke macht    Bewerken

De organisatie van de rechterlijke macht is europese en een exclusieve federale bevoegdheid. Ze wordt als volgt geregeld:

  • Artikelen ... van ...   regelt de vergoedingen voor de leden van de Europese rechterlijke macht als volgt:
  • Artikel 154 Gec.G.W. [[Image:Flag of Belgium.svg|19px|border] regelt de vergoeding voor de leden van de federale rechterlijke macht als volgt:
De wedden van de leden der rechterlijke orde worden door de wet vastgesteld.
  • Artikelen 355 t.e.m. 403 Ger.W.   voorzien in verloningstabellen en decentralisatie van verloningsbevoegdheid.
  • Artikelen 355 ter, derde lid Ger.W.   stelt tevens:
De minister van Justitie bepaalt het bedrag van de vergoeding die toegekend wordt aan de plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken.
  • Artikelen 356 Ger.W.   stelt verder:
De Koning bepaalt welke presentiegelden aan de raadsheren in sociale zaken, de rechters in sociale zaken en de rechters in handelszaken kunnen worden toegekend.
  • Artikel 142 Gec.G.W.   geeft een gelijkaardige bevoegdheid aan wetgevende macht voor wat betreft het Grondwettelijk Hof, dat formeel echter niet tot de federale rechterlijke macht behoort maar een orgaan sui iure is:
Er bestaat voor geheel België een Grondwettelijk Hof, waarvan de samenstelling, de bevoegdheid en de werking door de wet worden bepaald.

Analytische samenstelling van de vergoedingBewerken

StaatshoofdBewerken

Het staatshoofd beschikt over diverse inkomsten. Op basis van de civiele lijst worden direct een aantal geldmiddelen - vaste netto dotaties die jaarlijks worden geïndexeerd - ter beschikking gesteld van:

Op basis van een wettelijke regeling wordt direct een aantal geldmiddelen - netto dotaties - ter beschikking ter beschikking gesteld van de kinderen van het staatshoofd:

Op basis van diverse wettelijke regelgevingen, (koninklijke) besluiten en reglementen worden indirect tal van uitkeringen, voordelen in natura en extra-fiscale voordelen ter beschikking gesteld van het staatshoofd en leden van de koninklijke familie. Deze kosten worden in de staatshuishouding onderbracht als volgt:

Wetgevende machtBewerken

Een parlementslid ontvangt diverse vergoedingen.

De parlementaire vergoeding is samengesteld uit:

  • Het basisbedrag bedraagt € 53.511 bruto op jaarbasis aan index 138,01 op datum van 1 november 1993. Dit bedrag wordt geïndexeerd. De laatste indexering dateert van 1 juni 2008. De actuele index bedraagt 1,4568 %. Dat maakt € 79.511,99 bruto op jaarbasis (2009). Dit basisbedrag is volledig belastbaar. Deze regeling geldt naar analogie van de regeling m.b.t. de vergoeding toegekend aan een raadsheer bij de Raad van State.
  • Een onkostenvergoeding. Deze bedraagt forfaitair 28 % van het bovenvermelde basisbedrag. Dat maakt € 22.263,36 netto op jaarbasis (2009). Deze onkostenvergoeding is niet belastbaar.
  • Een eindejaarspremie ten belopen van € 2.637,80 bruto op jaarbasis (2009). Dit bedrag is volledig belastbaar. Deze regeling geldt naar analogie van de regeling voor staatsambtenaren.
  • Het vakantiegeld ten belope van 92 % van de bruto maandwedde. Dit resulteert in € 6.095,92 bruto op jaarbasis (2009). Dit bedrag is belastbaar. Deze regeling geldt naar analogie van de regeling voor staatsambtenaren.
  • Tal van extra-fiscale voordelen onder de vorm van geïndividualiseerde tegemoetkomingen:
    • een reiskostenvergoeding:
      • een vergoeding woon-werkverkeer ten belope van € 0,2479 per kilometer
      • een vrijstelling van tolheffing in het verkeer
      • het kosteloos gebruik van het openbaar vervoer
      • een bijzondere nummerplaat en kenteken
      • diverse kostenloze parkeermogelijkheden
      • kostenloze inbewaargeving van bagage in NMBS-stations van maximaal 8 dagen
    • bibliotheektoegang, leeszaalfaciliteiten, rookkamer-, koffiekamer- en restauratiefaciliteiten
    • telefoonkosten ten belope van € 743,68 per jaar (2007)
    • internet-abonnementskosten ten belope van € 500 per jaar (2007)
    • een tegemoetkoming in de bijdragen van de ziekteverzekering
    • een individueel en collectief verzekeringspakket
    • een begrafenisvergoeding
    • een vrijstelling van portokosten
    • vergaderfaciliteiten
    • gratis taalcursussen
    • gepersonaliseerd briefpapier
    • gebruik van dienstwagens met chauffeur
    • gratis toegangskaarten parlementsloges in het Paleis voor Schone Kunsten en de Koninklijke Muntschouwburg per voorstelling
    • gratis toegang tot alle overheidsmusea
    • eretekens
    • fitnessfaciliteiten
    • kopieerfaciliteiten
    • de terugbetaling van werkingsgoederen allerhande zoals informatica- en bureauticagoederen en diensten ten belape van € 5.000 per legislatuur
    • gratis kantoor- en parkeerruimte
    • gratis geneeskundige bijstand tijdens de zittingen
    • kinderbijslagen
    • de terugbetaling van mutualiteitbijdragen
    • onkostenvergoeding van parlementaire werkbezoeken
    • individuele medewerkers:
      • universitair
      • administratief
    • fractiefaciliteiten

De meeste politieke partijen vragen dat parlementsleden een procentueel bedrag van hun basiswedde aan de partij doorstorten. Dit bedrag varieert van partij tot partij en van politicus tot politicus in functie van het aantal mandaten. Volgende gegevens zijn richtinggevend per partij:

Cumulatie van parlementaire mandaten is - behoudens de grondwettelijke uitzonderingen - verboden. In geval van cumulatie van een parlementair mandaat met een uitvoerend mandaat - zoals burgemeester of schepen - gelden er specifieke regels m.b.t. cumulatie van vergoedingen. Deze worden begrensd op maximaal 150 % van de vergoeding van het wetgevende mandaat. Dit is momenteel € 155.760,66 op jaarbasis. Vergoedingen van niet-parlementaire regelgevende mandaten - zoals lidmaatschap van een provincie-, gemeente, ocmw- of districtsraad - zijn onbeperkt cumuleerbaar. Hiernaast beschikken veel parlementsleden ook over private beroepsinkomsten - bijvoorbeeld onder de vorm van erelonen bij uitoefening van een vrij beroep - of diverse inkomsten als gevolg van één of ander beheersmandaat in publieke of private instellingen en rechtspersonen - zoals provinciale, intercommunale en gemeentelijke holdings. Ook deze inkomsten zijn onbeperkt cumuleerbaar.

Meerdere parlementsleden oefenen een functie in het parlement en genieten hiervoor van een bijkomende basisvergoeding. Deze varieert voor de federale kamers naargelang de functie van 11 % tot 72 % van het basisbedrag wat overeenkomst met € 8.575,03 bruto tot € 56.127,47 bruto op jaarbasis. Dit bedrag is volledig belastbaar. Daarenboven wordt dit bedrag aangevuld met een bijkomende onkostenvergoeding die 60 % van de bijkomende vergoeding bedraagt. Dat komt overeen met € 13.096,41 netto op jaarbasis. Dit bedrag is niet belastbaar. Sommige functiehouders beschikken over een dienstwagen met chauffeur en andere voordelen. De bovenvermelde regeling is richtinggevend voor het Vlaamse, Waalse en Brusselse deelstaatparlement die slechts in details afwijken hiervan. De regeling van het Franse gemeenschapsparlement sluit aan bij de desbetreffende regelingen van de gewestparlementen. Deze vergaderingen tellen gemiddeld tussen de 20 en 36 mandaathouders.

De regeling van het Duitse gemeenschapsparlement is gelijklopend wat het basisbedrag betreft, maar verschillend inzake de onkostenvergoedingen en extra-fiscale voordelen, zowel voor de leden met of zonder functie. Een lid zonder functie ontvangt een jaarlijkse forfaitaire onkostenvergoeding van € 2.210,16 bruto. Per parlements- of commissiezitting ontvangt men zitpenningen ten belope van € 184,18 bruto. Eveneens kan men een reisonkostenvergoeding ontvangen voor maximaal 650 km per maand. De leden met een functie krijgen naargelang de functie verschillende vergoedingen. De bureauleden ontvangen een jaarlijkse forfaitaire onkostenvergoeding van € 4.420,32 en zitpenningen ten belope van € 184,18. Tevens hebben zij recht op een reisonkostenvergoeding van maximaal 1.300 km per maand. De voorzitter ontvangt een basisbedrag van € 94.027,92 bruto op jaarbasis en een jaarlijkse onkostenvergoeding van € 20.186,28 netto. Tevens kan hij aanspraak maken op een reiskostenvergoeding van maximaal 2.600 kilometer per maand. Ook de Belgische leden van het Europese parlement kennen een gedeeltelijk afwijkende regeling. Zo ontvangt men per parlements- of commissiezitting zitpenningen ten belope van € ... bruto.

Als gevolg van de uitoefening van een parlementair mandaat kan een parlementslid tevens rekenen op:

  • een rustpensioen: hierbij geldt steeds een afzonderlijke regeling per wetgevend orgaan, met name:
    • kamer van volksvertegenwoordigers: Een volledig pensioen bedraagt 75 % van de parlementaire vergoeding op basis van 20 jaar anciënniteit vanaf de leeftijd van 55 jaar. Vervroegd pensioen is mogelijk vanaf de leeftijd van 52 jaar aan 60 %, vanaf de leeftijd van 53 jaar aan 65 % en vanaf 54 jaar aan 70 % van de parlementaire vergoeding bij een anciënniteit van minder dan 8 jaar. Bij een anciënniteit van 8 jaar of meer is er geen procentuele vermindering meer.
    • senaat: Een volledig pensioen bedraagt ... van de parlementaire vergoeding op basis van 18 jaar anciënniteit vanaf de leeftijd van 58 jaar. Vervroegd pensioen is mogelijk vanaf de leeftijd van 55 jaar aan ... %, vanaf de leeftijd van 56 jaar aan ... % en vanaf 57 jaar aan ... % van de parlementaire vergoeding bij een anciënniteit van minder dan 5 jaar. Bij een anciënniteit van 5 jaar of meer is er geen procentuele vermindering meer
    • Vlaams parlement: ...
    • Waals parlement': ...
    • Brussels parlement: ...
    • Frans gemeenschapsparlement: ...
    • Duits gemeenschapsparlement: ...
    • Europees parlement: ...
  • een uittredingsvergoeding: hierbij geldt steeds een afzonderlijke regeling per wetgevend orgaan, met name:
    • kamer van volksvertegenwoordigers en senaat: De uittredingsvergoeding is gelijk aan de parlementaire vergoeding. Met een anciënniteit van minstens 1 jaar tot en met een maximum van 6 jaar geniet men 1 jaar van een uittredingsvergoeding, tot en met een maximum van 24 jaar komt er per jaar anciënniteit twee maanden uittredingsvergoeding bij. Heeft men meer dan 24 jaar anciënniteit dan wordt de uitkeringsvergoeding begrensd tot 4 jaar.
    • Vlaams parlement: ...
    • Waals parlement: ...
    • Brussels parlement: ...
    • Frans gemeenschapsparlement: ...
    • Duits gemeenschapsparlement: ...
    • Europees parlement: ...

Bij uittreding ontvangen parlementsleden die tevens een functie uitoefenden een extra pensioenvergoeding. Deze bestaat uit 2 maanden extra vergoeding per functiejaar indien men de functie van voorzitter heeft uitgeoefend, met een minimumduur van 2 jaar en een maximumduur die de duur van de gewone uittredingsvergoeding niet overschrijdt. Tevens hebben dergelijke parlementsleden recht op dezelfde uittredingsfaciliteiten die gelden voor ministers, wat neerkomt op een voltijds politieke adviseur en een persoonlijke medewerker gedurende een duur gelijk aan die van de functie, met een grens van één volle legislatuurperiode.

Uitvoerende machtBewerken

FederaalBewerken

De hoogte van de bedragen van de federale uitvoerende bewindslieden zijn vastgelegd in de omzendbrief van 1 juli 1996 ... .

De federale premier, de federale vice-premier(s) evenals de federale minister van buitenlandse zaken ontvangen een basisvergoeding van € 203.816 bruto op jaarbasis aan index 1,4859 op 1 oktober 2008. Dit bedrag is belastbaar. Hierbovenop ontvangen zij een vergoeding voor representatiekosten ten belopen van € 7.545,24 netto op jaarbasis en voor huisvestings- en huishoudkosten ten belopen van € 18.864 netto op jaarbasis. Deze bedragen zijn niet belastbaar.

Tevens heeft men recht op een eindejaarspremie ten belopen van € ... (2009). Dit bedrag is belastbaar. Deze regeling geldt naar analogie van de regeling voor staatsambtenaren.

Tevens maakt men aanspraak op een jaarlijks vakantiegeld ten belope van ... % van de brutomaandwedde. Dit resulteert in € ... (2009). Dit bedrag is belastbaar. Deze regeling geldt naar analogie van de regeling voor staatsambtenaren.

Hierbovenop beschikt de parlementair over tal van extra-fiscale voordelen:

  • dienstwagen met chauffeur
  • vrijstelling van tol in het verkeer
  • kosteloos gebruik van het openbaar vervoer
  • verzekeringen allerhande
  • vrijstelling van portokosten
  • terugbetaling van werkingsgoederen
  • gratis kantoor- en parkeerruimte
  • eventuele kinderbijslagen
  • terugbetaling van mutaliteitbijdragen
  • parlementaire werkbezoeken
  • 10 stafleden en 27 uitvoerende personeelsleden
  • 1,00 VTE expert + € 223.104 netto op jaarbasis freelance expert (dubbel voor vice-eerste ministers)

Federale ministers basisbedrag € 203.816 bruto op jaarbasis (2009) onkostenvergoeding representatie: € 3.772,80 netto op jaarbasis (2009) onkostenvergoeding huisvesting en huishoud: € 18.864,00 op jaarbasis (2009) vakantiegeld: eindejaarspremie: extra-fiscale voordelen:

  • 10 stafleden en 27 uitvoerende personeelsleden
  • 1,00 VTE expert + € 223.104 netto op jaarbasis freelance expert

Federale staatssecretarissen basisbedrag € 193. 478 bruto op jaarbasis (2009) onkostenvergoeding representatie: € 3.772,80 netto op jaarbasis (2009) onkostenvergoeding huisvesting en huishoud: € 18.864,00 op jaarbasis (2009) vakantiegeld: eindejaarspremie: extra-fiscale voordelen:

  • 8 stafleden en 21 uitvoerende personeelsleden
DeelstatelijkBewerken

De hoogte van de bedragen van de federale uitvoerende bewindslieden zijn vastgelegd in een besluit van de Vlaamse regering van 3 maart 1998 ... .

De Vlaamse / Brusselse / Duitse gemeenschaps minister-president ontvangt een basisvergoeding van € 203.816 / 130.210,04 / bruto op jaarbasis aan index 1,4859 op 1 oktober 2008. Dit bedrag is belastbaar. Hierbovenop ontvangen zij een vergoeding voor representatiekosten ten belopen van € 4.958 / 5.000 netto op jaarbasis en voor huisvestings- en huishoudkosten ten belopen van € 13.392 / 19.800 netto op jaarbasis. Deze bedragen zijn niet belastbaar.

Tevens heeft men recht op een eindejaarspremie ten belopen van € ... (2009). Dit bedrag is belastbaar. Deze regeling geldt naar analogie van de regeling voor Vlaamse staatsambtenaren.

Tevens maakt men aanspraak op een jaarlijks vakantiegeld ten belope van ... % van de brutomaandwedde. Dit resulteert in € ... (2009). Dit bedrag is belastbaar. Deze regeling geldt naar analogie van de regeling voor Vlaamse staatsambtenaren.

Hierbovenop beschikt de mandataris over tal van extra-fiscale voordelen:

  • dienstwagen met chauffeur
  • vrijstelling van tol in het verkeer
  • kosteloos gebruik van het openbaar vervoer
  • verzekeringen allerhande
  • vrijstelling van portokosten
  • terugbetaling van werkingsgoederen
  • gratis kantoor- en parkeerruimte
  • eventuele kinderbijslagen
  • terugbetaling van mutaliteitbijdragen
  • parlementaire werkbezoeken
  • 11 stafleden en 26 uitvoerende personeelsleden en 17 aanvullende personeelsleden
  • detacheringen

Vlaamse / Brusselse / Duitse gemeenschaps ministers basisbedrag € 193.479 / 130.210,04 bruto op jaarbasis (2009) onkostenvergoeding representatie: € 2.479 / 2.500 netto op jaarbasis (2009) onkostenvergoeding huisvesting en huishoud: € 13.392 / 19.800 netto op jaarbasis (2009) vakantiegeld: eindejaarspremie: extra-fiscale voordelen:

  • 7+ stafleden en 26 uitvoerende personeelsleden en 17 aanvullende personeelsleden
  • detacheringen

Vlaamse / Brusselse / Duitse gemeenschaps staatssecretarissen basisbedrag € ... / 123.324,18 bruto op jaarbasis (2009) onkostenvergoeding representatie: € ... / ... netto op jaarbasis (2009) onkostenvergoeding huisvesting en huishoud: € ... . ///op jaarbasis (2009) vakantiegeld: eindejaarspremie: extra-fiscale voordelen:

EuropeesBewerken

...

Rechterlijke machtBewerken

De vergoedingen voor de leden van de rechterlijke macht zijn als volgt samengesteld:

  • Een wedde die wettelijk, of bij koninklijk of ministrieel besluit werd vastgesteld en zijn integraal belastbaar.
  • Forfaitaire anciënniteitstoeslagen bij de wedde gaande van € 1.765,85 t.e.m. € 3.423,57. Deze zijn integraal belastbaar.
  • Een competentiebijslag die wettelijk werd vastgesteld voor magistraten die met een bijzondere functie belast zijn of een bijzondere specialiteit hebben ontwikkeld. Deze zijn integraal belastbaar.
  • Een competentiebijslag die wettelijk werd vastgesteld voor magistraten die magistraten vervangen. Deze zijn integraal belastbaar.
  • Kraamgeld en kinderbijslag
  • Tussenkomst in de arbeidsongevallenverzekering
  • Emiritaatsregeling
  • Pensioenregeling

Concrete bedragenBewerken

StaatshoofdBewerken

Het staatshoofd en koninklijke familie worden jaarlijks als volgt vergoed:

  • d.m.v. tal van indirecte uitkeringen, voordelen in natura en extra-fiscale voordelen:

Wetgevende machtBewerken

Een lid van een wetgevende vergadering verdient op jaarbasis (2009) alles inclusief respectievelijk:

vergadering als lid + voorzitter + ondervoorzitter + fractieleider + quaestor + commissievoorzitter
Kamer € 110.575,07 + € 136.760,62 + € 36.640,00 ... + € 20.037,51 + € 8.587,50
Senaat € 110.275,07 + € 136.760,62 + € 36.640,00 ... + € 20.037,51 + € 8.587,50
Vlaams parlement € 110.275,07 + € 136.760,62 + € 36.640,00 ... ... + € 6.624,34
Waals parlement € 110.275,07 ... + € 36.640,00 ... ... + € 6.624,34
Brussels parlement € 110.275,07 + € 52.917,91 + € 17.175,00 ... + € 15.028,13 + € 6.440,63
Franstalig gemeenschapsparlement n.v.t. ... ... ... ... ...
Duitstalig gemeenschapsparlement € 84.348,47 € 114.216,00 ... ... ... ...
Europees parlement € 79.511,99 + ... ... ... ... ...

Uitvoerende machtBewerken

Een lid van een uitvoerende macht verdient:

  • als basiswedde
regering eerste minister minister staatssecretaris regeringscommissaris
België € 203.816,00 € 203.816,00 € 193.478,00 € ...
Vlaanderen € 203.816,00 € 193.478,00 n.v.t. € ...
Wallonië € ... € ... n.v.t. € ...
Brussel € 193.479,10 € 193.479,10 € 183.247,40 ...
Franstalige gemeenschap € ... € ... n.v.t. € ...
Duitstalige gemeenschap € 101.313,12 € 101.313,12 n.v.t. € ...
Europese commissie ... ... n.v.t. ...
  • als onkostenvergoeding (representatie-, huisvesting- en huishoudkosten)
regering eerste minister minister staatssecretaris regeringscommissaris
België + € 26.409,24 + € 22.636,80 + € 22.636,80 ...
Vlaanderen + € 13.392,00 + € 13.382,00 n.v.t. ...
Wallonië ... ... n.v.t. ...
Brussel + € 24.800,00 + € 22.300,00 + € 22.300,00 ...
Franstalige gemeenschap ... ... n.v.t. ...
Duitstalige gemeenschap ... n.v.t. ...
Europese commissie ... ... n.v.t. ...
  • als vakantiegeld en eindejaarspremie
regering eerste minister minister staatssecretaris regeringscommissaris
België ...
Vlaanderen n.v.t. ...
Wallonië ... ... n.v.t. ...
Brussel ... ... ... ...
Franstalige gemeenschap ... ... n.v.t. ...
Duitstalige gemeenschap ... ... n.v.t. ...
Europese commissie ... ... n.v.t. ...

Rechterlijke machtBewerken

Een lid van de Belgische rechterlijke macht verdient:

  • zittende magistratuur:
    • vrederechtbanken en politierechtbanken:
      • vrederechter: € 45.047,24 (2009)
      • toegevoegd vrederecht: € 45.047,24 (2009)
      • politierechter: € 45.047,24 (2009)
      • toegevoegd politierechter: € 45.047,24 (2009)
    • rechtbanken een rechtsgebied met minstens 250.000 inwoners:
      • voorzitter kamer rechtbank van eerste aanleg: € 50.565,67 (2009)
      • ondervoorzitter kamer rechtbank van eerste aanleg: € 44.620,84 (2009)
      • rechter kamer rechtbank van eerste aanleg: € 38.793,06 (2009)
      • voorzitter kamer arbeidsrechtbank: € 50.565,67 (2009)
      • rechter in sociale zaken: € ... (2009)
      • rechter kamer arbeidsrechtbank: € 38.793,06 (2009)
      • voorzitter kamer rechtbank van koophandel: € 50.565,67 (2009)
      • rechter in handelszaken: € ... (2009)
      • rechter kamer rechtbank van koophandel: € 38.793,06 (2009)
      • magistraat strafuitvoeringskamer rechtbank van eerste aanleg: € ... (2009)
      • assessor strafuitvoeringskamer rechtbank van eerste aanleg: € 38.793,06 (2009)
      • plaatsvervangende assessor strafuitvoeringskamer rechtbank van eerste aanleg: € ... (2009)
    • rechtbanken van een rechtsgebied met minder dan 250.000 inwoners:
      • voorzitter kamer rechtbank van eerste aanleg: € 46.960,31 (2009)
      • ondervoorzitter kamer rechtbank van eerste aanleg: € 44.620,84 (2009)
      • rechter kamer rechtbank van eerste aanleg: € 38.793,06 (2009)
      • toegevoegd rechter kamer rechtbank van eerste aanleg: € 38.793,06 (2009)
      • voorzitter kamer arbeidsrechtbank: € 46.960,31 (2009)
      • rechter in sociale zaken: € ... (2009)
      • rechter kamer arbeidsrechtbank: € 38.793,06 (2009)
      • toegevoegd rechter kamer arbeidsrechtbank: € 38.793,06 (2009)
      • voorzitter kamer rechtbank van koophandel: € 46.960,31 (2009)
      • rechter in handelszaken: € ... (2009) PRESTATIEGELDEN K.B.
      • rechter kamer rechtbank van koophandel: € 38.793,06 (2009)
      • toegevoegd rechter kamer rechtbank van koophandel: € 38.793,06 (2009)
      • magistraat strafuitvoeringskamer rechtbank van eerste aanleg: € ... (2009)
      • assessor strafuitvoeringskamer rechtbank van eerste aanleg: € 38.793,06 (2009)
      • plaatsvervangende assessor strafuitvoeringskamer rechtbank van eerste aanleg: € ... (2009) VIA M.B.
    • hoven:
      • eerste voorzitter hof van beroep: € 56.451,95 (2009)
      • kamervoorzitter hof van beroep: € 50.565,67 (2009)
      • raadsheer hof van beroep: € 45.047,24 (2009)
      • eerste voorzitter arbeidshof: € 56.451,95 (2009)
      • kamervoorzitter arbeidshof: € 50.565,67 (2009)
      • raadsheer arbeidshof: € 45.047,24 (2009)
      • raadsheer in sociale zaken: € ... (2009)
      • voorzitter hof van assisen: € ... (2009)
      • assesor hof van assisen: € ... (2009)
      • jurylid hof van assisen: € ... (2009)
      • eerste voorzitter hof van cassatie: € 69.696,16 (2009)
      • voorzitter hof van cassatie: € 65.281,40 (2009)
      • afdelingsvoorzitter hof van cassatie: € 57.776,40 (2009)
      • raadsheer hof van cassatie: € 56.451,95 (2009)
    • andere:
      • referendaris hof van cassatie:
      • referendaris regionale hoven:
      • parketjurist regionale rechtbanken:
  • staande magistratuur:
    • rechtbanken in een rechtsgebied met minder dan 250.000 inwoners:
      • procureur des konings gerechtelijk arrondissement: € 46.960,31 (2009)
      • eerste substituut-procureur des konings gerechtelijk arrondissement: € 44.620,84 (2009)
      • substituut-procureur des konings gerechtelijk arrondissement: € 38.793,06 (2009)
      • toegevoegd substituut-procureur des konings gerechtelijk arrondissement: € 38.793,06 (2009)
      • arbeidsauditeur gerechtelijk arrondissement: € 46.960,31 (2009)
      • eerste substituut-arbeidsauditeur gerechtelijk arrondissement: € 44.620,84 (2009)
      • toegevoegd substituut-arbeidsautditeur gerechtelijk arrondissement: € 38.793,06 (2009)
      • substituut-arbeidsautditeur gerechtelijk arrondissement: € 38.793,06 (2009)
    • rechtbanken in een rechtsgebied met minstens 250.000 inwoners:
      • procureur des konings gerechtelijk arrondissement: € 50.565,67 (2009)
      • eerste substituut-procureur des konings gerechtelijk arrondissement: € 44.620,84 (2009)
      • substituut-procureur des konings gerechtelijk arrondissement: € 38.793,06 (2009)
      • toegevoegd substituut-procureur des konings gerechtelijk arrondissement: € 38.793,06 (2009)
      • arbeidsauditeur gerechtelijk arrondissement: € 50.565,671 (2009)
      • eerste substituut-arbeidsauditeur gerechtelijk arrondissement: € 44.620,84 (2009)
      • toegevoegd substituut-arbeidsautditeur gerechtelijk arrondissement: € 38.793,06 (2009)
      • substituut-arbeidsautditeur gerechtelijk arrondissement: € 38.793,06 (2009)
    • regionale hoven:
      • eerste advocaat-generaal arbeidshof: € 50.565,67 (2009)
      • advocaat-generaal arbeidshof: € 46.960,31 (2009)
      • substituut eerste advocaat-generaal arbeidshof: € 45.047,24 (2009)
      • procureur-generaal hof van beroep: € 56.451,95 (2009)
      • eerste advocaat-generaal hof van beroep: € 50.565,67 (2009)
      • advocaat-generaal hof van beroep: € 46.960,31 (2009)
      • substituut-eerste advocaat-generaal hof van beroep: € 45.047,24 (2009)
    • federale hoven:
      • federale procureur: € 56.451,95 (2009)
      • federale magistraat: € 46.960,31 (2009)
      • bijstandsmagistraat: € 46.960,31 (2009)
      • verbindingsmagistraat in jeugdzaken: € 46.960,31 (2009
      • procureur-generaal hof van cassatie: € 69.696,16 (2009)
      • eerste advocaat-generaal hof van cassatie: € 65.281,40 (2009)
      • advocaat-generaal hof van cassatie: € 57.776,40 (2009)
      • ... hof van assisen: € ... (2009)
    • andere:
      • griffier van het parket:
      • secretaris van het parket:

Een lid van de Europese rechterlijke macht verdient:

  • ...

Provincies, gemeenten en districtenBewerken

n arrondissementcommissaris met de bijhorende salarisschaal. Minimum is dit 37.200 euro tot maximum 52.850 euro bruto jaarsalaris aan 100 %. Aan de huidige index is dit minimum 55.275,48 euro tot maximum 78.529,81 euro bruto jaarsalaris. Reglementaire toeslagen zijn niet inbegrepen.

RadenBewerken

  • Functies:
    • Voorzitter van een provincieraad: € ... (2009)
    • Ondervoorzitter van een provincieraad: € ... (2009)
    • Bureaulid van een provincieraad: € ... (2009)
    • Voorzitter van een gemeenteraad: € ... (2009)
    • Voorzitter van een districtsraad: € ... (2009)

BesturenBewerken

ProvincieBewerken

GemeenteBewerken

  • Burgemeester van een gemeente met:
    • minder dan 10.000 inwoners: € ... (2009)
    • tussen de 10.000 en de 15.000 inwoners: € 54.607 (2009)
    • tussen de 15.000 en de 35.000 inwoners: € ... (2009)
    • tussen de 35.000 en de 50.000 inwoners: € 78.657 (2009)
    • tussen de 50.000 en de 150.000 inwoners: € ... (2009)
    • meer dan 150.000 inwoners: € 119.877 (2009)
  • Schepen van een gemeente met:
    • minder dan 10.000 inwoners: € ... (2009)
    • tussen de 10.000 en de 15.000 inwoners: € 32.764 (2009)
    • tussen de 15.000 en de 35.000 inwoners: € ... (2009)
    • tussen de 35.000 en de 50.000 inwoners: € 47.194 (2009)
    • tussen de 50.000 en de 150.000 inwoners: € ... (2009)
    • meer dan 150.000 inwoners: € 89.908 (2009)

DistrictBewerken

Overige administratieve overhedenBewerken

AmbtenarijBewerken

Para-ambtenarijBewerken

  • lid van de beleidsraad FOD:
    • ...
  • Lid van het directiecomité FOD:
    • Voorzitter (kabinetchef):
      • voor 20 maart 2003: € 193.968 bruto per jaar (2009)
      • na 20 maart 2003: € 174.743 bruto per jaar (2009)
    • Waarnemend voorzitter (adjunct-kabinetchef):
      • € 137.038 bruto per jaar
  • Lid van de cel beleidsvoorbereiding FOD:
    • ...

Instellingen van privaat recht (naamloze vennootschappen)Bewerken

Instellingen van publiek rechtBewerken

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken

[[Categorie:Politiek in België]] [[Categorie:Politieklijsten|Bezoldigingen van Belgische politieke mandaten]]

Terugkeren naar de gebruikerspagina van "Stijn Calle/Voorbereidend werk 1".