Koegras

polder in Noord-Holland, Nederland
Bewoning in Koegras, net buiten de dorpskern van Julianadorp

Het Koegras is een polder in de gemeenten Den Helder en Schagen. De polder wordt begrensd door de binnenstad van Den Helder, het Noordhollandsch Kanaal, de Zijpe- en Hazepolder en de Zanddijk. In het centrum van de polder ligt Julianadorp, een woonkern die valt onder de gemeente Den Helder.

OntwikkelingBewerken

In 1610 werd de Oldenbarneveldsdijk aangelegd, nu genoemd de Zanddijk, die een beveiliging tegen de Noordzee moest vormen. De eilanden Callantsoog en Huisduinen werden daardoor voor verkeer met elkaar verbonden. Een gevolg van het aanleggen van die dijk was het vormen van een meer rustige aanslibbing van kweldergronden. Het toen nog genoemde "buitenveld" werd door deze dijk ten westen afgeschermd van de Noordzee. In dit buitenveld lagen meerdere nollen (duintjes), één daarvan was genaamd Koegras. Het gebied ten noorden van Huisduinen, de nol De Garst en het huidige De Kooy werd ingepolderd en kreeg de naam Le Maires polder.

De opdracht, begin 1800, van koning Willem I tot het graven van het Noordhollandsch Kanaal was de definitieve aanzet tot de vorming van de polder Het Koegras. Het kanaal was nodig om het scheepvaartverkeer vanaf de Noordzee richting Amsterdam een veiliger vaarroute te geven. De zeeschepen moesten vóór 1825 via de Zuiderzee naar Amsterdam. Langs de vaarroute in de Zuiderzee lagen zandbanken waarop menig zeeschip vastliep. Voor het graven van het Noordhollandsch Kanaal moest een dijk worden aangelegd die het zeewater van de Waddenzee en de Zuiderzee moest afdammen. Met het aanleggen van de dijk, van 1817 tot 1825, is gelijktijdig het Noordhollandsch Kanaal gegraven. Met de bagger die vrijkwam werd een weg aangelegd langs het kanaal, nu de N9. De dijk, de Koegraszeedijk, ligt vanaf het Nieuwediep tot de Zijpe ten oosten van het Noordhollandsch Kanaal. Het kanaal is een belangrijk onderdeel van de waterhuishouding in het gebied.

De drooggelegde polder Het Koegras bestond vooral uit stuifduinen met laagten waar plantengroei tot ontwikkeling kwam. Dominee-dichter-hoogleraar Nicolaas Beets noemde in zijn verhaal Teun de Jager (opgenomen in Camera Obscura) de polder "de woestijn van het Koegras".[1] De grond was erg arm en het landschap was te vergelijken met het strand. Na de inpoldering werd het ingeplant met helmgras. Het houden van schapen was de enige activiteit. Door gebruik te maken van kunstmest heeft men deze gronden vruchtbaar kunnen maken en kwam de veehouderij tot ontwikkeling. Midden 19e eeuw was er sprake van verbouw van graangewassen; rogge, haver en gerst.[2]

De polder Het Koegras werd door domeinen te koop aangeboden en op 7 november 1849 door Cornelis van Foreest, voor zijn schoonvader mr. Pieter Loopuyt[3], gekocht voor een bedrag van fl. 689.951 gulden. In de polder bevonden zich toen onder andere een aantal stolpboerderijen en bijbehorende arbeiderswoningen. Wegen waren nog niet aangelegd en de waterbeheersing door middel van sloten en vaarten moest nog worden geregeld. Wel was er al een school voor alle kinderen uit de polder. Loopuyt schonk in 1870 duizend gulden aan de gemeente Den Helder voor de bouw van een nieuw schoolgebouw. Toen Loopuyt overleed en de boedel moest worden geschat voor de erven, werd het Koegras getaxeerd op 2 miljoen gulden.[2]

In 1909 werden door Pieter Loopuyt, kleinzoon van de eerdere eigenaar, en elf anderen meerdere woningen gebouwd bij de school. Door Loopuyt werd aan het Koninklijk Huis het verzoek gedaan dit dorp in wording Julianadorp te mogen noemen. Dit verzoek werd door koningin Wilhelmina ingewilligd en mondde in 1909 uit in de naamgeving van Julianadorp.[2]

Mede door verdergaande ontwikkelingen werden de veeteeltbedrijven te klein en de vraag naar gronden voor de bloembollenteelt in Koegras nam toe. De bloembollenkwekers vanuit de randstad die zich in de nabijgelegen Anna Paulownapolder hadden gevestigd kochten ook grasland op in de Koegraspolder en lieten dit geschikt maken voor bloembollenteelt. De bloembollenteelt is de grootste agrarische bedrijfstak in het Koegras. Ook de kustrecreatie in het gebied heeft zich flink ontwikkeld. Zo ontstond vanaf eind 20e eeuw de badplaats Julianadorp aan Zee.

Wijk van Den HelderBewerken

Koegras is ook de naam van een wijk in Den Helder. Het gaat om landerijen ten zuiden van de Doggersvaart inclusief Friese Buurt en het oude centrum van Julianadorp. In het westen gedeeltelijk grenzend aan de Kanoroute tot de Middenvliet, aan de Langevliet tot Noorderhaven als zuidelijke grens. In het oosten loopt de grens langs het Noordhollandsch Kanaal inclusief De Kooy, Kooypunt en Oostoever.