Hoofdmenu openen

Cornelis van Foreest (1817-1875)

Nederlands advocaat (1817-1875)

Cornelis van Foreest, heer van Schoorl en Camp en Groet, (Alkmaar, 3 februari 1817Den Haag, 22 mei 1875) was een Alkmaarse jonkheer, advocaat en politicus. In 1868 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Cornelis van Foreest
CornelisvanForeest1817-1875.JPG
Algemene informatie
Geboren 3 februari 1817
Overleden 22 mei 1875
Partij Conservatief (ook wel: antirevolutionair)
Titulatuur Jonkheer
Politieke functies
1843-1851 Lid gemeenteraad van Alkmaar
1848, 1853-1875 Lid Tweede Kamer
1850 -1853 Lid Eerste Kamer
Parlement.com (biografische informatie)
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Cornelis van Foreest werd geboren als zoon van Dirk van Foreest en Jacoba Elisabeth van der Palm. Na het overlijden van zijn vader in 1833 erfde hij, op zestienjarige leeftijd, de heerlijkheden Schoorl en Camp en Groet, alsmede het landgoed Nijenburg te Heiloo. Op 28 november 1839 huwde hij te Schiedam zijn nicht Johanna Elisabeth Loopuyt (1816-1877), de dochter van zijn oom en voormalig voogd Mr. Pieter Loopuyt[1]. Zij kregen drie kinderen: twee dochters en een zoon Pieter (1845-1922).

Cornelis van Foreest studeerde Romeins en hedendaags recht aan de Hogeschool te Leiden, en promoveerde aldaar in 1838. Tijdens zijn studie raakte hij bevriend met medestudent Nicolaas Beets. Samen verbleven zij dikwijls op het landgoed Nijenburg. Zij werden uiteindelijk zwagers, want Beets trad in het huwelijk met de jongere zus Alide van Foreest en, na haar overlijden, trad hij in het huwelijk met de jongste zus Jacoba Elisabeth van Foreest.

Politieke loopbaanBewerken

Cornelis van Foreest begon zijn politieke loopbaan als lid van de stedelijke raad van Alkmaar. Dat ambt zou hij van 1843 tot en met 1851 bekleden. Voorafgaand aan de Grondwetsherziening van 1848 werd hij buitengewoon lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland. In 1850 verliet hij de regionale politiek om permanent lid te worden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland. Nadat het kabinet-Thorbecke in 1853 was afgetreden onder druk van de Aprilbeweging, ging Cornelis van Foreest over naar de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Hij behield deze zetel gedurende 22 jaar tot zijn plotseling overlijden in 1875 als gevolg van blindedarmontsteking.

WaterbeheerBewerken

Cornelis van Foreest was nauw betrokken bij het bestuur van de waterschappen in het Hollands Noorderkwartier. Zo was hij dijkgraaf van het Hoogheemraadschap de Hondsbosse en Duinen tot Petten en van de Boekelermeer, penningmeester van de Zijpe- en Hazepolder, alsmede hoofdingeland en heemraad van de Anna Paulownapolder.

Bij de totale reconstructie van de Hondsbossche Zeewering aan het eind van de 19e eeuw speelde Cornelis van Foreest een beslissende rol. In 1870 kwam hij met een zelf ontwikkeld plan voor de versterking van de bestaande Pettense zanddijk met een zware buitenglooiing van basaltzuilen tot 4.5 meter boven het vloedpeil. Het lukte hem om significante subsidies voor het project bij het Rijk en de provincie los te krijgen, en zo wist hij zijn vooruitstrevende, doch kostbare plan te realiseren. De nieuwe Hondsbossche Zeewering bleek een succes. De zeewering doorstond de stormvloeden van 1916 en de 1953 die elders zo veel leed veroorzaakten.