Hoofdmenu openen
Lijn 160 Brussel-Tervuren
STR Parking Carrefour Oudergem
KBHFa Start
BRÜCKE1 De brug over de Waversesteenweg
BRÜCKE1 De brug over de Kouterlaan
BHF Het station van Oudergem
ABZgl+l Mellaertsvijvers
STR Het Trammuseum
STR Het Parmentierpark
ABZgl+l Ingang Bronnenpark
BRÜCKE1 Brug over de Stokkelsesteenweg
STR Fallonstadion
BRÜCKE1 De laatste brug
BHF Metrostation Stokkel
STR Met de tram tot de terminus van lijn 39
BHF Terminus lijn 39 “Ban Eik”
STR Tocht door de brousse
BHF Terminus Tervuren
KBHFe Museum voor Midden Afrika in Tervuren]

Het wandel- en fietspad Lijn 160 Brussel-Tervuren loopt over de oude spoorlijn 160 die tot 1970 Brussel (stad) met Tervuren verbond] en in 1972 werd opgebroken. Het pad wordt beheerd door het Brussels instituut voor milieubeheer (BIM)

SamenvattingBewerken

  • 5 km wandelen over een verhard wandel- en fietspad dat door het BIM wordt onderhouden in het kader van het groen netwerk.
  • 3 km tram 39 die de oude bedding volgt tot aan zijn terminus ‘Ban Eik’ in Oppem.
  • 1,6 km wandelen langs een bospad tot aan het Museum voor Midden Afrika waar lijn 160 vroeger zijn terminus had.

Het startpuntBewerken

Het makkelijkste startpunt is de parking van de Carrefour van Oudergem. Dit laat toe om zowel met metro 1A en bussen 34, 42, 72 en 96 of met de auto of fiets via de Vorstlaan of de 411 de startplaats de bereiken.

Neem de uitgang tussen de Auto-5 en de Brico richting metrohalte Demey en draai rechts waar de uitrit op de openbare weg (L. Dehouxlaan) aansluit. 100m verder ligt de in/uitgang van metrohalte Demey. Deze halte werd in 1977 in gebruik genomen toen lijn 1A uitgebreid werd met het stuk Beaulieu-Demey. Halte Demey deed dienst als terminus tot 1985 toen de halte Herrmann-Debroux werd toegevoegd.

Loop verder langs de L. Dehouxlaan en net na het kruisen van de Kleine Wijngaardstraat vind je tussen het groen een wandelpad dat zich omhoog slingert. Dit pad leidt naar de oude spoorwegbedding.

Begin- en eindpunt van het wandelpadBewerken

Boven aangekomen begint of eindigt het wandelpad dat door het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) werd aangelegd op de bedding van de oude spoorlijn. Door de stadsvernieuwing is de bedding gedeeltelijk verdwenen, maar de trein liep via het station van Etterbeek en had als terminus Brussel Leopoldwijk (tegenwoordig Station Brussel-Luxemburg). Net op de grens van de gemeente Watermaal werd een klein deel van de bedding hergebruikt voor de Brusselse metrolijn 1A (station Beaulieu). Ongeveer daar waar de 411 nu eindigt moet de eerste halte ‘Watermaal’ gelegen hebben. Deze halte werd op 1 december 1931 in gebruik genomen op het moment dat de eerste elektrische trein er reed. Als je op een wegenkaart kijkt, dan zie je dat vanaf dit punt de 411 in rechte lijn loopt naar het stuk spoorweg dat rond de VUB-ULB campus buigt, en waar de NMBS vandaag nog een aantal loodsen heeft. Al ligt de bedding er niet meer, lijn 160 laat nog zijn sporen na in het landschap. De volgende vijf kilometer loopt het pad in noordoostelijke richting als een lange strook bos in de stad. Je wandelt hier tussen de bomen die destijds op de spoorwegberm werden aangeplant om voor extra stabiliteit te zorgen.

De brug over de WaversesteenwegBewerken

Net voor de brug over de Waversesteenweg, ligt een speelpleintje dat in 2000 door de gemeente Oudergem werd aangelegd. De brug zelf was er nog niet toen de wandelweg werd geopend. Over deze brug schreef BDW “Een gril van de geschiedenis: bij het afschaffen van de spoorlijn. enkele tientallen jaren geleden, werden de meeste bruggen afgebroken. Nu worden ze teruggeplaatst ten behoeve van de wandelaar.”

Op deze hoogte lag de tweede halte van de geëlektrificeerde lijn 160. Met een halte op ongeveer iedere kilometer was deze lijn duidelijk afgestemd op de dagloners, ambtenaren en bedienden, zondagse wandelaars en museumbezoekers, fanaten van de paardenrennen van Stokkel en Sterrebeek en de supporters van de nationale tweedeklasser White Star.

Bovenop de brug zie je links de Waversesteenweg die een duidelijk klim maakt. Op deze sterk verstedelijkte plek is dit een van de weinige tekenen van het feit dat je je hier al in het dal van de Woluwe bevindt. Een riviertje dat ontspringt in het Zoniënwoud, en in Vilvoorde uitmondt in de Zenne, maar dat zeker zijn stempel heeft gedrukt op de regio. Tot aan het Kasteel Hertoginnedal is de stroom overwelfd zonder in contact te komen met het rioleringssysteem. Rechts zie je op de hoek met de Vorstlaan het gemeentelijk complex dat zowel de gemeentediensten, het cultureel centrum als de politie van Oudergem herbergt.

De brug over de KouterlaanBewerken

Niet ver voorbij de Waversesteenweg wandel je over de tweede brug die door het BIM werd aangelegd om de oude spoorlijn als wandel- en fietspad te gebruiken. Ook hier werd de spoorwegbrug samen met de sporen destijds afgebroken. Aan de rechterkant zie je de drukke Vorstlaan met aan de overzijde Lutgardiscollege. Een van die Nederlandstalige scholen waar nog maar enkele kinderen ook Nederlandstalige ouders heeft. Iets verderop rechts, voor we een brugje over het wandelpad bereiken, is er een stille getuige van de oude spoorlijn. Een doodlopend straatje heet de railwaystraat - rue de railway.

Door de schoolBewerken

Het wandelpad snijdt het terrein van het Franstalige Atheneum van Oudergem in twee. Om de uitbreiding van de school aan de oostzijde van het pad mogelijk te maken is er een voetgangersbrugje gebouwd over het wandel- en fietspad.

Eenmaal de school voorbij, ligt rechts in de verte aan de overzijde van de Vorstlaan het Domein Hertoginnendal. Daar komt de Woluwe terug bovengronds, en wordt ze gevoed door de vijver van het domein. Later zullen we de Woluwe nog een aantal maal van veel dichterbij zien.

Het station van OudergemBewerken

Toen de spoorlijn hier nog lag had Oudergem zijn eigen station. Op 9 Juni 1881 werd lijn 160 met amper 3 km spoor geopend met Oudergem Station als terminus. Tot 1882 – toen het volgende stuk in gebruik werd genomen - was dit de terminus van de lijn. Het station deed toen ook dienst als telegraaf post (locatie code MDM) Het stationgebouw zelf werd afgebroken. BDW schreef hierover: “Als u rechts door het gebladerte kijkt, ziet u nog een aantal oude opslagplaatsen in de typische stationsarchitectuur van de late negentiende eeuw. Het hele terrein is nog geplaveid met kasseistenen.” Anno 2007 zijn de opslagplaatsen reeds verdwenen. De Kasseien liggen er nog en er ligt zelf nog een stuk spoor, maar met de projectontwikkelingen een beetje verderop is de toekomst van deze stille getuige onzeker.

Park van WoluweBewerken

Van hieruit loopt het pad ongeveer parallel met de Vorstlaan. Aan de linker kant duikt het park van Woluwe op dat zich uitstrekt tot aan de Tervurenlaan waar een flinke klim je aan de enorme voetgangers- en fietsburg brengt. BDW tekende de volgende details op: “Het Park van Woluwe werd aangelegd in 1896 op bevel van Koning Leopold II , tegelijk met de aanleg van de Tervurenlaan. De Franse landschapsarchitect Laine tekende de plannen voor het park dat maar liefst 71 ha groot is en zich nog altijd bijna helemaal in zijn oorspronkelijke staat bevindt. De bospartijen, hoogstammige bomen, sterk glooiende dalen en grote vijvers geven het park een haast ongetemde indruk”. Aan de rechter kant zien we de Woluwe weer. Die vergezelt ons tot aan de brug over de Tervurenlaan waar ze weer onder de grond duikt.

MellaertsvijversBewerken

Nog voor we de brug over de Tervurenlaan bereiken, zien we rechts aan de overzijde van de Vorstlaan de Mellaertsvijvers. De vijvers waren oorspronkelijk een deel van het Woluwepark, maar kregen hun eigen bestaan door de aanlag van de Vorstlaan in 1902. Tot vandaag hebben de vijvers een dubbele functie: een kleinere visvijver en een grotere vijver waarop men kan spelevaren. Het recreatieve heeft hier altijd centraal gestaan. Reeds in begin de jaren 1900 stond hier het ‘Café des Etangs, François Mellaerts’.

Brug over TervurenlaanBewerken

Mensen met hoogtevrees kunnen beter het pad verlaten ruim voor ze de brug bereiken en via het zebrapad de weg oversteken. Aan de overzijde van de Tervurenlaan kan je langs de linkerkant via een hellend pad terug naar boven. De plannen van Koning Leopold II hebben de hele buurt hier grondig veranderd. Niet alleen werden de Tervurenlaan, de Vorstlaan en het Woluwepark aangelegd, maar op de webstek van Sint-Pieters-Woluwe staat het volgende: “In 1880 werd de gemeenteraad van het toen nog agrarische St Pieters Woluwe ingelicht over de bouw van een spoorweg die de Leopoldwijk met Tervuren moest verbinden. De spoorweg verdeelde de gemeente in twee zones met twee stations op eenzelfde grondgebied. Een spoorwegbrug die de Tervurenlaan overspande werd in 1972 afgebroken.” De huidige brug, aangelegd in opdracht van het BIM voor het wandel- en fietspad, is van de architecten Pierre Blondel, Jean-Marc Simon, Laurent Ney uit Brussel en werd in gebruik genomen in september 2001. Het project werd in 2002 genomineerd voor een prijs in de afdeling burgerlijke bouwkunde en kunstwerken van de vakorganisatie Staalinfocentrum. De dragende boog die de laan zonder tussengelegen steunen overspant, werd van het brugdek losgekoppeld. Het verbindt de twee onderste punten op de laan en de groene wandelweg bovenaan. De dragende structuur van het kunstwerk bestaat volledig uit gemetalliseerd en geschilderd staal. De leuning is dan weer uitgevoerd in roestvrij staal.

Het TrammuseumBewerken

Terwijl je de brug oversteekt, heb je een goed zicht op het Trammuseum dat zich links van het talud bevindt. Alhoewel het museum maar van april tot oktober open is kan met een beetje geluk ook daarbuiten pas gehuwde koppels zien voor een fotosessie met een van de oude tramstellen uit de collectie. Op weekends en feestdagen zorgen de vrijwilligers van de v.z.w. MSVB voor 3 toeristische trajecten met oude trams.

De verdwenen halte WoluwelaanBewerken

Net voorbij de brug lag vroeger de halte Woluwelaan die pas in 1897 aan de lijn werd toegevoegd. Terug een moment om BDW te citeren: “Op de plaats waar nu, hoog boven de Tervurenlaan, het (overigens uitmuntende) restaurant ‘Le Vignoble de Margot’ troont, bevond zich vroeger de treinhalte Woluwelaan.” Van een station is niet veel meer te zien. Eigenlijk is enkel het feit dat het talud zo breed is een indicatie dat hier ooit meer dan enkel een spoor lag. Je kan de wandeling hier ook stoppen (of aanvatten). Via buslijn 42 kan je hier richting Wiener, om af te stappen aan metrohalte Herrmann Debroux, de terminus van lijn 1A.

Het ParmentierparkBewerken

BDW besteedt een heel stukje aan dit park: “De straat rechts van ons, naast het restaurant, is de Edmond Parmentierlaan en het park erachter heet het Edmond Parmentierpark. De heer Parmentier was de hoofdaannemer van Leopold II en als u nagaat wat die allemaal heeft gebouwd, aangelegd en stadsontwikkeld, dan moet de job van Parmentier niet van de poes zijn geweest. De grond waarop nu het park met zijn naam staat, kreeg Parmentier overigens cadeau van Leopold II, toen de Tervurenlaan werd aangelegd. De vorst was vrijgevig voor zijn aannemer en deed er nog eens drie Noorse jacht-paviljoenen bovenop. De houten constructies werden plank voor plank in Brussel ingevoerd. Parmentier was niet alleen aannemer. Hij was persoonlijk de enige concessiehouder van de spoorlijn Brussel-Tervuren, waarop wij nu staan. Twee van de drie houten paviljoentjes uit Noorwegen gebruikte hij als stationsgebouw: één voor het station van Woluw, het andere voor het station van Tervuren. Beide gebouwtjes zijn inmiddels helemaal verdwenen. Het derde bestaat nog, staat in het Parmentierpark en is als monument beschermd.” Andere bronnen melden dat de paviljoenen oorspronkelijk op de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs stonden. Spijtig genoeg is ook het laatste paviljoen verdwenen. In de zomer van 2000 werd het door een brand met de grond gelijk gemaakt.

Nog een brugBewerken

Heel spoedig na de brug over de Tervurenlaan, ligt de volgende brug over de Bovenbergstraat. Samen met de bruggen in Oudergem is dit een van de eerste bruggen die het BIM plaatste om de oude spoorlijn als een volwaardig wandel- en fietspad uit te rusten. Aan de overkant van de brug sluit het wandelpad aan op de kasteeltuinen. BDW schreef hierover: “Aan de overkant begint links het Bronnenpark. Slechts een deel ervan is toegankelijk: eerst moet je voorbij de achtertuinen van de kastelen Blaton en Solvay, achter de weinig uitnodigende afsluiting. Let op de prieeltjes, lusthuizen en paviljoenen, die u door het gebladerte kan ontwaren. Sprookjesachtig! Wat verder kan u ongehinderd het Bronnenpark binnenwandelen. Het park ontleent zijn naam aan de bronnen, die hier tot 1912 bestonden. Het park, dat eind jaren zeventig bijna plaats moest ruimen voor nieuwe wegen, is dankzij zijn botanische diversiteit van grote wetenschappelijke waarde.” BDW heeft het hier inderdaad over monumentale woningen van de familie Solvay - die zijn fortuin opbouwde met de chemische bereiding van zout - en de familie Blaton.

Ingang BronnenparkBewerken

Het Bronnenpark (4,5 ha) was voorheen eigendom van de familie Solvay. Dit park werd aangelegd in het begin van de 20e eeuw in de moerassige bodem van de Woluwe. De vijver werd gegraven tussen 1914 en 1918, waarschijnlijk in het oude veenland. Bij het overlijden van Louis Solvay werd een deel van het park gekocht door de gemeente. Op de vijver drijven gele waterlelies. Zijn oevers zijn gedeeltelijk overgroeid door semi-waterplanten. Op het centrale eiland valt een schietwilg op wegens zijn omtrek van ruim 5,5m. Opgevat als een Engels landschapspark ontdekt men hier en daar nog een fruitboom en de oude moestuin, die nu een biologische tuin is. Brug over de Korte Kellestraat Net na het punt waar het Bronnenpark publiek toegankelijk is, is een deel van de weg afgezoomd met een draadhek. Hier loop je over een nog oorspronkelijke bakstenen spoorwegbrug die het uiteinde van de Korte Kellestraat verbindt met een van de wandelpaden van het park. Een beetje verder rechts ligt het voetbalveld van ‘White Star’. Hier kwamen in de jaren ‘30 de supporters met de trein naar ‘de voetbal’. Verdwenen station Woluwe Net voor de kruising met de Bosstraat, die op hetzelfde niveau ligt als het wandel- en fietspad, ligt aan de linkerzijde de achterkant van een gebouwtje waarvan we een van de Griekse zuilen kunnen zien. Dit is een van de uitlopers van het Bronnenpark. Aan de andere kant van het gebouwtje kan je voor je de overblijfselen van een stenen muurtje ontwarren. Met een beetje verbeelding kan je je wel inbeelden hoe het er hier rond 1900 heeft uitgezien en welke soort mensen hier langskwamen. Voor je de Bosstraat oversteekt, nog even de aandacht richten op het betonnen muurtje aan de andere kant van het pad. Niets bijzonder zou je zeggen, maar aan de straatzijde zie je ook dat er een restant is van een oude metalen omheining. Het zijn de laatste restanten van het station van Woluwe dat op 18 mei 1882 in gebruik werd genomen, en de terminus was tot in september van datzelfde jaar het stuk tot Tervuren de lijn vervolledigde. Als voetganger moet je nu de straat over en dan iets naar rechts uitwijken, want het speelpleintje lig hier op de oude bedding. Alhoewel je de restanten van het perron aan de andere kant vindt zou het prachtige Noorse stationsgebouw aan deze zijde van de Bosstraat gelegen hebben. Het plein heet nog altijd het Stationsplein en de straat die uit westelijke richting komt heet de Stationstraat. De groene strook is hier een stukje breder dan op andere plaatsen omdat er hier geen hoogteverschil meer is tussen de bedding en omliggende percelen. Toch ligt het enorme hoogteverschil van de brug over de Tervurenlaan slechts 900m achter ons. Hier laat je eigenlijk de Woluwevallei achter je. Een beetje verderop staat een kunstwerk bestaande uit verwrongen spoorrails op traditionele dwarsliggers en een laag keien.

Louis JasminbrugBewerken

Het kunstwerk achter ons gelaten, zien we in de verte een hoge bakstenen brug opduiken. Nog maar net zaten we op gelijke hoogte met de omgeving, en hier loopt er al een betrekkelijk hoge brug boven ons. Vroeger nog meer dan nu was een van de problemen van spoorlijnen het feit dat de trein slechts heel kleine hoogteverschillen aankan. In augustus 2000 stond deze brug in de steigers voor een grondige opknapbeurt. Het resultaat mag er zijn.

Brug over de StokkelsesteenwegBewerken

Aan onze linkerzijde staan een hele reeks oude industriegebouwen. Vergane glorie die zeker ooit gebruik gemaakt hebben van de spoorlijn. Steek de Stokkelsesteenweg over via een ander staaltje van monderne burgerlijke bouwkunde. Deze brug kan er nog niet zolang liggen, want in 2000 berichte BDW nog: “Hier heeft men de spoorwegbrug om een of andere reden laten staan.” Als je hier voor de brug afstapt kan je links het Maloupark bezoeken dat zijn eigen vijver en kasteel heeft. De website van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe beschrijft het als volgt: “Het Maloukasteel is een mooi neoklassiek gebouw, in 1776 door de Brusselse handelaar Lambert de Lamberts opgetrokken temidden van een prachtig park. Het verving een klein landhuis dat gekend was vanaf midden XVIIde eeuw. Het kasteel werd eigendom van Pierre-Louis van Gobbelschroy, oranjegezinde minister op het einde van de Hollandse periode (1829). De beroemde minister en financier Jules Malou (1810-1886) betrok het kasteel vanaf 1853 en gaf het zijn naam. Thans is het gemeente-eigendom, bestemd voor culturele activiteiten. Landschap geklasseerd in 1993.” Als industriële archeologie je eerder interesseert wandel je de Struykbekenweg door om aan de befaamde Lindekemalemolen te komen. Ook hier grijpen we terug naar de website van de gemeente: “De Lindekemalemolen wordt voor het eerst geciteerd in 1129, waardoor het een van de oudste gekende watermolens is van het Brussels Gewest. In de loop van XIIde eeuw stonden verschillende familieleden van de heren van Woluwe het af aan de Norbertijnerabdij van Park (Heverlee bij Leuven). Het is altijd een graanmolen geweest, maar in de XIXde eeuw werd er ook papier vervaardigd. Hij wordt dan eigendom van Jean Devis, burgemeester van Sint-Lambrechts-Woluwe, die het langste mandaat heeft gehad (1819-1860). Gemeente-eigendom sinds 1955. Geklasseerde site in 1989.”

FallonstadionBewerken

Eenmaal de brug over begint aan de linkerkant de enorme gemeentelijke sportinfrastructuur van Sint-Lambrechts-Woluwe met het bekende Fallonstadion genoemd naar Donald Fallon die van 1947 tot 1977 burgemeester was van Sint-Lambrechts-Woluwe. Tijdens die periode groeide de gemeente van 25.000 tot 50.000 inwoners. Op mooie dagen is het op de sportterreinen en drukte van jewelste. Dat kan ook niet anders met 21 sportterreinen en tal van andere infrastructuur. Terwijl je de gemeentelijke sportinfrastructuur voorbijwandelt, loop je ook langs de gemeentelijke begraafplaats. Ergens in de muur langs de spoorweg moet vroeger een deur gezeten hebben die toegang gaf tot de spoorweg.

De laatste brugBewerken

Net voorbij het Fallonstadion steken we nog een originele bakstenen brug over. Dit is de laatste brug van het tracé dat door het BIM wordt onderhouden. 200 meter verder ligt het einde van het wandelpad.

Verdwenen halte KapelleveldBewerken

Dit is het andere uiteinde van het wandel- en fietspad dat de BIM onderhoudt. Hier lag vroeger de treinhalte Kapelleveld. De halte - die in 1926 werd in gebruik genomen - bediende vooral de tuinwijk Kapelleveld die in 1919 werd opgetrokken. Deze tuinwijk werd opgevat naar de modernistische geest van de stedenbouwkundige Louis Van der Swaelmen, ontwerper van de tuinwijken, le Logis en le Floréal in Watermaal-Bosvoorde. De tuinwijk werd gebouwd door de avant-gardistische architecten Huib Hoste en Antoine Pompe. De vlakte van Kapelleveld dankt haar naam aan de oude "Lenneke Mare"-kapel. De kapel van Lenneke Mare (gotisch, XIVde eeuw) is de plaats waar een vrome legende zich afspeelt - opgesteld door een Brabantse schrijver van heiligenlevens in de XVde eeuw - en vertelt het tragische leven van een arme kluizenaarster die ten onrechte ter dood werd veroordeeld. De kapel en de naburige kluizenaarswoning werden in 1959 geklasseerd. Toen de concessiehouder van lijn 160 – Electrobel – in 1958 vroeg om de uitbating van de lijn te mogen beëindigen, en er op oudejaarsavond echt mee stopte, vroeg men aan de MIVB om zijn dienstverlening uit te bereiden. Buslijn 80 zorgde hiervoor, en in 1988 werd beslist om tramlijn 39 over de oude spoorbedding naar Ban Eik te laten rijden. Een stukje lijn dat qua schoonheid enkel voor lijn 44 moet onderdoen.

Metrostation StokkelBewerken

We steken de straat over en wandelen over een stuk dat geen deel meer is van het door het BIM onderhouden pad. Na een 100 tal meter neemt het een bocht van 90 graden naar rechts richting metrostation Stokkel. Stokkel is een gehucht dat zich deels op het grondgebied van Kraainem en deels op dat van Sint-Pieters-Woluwe uitstrekt. Toponymisch verwijst de naam naar Stock-hil-lo, hetgeen beboste hoogvlakte met stevig hout zou betekenen. Vergelijk met Stokkem in Limburg en Stockem in Luxemburg, of ook nog Stokrooie, Stokrode, edm. Als je de 1,6 km wandelen over smalle zand- of modderpaadjes die nog volgt niet meer ziet zitten, kan je hier in metrohalte Stokkel de metro richting binnenstad nemen. Als je terug naar het vertrekpunt wil, kan je via een overstap in Merode terug naar Demey. Voor zij de wel tot Tervuren verder willen, gaat de weg verder rechtdoor langs een grasveld dat duidelijk als groenzone voor de buurt dienst doet. Je komt echter snel aan een rondpunt waar aan de andere kant echte rails liggen. Niet de spoorrails van weleer, maar tramrails waarover tram 39 ieder 20 minuten richting Ban Eik rijdt.

Met de tram tot de terminus van lijn 39Bewerken

Even een rustpunt inbouwen. Neem tram 39 tot aan de terminus Ban Eik. Hier heb je het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest verlaten, en zit je volop in het Vlaams Gewest. Maak je echter geen illusies. De faciliteitengemeenten Kraainem en Wezembeek-Oppem waardoor de tram nu rijdt zijn zo mogelijk nog meer verfranst dan de hoofdstad zelf. Met de tram leg je wel een stuk sneller de 2km af tot de terminus Ban Eik. Maar door de snelheid is het een stuk moeilijker om nog sporen van oude stations en haltes te ontdekken.

Het enige overblijvende stationsgebouwBewerken

Twee haltes na het opstappen, kom je langs de halte “De Burbure”. “De Burbure” is de naam van een vroegere Wezembeekse adellijke dynastie, met - naar het schijnt - wortels in Frans-Vlaanderen, meer bepaald in Broekburg (Bourbourg), dat in het Vlaams Burburg heet. Hier is geen getraind oog nodig om te merken dat het stationsgebouw van de halte Wezembeek-Stokkel – in gebruik sinds 1883 - nog langs de tramlijn 39 staat. Het is gerenoveerd en doet nu dienst als woonhuis. Voorbij het gebouw merk je nog het stukje kasseien dat ook bij menig station in Vlaanderen voorkomt.

Voorbij de ringBewerken

Even verder rij je over de ring. Nu snel aan de linkerkant uit het raam kijken want daar zie je nog een stuk van de oude halte Wezembeek. Net zoals op andere plaatsen is alles afgebroken behalve de perronmuur.

Terminus lijn 39 “Ban Eik”Bewerken

Als je aankomt aan het eind van lijn 39, moet je ergens voorbij de plaats van de oude halte Oppem-Sterrebeek zijn gepasseerd dat een eindje als terminus heeft gefungeerd. De wijk Ban Eik is voor het grootste deel pas gebouwd na het sluiten van lijn 160. In 1950 werd met de eerste bouwfase gestart, terwijl op lijn 160 in 1958 de laatste passagier werd vervoerd. Ban Eik zelf daarentegen is als toponiem al vermeld in 1481 als zijnde “een eikeboom, dei op een aarden wal stond”, aan het kruispunt van de Grensstraat en de Verbomenstraat. Nadat je bent uitgestapt zie je iets verder een wegwijzer die aangeeft dat lijn 44 naar Tervuren op 1,6km ligt. In 1897, ter gelegenheid van de grote koloniale tentoonstelling – deel van de Wereldtentoonstelling te Brussel - in Tervuren, werd over de laatste anderhalve kilometer een nieuw tracé in gebruik genomen naar het Afrika-museum. Het oorspronkelijke tracé naar de eerste Terminus in Tervuren zou gelegen hebben waar nu de Albertlaan ligt op nummer 17. Hier gaan we echt de wilde natuur in. Van een onderhouden wandelpad is geen sprake, maar het is wel duidelijk dat hier nog menig fietser langs komt.

Tocht door de brousseBewerken

De eerste paar honderd meter zijn eenvoudig te volgen via het smalle zandpad. Weg stad, hallo genieten van de bomen en de velden die daarachter te ontwaren zijn. Bij het kruisen van de H. Verbomenstraat ben je geneigd om de veldweg aan de overzijde te volgen. Dat doe je best ook, maar als je goed achter je kijkt zie je dat die niet in een lijn ligt met het pad waar je vandaan komt. Hier ben je gedwongen om even naast het spoor te lopen. Als je in de tuin van het huis links een blik werpt zie je dat er een kunstmatig lager deel is. Dat is de plaats waar je had willen lopen, de echte bedding van lijn 160. Terug tussen de bomen wijk je nog meer af van de oude spoorlijn. De bedding ligt eigenlijk achter het talud aan de linkerzijde. Als je de moeite doet om het talud te beklimmen merk je dat het dal erachter onnatuurlijk plat en recht ligt. Langs de veldweg loop je verder weg van het tracé. Je kom terug in de velden terecht en links zie je opnieuw een huis. Net voor het huis baan je je een weg tussen de bomen en de haag. Op het eind vind je terug een draadafspanning, maar als je die een paar tiental meter volgt, duikt er weer een smal pad op. Neem dit pad en je zit weer op het goede spoor. Ongeveer 600 meter verder ligt een terrein dat aangelegd is met oude kasseien.

Terminus TervurenBewerken

Tegenover het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, naast het eindpunt van tramlijn 44, vindt men de overblijfselen van het tweede eindstation: een uitgestrekt emplacement met verhoogde perrons, overwoekerd door bomen en struikgewas, en de voormalige goederenloods, thans taverne "Spoorloos Station", rijkelijk voorzien van spoorwegrelieken. Dit tweede eindstation was ooit het eindpunt van de lijn 160 Brussel-Tervuren. Even verderop zie je de ingang van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

Koninklijk Museum voor Midden AfrikaBewerken

De webstek van de gemeente Tervuren geeft de volgende achtergrondinformatie: “Ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling van 1897 in Brussel presenteerde koning Leopold II zijn Kongostaat in Tervuren. Op de ruïnes van het paviljoen van Prins Willem-Frederik – die, als zoon van de koning der Verenigde Nederlanden, het domein in 1815 had verworven en het kwijtspeelde aan het Belgische koningshuis bij de revolutie van 1830 - bouwde hij het Koloniënpaleis. Toen dat te klein bleek, vatte hij in 1905 de bouw aan van een 'Koloniaal Museum', nu beter bekend als het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.”

Lekker genieten op tram 44Bewerken

Nu je toch aan het Afrika-museum bent aangekomen, kan je toch niet anders dan uitrusten op de mooiste tramlijn van de MIVB. Tram 44 start een honderdtal meter rechts en loopt over een lengte van ongeveer 2 km door het Zoniënwoud. Het Zoniënwoud is het grootste beukenbos van België. Dit is te danken aan het Oostenrijkse bewind dat op het einde van de 18de eeuw een aanvang maakte met de massale aanplanting van de bossen. 70% van het woud bestaat hierdoor uit beuk. De rijzige beuken, waarvan het dichte bladerdek elke ondergroei onmogelijk maakt, geven het woud op vele plaatsen een statig uitzicht. Een bos vol reuzen, waar wij maar nietig in overkomen. In vroegere eeuwen een uitgelezen jachtterrein van hertogen en koningen, een uitverkoren vestingplaats van kloosters en ook wel een schuilplaats van schoften en boeven, is het Zoniënwoud nu een groot recreatiebos dat vooral aantrekkingskracht uitoefent op de inwoners van het nabije Brussel. Via tram 44 terug naar het trammuseum, en dan in de omgekeerde richting via buslijn 42 terug naar de Carrefour van Oudergem.

Verdere toelichtingenBewerken

Brussel Deze Week Website: www.brusseldezeweek.be Beschrijving: Een uitgave van de vzw Stadskrant gesubsidieerd door de Vlaamse Minister van Cultuur, Jeugd, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking en door de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) Website: www.ibgebim.be Beschrijving: Het Brussels Instituut voor Milieubeheer, of B.I.M., is de administratie voor leefmilieu en energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Gewesten zijn immers bevoegd voor een waaier van belangrijke materies zoals economie, werkgelegenheid, openbare werken, vervoer, stedenbouw,… en leefmilieu. Sinds het BIM in 1989 werd opgericht met het Koninklijk Besluit van 8 maart van dat jaar, is de instelling uitgegroeid tot de gesprekspartner van de Brusselse inwoners voor alles wat met hun leefmilieu te maken heeft: de lucht, de groene ruimten, het afval, de bodemverontreiniging... Het B.I.M. doet onderzoek, maakt planningen op, geeft advies en informatie en levert tegelijk vergunningen af, houdt toezicht en voert controles uit (instrumentale benadering). De instelling is bevoegd voor afval, luchtkwaliteit, geluid, groene ruimten, water, bodem en energie (sectoriële benadering). De Kam Website: www.dekam.be Beschrijving: Gemeenschapscentrum van Wezembeek-Oppem Het maandblad van het Gemeenschapscentrum - “Uitgekamd” - werd als informatiebron gebruikt.

Trammuseum Brussel Website: http://users.skynet.be/mtub/ Beschrijving: Museum met vooral oud rollend materieel van de MIVB en zijn voorgangers. De vzw die voor de uitbating zorgt, legt het materieel ook in op de toeristische routes.

BronnenBewerken

Brussel Deze Week nr. 751 van 23 augustus 2000 BIM folder “Wandeling van de oude spoorlijn Brussel-Tervuren” Uitgekamd jaargang 2, nr 8 • oktober 2001 “Brussel-Tervuren was echte familie” Uitgekamd jaargang 3, nr 10 • december 2002 “Straten in Wezembeek en Oppem” Uitgekamd jaargang 4, nr 4 • April 2003 “De ‘ijzeren weg’ of het ‘Electrobelleke’” Webstek van de gemeente St-Lambrechts-Woluwe: http://www.woluwe1200.be/neerlandais/base.asp Webstek van de gemeente St-Pieters-Woluwe – afdeling geschiedenis: http://www.woluwe1150.irisnet.be/service/inform/histo_nl.htm Webstek van de gemeente Tervuren – afdeling geschiedenis: http://www.tervuren.be/site/index.php?cat=toerisme&mp=geschiedenis Webstek Staal Info Centrum: http://www.infosteel.com

Categorie:Fietsroute Categorie:Wandelpad in België