Federaal administratief openbaar ambt

Het federaal administratief openbaar ambt in België wordt georganiseerd door de wet van 22 juli 1993. Deze wet voorziet op federaal niveau in vijf categorieën van instellingen die een of ander aspect van de openbare administratie behartigen.

De wet van 1993 betrof niet alle openbare instellingen. Een aantal instellingen zoals het Koninklijk Gesticht van Mesen, Koninklijk Belgisch Filmarchief of de Proefbank voor Vuurwapens zijn niet opgenomen.

Federale overheidsdienst (FOD)Bewerken

Federale overheidsdiensten zijn de voormalige ministeries en werden ingevoerd in 2003. Deze diensten houden zich ofwel bezig met een specifieke tak van het federale overheidsbeleid (financiën, gezondheidszorg, ...) en worden verticaal gestructureerd, terwijl andere zich bezighouden met algemene takken van het federale overheidsbeleid (personeel en organisatie, begroting en beheerscontrole ...) en worden horizontaal gestructureerd.

Sinds 2003 bestaan de volgende federale overheidsdiensten[1]:

Enkel het ministerie van defensie is nog niet omgevormd tot een FOD.

Programmatorische overheidsdienst (POD)Bewerken

Programmatorische Federale Overheidsdiensten werden voor het eerst opgericht in 2003 en zijn diensten die verband houden met maatschappelijke vraagstukken die anders verspreid zouden liggen over verschillende federale overheidsdiensten én waarvoor coördinatie binnen één en dezelfde dienst noodzakelijk wordt geacht (wetenschapsbeleid, duurzame ontwikkeling ...).

Begin 2021 bestaan de volgende programmatorische overheidsdiensten[1]:

Wetenschappelijke instelling (WI)Bewerken

De Wetenschappelijke Instellingen van de federale overheid, die steeds afhangen van een federale of programmatorische overheidsdienst, vervullen bijzondere taken. Het gaat begin 2021 om de volgende instellingen[1]:

Instelling van openbaar nut (ION)Bewerken

  Zie ook: Parastatale

Instellingen van openbaar nut zijn specifieke instellingen die afhangen van één of meerdere federale overheidsdiensten en een bepaalde mate van autonomie bezitten.

Er bestaan vier verschillende categorieën wiens verschillen gebaseerd zijn op methode van toezicht, vaststelling van statuut van het personeel en financiële controle:

  • categorie A: staan onder rechtstreeks toezicht van een minister, het personeelsstatuut wordt door de uitvoerende macht vastgesteld, begroting wordt opgemaakt door de bevoegde minister en goedgekeurd door de wetgevende macht,
  • categorie B: staan onder onrechtstreeks toezicht van een minister, het personeelsstatuut wordt door de uitvoerende macht vastgesteld, begroting wordt opgemaakt door de raad van bestuur van de instelling en medegedeeld aan de wetgevende macht,
  • categorie C: staan onder onrechtstreeks toezicht van een minister, het personeelsstatuut wordt door de raad van bestuur van de instelling vastgesteld, begroting wordt opgemaakt door de raad van bestuur van de instelling en ter goedkeuring voorgelegd aan het Rekenhof,
  • categorie D: staan onder onrechtstreeks toezicht van een minister, het personeelsstatuut wordt door de uitvoerende macht vastgesteld, begroting wordt opgemaakt door de raad van bestuur van de instelling en goedgekeurd door gezagvoerende minister en de minister van financiën.

Begin 2021 bestaan de volgende instellingen van openbaar nut.[1] Sommige instellingen zijn niet vermeld in de wet van 1993 maar worden als dusdanig als een ION beschouwd. Deze worden met een * aangeduid.

Openbare instelling van sociale zekerheid (OISZ)Bewerken

Openbare instellingen van sociale zekerheid zijn specifieke instellingen die afhangen van één of meerder federale overheidsdiensten en een taak vervullen binnen het beheer van de sociale zekerheid

Begin 2021 bestaan de volgende openbare instellingen van sociale zekerheid[1]: