Enver Pasja

Turks politicus (1881-1922)

Ismail Enver Pasja (Istanboel, 22 november 1881Doesjanbe (Tadzjikistan), 4 augustus 1922) was een Ottomaanse militaire officier en een leider van de Jonge Turken-revolutie van 1908. Hij werd de belangrijkste leider van het Ottomaanse rijk in zowel de Balkanoorlogen (1912–13) als in de Eerste Wereldoorlog (1914–18). In de loop van zijn carrière stond hij bekend onder steeds hogere titels toen hij door militaire rangen steeg, waaronder Enver Efendi (انور افندي), Enver Bey (انور بك) en ten slotte Enver Pasja, waarbij 'pasja' de eretitel was die Ottomaanse militaire officieren behaalden op promotie naar de rang van Mirliva (generaal-majoor).

Enver Pasja

Hij bestreed als militair de Grieken en de Macedoniërs en in 1906 maakte hij deel uit van de nationalistische groepering Jong-Turken, die twee jaar later na een machtsgreep de grondwet van 1876 in ere herstelde. Enver weerhield een jaar later (in 1909) nog een contrarevolutie van Sultan Abdülhamit II en hij streed ook nog in de Italiaans-Turkse Oorlog en tijdens de Balkanoorlog. Hij heroverde Edirne op de Bulgaren. In 1915 was hij een van de hoofdopdrachtgevers van de Armeense Genocide[1][2][3] en daarmee verantwoordelijk voor de dood van 800.000 tot 1,8 miljoen Armenen, Arameeërs, Grieken en andere christelijke minderheden.[4][5][6][7]

Eerste WereldoorlogBewerken

Op 23 januari 1913 pleegde hij een staatsgreep waardoor het constitutionele bewind moest wijken voor een feitelijke dictatuur van het driemanschap Enver, Djemal en Talaat Pasja. Hij werd in 1914 in de regering-Talaat minister van Oorlog en opperbevelhebber van het leger. Op 2 augustus 1914 sloot hij een verdrag met Duitsland om Turkije veilig te stellen bij een Russische aanval. Maar in oktober van dat jaar begon hij zelf de Kaukasusveldtocht om een oude rekening te vereffenen.

Het belangrijkste oorlogsdoel van de Ottomaanse regering was de herovering van hun voormalige gebieden in Oost-Anatolië, die ze waren kwijtgeraakt als gevolg van de Russisch-Turkse Oorlog van 1877 tot 1878. Oorlogsminister Enver Pasja sloeg het advies van zijn Duitse bondgenoten in de wind en binnen een maand na de oorlogsverklaring opende hij een aanval op dit gebied. Hij nam zelf het commando over het 3e Leger op zich en gaf het bevel om de Russische troepen aan te vallen. Enver Pasja had een groot leger (schattingen lopen van 100.000 tot 190.000 man), maar was slecht uitgerust en al helemaal niet voor de winterse omstandigheden die ze daarop spoedig zouden moeten doorstaan. De Russen verschansten zich bij Sarikamis om het te verdedigen. De Slag om Sarikamis werd daarop gevoerd tussen 29 december 1914 en 4 januari 1915, waarbij de Turken een grote nederlaag leden. Het Turkse leger trok zich helemaal terug naar zijn startposities en verloor tussen de 60.000 en 175.000 man troepen. Enver Pasja trad daarop af als commandant en gaf de Armeniërs publiekelijk de schuld van zijn nederlaag. Hij gaf daarop als Minister van Oorlog opdracht om alle Armeense soldaten binnen het Ottomaanse leger te ontwapenen, te demobiliseren en om ze naar werkkampen te sturen, waar ze vervolgens bijna allemaal stierven. Dit was een belangrijke stap op de weg naar de Armeense Genocide.

In 1918 zette hij het panturkistische Leger van de Islam op dat vocht in de Zuidelijke Kaukasus. Na de overwinning van de geallieerden vluchtte hij naar Centraal-Azië. Daar wierp hij zich op als de verdediger van de emir van Boechara en organiseerde er de nationalistisch-islamitische Basmatsjiopstand tegen de Bolsjewieken, uitgaande van zijn panturkistische idee. Hij werd emir van Turkestan, dat tot 1921 zelfstandig bleef.

Enver Pasja sneuvelde tegen de Russen op 40-jarige leeftijd. Op welke manier en waar hij precies om het leven kwam is onbekend. Volgens de Armenen zou hij zijn gedood met een pistoolschot door een Armeniër die een Basjkiers sovjetregiment leidde in een verrassingsaanval. Sommige Armeense bronnen spreken daarbij van de Karabachse commandant Hakob Melkumian (Yakov Melkumov/Agop Melkumian/Jakob Melkoemjan). Volgens andere bronnen werd hij doodgeschoten terwijl hij een aanval leidde op een mitrailleurnest. Weer andere bronnen spreken dit tegen omdat Enver zoiets roekeloos nooit zou doen.

In 1996 werden zijn beenderen vervoerd naar Turkije, waar ze werden begraven in Istanboel.

  Zie de categorie Enver Pasha van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.