Basjkieren

etnische groep
Basjkieren
Bashkir in Paris.jpg
Basjkierse

De Basjkieren (Basjkiers: Башҡорт, Башҡорттар, Bashqort, Bashqorttar) zijn een Turkse volksstam in Rusland, grotendeels levend in de republiek Basjkirostan. De naam van deze republiek is van dit volk afgeleid.

Volgens de Russische volkstelling woonden er in 2010 in totaal 1.584.554 Basjkieren in de Russische Federatie, waarvan 1.172.287 in Basjkirostan.[1][2]
Daarnaast wonen er groepen Basjkieren in de republiek Tatarije, alsmede in de kraj Perm en de oblasten Tsjeljabinsk, Orenburg, Koergan, Sverdlovsk, Samara en Saratov.

AlgemeenBewerken

Het gebied van de Basjkieren concentreert zich op de hellingen van de Zuidelijke Oeral en de aangrenzende vlakten. Het Basjkiers, een Turkse taal, wordt door ruim 71% van de Basjkieren gesproken; ruim 500.000 Basjkieren spreken het nauw aan het Basjkiers verwante Tataars. Vrijwel alle Basjkieren (95%) spreken ook Russisch.

De eigenbenaming van de Basjkieren is Bashqort. Dit woord bestaat uit twee delen Bash (basis, begin, hoofd) en Qort. Over de betekenis van qort, bestaan verschillende theorieën. Sommigen vertalen Qort als Wolf, anderen als Bij van bal qorto (bijen die honing verzamelen). Een andere theorie is, dat de naam Bashqort komt van de Bashgird, een Basjkierse bevelhebber uit het eerste deel van de 9e eeuw.

VoorgeschiedenisBewerken

Het Basjkierse gebied valt min of meer samen met het oorsprongsgebied van de Hongaren, voordat deze naar het westen trokken. Vermoedelijk spraken de voorouders van de Basjkieren een met het Hongaars verwante taal. In de periode tussen de 10e en 13e eeuw kwamen zij echter onder het gezag van diverse Turkse volkeren, zoals de Petsjenegen en de Koemanen, en ten slotte van de Mongolen. De huidige taal van de Basjkieren stamt af van die van de Koemanen, wier taal in de periode van de Mongoolse heerschappij (13e tot 16e eeuw) de lingua franca van het westelijke steppegebied werd.

Nederland in 1813 bevrijd door Kozakken en BasjkierenBewerken

 
Standbeeld Basjkierse strijder in Veessen

In 1813 hielpen de Basjkieren samen met de Kozakken om de Fransen uit Nederland te verjagen. Vanaf 1812, tijdens haar vlucht uit Rusland, werd het uitgeputte Franse leger voortdurend op de hielen gezeten door Russische en geallieerde troepen, inclusief kozakken/Basjkieren. Na de slag bij Leipzig trokken de troepen via Duitsland en Holland naar Frankrijk om de Franse overheerser te verslaan. Bij de opmars vormde de IJssel echter en natuurlijke barrière. De legeraanvoerder van de kozakken/Basjkieren, de Duits-Russische generaal Alexander von Benckendorff, gaf in november 1813 opdracht om tussen Wijhe en Veessen een schipbrug over de IJssel te leggen van ruim twintig beurtschepen. Zo konden de ± 300 Kozakken met paard en al naar de overkant marcheren. Zij vervolgden hun weg via Harderwijk naar Amsterdam, alwaar de Basjkieren en hun maten de Fransen verjoegen. Vanuit Amsterdam werden de Fransen vervolgens verder zuidwaarts gedreven en werd heel Nederland bevrijd.[3] Ter herinnering hieraan staat er sinds 2018 een standbeeld van een Basjkier in Veessen.