Hoofdmenu openen

Een staatsgreep, coup, coup d'état of putsch is de (poging tot) illegale afzetting van een regering, meestal door een kleine groep van een instelling van de bestaande staat - gewoonlijk door het leger - om de afgezette regering te vervangen door een andere instelling; hetzij burgerlijk, hetzij militair. Een staatsgreep slaagt als de overweldigers hun dominantie vestigen wanneer de zittende regering er niet in slaagt hun machtsversterking te voorkomen of met succes te weerstaan.

Meestal maakt een staatsgreep gebruik van de macht van de bestaande regering om de politieke macht te grijpen. In Coup d'État: A Practical Handbook zegt Edward Luttwak: "Een coup bestaat uit de infiltratie van een klein, maar kritiek deel van het staatsapparaat, dat dan wordt gebruikt om de regering te verdringen van hun controle over de rest", dus gewapend geweld (hetzij militair, hetzij paramilitair) is geen typisch kenmerk van een staatsgreep.

DefinitieBewerken

VoorbeeldenBewerken

  • Zie de Category:Staatsgreep
  • Een van de bekendste en tevens oudste staatsgrepen in de geschiedenis vond plaats toen Julius Caesar de Rubicon overtrok en Rome innam (49 v.Chr.)
  • Op 21 april 1967 pleegde een groep kolonels in Griekenland een staatsgreep, die leidde tot afzetting van de koning en afschaffing van de democratie. Zie kolonelsregime.

Zelfcoup of autocoupBewerken

  • Een zelfcoup of autocoup, een daad waarbij een zittende heerser zijn macht uitbreidt op een manier die tegen de grondwet of de politieke gebruiken van een land ingaat, is ook een staatsgreep. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht impliceert een staatsgreep niet per definitie een regimewissel. Voorbeelden van zulke staatsgrepen gepleegd door zittende heersers zijn:

DuitslandBewerken

  • Spartacusopstand van januari 1919 – communistische revolutionairen tegen de sociaaldemocratische interim-regering.
  • Kapp-putsch van maart 1920 – een rechts-nationalistische couppoging tegen de sociaaldemocratische interim-regering.
  • Bierkellerputsch van 1923; een mislukte poging van Hitler tot een staatsgreep in München en vervolgens de macht in Berlijn te grijpen. Dit was geïnspireerd door Mussolini met de Mars op Rome.
  • Machtergreifung en de Gleichschaltung, waarbij Adolf Hitler na in 1933 democratisch aan de macht te zijn gekomen het democratische systeem in Duitsland uitschakelde zodat hij permanent aan de macht kon blijven.
  • Operatie Walküre: op 20 juli 1944 pleegde de Duitse kolonel Claus von Stauffenberg een bomaanslag op Adolf Hitler, gevolgd door een staatsgreep, dit mislukte en von Stauffenberg en medeplichtigen werden of opgehangen of gefusilleerd.

FrankrijkBewerken

IndonesiëBewerken

MarokkoBewerken

In Marokko werden er twee staatsgrepen gepleegd op Hassan II. Deze twee staatsgrepen zijn allebei echter mislukt.

  • Op 10 juli 1971 hebben een Marokkaanse officier, generaal en kolonel een staatsgreep georganiseerd, waarbij het koninklijk paleis werd bestormd door cadetten van het Marokkaanse leger. De plegers werden gevangengenomen, waarbij de ene helft, waaronder Ahmed Marzouki, naar het beruchte Tazmamart werd gestuurd en de andere helft nog steeds gesignaleerd staat als "verdwenen".
  • Op 16 augustus 1972 werd een nieuwe couppoging ondernomen. Dit keer op bevel van Generaal Oufkir, jarenlang de rechterhand van Hassan II. De staatsgreep werd niet aan grond, maar in de lucht gepleegd, waarbij straaljagers van de Koninklijke Marokkaanse luchtmacht het vuur openden op het vliegtuig van Hassan II, dat op weg was van Frankrijk naar Rabat. De kogels hebben het doelwit echter gemist en zo mislukte de tweede staatsgreep. Een grote groep officieren en gevechtspiloten werden na dit incident veroordeeld tot een gevangenisstraf omdat ze betrokken zijn geweest bij de coup. Generaal Oufkir werd ook gevangengenomen, maar wat er met hem is gebeurd is niet bekend. Zijn gezin werd gedurende negentien jaar verbannen naar een gevangenis in de Westelijke Sahara.

NederlandBewerken

In Nederland zijn in de loop der geschiedenis verschillende staatsgrepen gepleegd of gepland.

  • De arrestatie van Oldenbarneveldt en zijn medestanders en de machtsovername door Prins Maurits en de gomaristen in 1619.
  • Nadat Willem II in 1647 zijn vader Frederik Hendrik was opgevolgd als stadhouder, pleegde hij in 1650 met Willem Frederik van Nassau-Dietz een staatsgreep. Een zestal Statenleden werd opgesloten op Slot Loevestein, onder wie Jacob de Witt (vader van de latere raadspensionaris van Holland Johan de Witt) en de burgemeesters van Haarlem, Delft, Hoorn en Medemblik. De Aanslag op Amsterdam (1650) mislukte echter en de gevangenen moesten onder druk van de Staten al snel weer worden vrijgelaten. Kort daarop overleed Willem II en besloten de Staten geen nieuwe stadhouder aan te wijzen, waarop het Eerste Stadhouderloze Tijdperk begon.
  • Het afzetten van Johan de Witt tijdens het Rampjaar 1672. De gebroeders Johan en Cornelis de Witt werden vermoord door orangisten en Willem III nam de macht over.
  • De staatsgrepen in de Bataafse Republiek. De interne politieke instabiliteit in de nieuwe eenheidsstaat leidde tot twee staatsgrepen in 1798, toen revolutionaire bevelhebbers onder wie Herman Willem Daendels geërgerd raakten door het trage tempo van de democratische hervormingen, en opnieuw in 1801.
    • 22 januari 1798. Johannes Midderigh, net voorzitter van de Nationale Vergadering, ontzegde met soldaten onder leiding van Daendels op het Binnenhof gematigde volksvertegenwoordigers de toegang tot de vergaering of verwijderde ze. De overgebleven leden noemden zich de ‘Constituerende Vergadering’ en besloten een nieuwe grondwet op te stellen voor het ‘één en ondeelbaar Bataafse volk’. De voorafgaande nacht waren conservatieve tegenstanders opgepakt en had de politie en het plaatselijke garnizoen Den Haag afgesloten. De federalisten moesten het daarbij afleggen tegen de door de Franse regering gesteunde unitariërs. Een aantal werd opgesloten in Huis ten Bosch.[1]
    • 12 juni 1798. Daendels arresteerde met ‘drie Compagnieën Infanterie’ in Den Haag de leden van het Uitvoerend Bewind om het te vervangen door een ‘minder radicaal’ Intermediair Uitvoerend Bewind, dat de Staatsregeling van 1798 in werking stelde.[1]
    • 18 september 1801. Onder invloed van Napoleon moest het Uitvoerend Bewind een verbeterde belastingheffing invoeren, maar de volksvertegenwoordigers gingen niet akkoord. Sommige leden van het Uitvoerend Bewind traden af, de drie resterende lieten de zalen verzegelen en bewaken door militairen en rondden de belastinghervorming formeel af.[1]
  • De mislukte staatsgreep van Troelstra in 1918 was eerder een aangekondigde omwenteling (de "vergissing van Troelstra" in zijn uitspraken in de Tweede Kamer op 12 november 1918). Troelstra verwachtte dat de Nederlandse regering zou aftreden zodra duidelijk werd dat de arbeidersbeweging dat eiste. De regering gaf niet toe, er werd tegen een revolutie gedemonstreerd op het Malieveldin Den Haag en Troelstra zag ervan af geweld te gebruiken.
  • De vraag van Gerbrandy. Volgens de memoires van generaal Kruls vroeg een "staatsman" hem, of een machtsovername met zijn hulp mogelijk zou zijn. Het moet hier wel om de voormalig oorlogspremier Gerbrandy gaan, die met zijn Comité Rijkseenheid en vele medestanders vanaf december 1946 fel buitenparlementair actie voerde tegen het Akkoord van Lingadjatti voor de onafhankelijkheid van Indonesië. Biograaf Cees Fasseur noemt nog een aantal andere uitingen van Gerbrandy, waarin hij tot verzet tegen en uitschakeling van (een deel van) de regering opriep en spreekt van de "vergissing van Gerbrandy", naar analogie van die van Troelstra.[2]

SurinameBewerken

De plegers van een staatsgreep gebruiken zelf de term uiteraard bijna nooit. Zo spraken de militairen van de zonder veel bloedvergieten verlopen 'sergeantencoup' onder leiding van Desi Bouterse op 25 februari 1980 in Suriname aanvankelijk van een 'ingreep', en pas later van een 'revolutie'. De coup in Suriname vond plaats in een sfeer van nationale malaise, politieke machteloosheid en grote ontevredenheid onder de bevolking en vooral ook binnen de lagere rangen van het leger. De sergeanten kregen aanvankelijk dan ook veel steun vanuit de bevolking voor hun 'ingreep.' De internationale politiek stelde zich afwachtend of gematigd-positief op. Pas na enige tijd, toen de coupplegers met steeds meer geweld hun regime in het zadel wilden houden, werd de aard van de staatsgreep duidelijk. Verhullend taalgebruik is voor coupplegers dan ook een manier om de per definitie antidemocratische aard van een staatsgreep te verbergen.

De techniek van de staatsgreepBewerken

Er zijn ten minste drie "handleidingen" voor het plegen van een staatsgreep gepubliceerd. Alle kenners van de materie benadrukken dat de verbindingen, het beheersen van telefoon, televisie, telex en telegraaf, en het isoleren van de zittende machthebbers essentieel zijn. Coupplegers bezetten in het verleden dan ook meestal eerst het postkantoor en de telefooncentrale.

Er zijn drie militaire eenheden van belang:

  • De lijfwacht of garde van de machthebber(s)
  • De troepen van de couppleger
  • De troepen die te ver van het machtscentrum gelegerd zijn en daardoor zijn geneutraliseerd.

Het verschil tussen een staatsgreep en een burgeroorlog is dat de troepen buiten de hoofdstad door beide partijen telefonisch zullen worden gepolst om te bepalen hoe sterk de regering en de couplegers staan. De couppleger probeert de machthebber te isoleren en hij zoekt zelf contact met de legereenheden in de provincie. De commandanten van de militaire en paramilitaire eenheden in de garnizoenen zullen in eerste instantie niet reageren. Pas wanneer duidelijk is hoe de machtsverhoudingen liggen, zullen zij de ene of andere partij hun steun betuigen.[3]

Zo kon in 1981 de Spaanse koning Juan Carlos de staatsgreep van Antonio Tejero verijdelen door op de televisie te verschijnen.

Omdat de eenheden van het leger onderling niet graag slaags raken, wordt een coup grotendeels telefonisch gepleegd. Wanneer het de machthebber duidelijk is dat hij onvoldoende steun heeft, zal hij vluchten. Hetzelfde geldt voor de coupplegers.[4]

Dat in 1991 de Augustusstaatsgreep in Moskou tegen de Sovjet-president Michaël Gorbatsjov mislukte werd door de Amerikaanse inlichtingendienst opgemaakt uit de onbeantwoorde telefoontjes vanuit het Kremlin, het zenuwcentrum van de staatsgreep, naar militaire commandanten buiten Moskou. Men reageerde niet.

LiteratuurBewerken

Zie ookBewerken