Hoofdmenu openen

Elusor macrurus

soort uit het geslacht Elusor

Elusor macrurus of Mary River schildpad is een schildpaddensoort uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae). De soort is de enige uit het geslacht Elusor.[2] De groep werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door John Cann & John Leggler in 1994.

Elusor macrurus
IUCN-status: Bedreigd[1] (1996)
Mary-River-Schildkröte im Australia Zoo.JPG
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Testudines (Schildpadden)
Onderorde:Pleurodira (Halswenders)
Familie:Chelidae (Slangenhalsschildpadden)
Geslacht:Elusor
Soort
Elusor macrurus
Cann & Legler, 1994
Afbeeldingen Elusor macrurus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Elusor macrurus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

NaamBewerken

Het eerste deel van de Latijnse naam Elusor macrurus is afkomstig van eludo, wat betekent "ontkomen" of zelfs "voor de gek houden". Dit verwijst naar het feit dat de soort reeds lang bekend was, maar moeilijk te vatten en nog niet beschreven.[3] Het tweede deel van de naam is een samentrekking van het Griekse makros - "lang" - en oura - "staart", verwijzend naar de lange staart. De Nederlandse naam verwijst naar het leefgebied van de schildpad.

De Nederlandse bijnaam van de soort is punkschildpad.[4] Dit verwijst dan weer naar het mos of wier dat soms op het hoofd en de rug van de dieren groeit. Dit kan gebeuren doordat ze zo lang onder water blijven.

Uiterlijke kenmerkenBewerken

Met een schildlengte van 35 tot 40 centimeter is het een middelgrote soort.[5] Het schild is plat en weinig koepelvormig en duidelijk langer dan breed. De schildkleur is donkerbruin tot bijna zwart, de onderzijde, kop en poten grijsachtig. Juvenielen zijn meer chocoladebruin van kleur en hebben op iedere schildplaat een zwarte stip, de schildranden zijn stekelig maar dit verdwijnt met de jaren. De neuspunt is iets verlengd en onderaan de kop zijn vier duidelijk zichtbare baarddraden aanwezig. De nek is relatief kort voor een schildpad uit de familie Chelidae, maar steekt duidelijk uit. Opmerkelijk is de staart, die bij mannetjes disproportioneel groot is en zo dik als een pols, vrouwtjes hebben een 'normale' staart en een wat in de doorsnede breder schild. Vanwege het kleine verspreidingsgebied is er weinig variatie binnen de soort.

AlgemeenBewerken

Er is niet veel bekend over deze pas in 1994 beschreven soort, die de Maryrivier in Australië in de provincie Queensland als enige verspreidingsgebied heeft, en verder hier en daar op andere plaatsen is aangetroffen maar dit betreft vermoedelijk uitgezette exemplaren. De soort was reeds langer bekend en werd tussen 1970 en 1990 volop verhandeld in dierenwinkels.[6] Alleen was tot dan niet bekend waar ze precies vandaan kwamen. Pas in 1990 werd dat ontdekt.

De habitat bestaat uit stromend water hier en daar onderbroken door zandbanken, die gebruikt worden voor het afzetten van de eitjes, en ondergedoken objecten als bomen en rotsen om te schuilen. Zoals bij veel schildpadden voorkomt, verandert de schildpad naarmate hij ouder wordt van voedsel. Juvenielen eten vooral insectenlarven en zoetwatersponsen, oudere dieren gaan steeds meer plantaardig materiaal eten en worden volledig herbivoor. Er is wel beschreven dat oudere exemplaren ook wel insectenlarven eten maar deze worden meer waarschijnlijk per ongeluk met de plant gegeten dan dat er specifiek op wordt gejaagd.

Bijzonder is dat de soort zeer lang onder water kan blijven: tot zelfs 72 uur. Dit is mogelijk doordat ze kunnen ademen via de geslachtsorganen aan de cloaca.[7]

VoortplantingBewerken

Het voortplantingsseizoen start als de oktober-regens beginnen, waarna de nesten in zandbanken worden gegraven, soms tientallen meters van het water. Over de grootte van de legsels is niet veel bekend, waarschijnlijk ongeveer 14 of 15 eitjes per keer maar ook is er een lgsel van 25 aangetroffen. Opmerkelijk is dat deze soort als een van de weinige soorten schildpadden geslachtschromosomen heeft, het geslacht wordt dus niet bepaald door de omgevingstemperatuur zoals bij vrijwel alle andere schildpadden.

BronvermeldingBewerken