Hoofdmenu openen

Wikipedia β

De ronde van '43 (novelle)

boek van Henri Knap

De ronde van '43 is het vervangende boekenweekgeschenk van 1981, geschreven door Henri Knap. Het kwam uit in maart 1981, op de eerste dag van de Boekenweek, die in 1981 als motto hanteerde "Ieder zijn eigen boek". Het was de vervanging van het oorspronkelijke boekenweekgeschenk “De vierde man

De ronde van '43[1]
Auteur(s) Henri Knap
Kaftontwerper Walt de Rijk
Land Nederland
Taal Nederlands
Reeks/serie Boekenweekgeschenk
Onderwerp Ieder zijn eigen boek
Genre novelle
Uitgever Stichting CPNB
Ter gelegenheid van de Boekenweek 1981
Uitgegeven 1981
Medium Print
Pagina's 96
ISBN-code 90 70066 32 7
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Het Boekenweekthema: Ieder zijn eigen boekBewerken

Dit thema van de Boekenweek weet de auteur knap te verwerken in zijn novelle. Een groot aantal stadgenoten krijgt dezelfde vraag voorgelegd. Willen ze een joods meisje van 13 enkele dagen onderdak verlenen? Hun reacties worden vastgelegd in dit boek. Roosje is qua leeftijd en qua sociale status een eveneens vervolgd leeftijdgenootje van Anne Frank, dat op straat dreigt te belanden als gemakkelijke prooi voor de Duitsers. Of zoals fietsenmaker Joost het verwoord: “ Wie van ons niets doet en zijn mond houdt loopt praktisch geen risico. Maar een jood die niets doet en zijn mond houdt wordt toch afgemaakt.”

SamenvattingBewerken

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het verhaal speelt zich af op zondag 24 oktober 1943. Verzetsman Gert belt Theo en zijn vrouw Antoinette Koenders ’s morgens om half zeven wakker. Het echtpaar Koenders heeft twee dochters Nettie en Liesje en een joods onderduikerechtpaar in huis. Naast hen woont het Duitse provinciale hoofd Jodenzaken, Schneider. Omdat Gert zelf een huiszoeking verwacht wil hij zijn joodse Roosje, die hij Tilly noemt, enige dagen kwijt.

Theo is de plaatselijke apotheker van het stadje en hij verwacht met Roosje achterop zijn fiets dat hij haar wel ergens voor een paar dagen kan onderbrengen. Ruim een dozijn plaatsgenoten wijzen het verzoek voor tijdelijk onderdak af. Onderweg krijgen ze wel soep, melk, 1000 gulden voor de onkosten en een nieuwe achterband voor de fiets. Maar geen onderdak. En bovendien een venijnige theologische les op deze zondag van het echtpaar Anton en Frieda Driessen.

Er is maar één weg die naar God leidt en die gaat door het geloof in Christus Jezus’ offerdood voor onze zonden.” “Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.” Het echtpaar verleende geen onderdak om het woord van de Here niet te weerstreven.

Hoe verder de fietstocht vordert hoe duidelijker het wordt dat Theo zelf Roosje moet opnemen. Ze vertelt hem van de vlucht van haar familie uit Hamburg in 1938. Theo en Roosje verzinnen voor haar een nieuwe identiteit. Ze is Mathilde, de dochter van een omgekomen achterneef door een Amerikaans bombardement op 31 maart in Rotterdam. Bij controle door een Duitse patrouille doorstaan ze glansrijk de nieuwe identiteitstest. Samen komen ze veilig thuis aan in het huis naast de hooggeplaatste Duitser.

HoorspelBewerken

In 1986 werd de novelle bewerkt tot een gelijknamig hoorspel.