Blanken

Zie Blanken (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Blanken.

Blanken zijn personen met een van nature bleke huid, die arm is aan het pigment melanine. Hierbij is de lichte huidskleur niet te verklaren door albinisme, dat algemeen wordt beschouwd als een afwijking en incidenteel voorkomt bij alle bevolkingsgroepen. De term wordt meestal gebruikt om te verwijzen naar personen van zichtbaar Europese oorsprong.[1] De lichte huidskleur van deze bevolkingsgroepen gaat doorgaans gepaard met een vrij smalle neus.[2]

Blank en wit in de Nederlandse taal

  Zie ook het hoofdartikel Blank en wit in de Nederlandse taal over de maatschappelijke discussie

In de jaren 2010 werd in Nederland onder invloed van de antiracisme-beweging de term 'blank' als aanduiding van de huidskleur controversieel wegens een vermeend verband met het westerse kolonialisme in vroegere eeuwen. Er is een maatschappelijke discussie over ontstaan of het gebruik van de term 'blank' racistisch is en daarom beter kan worden vervangen door de term 'wit'.[3] Deze werd vooral aangezwengeld door het zwartepietendebat en vond met name plaats in de sociale media.[bron?] Ook binnen de traditionele media – televisie en geschreven pers[4] – en in de culturele sector[5] is discussie ontstaan over de wenselijkheid om het gebruik van de term 'blank' als aanduiding van de huidskleur te vermijden.

De termen 'blank' en 'wit' werden in de afgelopen eeuwen afwisselend gebruikt ter aanduiding van een 'natuurlijke witte/blanke huidskleur', of om deze te onderscheiden van een van nature donkere of getinte huidskleur. In de 17e eeuw, ten tijde van de Vereenigde Oostindische Compagnie, werden beide naast elkaar gebruikt. Later ook als aanduiding van het Kaukasische of Europide mensenras, als verwijzing naar de geografische herkomst.[6][7][8]

In de 20e eeuw was voor autochtone Nederlanders 'blank' een sterk ingeburgerde aanduiding ter onderscheiding van donkere mensen.[6] De term 'blank' heeft als hedendaagse tegenhanger het Franse 'blanc'; 'wit' correspondeert met het Engelse 'white'. In andere talen dan het Nederlands speelt de discussie niet, omdat er geen vergelijkbare keuze tussen synoniemen is.

De term 'blank' zou, net als 'neger', besmet zijn door het koloniale verleden. Het herinnert volgens tegenstanders van de term aan 'slavernij, overheersing en uitbuiting van gekleurde door witte mensen'.[9] Naast het argument dat 'blank' racistisch zou zijn, wordt betoogd dat 'wit' neutraler zou zijn, omdat 'blank' een te positieve connotatie zou hebben ten opzichte van 'zwart': "Blank roept associaties op met rein en schoon en zwart is dat dan blijkbaar niet."[4] 'Blank' (blinkend, onbevlekt) heeft de connotatie van reinheid en neutraliteit, waardoor de eeuwenlange machtsongelijkheid nog eens extra zou worden 'witgewassen'.[9]

Lang niet iedereen ziet echter het gebruik van 'blank' als racistisch. De term 'wit' zou kunnen worden ervaren als ‘een uiting van beledigende minachting’.[10] Een term die als een normale zelf-identificatie zou worden gebruikt, zou vervolgens worden aangevallen en in een activistische context geplaatst. Het gebruik van 'wit' zou als een statement en racismebeschuldiging overkomen.[9] Bij een enquête onder Onze Taal-lezers van 2016 had 91% van de ondervraagden als aanduiding van "mensen met een roze huidskleur" een voorkeur voor 'blank' boven 'wit'.[11] 'Wit' werd in de koloniale tijd in de Nederlandse koloniën naast 'blank' in negatieve zin gebruikt.[bron?]

'Wit' zou beter zijn dan 'blank', omdat dit een logischer antoniem van 'zwart' zou zijn. Maar hoewel zwart en wit formeel in de basis gelijkwaardige woorden zijn, zijn de gevoelswaarde en de maatschappelijke betekenis dat geenszins. Het gebruik van het woord 'zwarten' komt voort uit de emancipatiebeweging van mensen met een kleur.[bron?] Annieke Kranenberg stelt in de Volkskrant dat 'men niet snel raar zal opkijken' van de zin 'ik ben een trotse, zwarte vrouw', "terwijl bij 'ik ben een trotse, witte (of blanke) vrouw' de gedachte aan witte puntmutsen zich al gauw opdringt."[9] Omdat 'wit' een sterker antoniem zou zijn, zou bij 'witten' de tegenstelling met zwarten juist meer worden benadrukt, beargumenteren tegenstanders van het gebruik van 'wit'.[bron?]

Het nadrukkelijke gebruik van 'wit' zou associaties kunnen oproepen met de Amerikaanse white supremacy-beweging,[bron?] die eveneens de tegenstelling benadrukt tussen mensen met een lichte en die met een donkere huidskleur en zichzelf vaak associeert met de kleur wit. In die context zou 'white' dus juist een racistische connotatie kunnen hebben.