Aram (persoon)

persoon

Aram (Hebreeuws: אֲרָם, Aram, "hoogte", "hoge streek", "hoogland") was volgens de Hebreeuwse Bijbel de zoon van Sem[1] en de kleinzoon van Noach. Hij was de vader van Us, Chul, Geter en Mas. De eerste vermelding van Aram is in Genesis 10:22-23 waar hij is opgenomen in een overzicht van nakomelingen van Noach, de zogeheten volkenlijst.

Aram wordt vaak beschouwd als de stamvader van de Arameeërs die leefden in het noordelijkste deel van Mesopotamië (ook aangeduid als Aram-Naharaim, "Aram tussen de rivieren") en noordelijk Syrië. In de Hebreeuwse Bijbel worden vaker persoonsnamen ook gebruikt als landsnaam of plaatsnaam, zoals Israël (een andere naam voor Jakob), Nahor en Charan. In sommige Bijbelvertalingen wordt de streeknaam Aram vertaald als Syrië en Arameeër als Syriër.

Verder komen personen met de naam Aram voor in Genesis 22:21, 1 Kronieken 2:23 en 1 Kronieken 7:34.

Nieuwe TestamentBewerken

Volgens het Evangelie volgens Matteus in het Nieuwe Testament heette een voorvader van Jezus ook Aram.[2]