Hoofdmenu openen

Over de onthouding van dierlijk voedsel

3e-eeuws boek van Porfyrios over vegetarisme

Over de onthouding van dierlijk voedsel (Oudgrieks: Περί αποχής εμψύχων / Perí apochés empsúchon, Latijn: De abstinentia ab esu animalium) is een 3e-eeuws boek van Porfyrios over vegetarisme. Letterlijk laat de Griekse titel zich vertalen als Over de onthouding van bezielden. Hij begint met de argumenten te geven voor het eten en offeren van dieren, om dan aan te tonen dat het ongepast is op grond van kennis over mensen en goden, onrechtvaardig op grond van kennis over dieren en onnodig op grond van kennis over niet-Grieken. Het boek is bijna geheel overgeleverd.

Inhoud

ContextBewerken

De Syrische Griek Porfyrios (ca. 234-305) was neoplatonist en leerling van Plotinos. Met het boek probeerde hij zijn vriend Firmus Castricius, die christen zou zijn geworden om weer vlees en wijn te kunnen gebruiken, tot inkeer te brengen.[1] De tekst is opgevat als een brief aan Castricius.

InhoudBewerken

Boek I: tegenstanders van vegetarisme, eerste repliekBewerken

In het eerste boek overloopt Porfyrios de filosofische argumenten tegen vegetarisme, zoals die naar voren waren gebracht door peripatetici, stoïcijnen en epicuristen. Dit levert soms interessante inzichten op, zoals over het sociaal-contractdenken van de epicuristen.

Tussendoor - en niet steeds duidelijk afgebakend - brengt Porfyrios zijn eigen, neoplatonische visie naar voren. Hij ziet de mens als een vergeestelijkt wezen dat zich moet losmaken van de zintuiglijkheid. Ons eten moet licht verteerbaar en matig zijn. Dierlijk voedsel is belastend voor de gezondheid en leidt tot ongewenste lichamelijke impulsen (Porfyrios achtte seksuele onthouding wenselijk).

Boek II: ongepastheid van vleesBewerken

Porfyrios gaat in het tweede boek in op de ongeschiktheid van dierenoffers om de goden te behagen. In zijn maatschappij was vlees eten sterk verbonden met zulke offers, hoewel hij de twee zaken filosofisch uit mekaar houdt. Porfyrios dacht dat de eerste offers uitsluitend plantaardig waren en dat dierenoffers pas hun intrede hadden gedaan in periodes van hongersnood, plagen of oorlog. Hij stelt dat het offeren van tamme dieren onrechtvaardig is, omdat ze ons niets misdaan hebben. Het offeren van wilde en schadelijke dieren is dan weer de goden onwaardig. In dit boek zijn lange passages van Theofrastos opgenomen (grotendeels of helemaal uit het verloren werk Over de vroomheid).

Boek III: onrechtvaardigheid van vleesBewerken

In het derde deel van het werk keert Porfyrios zich voornamelijk tegen de stoïcijnen om aan te tonen dat rechtvaardigheid verschuldigd is aan dieren. Hij leunt hiervoor sterk op Ploutarchos. Volgens Porfyrios waren Aristoteles, Plato, Empedokles, Pythagoras en Demokritos het erover eens dat dieren kunnen denken. Hij sluit zich daarbij aan, verwijzend naar het feit dat dieren menselijke commando's kunnen leren en dat ze nadenken over het juiste handelen binnen de situatie waarin ze zich bevinden. Wie het genot van vlees eten boven een rechtvaardige behandeling van dieren stelt, vernietigt het recht. Omgekeerd zal wie dieren niet langer schaadt, zijn innerlijk voeden met het goede.

Boek IV: onnodigheid van vleesBewerken

Het onvolledige laatste boek beschrijft hoe het vegetarisme in de praktijk is gebracht. Porfyrios begint met een bespreking van de mythische Gouden Tijd, om dan een hachelijke antropologische blik te werpen op de Spartanen, Egyptenaren, Essenen, Brahmanen en Gymnosofisten. De tekst breekt af na de uiteenzetting over de Atheense wetgever Triptolemos, wat inhoudt dat het deel over Romeinse vegetariërs verloren is.

UitgavenBewerken

VertalingenBewerken

LiteratuurBewerken

VoetnotenBewerken

  1. Luc Brisson, "Firmus Castricius", in: Richard Goulet (red.), Dictionnaire des philosophes antiques, vol. III, 2000, ISBN 2-271-05748-5, p. 425