Hoofdmenu openen

Sint Nicolaasbrug (Amsterdam)

brug in Amsterdam

De Sint Nicolaasbrug (brug 306) is een vaste brug in Amsterdam-Centrum.

Sint.Nicolaasbrug
Sint Nicolaasbrug (2016)
Sint Nicolaasbrug (2016)
Algemene gegevens
Locatie Amsterdam
Coördinaten 52° 23′ NB, 4° 54′ OL
Overspant Open Havenfront
Brugnummer 306
Bouw
Ingebruikname ca. 1876
Gebruik
Weg Prins Hendrikkade/Stationsplein
Architectuur
Type vaste brug
Sint Nicolaasbrug (Amsterdam) (Amsterdam-Centrum)
Sint Nicolaasbrug (Amsterdam)
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer

Ze overspant het Open Havenfront en is gelegen in het verlengde van de westelijke kade van het Damrak en leidt naar het Stationsplein voor het Amsterdam Centraal Station. Dat leidde tot haar officieuze benaming Stationsbrug. Aangezien het de middelste van drie bruggen was naar dat plein kreeg het ook wel de benaming Middentoegangsbrug.[1] In april 2016 liet de gemeente Amsterdam alle officieuze benamingen vallen en ging op zoek naar een nieuwe officiële benaming voor opnamen in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen. Het werd een vernoeming naar Nicolaas van Myra, al eeuwenlang patroonheilige van Amsterdam, van apothekers, bankiers, prostituees, boogschutters, kinderen, ongehuwde vrouwen, kooplieden, studenten, geliefden, slagers, dieven, moordenaars, piraten et cetera en schutspatroon van de zeelieden. Bovendien ligt de brug in de nabijheid van de Sint Nicolaaskerk.

De oorspronkelijke brug werd gebouwd rond 1876, in de periode 1871 tot 1877 werd het stationeiland aangeplempt in het IJ. Tot dan toe was den Texelse Kade (tegenwoordig Prins Hendrikkade) de noordelijke oever van de Amsterdamse binnenstad. Het Rijk liet om tot dat eiland te kunnen komen drie bruggen, waarvan Westelijke Toegangsbrug (brug 13) aan de westkant en Kamperbrug (brug 285) aan de oostkant lag. De toenmalige brug bestond uit ijzeren liggers (liggerbrug) op stenen landhoofden en ijzeren jukken. Het wegdek bestond uit houten balken op de liggers met daarom een zinklaag en als bovendek de in Amsterdam bekende houten blokjes. Met de komst van de elektrisch tram was een versteviging noodzakelijk; het is dan 1902. Door het toenemend autoverkeer en ook het zwaarder worden van de voertuigen was het houten wegdek niet stevig genoeg meer; er kwam een dek van gewapend beton.

Vanaf 1974 werd er weer grondig aan de brug gewerkt. In fasen kwam er een nieuwe brug van architect Dirk Sterenberg. Allereerst kwam er alleen een nieuw deel voor de tram. Dat deel kreeg nieuwe pijlers en ook al de van Sterenberg stalen beplating van de balustrades. Het tramdeel kreeg nieuwe brugpijlers; de rest van de brug werd provisorisch verstevigd, dat werd gedragen door een staalconstructie. De gemeente had inmiddels ervaring opgedaan met het door bezoekers van het station aan de brugleuningen vastgezette fietsen en daardoor zocht ze hier voor een oplossing. Er kwam aan de oostzijde over de volle lengte een geperforeerde stalen zitbank over de volle lengte van de brug, al snel in de volksmond de Leugenaarsbank genoemd naar de sterke verhalen die er verteld werden. De brug werd na de oplevering van de Oostlijn verder afgebouwd. De bank zou nog tot 2008 dienst doen als rustbank van de bouwvakkers die werkten aan de Noord/Zuidlijn, maar sneuvelde tijdens de werkzaamheden daaraan. Aan de westzijde van de brug werd voor het almaar toenemende voetgangersverkeer een noodbrug aangelegd (de kruising Prins Hendrikkade en Damrak is een van de drukste oversteekplaatsen in de stad, de rode loper). Vanaf die westkant van de brug kan men een steiger voor rondvaartboten bereiken.

Aanvankelijk was de brug bestemd voor het tramverkeer in beide richtingen en later ook het busverkeer in één richting en voor voetgangers. Het tramverkeer ging vanaf 1980 voortaan in één richting over de brug, stad in, met links en rechts de trambaan en in het midden een breed voetpad. Aan de oostzijde was er nog een busbaan richting station en een voetpad. Het busverkeer verdween in 2008, de brug is sindsdien nog uitsluitend voor trams en voetgangers (in het midden) bestemd.