Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Oude Akerweg

De Oude Akerweg is een heerbaan die in de Romeinse tijd, en nog lang daarna, de verbinding vormde tussen Maastricht (Latijn: Mosa Trajectum) en Aken (Aquis Granum).

IntroductieBewerken

De oude Akerweg was geen Romeinse hoofdweg, maar een verbindingsweg tussen twee plaatsen die zelf weer aan hoofdwegen lagen. Maastricht lag aan de heerbaan Maastricht-Nijmegen, en Aken aan de heerbaan Aken-Xanten. Een van de belangrijkste wegen in de lage landen, de Via Belgica die Boulogne verbindt met Keulen, doorkruist ook dit gebied. Deze weg gaat ook door Maastricht, en loopt via Valkenburg naar Heerlen. De oude Akerweg is vermoedelijk belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de vele nederzettingen die zijn ontstaan rondom romeinse villas (villare), en heeft zo een grote bijdrage geleverd aan het cultiveren van de vruchtbare lossgronden in het zuid-Limburgse heuvelland.

 

RouteBewerken

De oude hoofdweg tussen Maastricht en Aken was van belang voor de ontwikkeling van de streek. In de middeleeuwen kwamen er meerdere routes en varianten, en langs de wegen lagen ook verscheidene gasthuizen als onderkomens voor reizigers. Daaraan herinnert behalve de naam van het gehucht Gasthuis bij Bemelen ook die van de vroegere Gas(t)molen op de Selzerbeek ten zuiden van het Duitse Melaten. Ook in Hilleshagen was zo'n gasthuis gevestigd. De oudste nederzettingen, doorgaans gelegen aan of bij wegen parallel met beekdalen, groeiden uit tot lintdorpen met de kerk op zij van de weg. In de dalen tussen de kerkdorpen, op hellingen en later ook op de drogere plateaus vormden zich gehuchten met boerderijgroepen langs de weg. De ontwikkeling van de streek - ontginning van woeste gronden hervat in de Frankische tijd, verregaande ontbossing van hellingen in de Middeleeuwen en ontginning van schralere grond op plateaus vanaf de 14de eeuw - weerspiegelt zich in plaatsnamen. Oudere namen, waarin de Romaanse taal van de vroege Middeleeuwen voortleeft, herinneren aan herenhoeven (Vijlen, Nijswiller en Wahlwiller, van villare, bij een landgoed of herenhoeve behorend), aan vroegere grondeigenaars (Mamelis, van Mamilo; Harles, van Harilo; Slenaken, van Sleto of Sledo; Beutenaken, van Boto), aan de aangetroffen begroeiing (Holset, van hulisetum, hulstbos; Bellet, van betuletum, berkenbos; Terziet van rausetum, riet) of de situatie van een nederzetting (Schweiberg, van excavatum montem, in de zin van uitgeholde berg, holle weg). Germaanse namen van nederzettingen uit volgende perioden hebben te maken met rooien en kaalslag (Rott, Raren) of de gevolgen daarvan (Camerig, van Caudenberg, kaleberg; Cottessen, van Qoidthusen, kwaadhuizen); die van jongere nederzettingen herinneren dikwijls aan de heide van de droge plateaus (Heyenrath, Eperheide, Baneheide).[1]

De oude Akerweg heeft een duidelijk startpunt: dit is het hart van het Romeinse Maastricht, op het Onze-Lieve-Vrouweplein (Maastricht), waar in de oudheid een castellum stond. Vanuit hier ging de weg de Maas over via de voormalige Romeinse brug. Het eindpunt ligt in het Romeinse Aken, waar de weg loopt tot aan het Rathaus, waar eens het paleis van keizer Karel de Grote lag. Van deze weg is verder bekend dat deze loopt door Gasthuis, Bemelen, Scheulder, Gulpen, Partij, Vijlen, en Vaals. [2][3]

Huidige situatieBewerken

Wanneer men op sommige plaatsen in Zuid-Limburg om zich heen kijkt en de hier en daar verspreide hoeven ziet liggen, kan men zich voorstellen hoe dit landschap er in de Romeinse tijd ongeveer moet hebben uitgezien. Men krijgt de indruk, als men de verschillende plaatsen waar resten van Romeinse villae zijn gelegen, op een kaart genoteerd ziet en dan bedenkt dat er ongetwijfeld nog heel wat aan de aandacht zijn ontsnapt of spoorloos zijn verdwenen, dat in de Romeinse tijd de villae niet veel minder dicht gezaaid stonden dan thans die hoeven uit recentere tijden. Meestal stonden zij op een zachtglooiende helling, het front gekeerd naar een van de vele beken, die het landschap doorsnijden en die voor de watervoorziening onmisbaar waren. Zo mogelijk was het front naar het zuiden gericht.[4]