Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Oude Akerweg

De Oude Akerweg is een heerbaan die in de Romeinse tijd, en nog lang daarna, de verbinding vormde tussen Maastricht (Latijn: Mosa Trajectum) en Aken (Aquis Granum).

Inhoud

RouteBewerken

De oude Akerweg heeft een duidelijk startpunt: dit is het hart van het Romeinse Maastricht, op het Onze-Lieve-Vrouweplein (Maastricht), waar in de oudheid een castellum stond. Vanuit hier ging de weg de Maas over via de voormalige Romeinse brug. Het eindpunt ligt in het Romeinse Aken, waar de weg loopt tot aan het Rathaus, waar eens het paleis van keizer Karel de Grote lag. Voor zover bekend liep het hoofdtracé van deze weg door de plaatsen Scharn, Bemelen, Gasthuis, Heerstraat, Scheulder, Ingber, Gulpen, Partij, Vijlen, en Vaals. [1][2] Alternatieve tracés liepen mogelijk over Cadier en Keer, Margraten, Nijswiller, Wahlwiller en Lemiers.

GeschiedenisBewerken

Romeinse tijdBewerken

De oude Akerweg was geen Romeinse hoofdweg, maar een verbindingsweg tussen twee plaatsen die zelf weer aan hoofdwegen lagen. Maastricht lag aan de heerbaan Maastricht-Nijmegen, en Aken aan de heerbaan Aken-Xanten. Een van de belangrijkste wegen in de lage landen, de Via Belgica die Boulogne verbindt met Keulen, doorkruist ook dit gebied. Deze weg gaat ook door Maastricht, en loopt via Valkenburg naar Heerlen. De oude Akerweg is vermoedelijk belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de vele nederzettingen die zijn ontstaan rondom Romeinse villas en heeft zo een grote bijdrage geleverd aan het cultiveren van de vruchtbare lossgronden in het zuid-Limburgse heuvelland.

 

Wanneer men op sommige plaatsen in Zuid-Limburg om zich heen kijkt en de hier en daar verspreide hoeven ziet liggen, kan men zich voorstellen hoe dit landschap er in de Romeinse tijd ongeveer moet hebben uitgezien. Men krijgt de indruk, als men de verschillende plaatsen waar resten van Romeinse villae zijn gelegen, op een kaart genoteerd ziet en dan bedenkt dat er ongetwijfeld nog heel wat aan de aandacht zijn ontsnapt of spoorloos zijn verdwenen, dat in de Romeinse tijd de villae niet veel minder dicht gezaaid stonden dan thans die hoeven uit recentere tijden. Meestal stonden zij op een zachtglooiende helling, het front gekeerd naar een van de vele beken, die het landschap doorsnijden en die voor de watervoorziening onmisbaar waren. Zo mogelijk was het front naar het zuiden gericht.[3]

MiddeleeuwenBewerken

De oude hoofdweg tussen Maastricht en Aken was van belang voor de ontwikkeling van de streek, die vanaf de 10e of 11e eeuw (opnieuw) ontgonnen werd. In de middeleeuwen kwamen er meerdere routes en varianten. De oudste nederzettingen, doorgaans gelegen aan of bij wegen parallel met beekdalen, groeiden uit tot lintdorpen met de kerk opzij van de weg. In de dalen tussen de kerkdorpen, op hellingen en later ook op de drogere plateaus vormden zich gehuchten met boerderijgroepen langs de weg. De ontwikkeling van de streek - ontginning van schralere gronden op de plateaus vond pas vanaf de 14e eeuw plaats - weerspiegelt zich in plaatsnamen. Oudere namen, waarin de Romaanse taal van de vroege Middeleeuwen voortleeft, herinneren aan herenhoeven (Vijlen, Nijswiller en Wahlwiller, van villare, bij een landgoed of herenhoeve behorend), aan vroegere grondeigenaars (Mamelis, van Mamilo; Harles, van Harilo; Slenaken, van Sleto of Sledo; Beutenaken, van Boto), aan de aangetroffen begroeiing (Holset, van hulisetum, hulstbos; Bellet, van betuletum, berkenbos; Terziet van rausetum, riet) of de situatie van een nederzetting (Schweiberg, van excavatum montem, in de zin van uitgeholde berg, holle weg). Germaanse namen van nederzettingen uit volgende perioden hebben te maken met rooien en kaalslag (Rott, Raren) of de gevolgen daarvan (Camerig, van Caudenberg, kaleberg; Cottessen, van Qoidthusen, kwaadhuizen); die van jongere nederzettingen herinneren dikwijls aan de heide van de droge plateaus (Heyenrath, Eperheide, Baneheide).[4]

De oude Akerweg was in de middeleeuwen waarschijnlijk onderdeel van een pelgrimsroute. De heiligdomsvaarten van Maastricht, Aken en Kornelimünster waren zo gepland dat bedevaartgangers deze alle drie konden bijwonen. Daardoor zal het tijdens die periodes druk zijn geweest op de wegen tussen Maastricht en Aken. Langs de weg lagen diverse gasthuizen, gebouwd als veilige onderkomens voor reizigers. Daaraan herinneren de namen van het gehucht Gasthuis bij Bemelen (eigendom van het Sint-Servaaskapittel in Maastricht) en die van de vroegere Gas(t)molen op de Selzerbeek ten zuiden van de Akense wijk Melaten (nabij het Klinikum). Ook in Scheulder, Gulpen en Hilleshagen waren gasthuizen gevestigd. De naam Scheulder zou zijn afgeleid van 'schuilen' of 'schuilgelegenheid'.[5]

Later gebruikBewerken

Waarschijnlijk werd de weg al vóór het einde van het ancien régime als hoofdroute tussen Maastricht en Aken vervangen door de langere, maar beter begaanbare weg via Valkenburg en Heerlen. Deze was mogelijk al in 1779 verhard. In 1823 begon de aanleg van rijkswege van een nieuwe steenweg via Margraten en Gulpen, een weg die min of meer parallel liep, en gedeeltelijk samenviel met de oude Akerweg. In 1828 was deze rijksweg, die thans bekend staat als provinciale weg 278 of N278, voltooid.[6] De grotendeels onverharde Oude Akerweg verloor daarmee nog meer zijn functie als doorgaande weg.

Huidige situatieBewerken

De oude Akerweg is nog vrijwel geheel intact. Sommige delen, met name buiten de bebouwde kommen, zijn niet meer dan onverharde veldwegen, slechts in gebruik als wandelpad of voor plaatselijk landbouwverkeer. Andere delen zijn verhard en vormen verbindingswegen tussen dorpen en steden. De naam (Oude) Akerweg is op onderdelen van het tracé nog in gebruik.