Koinè

dialect van het Grieks gesproken en geschreven in de oude wereld

Koinè of Koinē (Grieks: Ελληνιστική Κοινή/ἡ κοινὴ διάλεκτος/κοινή (γλώσσα); koinē (glōssa) van Κοινή: gemeenschappelijk) was de Griekse taalvariant, die van de 3de eeuw v. Chr. tot de 3de eeuw n. Chr. de voertaal van het oostelijke Middellandsezeegebied was en als lingua franca gold in een groot gebied, dat zich van het huidige Marseille tot in het noorden van India uitstrekte. Een uitgesproken interesse voor de taal bestaat ook in de 21ste eeuw nog, aangezien het de taal is waarin het Nieuwe Testament is geschreven.

OorsprongBewerken

 
Griekssprekende gebieden in de hellenistische periode (323 tot 31 BCE).
 Waarschijnlijk Griekstalige meerderheid
 Verregaand gehelleniseerd met significante Griekstalige minderheid

Het Koinè stamde van het Attisch af, een van de Oudgriekse dialecten, en het verschilde hier weinig van. Door de hegemonie in de 5e eeuw v.Chr. van het oude Athene in het Griekenland van toen, maar ook door de invloed van een groot aantal schrijvers uit Athene uit de 5e en 4e eeuw v.Chr. was het Attisch het belangrijkste dialect. Het Koinè werd desondanks in de oudheid als een minder edele variant van het Grieks van die klassieken ervaren. Het werd door Alexander de Grote in de tweede helft van de 4e eeuw de eerste taal die over het hele gebied dat door Griekenland werd gedomineerd, verspreid raakte.

Nieuwtestamentisch GrieksBewerken

Hoewel het Bijbelse Koinè over het algemeen correct Grieks is, heeft het toch eigen trekken die voortvloeien uit het feit dat het vaak door mensen werd gebruikt die de taal als tweede taal spraken. Zo is er een duidelijke tendens tot het vermijden van ingewikkelde grammatica en zinsbouw. In het Bijbelse Grieks komen nogal wat Semitische zinsconstructies voor: Hij sprak, zeggende..., die erop wijzen dat de auteurs van de betrokken boeken in het dagelijks leven waarschijnlijk Aramees spraken.

VerspreidingBewerken

Invloedrijke auteurs als Polybios, die als eerste een volledig relaas van de opkomst van de macht van Rome heeft gegeven, Lucius Cassius Dio, Plutarchus en Lucianus van Samosata schreven in het Koinè. Sommige schrijvers die later in het Koinè schreven deden dat om met hun atticisme mooie sier te maken.

De betekenis van het Grieks in de Romeinse tijd kan als 'tweede taal' nauwelijks worden overschat: Grieks, op dat ogenblik dus het Koinè, stond in de wereld van de kunst en voor de geschiedschrijving hoog aangeschreven.[1] Tacitus beschrijft dat keizer Nero het literaire Grieks als taal introduceert in de officiële Romeinse feestvoorstellingen. Zelfs als bestuurstaal hoefde het Koinè in het oostelijke deel van het keizerrijk niet voor het Latijn onder te doen. Toen keizer Tiberius in Anatolië in Klein-Azië het Res gestae divi Augusti, het testament van zijn voorganger, in de muren van enkele tempels liet beitelen, werd de Griekse vertaling er meteen bij gebeiteld.

Alfabet en schrijfwijzeBewerken

 
De eerste woorden van het Nieuwe Testament met accenten en interpunctie (Nestlé, 1904)

Het Koinè maakt gebruik van het Oudgriekse alfabet, m.u.v. obsolete tekens zoals Digamma en Qoppa. Hoewel er tekens voor interpunctie bestaan, werd in de praktijk meestal zonder interpunctie geschreven. In de meeste hedendaagse uitgaves van het Griekse nieuwe testament wordt echter interpunctie tezamen met Oudgriekse accenttekens toegepast.

UitspraakBewerken

De uitspraak van het Grieks is in de loop van de eeuwen sterk veranderd. Het Koinè ontstond in een dynamische fase van deze ontwikkeling en heeft in zijn latere vorm in veel opzichten meer gemeen met het moderne Grieks dan met het Oudgrieks. Het gaat onder meer om veranderingen in de lengte van de klinkers, het verlies van de tonaliteit, het verlies van veel tweeklanken en veranderingen in de uitspraak van bepaalde medeklinkers. De volgende tabel geeft de vermoedelijke algemene uitspraak rond het begin van de jaartelling weer.[2]

Letter Naam Uitspraak (IPA)
Α α Alfa a korte, heldere a, zoals in Kaboel
Β β Bèta β zoals v in Spaans labio
Γ γ Gamma ç zoals ch in Duits ich
Δ δ Delta d
Ε ε Epsilon e zoals in vreemd, kort uitgesproken
Ζ ζ Zèta z
Η η Èta zoals in vreemd, lang uitgesproken
Θ θ Thèta θ zoals th in Engels think
Ι ι Jota i zoals in biet
Κ κ Kappa k
Λ λ Lambda l
Μ μ Mu m
Ν ν Nu n
Ξ ξ Xi ks
Ο ο Omikron o zoals in modaal
Π π Pi p
Ρ ρ Rho r̥ / r rollende r
Σ σ Sigma s
Τ τ Tau t
Υ υ Ypsilon y zoals in stuc
Φ φ Phi f
Χ χ Chi
Ψ ψ Psi ps
Ω ω Omega o
Tweeklank
αι e
αυ au a en oe, zoals in Italiaans auto
ει i
ευ eu e en oe, zoals in Italiaans euro
οι y zoals in stuc
ου u zoals in koek
υι u zoals in koek
Iota subscripta
a
i
o